Category Archives: Cultuur

Nieuwsronde: vrouw als kanarie in de kolenmijn

Zo weinig tijd, zoveel mooie artikelen. Daarom een nieuwsronde met links naar allerlei interessante analyses, mooi geschreven artikelen en essays. Geniet ervan en hopelijk biedt het stof tot nadenken….

  • Allereerst een mooie analyse van wielrenster en wieleranalist Marijn de Vries over de onderwaardering van de vrouwensport. Ze kreeg meteen te maken met het klassiek Hollandse koor van zeur niet roepers toen ze daar aandacht voor wilde vragen. Pas toen mannen het onderwerp serieuzer namen, kwam het thema op de agenda. Maar ze blijft hoopvol: via haar bestuursfunctie kan ze meer invloed uitoefenen en lobbyen voor preventie van seksueel misbruik en een betere betaling van grofwielrensters. Ze ziet vooruitgang. Lees vooral haar hele artikel voor dagblad Trouw.
  • Om te begrijpen hoe dit werkt – vrouw begint ergens over en zeurt, man begint ergens over en het is belangrijk – kan de term Patriarchaat behulpzaam zijn. Charlotte Higgins constateert in de krant The Guardian dat dit begrip een tijdje uit de mode was, want jeetje, kan er niet een ander, vriendelijker woord voor komen. Maar om de systematische marginalisering van vrouwen en het vrouwelijke te begrijpen én er effectief iets aan te doen, blijkt patriarchaat toch het beste te voldoen. Steeds meer feministische groepen gebruiken het woord weer en worden er strijdbaarder door. Zelfs kritische religieuze mensen gebruiken de term op een goede manier in hun analyses. Wow.
  • Vrouwen blijven de kanariepiet in de kolenmijn, citeert journaliste Elizabeth Chang. Als er ergens iets giftigs broeit in de samenleving, merk je dat als eerste aan de dode en gewonde vrouwen. Chang werkte voor de Amerikaanse krant Capitol Gazette, waar een man onlangs vijf mensen dood schoot. Al snel bleek dat hij een historie had van vrouwenhaat en vrouwen belagen. Hij kon het niet verkroppen dat een vrouw hem afwees en dat de krant er over schreef. Na allerlei juridisch getouwtrek besloot hij zijn gelijk met geweld te halen. Iets wat wel meer mannen doen….
  • ….maar waarover media vaak zwijgen in alle talen. Ook in Nederlandse kranten las ik er weinig tot niets over. Terwijl seksisme en vrouwenhaat overduidelijk een belangrijke rol speelde als factor in dit geweld. Veel mannen die meer dan drie mensen in een keer doodschieten, schopten, sloegen en belaagden daarvoor vrouwen. We moeten stoppen om mannen met fragiele egootjes te beschermen en dit probleem aanpakken, roept feministische auteur Laurie Penny op. Echt, het is mogelijk te veranderen: ,,There is nothing in men’s nature that obliges them to behave like this. The problem is not masculinity but misogyny. There are plenty of shy, lonely men living in their parents’ basements who have not taken up violent woman-hatred as a way to relax after work.”
  • Dat vrouwen het beter krijgen is in eenieders belang, want terreurorganisaties vinden wanhopige vrouwen maar wat fijn. In ruil voor voedsel en water kunnen ze vrouwen dwingen terroristische acties uit te voeren. De vrouwen zijn zo wanhopig dat ze iedere kans aangrijpen om de dag te overleven. Ze zijn zodoende een gewillige prooi. Volgens de NATO bieden ze betere ”hulp” aan vrouwen dan organisaties die terrorisme juist willen bestrijden.
  • De Academy of Motion Picture Arts and Sciences, de groep mensen die beslist welke film een Oscar krijgt en welke niet, wordt steeds diverser. Vrouwen maken inmiddels 31% uit van de Academy, tegen een kwart in 2015. Het aantal mensen met een gekleurde huid verdubbelde zelfs ten opzichte van 2015 – het percentage steeg van 8 naar 16%. Belgisch magazine Knack constateert dat de Academy eindelijk gevoelig lijkt te worden voor de aanhoudende kritiek op de monocultuur, en pogingen doet meer diversiteit te bereiken. Mooi nieuws, want Oscars zijn van invloed op trends in filmland, en welke verhalen we status geven en welke niet. Hoe diverser dus de kiescommissie, hoe groter de kans op meer diversiteit in de stemmen die we horen.
  • Dat blijkt ook maar weer eens bij Ocean’s 8. Waar mannenproducties zoals The Expendables rustig drie sterren bijeen harken, geven filmcritici Ocean’s 8 hooguit een magere twee sterren. Steeds meer vrouwen nemen daar aanstoot aan. Vervang ‘jaren tachtig macho’s en hoera ze blazen dingen op’ door ‘acht actrices op hoogtepunten in hun carrière stelen dingen’ en je hebt de switch van man naar vrouw gemaakt. Waarom krijgt het mannelijke vermaak dan hogere waarderingen dan de vrouwelijke variant? Seksisme, signaleren de actrices en vele vrouwen met hen. Plus de eenzijdige groep critici. Ruim 80% blank en mannelijk. Waarom bepaalt die monocultuur onze smaak? Ocean’s 8 rulez!
  • Een ongewenste zwangerschap voorkomen. Prettige seks – hoe en wat. En pijnlijke menstruaties. Zo ziet de top drie eruit van de zorgen die vrouwen hebben rond hun seksuele gezondheid, volgens een onderzoek van Public Health England. De organisatie bevroeg een groep van 7000 vrouwen om tot deze top drie te komen. Wat betreft menstruatiepijnen en andere ellende blijkt 42% van de vrouwen ergens aan te lijden, maar nog geen 20% zoekt daarvoor medische hulp. Veel vrouwen willen niet zeuren, schamen zich of zijn terecht bang afgepoeierd te worden door artsen die moeite hebben om vrouwen te geloven.
  • Mannelijke journalisten volgen en reetweeten vooral (91%) andere mannen op Twitter, wijst onderzoek uit. Vrouwelijke journalisten komen bijna niet door dit bolwerk van elkaar schouderkloppen gevende mannenbroeders heen. Mannen domineren op die manier discussies op sociale media en beïnvloeden daarmee ook politieke ontwikkelingen. Want ook politici volgen vooral mannen en mannelijke journalisten op Twitter. Zo krijg je een zichzelf versterkende loop tussen media en politiek.Het goede nieuws? Meten is weten, en als je zelf inziet hoe eenzijdig je Twittergedrag is, kun je je gedrag aanpassen en bewust de opinies van vrouwen versterken.
  • Vrouwen zijn vaak solidair met elkaar. Dat blijkt maar weer eens uit een hele lading verhalen van vrouwen die elkaar in bescherming namen in situaties rond straatintimidatie en seksueel geweld. Wildvreemde vrouwen zien dat er iets mis gaat en helpen een andere vrouw. Op Tumblr delen nu steeds meer vrouwen dit soort ervaringen. Hartverwarmend. En wat zou het fijn zijn als wij vrouwen overal veilig rond zouden kunnen lopen…..
  • Fun Facts rond vrouwelijke burgemeesters: tot 1933 verbood de Gemeentewet vrouwelijke burgemeesters. Het ambt was voorbehouden aan mannen. Na opheffing van het verbod werd Truus Smulders-Beliën de eerste. De vooruitgang verliep moeizaam. Dik in de jaren tachtig telde Nederland slechts 25 vrouwelijke burgemeesters. In 2017 was dat opgelopen tot 81, en dit jaar 99. Dat is inclusief de aanstaande benoeming van Femke Halsema in Amsterdam. Partijen als de SGP weigeren stelselmatig vrouwen voor te dragen voor het ambt. De Kroon is vooruitstrevender: 35% van de door Nederland gekozen burgemeesters is vrouw.

 

Advertenties

Ophef boekenweek is teken van vooruitgang

De moeder, de vrouw. Dit thema van de boekenweek 2019 leidde, tot verbazing van organisator CPNB, tot ophef. Ik vind die ophef een teken van vooruitgang. Twintig jaar geleden zouden de meeste mensen niet met hun ogen geknipperd hebben en een instantie klakkeloos z’n gang hebben laten gaan. Nu niet. Het wemelt op twitter van de protesten, 300 auteurs en uitgeverijen publiceerden een protestbrief in NRC Handelsblad en De Morgen, en boekhandel Savannah Bay gaat een eigen boekenweekthema bedenken. Met een door vrouwen geschreven boekenweekessay – en geschenk.

Bij alle reacties die tot nu toe verschijnen licht ik graag een paar thema’s uit. Allereerst de veelbetekenende reactie van de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek. De CPNB liet in een interview weten dat ze de ophef niet aan zagen komen en waarschijnlijk de verwoording van het thema onderschat hebben:

We wilden de veelkantigheid van het moederschap laten zien. ‘De moeder de vrouw’ uit het gedicht van Nijhoff vonden we een mooie literaire verwijzing. We dachten dat het duidelijk zou zijn. Maar allerlei discussies zijn door elkaar heen gaan lopen.’

De CPNB maakt hiermee pijnlijk duidelijk dat ze totaal gemist hebben welke lading deze termen hebben. Eeuwenlang was ‘de’ vrouw een groot probleem. Mannen schreven boeken vol over haar inferieure aard, losse zeden, hysterische emoties en leugenachtige sluwheid. Binnen die staat van zonde en slechtheid was het moederschap, naast non worden, de enige geaccepteerde positie van de vrouw. Allerlei geleerde mannen en kerkvaders schreven voor hoe belangrijk het was dat vrouwen trouwden en kinderen kregen en hoe ze vervolgens moesten zijn. Deze belerende teksten stonden bol van woorden als dienen, verzorgen, gehoorzamen, zwijgen, de man volgen, al dan niet religieus bekrachtigd met Bijbelteksten.

Tot op de dag van vandaag benutten mannen met macht hun podium nog steeds om uit te leggen waarom ze vrouwen minderwaardig vinden. En gebruikt een bepaalde groep mensen ‘moeder de vrouw’ nog steeds om te verwijzen naar de vrouw die zichzelf helemaal wegcijfert om voor zijn kinderen en voor hem te zorgen. ‘Moeder de vrouw’ heeft geen eigen naam, haar taak en functie zijn belangrijk, niet zijzelf als persoon, zoals deze cartoon treffend parodieert:

Hoe seksistisch dit de vrouw de moeder/moeder de vrouw is, weet je meteen als je andere varianten probeert. Je hoort nooit ‘vader de man’ of ‘dochter het meisje’, signaleert Paulien Cornelisse. Inderdaad, en daarom ben ik rond dit boekenweekthema zo blij met de protesten. ‘De moeder’, ‘de vrouw’ zijn terecht zeer problematische begrippen geworden, en vrouwen eisen het recht op om hier zelf iets over te zeggen te krijgen. Dat het CPNB de ophef niet aan zag komen zegt alles over het CPNB. Nederlandse vrouwen en veel mannen zijn inmiddels een stapje verder.

Andere tegenreacties over de ophef spreken ook boekdelen. Özcan Akyol benutte zijn podium als columnist van het AD om vrouwen die aanstoot nemen tegen het boekenweekthema, te betichten van hysterie. Dit woord duikt regelmatig op als vrouwen in verzet komen tegen onrecht. Ze hebben geen terechte aanklacht, nee, ze zijn hysterisch. Het is naast ‘hoer’ hét etiket om vrouwen te diskwalificeren en terug in hun hok te meppen.

Akyol haalt nog een ander seksistisch geintje uit in zijn opiniestuk. Hij verklaart vrouwen zo sterk, nobel en ”veel subtieler dan mannen”, dat ze dit soort protesten helemaal niet nodig zouden hebben. Ook dit type argument kent een lange geschiedenis. Opleidingen, hadden vrouwen niet nodig. Stemrecht ook niet, want de vrouw had al genoeg invloed als moeder en echtgenote. Politiek was zo’n smerig bedrijf, daar moesten edele vrouwen met hun tere aard helemaal niks van willen weten, ze waren zo goed en hoogstaand dat ze dat maar beter konden overlaten aan mannen. Opnieuw, brrrrrrr.

Tot slot de ja-maar types die de protesten verdraaien. Mogen mannen dan niet schrijven over vrouwen en moeders? Boehoehoehoe, identiteitspolitiek, de creativiteit gaat ten onder aan politiek correct geleuter. Dit is een favoriet argument van conservatieven om alle pogingen af te slaan om meer diversiteit te bereiken. Daarbij vergeten ze gemakshalve dat zijzelf ook aan identiteitspolitiek doen: de identiteit van de blanke man die kan terugvallen op zijn machtspositie als de neutrale standaard, de objectieve brenger van universele waarheden – terwijl alles aan elkaar hangt van subjectiviteit, blinde vlekken, de angst om privileges en macht te verliezen, enzovoorts. Zeg maar de profiteur van het informele mannenquotum aan de top van het bedrijfsleven of de politiek, die tegen een vrouwenquotum is want ‘we moeten alleen voor kwaliteit gaan’. Zoals Mark Rutte.

De CPNB heeft inmiddels in een verklaring laten weten te willen kijken hoe ze een positieve wending kunnen geven aan het thema van de boekenweek. De stichting gaat graag in gesprek met de ondertekenaars van de protestbrief. Misschien lukt het om tot ”creatieve oplossingen” te komen, hoopt de CPNB. Nog beter lijkt mij: beter voeling houden met de maatschappij, zich bewust worden van seksisme, en vanaf nu boekenweekgeschenken – en essays jaarlijks 50-50 door mannelijke en vrouwelijke auteurs laten schrijven.

Klassieker Joanna Russ krijgt nieuwe uitgave

Leve de universiteit van Texas! Die verzorgde een gedegen nieuwe uitgave van de klassieker ‘How to Suppress Women’s Writing” van Joanna Russ, met een voorwoord van Jessa Crispin. (In Nederland verscheen haar boek onder de veel mildere titel Andere Levens, Andere Letteren). Dit is geweldig nieuws, want wat Russ schreef over uitsluitingsmechanismen bij schrijfsters geldt net zo goed voor de situatie rond kunstenaressen, onderneemsters, wetenschapsters, opiniemaaksters enzovoorts. En is nog steeds akelig actueel.

Bron: Financieel Dagblad

Russ wijst er in haar boek op dat culturen echt wel veranderen en beschaafder kunnen worden. Zo hebben we sinds een paar decennia nauwelijks wetgeving die vrouwen expliciet en gericht uitsluit van bepaalde beroepen of bezigheden. Vrouwen blijven sinds de jaren vijftig handelingsbekwaam na hun huwelijk. Bijna niemand doet in het openbaar nog botte uitspraken dat vrouwen iets niet zouden kunnen, niet zouden mogen of niks voorstellen. Doet iemand dat wel, dan volgt (terecht) felle kritiek.

Je zou oppervlakkig gezien kunnen denken dat alles ok is. In de praktijk, stelt Russ, wéten we als samenleving echter heel goed wie iets mag zijn of doen, en wie niet. Zo zijn historici witte mannen, onderzocht Suze Zijlstra. Serieuze auteurs vinden we witte mannen, onderzocht Corina Koolen. Ondernemers vinden we witte mannen, analyseerde het Financieel Dagblad.

Vanuit dat wereldbeeld zijn vrouwen vreemde eenden in de bijt. Ze horen er niet bij. Duiken ze toch op, dan ontstaat er een probleem waar je zo snel mogelijk vanaf wilt. Russ zette voor de literaire wereld op een rijtje wat de acties zijn om het Serieuze Schrijverschap te behouden voor leden uit de correcte groep, namelijk witte mannen. Heel in het kort: ontkennen, belachelijk maken of afbreken, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze inferieur werk aflevert, dat ze een waardeloos onderwerp uitkoos, dat ze slechts een eenzame uitzondering is, zich op de verkeerde genres richt, enzovoorts.

Lukt het om vrouwen af te schrikken of, als ze toch schrijven, in het hokje broddelaarsters te houden, dan heb je meteen een extra stok om vrouwen mee weg te slaan. Kijk, vrouwen mogen en kunnen alles maar doen het niet. Of ze doen het wel maar komen niet verder dan truttige romannetjes. Ze kunnen het blijkbaar niet. Ze spannen zich niet genoeg in. Zie je wel, mánnen zijn de serieuze auteurs.

Die manier van kijken en denken heeft voor vrouwen verstrekkende negatieve gevolgen. Anno 2018 ontdekte Corina Koolen dat lezers, recensenten en uitgevers nog steeds niet goed kunnen kijken naar het werk van schrijfsters. Mensen plakken allerlei seksistische etiketten op romans van schrijfsters en weigeren hun werk te erkennen als literatuur. Wat Russ kwalitatief analyseerde, trof Koolen even genadeloos hard aan in haar kwantitatieve onderzoek.

Wat schrijfsters overkomt, overkomt ook andere vrouwen die opduiken op plaatsen waar ze niet horen. Zo vinden we het in Nederland volstrekt normaal als er alleen blanke mannen aan tafel zitten bij talkshows op de televisie. Als er plotseling louter vrouwen aan tafel dreigen te komen, in het programma Buitenhof in dit geval, worden mensen zenuwachtig. Dus zegt de redactie één van de vrouwen af en laat voor haar in de plaats een man komen. Zo ver gaat onze cultuur om het plaatje weer een beetje te laten kloppen.

Vrouwen lopen niet alleen tv optredens mis, ze lopen vanuit het “mannen behoren X te doen” wereldbeeld ook geld en middelen mis om hun ambities te verwezenlijken. Vervolgens kan iedereen hoofdschuddend zeggen “tsja, ze kunnen en willen niet, vrouwen blijven liever bij hun gezin”.

Het Financieel Dagblad schonk bijvoorbeeld onlangs aandacht aan een fascinerend onderzoek naar het taalgebruik van investeerders. Mannen en vrouwen met macht (en geld) spraken met jonge ondernemers die kapitaal wilden werven om hun onderneming te starten of verder uit te bouwen. Na de analyse van talloze gesprekken bleek dat de investeerders bij ‘ondernemer’ aan mannen denken. Vrouwen zijn de vreemde eend, het klopt niet dat zij daar zitten als ondernemer. Daarna hijsen ze mannen in het zadel en wijzen vrouwen af:

De capaciteiten van vrouwelijke ondernemers werden stelselmatig omlaag gepraat, die van mannen omhoog. Mannelijke eigenschappen werden geassocieerd met ondernemerschap, vrouwelijke juist niet. Zelfs als het over dezelfde eigenschappen ging. Alsof – zo schrijven de onderzoekers – het imago van de vrouw ‘strijdig is met de persoonlijkheid van de entrepreneur’. Bijvoorbeeld: ‘Zoals alle vrouwen is ze voorzichtig. Ze durft niet.’ Over een man daarentegen: ‘Hij is voorzichtig, en dat is goed. Hij neemt weloverwogen beslissingen.’ Leeftijd en ervaring werden ook verschillend uitgelegd. Bij een vrouw negatief: ‘Ze is jong en heeft waarschijnlijk geen ervaring in het leiden van een business.’ Bij een man is dat iets positiefs: ‘Hij is een jonge kerel en heeft nog een veelbelovende toekomst voor zich liggen.’

De omgeving moet wakker worden, vooroordelen bijsturen en vrouwen eerlijker beoordelen. Dan pas verandert er écht iets en maakt een vrouwelijke canon of traditie een kans. Joanna Russ constateerde dat in How to Suppress Women’s Writing, en in Nederland kun je haar gelijk dagelijks ervaren door het nieuws te volgen en bijvoorbeeld dat onderzoek van Koolen te lezen.

Daarom top dat haar boek opnieuw breed verkrijgbaar is. Lees haar analyse, ken de argumenten om vrouwen buitenspel te zetten, en wees er alert op als je die mechanismen vervolgens tegen komt op kantoor, aan de talkshow-tafel, op je literaire platform enzovoorts. Want vrouwen zetten door en er is hoop op verbetering:

For hundreds of years, despite those odds against them, the “wrong” writers still manage to write. Likely it won’t be remembered long enough or taken seriously enough, but to read this book is to admire this buried tradition, and realize how much there is to be discovered — and how there’s no time like the present to look at the marginalized writers you might be missing. “Only on the margins does growth occur,” Russ promises, like the guide in a story telling you how to defeat the dragon. Get angry; then get a reading list.

Star Wars heeft het moeilijk met vrouwen

Nu Solo in de bioscopen draait leek het me mooi wat zaken op een rij te zetten rond vrouwen en vrouwelijke personages rond StarWars. De franchise is op de goede weg en geeft vrouwelijke personages steeds meer ruimte. Maar achter de schermen blijft het een drama. Zo heeft Maureen Ryan onderzocht dat de films de afgelopen 41 jaar voor 96% uit de koker van mannen komen. Ze domineren zo de populaire cultuur en de verbeelding rond StarWars.

Eerst het goede nieuws: per film geeft Star Wars vrouwelijke personages meer ruimte. Rebecca Harisson van de universiteit van Glasgow nam alle vrouwelijke personages mee die spreektijd in het scenario krijgen. Daaronder niet alleen menselijke figuren, maar ook als vrouwelijk voorgestelde robots en buitenaardse wezens. Als je alles bij elkaar neemt komen vrouwelijke personages in de allereerste film, A New Hope uit 1977, niet verder dan 15% van de beschikbare ruimte. The Last Jedi kwam vorig jaar uit op 43%. Het totale overzicht:

43% Last Jedi
37% Force Awakens
35% Rogue One
23% Return of the Jedi
22% Empire Strikes Back
20% Phantom Menace
18% Attack of the Clones
17% Revenge of the Sith
15% A New Hope

Zojuist kwam Han Solo, A Star Wars Story uit. Voor zover ik kon achterhalen heeft nog niemand het percentage speeltijd voor vrouwelijke personages berekend. Ik gok een kwart. Dat is best aardig en komt onder andere doordat de film drie vrouwelijke personages telt, en een belangrijke vrouwelijke rebel in een bijrolletje.

Verschillende feministische critici signaleren echter dat het scenario van Solo zich geen raad lijkt te weten met hen. De allereerste vrouwelijke Android die de franchise biedt begint fantastisch, maar eindigt in een nachtmerrie die alles waar ze voor staat ondermijnt en nietig verklaart. Twee van de drie belangrijkste vrouwelijke personages sneuvelen bovendien verdacht snel, en het lijkt er ook verdacht veel op dat dit voornamelijk gebeurt om de mannelijke personages meer ruimte en emotionele diepgang te geven:

By the end of Solo, all of its female characters remain trapped in the systems that define them, shackled by the constraints of technology or some shadowy control or plot dictates about their deaths adding to male characters’ pain.

Dat laatste heet fridging en onder andere ikzelf haat dat. Het reduceert vrouwelijke personages tot een soort kanonnenvoer, terwijl het wel en wee van de mannelijke personages centraal blijft staan.

Net als de criticus van website Hello Giggles vind ik het lastig dit soort uitglijders los te zien van een mannelijke dominantie achter de schermen. Die is enorm. Ryan analyseerde de 17 films die in de loop van 41 jaar in de bioscopen draaiden. Ze bekeek welke mensen op creatief gebied de leiding hadden. Denk aan scenarioschrijvers en de regisseurs. Van de 24 werknemers die dat soort inhoudelijke sleutelposities bekleedden, waren 23 van het mannelijke geslacht. Dat betekent dat mannen 96% van de macht hadden en hebben. Mannen besloten Leia in een slavinnenkostuum te hijsen. Mannen zadelden Nathalie Portman op met een draak van een rol en een roemloos einde, stervend om niks in het kraambed. Enz, enz.

Als meer vrouwen creatieve eindverantwoordelijkheid hadden gehad, zou er wellicht meer discussie zijn ontstaan en hadden scenarioschrijvers en regisseurs dit soort seksisme kunnen afzwakken of voorkomen. Neem Padme. Goh, dus het Star Wars universum kan allerlei technologische hoogstandjes herbergen, maar een echo of een bezoekje aan een verloskundige was niet mogelijk? En daarna sterf je omdat de wil tot leven je verlaten heeft? Wie verzint zoiets? Dat soort dingen.

Het ziet er niet naar uit dat het monopolie van blanke mannen snel verdwijnt. Er staan drie nieuwe StarWars films op de rol, en producent Disney geeft de baan van schrijver en regisseur aan… jawel…. twee blanke mannen, David Benioff en D.B. Weiss. Dat betekent dat de gehele groep creatieve poortwachters blank blijft, en circa 98 procent mannelijk. Vrouwen en mensen met een gekleurde huid m/v komen er niet aan te pas. Dit in een tijd waarin vrouwen en mensen met een gekleurde huid allang lieten zien dat ze grote blockbusters aan kunnen. Denk aan Wonder Woman regisseur Pat Jenkins. Of Ava DuVernay, die Selma regisseerde, en A Wrinkle in Time.

Samengevat: ja er is vooruitgang, ja vrouwen krijgen meer te doen in Star Wars films, maar dat laat onverlet dat mannen deze culturele Juggernaut vormgeven en te vaak blind blijven voor seksisme en marginalisering van vrouwelijke personages. Werk aan de winkel. Disney, laat die blanke mannen eens zitten en geef talent uit andere groepen een kans!

Ode aan Renate Dorrestein

Ai wat een triest nieuws bracht uitgeverij Podium vandaag: schrijfster Renate Dorrestein is overleden. In mijn hart nam en neemt ze een bijzondere plek in. Niet alleen schreef ze spannende romans en goed doordachte essays vol waardevolle inzichten, maar voor mij vormde ze ook één van de toegangspoorten tot het feministische gedachtengoed. Onder andere haar bundel Korte Metten leverde veel stof tot nadenken – en toonde aan dat feminisme en humor vanzelfsprekend prima samen gaan.

Foto: Dagblad van het Noorden

Ik kocht Korte Metten destijds in een kringloopwinkel en viel als een blok voor de lichtvoetige maar kritische manier waarop Dorrestein allerlei sociale fenomenen onder de loep nam. De ware aard van de Nederlandse man, de volkomen ware stelling dat menstruatie niet fijn is, de diepere betekenis van de damestas, haar ervaringen tijdens lezingen over het feminisme (altijd een wantrouwig kijkende man die cijfers eist). Maar ook de vele kleine, persoonlijke observaties die aantonen hoe diep vrouwen geïndoctrineerd zijn om tegen de klippen op aardig te blijven, zich klein te maken en te navigeren in een vijandige wereld.

Een topcolumn uit haar bundel vind ik die over feministen en katten. ”Aan feministische personen zit zo dikwijls een poes vast, dat gesproken mag worden van een causaal verband”, schreef ze. Daarna schaamde ik me nooit meer voor het feit dat ook ik mezelf als feministe identificeer en mijn huis graag deel met een of meer katten. Sterker nog, ik sloot me meteen aan bij de Australian Cat Ladies toen die organisatie in 2013 werd opgericht. En streef nu naar een professioneel einde als kattenvrouwtje.

Dat is trouwens hard werken en veel geld sparen om na je pensioen aan de slag te gaan. Eén kat kost gemiddeld 400 euro per jaar, dus als je er een stuk of acht neemt zit je aan de duizenden euro’s. Behalve jaarlijkse vaccinaties zijn dierenarts-kosten niet meegerekend in dit gemiddelde. Mankeert Poekie dus iets en moet je medicijnen kopen of medische ingrepen betalen, dan zit je al snel ver boven dit gemiddelde. Kortom, het gaat hier om een serieuze ambitie waar je niet zomaar aan kunt beginnen. Je moet vooraf plannen, organiseren en je intensief voorbereiden om, eenmaal oud en verlept, een succesvol kattenvrouwtje te worden.

Een ander topboek vond ik haar feuilleton Voor Alles een Dame. Deze roman/almanak/…X… introduceerde me tot Katholieke vrouwelijke heiligen, recepten voor taart en gebak, en onnavolgbare verwikkelingen op een internaat voor moeilijk opvoedbare meisjes. Tussen alle bedrijven door eiste Dorrestein een plek op voor vrouwen om te doen en te schrijven wat ze willen, met respect voor hun eigen (literaire) tradities:

Van de Berliner bol naar het boek is, zo hebben we gezien, maar een kleine stap. Ook een literair werk geldt al snel als een misbaksel wanneer het anders smaakt dan binnen de gangbare conventies wenselijk wordt geacht. De auteur dient niet af te wijken van de norm. Maar dat is nu juist het probleem. Want hoe zou iemand die de last van eeuwenlang kool koken met zich mee zeult, niet kunnen verschillen van iemand met de lust van eeuwen dobbelen achter de knopen?

Dorrestein maakt dit punt niet voor niets. Analyses van recensies van haar werk tonen aan dat veel critici haar romans duidelijk niet begrepen en neersabelden met oordelen als ‘triviaal’, te veel ‘gemekker’ over voedsel en andere minachtende etiketten. Volgens Vooys volgen die recensies steevast hetzelfde patroon:

  • levensbeschrijving met veel aandacht voor het uiterlijk en de kledingkeuze van Dorrestein
  • dan wordt Dorresteins nieuw verschenen boek getoetst aan haar maatschappijvisie zoals die uit haar columns en vroegere bezigheden spreekt
  • welles-nietes gedoe over de sekseverhoudingen, het feministische gehalte van en het waarheidsgehalte in haar werk (getoetst aan wat de recensent feministisch of ‘waar’ vindt, alsof dat een universele, neutrale en objectieve visie is)
  • negatieve beladen waardeoordelen die vooral tegen vrouwen worden gebruikt, zoals ‘te boos’ en ‘drammerig’

Deze meestal mannelijke recensenten hadden geen oog voor de literaire traditie waar Dorrestein zich in wilde scharen en waarmee ze juist weerwoord leverde op gangbare oordelen. Zo geldt het feuilleton nog steeds als een inferieur genre, zeker als de hoofdpersonen vrouwen zijn: het zijn romantische niemendalletjes, soaps, sensatieverhalen, alles behalve Serieuze Literatuur met een hoofdletter L. Wat Voor Alles een Dame in mijn ogen alleen maar leuker en subversieve maakt: dat wat de gangbare kritiek neersabelt, omarmde Dorrestein juist en verhief tot schitterende hoogten.

De laatste jaren zijn literaire recensenten meer tot het inzicht gekomen wat lezeressen en lezers al lang hadden: dat Renate Dorrestein, mede oprichtster van de Anna Bijns prijs, een unieke stem was in de Nederlandse letteren. Haar laatste bundel, ‘Dagelijks Werk’, kreeg lovende kritieken. Dorrestein was toen al ziek. Ze benutte de tijd die ze nog had om voor de laatste keer haar eigen zegje te doen:

“stel je voor dat je na je dood, als je je niet meer kunt verweren, een biográáf achter je aan krijgt”.

Daarnaast geeft ze lezers een kijkje in de keuken van haar schrijverschap.

Heel erg dat dit de laatste ‘echte Dorrestein’ zal zijn. Vaarwel, Renate!

Toegift: dit mooie interview uit dagblad Trouw, van oktober vorig jaar.

Mannenliteratuur vertekent het vrouwbeeld

Onderzoek op basis van duizenden romans over een periode van 200 jaar wijst uit, dat mannelijke auteurs vrouwen meestal niet zien staan. Ze geven vrouwelijke personages maximaal dertig procent van de ruimte – meestal minder. Er zit geen vooruitgang in: mannelijke auteurs uit de Victoriaanse tijd schreven zelfs vaker over vrouwen dan nu. Dit draagt bij aan beeldvorming waarbij we de wereld zien door de ogen van mannen. Slecht nieuws voor vrouwen. Die zien zichzelf nauwelijks terug in verhalen, of worden geconfronteerd met gaslighting.

Gaslighting is een term voor een vorm van psychologische ondermijning. Door een genderbril bekeken: mannen die vrouwen aan zichzelf laten twijfelen door hen constant te vertellen dat ze niet weten wat ze weten, niet voelen wat ze voelen, dat ze zich dingen inbeelden, overreageren, slechte intenties hebben. Zie voor een Nederlands voorbeeld de SF serie Missie Aarde, waarin haar mannelijke collega’s het enige vrouwelijke bemanningslid van een ruimteschip mentaal door de mangel halen, net zolang totdat ze zelf ook gaat geloven in bepaalde vrouwvijandige mythes.

Sarah Churchwell schrijft in een mooi essay dat mannelijke auteurs in hun romans vaak terugvallen op gaslighting van vrouwen via vrouwelijke personages. Ze definiëren de wereld zoals hen dat als man goed uitkomt en reduceren vrouwen tot hysterische domme karikaturen en/of hulpjes van de man. Hun verwrongen vrouwbeeld steekt in verhevigde mate de kop op tijdens periodes, waarin vrouwen in het openbare leven protesteren tegen hun tweederangs status en meer ruimte opeisen. Dat levert bijvoorbeeld personages op die zichzelf feministisch noemen maar de mannelijke held tegeljkertijd op een vernederende manier dwingen om zittend te plassen, beschrijft Churchwell. Huuuu, enge feministen….

Die literaire traditie levert vooral verliezers op, signaleert Churchwell. Verhalen hebben effecten op mensen. Mannen verliezen iets als ze niet lezen of alleen boeken kiezen van mannen, over stoere mannen die oorlog voeren en sexy vrouwen veroveren. Lezeressen vervallen in een totaal gevoel van vervreemding als ze vooral verhalen lezen waarin ze niet voorkomen, of waarin de enige rol die is van een bordkartonnen hatelijk stereotype. De standaard canon vol boeken van blanke mannen die vrouwen negeren of vertekend weergeven is zodoende vooral een lijst van boeken die geen vrouw zou moeten willen lezen. (Tenzij je als schrijfster een studie van hun seksisme wil maken, om de vrouwenhaat daarna te ontmantelen in je eigen romans).

Daarnaast heeft het ook psychologische effecten op schrijfsters, als onze cultuur de beeldvorming uit de kokers van mannen aanneemt voor neutraal en universeel:

Here’s playwright Alison Croggon on the effect such bias can have on the confidence of a writer: “The woman who begins with talent but who finds herself struggling to gain notice simply because she is a woman, can find her ambitions dwindling, her possibilities shrunken, in a continually amplifying feedback loop. Just as success breeds confidence, so the lack of it breeds uncertainty. If millions of reinforcing signals say a woman’s work is less significant, something will eventually begin to stick. This kind of intensifying feedback, which begins at birth, is very difficult to track and even more difficult to combat.”

Dat verzet is echter broodnodig om de dominante beeldvorming te veranderen. Gelukkig komt de zaak steeds meer in beweging. Onderzoeken zoals VIDA tonen in overduidelijke cijfers aan dat het werk van mannen nog steeds onevenredig veel aandacht krijgt in literaire media. Dat leidt tot bewustwording en debat, met hier en daar een verbetering. Vrouwelijke auteurs zoeken ook steeds vaker zelf hun weg, waarbij internet en sociale media zeer behulpzame kanalen zijn. En er kwamen campagnes zoals Lees Vrouwen. In inspirerende artikelen vertellen lezers hoe ze hun leesgewoonten aanpasten en ruimte maakten voor verhalen  van en vaak ook over vrouwen. Churchwell juicht deze ontwikkelingen toe. Het vormt een noodzakelijk cultureel tegenwicht en biedt mogelijkheden om onszelf anders te laten kijken en denken.

Verder lezen: Zie voor de mannelijke dominantie in de Nederlandse literatuur de bevindingen van de Lezeres des Vaderlands. In haar artikelen duikt ze ook regelmatig in de inhoud van romans en zie je dat vrouwelijke personages er ook in Nederland bekaaid vanaf komen. Zoek je geloofwaardige vrouwelijke personages, dan moet je bij de schrijfsters zijn, want hun mannelijke collega’s blijven steken in slachtoffers of hoeren. Zie verder een artikel over de vooroordelen rond hun werk, waar schrijfsters nog steeds mee geconfronteerd worden. Of deze mooie beschouwing van auteur Niña Weijers, of deze analyse van Sanne van Oosten, of dit artikel over de manier waarop ons literatuuronderwijs vrouwen buiten sluit. Kortom nog genoeg werk te doen….

Nieuwsronde: interessante artikelen en essays

Dit weblog linkt mensen graag door naar interessante artikelen, reportages en essays. Deze keer SF auteur Joanna Russ, de genderpolitiek van literaire bijlages, een krachtig opiniestuk van feministe Jessica Valenti, Chinese feministen en hun gebruik van emoji’s, en meer.

  • Wetenschappers analyseerden ruim 10.00o recensies uit de New York Times Book Review, en maakten bijzonder stereotiepe verhoudingen tussen de seksen zichtbaar. Tweederde van alle aandacht ging naar de fictie en non-fictie uit de koker van mannen. Vrouwen kwamen er vooral aan te pas als ze zich hielden aan zaken waar vrouwen zich mee bezig behoren te houden: kinderen, romantiek, poëzie.
  • Dagblad De Morgen prijst de nieuwe plaat van Shabaka Hutchings de hemel in. Deze Londense tenorsaxofonist schreef het album  Your Queen Is A Reptile vol met feministische statements. Hij eert vrouwen met een gekleurde huid in ”een unieke, woeste mix van kleuren en klanken”. Aan bod komen onder andere odes aan Ghanese rebellenleidster Yaa Aantewaa, psychologe Mamie Phipps Clark, burgerrechtenactivist Harriet Tubman en Angela Davis van de Black Panther beweging in de V.S.
  • Wil je je verdiepen in hoe het zit met gender? Bezoek dan de nieuwe website Genderklik. Het Belgische documentatiecentrum Rosa en de Vlaamse overheid lanceerden deze site om iedereen op een toegankelijke en eigentijdse manier te informeren over gender en gendermechanismen. De site moet ook een springplank worden voor vragen en discussies.
  • Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn, want rolpatronen duiken vroeg op. Tussen hun vierde en hun achtste jaar leren kinderen hoe het hoort. Zo blijkt uit onderzoek dat kinderen op die leeftijd banen als kapper al associeren met vrouwen, terwijl ze mannen beter op hun plek achten in banen als dokter en ingenieur. Ook hebben kinderen van zes al geleerd dat genialiteit iets is voor mannen.
  • Vrouwen zijn echter wel degelijk slim, geniaal en inventief. Zo gebruiken Chinese feministes emojis om de staatscensuur te ontlopen.
  • Mooi artikel over wetenschapster Samantha Joye, die al twintig jaar onderzoek doet naar oceanen. Regelmatig maakt ze duiken naar de diepste diepten om inzicht te krijgen in wat er in zee gebeurt.
  • Hetpet. Dat is de naam van een priesteres die 4000 jaar geleden woonde en werkte in het huidige Egypte. Ze diende de godin Hathor en kreeg een rijk versierd graf met bijzondere afbeeldingen van aapjes. The National Geographic wijdde een interessant artikel aan de archeologische vondst, met mooie foto’s natuurlijk.
  • Hoe staat het met Susan Brownmiller in het #metoo tijdperk? Tijdens de tweede feministische golf schreef ze Tegen Onze Wil, een inmiddels klassiek werk over seksueel geweld tegen vrouwen. In een mooi interview met The Guardian staat ze stil bij de huidige betekenis van haar boek, de invloed van geweld op vrouwen, en hedendaagse dilemma’s.
  • TEDx biedt regelmatig mooie presentaties en speeches over vrouwen, gender en zaken waarbij feminisme een rol speelt. Deze site houdt bij wat er op dat gebied nieuw verschijnt en linkt door naar recente TEDx sprekers. Kijk en luister bijvoorbeeld naar Caroline Paul, over het stimuleren van avontuurlijk gedrag bij meisjes, en Stacy Smith over de cijfers achter seksisme in de filmindustrie.
  • SF auteur Joanna Russ had een scherp oog voor de verhoudingen tussen de seksen. Ze stond ook stil bij het effect van ‘de tweede sekse zijn’ op de psychologische gesteldheid van vrouwen. Haar essay over de zogenoemde bibberende zusters en perfecte moeders blijkt jaren na publicatie nog steeds akelig herkenbaar.
  • Feministe Jessica Valenti schreef een kort, krachtig stuk over de beslissing van magazine The Atlantic om een man aan te nemen die vindt dat vrouwen geëxecuteerd moeten worden als ze een zwangerschap afbreken. Aangezien circa een kwart van alle vrouwen dat besluit ooit heeft genomen, komt het standpunt van deze man neer op genocide/femicide. Geen probleem voor de mannelijke bazen van de redactie. Iedereen verdient een tweede kans, kraaien ze. Een argument waar veel andere journalisten, zoals Valenti maar ook vele anderen, korte metten mee maken. De redactie heeft de man inmiddels weer ontslagen. Phew…

De genderpolitiek van de barbecue

Lente en zomer, dat betekent onder andere dat we met ons allen weer overspoeld worden door artikelen en beelden van mannen rond de barbecue. Deze mannen voelen zich mannelijk en sexy achter de barbecue en gooien “vanuit hun oergevoel “grote lappen vlees op het vuur. Maar deze overtuiging gaat veel verder dan dat, betoogt Carol J. Adams in haar klassieker ‘The Sexual Politics of Meat’. Deze macho mannelijke vleeseter heeft een grote, veelal negatieve invloed op de positie van vrouwen en dieren, betoogt ze.

Toen Adams haar boek over vlees eten en gender publiceerde, sloeg haar theorie in als een bom. In een patriarchale cultuur waarin mannen de baas zijn en het beste eten krijgen, te weten vlees, nemen vrouwen en dieren nagenoeg dezelfde plek in, signaleert ze. Het zijn beiden inferieure wezens die je kunt reduceren tot een al dan niet geseksualiseerd ding, een consumptiegoed.

Beiden worden daarbij gereduceerd tot onderdelen. Dieren veranderen in kippenvleugels en sukadelapjes, soms als vrouwelijk voorgesteld. Vrouwen veranderen in sexy torso’s zonder hoofd, losse billen en benen, en worden regelmatig geassocieerd met het dierlijke.

Deze fragmentatie en reductie tot consumptiegoed gaat vaak gepaard met agressie. Als vrouwen en dieren veranderd zijn in een ding, kun je doen met ze wat je wil. Vastzetten, doden, verkrachten, mishandelen, maakt niet uit. Omgekeerd wen je door jagen en dieren doden aan het opjagen en doden van mensen, zag Adams terug bij het gedachtengoed van feministen uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Het slachten van dieren gaat over in het slachten van mensen, onder het toeziend oog van agressieve viriele patriarchen.

Adams wijst erop dat opvallend veel proto-feministen dit verband zagen, tussen mannelijke macht, viriele agressie en de tweederangs status van dieren en henzelf. Naast vrouwenrechten streden ze regelmatig ook voor het dierenwelzijn.Nog steeds houden veel meer vrouwen dan mannen zich bezig met dierenrechten. Daarnaast stonden opvallend veel feministische denkers een vegetarische levensstijl voor: ze wilden als vrouw niet geëxploiteerd worden en wilden op hun beurt geen dieren exploiteren.

Ruim 25 jaar later sturen lezers Adams nog steeds krantenknipsels, foto’s en reclames die haar theorie illustreren, schrijft ze in de jubileumuitgave van haar klassieker. Propaganda die stelt dat vegetarisch leven iets is waar je je als man verre van wilt houden. Echte mannen eten vlees, drinken bier, scheuren rond in grote auto’s, geven scores aan de borsten en billen van vrouwen, doen wat ze willen, lekker stoer, boys will be boys, zonder nare betutteling van bitcherige schooljuffen.

Mensen stuurden ook foto’s van reclameposters waarop grote garnalen met benen, hoge hakken en tuitende lipjes klanten verleidelijk aankijken en vragen om opgegeten te worden. Omgekeerd veranderen vrouwen regelmatig in prooidieren die na de ‘jacht’ klaar liggen voor mannelijke consumptie.

Niet verassend borrelt die man = vlees cultuur extra opvallend op in het barbecue seizoen. De praktijk rond de barbecue draait om vlees, bevestigt een stereotiep beeld van mannelijkheid en versterkt oude rolpatronen. In 2014 en 2016 hield Trendbox bijvoorbeeld een nationaal BBQ onderzoek en kwam tot de volgende conclusies. Vrouwen doen de boodschappen en maken de salades. Mannen braden het vlees op de barbecue. Meer dan de helft van de mannen vindt dat mannen beter zijn in het grillen dan vrouwen. De meeste ondervraagden vinden het schoonmaken en opruimen na afloop een vervelend karweitje. Vervolgens blijkt dat mannen zich massaal aan dat nare werk onttrekken en het opruimen en schoonmaken overlaten aan vrouwen.

NRC Handelsblad recenseerde The Sexual Politics of Meat ten tijde van de publicatie voornamelijk positief:

Dat er in de hoofden van mensen, zowel bij daders als slachtoffers, altijd verband is geweest tussen de schending van de integriteit van dieren en die van vermeende tweederangs mensen, in het bijzonder vrouwen, maakt Adams volgens mij aannemelijk. De historische en literaire beelden en volkse uitdrukkingen die slaan op zowel dieren als vrouwen, en die beide categorieen wezens plegen voor te stellen als consumeerbare en exploiteerbare objecten, zijn onmiskenbaar legio. Volgens Adams autoriseert en legitimeert de dominante patriarchale cultuur niet alleen de symbolische consumptie van vrouwen, maar ook de letterlijke consumptie van dieren. Het is allemaal verrassend en uitdagend leesvoer.

Warm aanbevolen, dit boek. En wat de barbecue betreft: vrouwen, claim je plek achter de barbecue. Leg er eens iets vegetarisch op. Mannen, maak die salade lekker zelf en druk je niet als het tijd wordt om schoon te maken. Andere rolpatronen beginnen bij jezelf, in kleine stapjes. Succes!

Van Inuit, sieraden en de tulpen die vergaan

Komt dat zien, komt dat zien. Drie prachtige exposities die volop werk van vrouwen tonen. Ik maak je graag enthousiast voor  de expositie Canadese Inuit Kunst in het Museum Volkenkunde in Leiden, de expositie over sieraden in datzelfde museum, en een tentoonstelling rond het thema tulpen in MIJ, museum IJsselstein. Alledrie prachtig, op verschillende manieren.

INUIT. De Inuit kunst tentoonstelling haalde vorig jaar de media omdat het Koninklijk Huis er aan meewerkte. Prinses Margriet, van oorsprong Canadese, leende een deel van de privécollectie van haar en haar man uit aan het museum. Waaronder haar lievelingsstuk. Dat kunstwerk kun je hierboven op de foto zien: helemaal links in een vitrine, een klein stenen beeldje van een watervogel.

Het betreft een roodkeelduiker, en voor de Inuit heeft dit dier een spirituele betekenis. Deze soort duikt namelijk onder water, leeft óp het water maar ook op het land. Het diertje verenigt zo drie verschillende werelden in zich. De kunstenaar verbeeldde het dier in vloeiende lijnen en sneed in de rug een menselijk gezicht uit, de beschermgeest van de duiker. Ik bleef zeker tien minuten ademloos voor dit beeldje staan. Zo mooi, zo verfijnd. Geen wonder dat dit het lievelingswerk van Prinses Margriet is. Alleen al dit beeldje maakt de gang naar de expositie de moeite meer dan waard.

Maar je kunt meer zien dan beeldjes van dieren. Inuit kunstenaars schuwen de actualiteit niet. Zo tonen de eerste grafische werken aan de wand de impact van toerisme op het volk, en de snelle veranderingen in hun levenswijze. Een drieluik toont bijvoorbeeld in het eerste paneel een traditioneel beeld met sledehonden en Iglo’s. In het tweede beeld duiken lege olievaten op in het landschap. Het derde deel toont geen mensen of dieren meer, alleen strakke rechthoekige huizen in een landschap vol elektriciteitsdraden.

Ook aan het einde van de galerij loodst de collectie je tussen alle dansende ijsberen en liggende zeehonden de moderne tijd in. Kenojuak Ashevak brak in de jaren zestig door met haar iconische werk Enchanted Owl, een half abstracte zeefdruk van een uil. Ashevak is inmiddels ruim tachtig maar experimenteert vrolijk door. Je hebt nu de kans om in Nederland een ander, nieuw werk van haar in deze expositie te zien: een uil staande op twee rupsen, opnieuw in een half abstracte, zwierige stijl.

Een invloedrijke documentaire sluit de tentoonstelling af. Alethea Arnaquq-Baril maakte een documentaire over de gevolgen van een jachtverbod op haar gemeenschap. Van de ene op de andere dag mochten de mensen niet meer op zeehonden jagen, terwijl dat duizenden jaren lang een hoeksteen was van hun cultuur en leefwijze. Haar film, Angry Inuk, begint langzaam de publieke opinie te beïnvloeden. Heej, misschien zit er toch een verschil tussen commerciële bedrijven die huilers op het ijs doodknuppelen, en Inuit die overleven door af en toe een zeehond te verschalken…. Komt dat zien, tot 1 juli 2018.

SIERADEN Al deze pracht heb je in een uur, twee uurtjes gezien, maar als je daarna een kop koffie drinkt en even pauzeert ben je weer helemaal klaar voor de expositie Sieraden, Makers en Dragers in hetzelfde museum (tot 3 juni 2018). Een lust voor het oog en een indrukwekkend overzicht van alle sieraden die het museum in de loop der tijd verzamelde. Tussen sieraden uit het soms verre verleden ligt ook modern werk van hedendaagse kunstenaars. Zo zie je stukken van Bibi van der Velden, die de schildjes van kevers in haar sieraden verwerkt. Evenals creaties van Karin Herwegh, Esther Brinkmann, Felieke van der Leest en Azza Fahmy, de eerste Egyptische die in Cairo werd opgeleid door de meestergoudsmeden van de souk Khan el Khalil. Ze leidt nu in haar werkplaats zelf jonge edelsmeden op, om het ambacht door te geven aan een volgende generatie.

Mary A. Waters

Tot slot TULPEN. MIJ, het verzelfstandigde stadsmuseum van IJsselstein, gaf gastcuratoren Bob Negryn en Mary Waters alle ruimte om werk te selecteren voor de expositie Tulpenmanie. Hun keuze bevat veel werk van kunstenaressen. Complimenten! Tot 3 juni kun je bijvoorbeeld kennis maken met de grote fotocompilaties van Luzia Simons. De curatoren kozen haar werk omdat bij haar de vergankelijkheid van de tulp centraal staat. ”Terwijl menig kunstenaar zich focust op de schoonheid van de bloeiende tulp, concentreert zij zich juist op het verval”, meldt de website.

Maar er vallen genoeg prachtige bloemen te zien, naast dit verval. Linda Nieuwstad brak door met grote sculpturen van bloemen, uitgevoerd in materialen zoals dekzeil, pvc, wol en fluweel. Ook prachtig zijn de schilderijen die gastcurator Mary Waters uitleende aan het museum. Ze liet zich in het verleden inspireren door de Hollandse meesters die in de Gouden Eeuw secure bloemstillevens schilderden. Net als zij bouwt Waters haar werken op in talloze laagjes verf en vernis. Met sobere grijstinten en een opvallende kleur rood laat ze tulpen in vazen stralen.

Mis zoveel schoonheid niet en breng eens een bezoekje aan deze musea. Veel plezier gewenst!

Gereedschapskist: The Male Glance

Filmcritica Laura Mulvey introduceerde in 1975 het begrip de male gaze. Een geseksualiseerde manier van kijken die mannen macht geeft en vrouwen reduceert tot seksobjecten. Nu heeft die term een broertje gekregen: de Male Glance. Geen geobsedeerde blik, maar een zijdelings vluchtig kijken, wegwuiven op basis van vooroordelen, en dan snel verder naar iets belangrijkers, aldus auteur en recensente Lili Loofbourow. Mijn toevoeging: kijken heeft te maken met macht, en nu vrouwen steeds meer macht opeisen, begint de mannelijke dominante blik af te kalven. Dus er is hoop….

Loofbourow werkt onder andere voor VQR, een literatuurmagazine. Zij benutte het lentenummer 2018 voor een uitgebreid essay over de manier waarop culturen mensen leren kijken en oordelen. We denken vaak dat dit een neutrale bezigheid is, maar met vele feministen zeg ook ik dat oordelen over talent en kwaliteit niet neutraal zijn. Het is subjectief.

Zo analyseerde Mulvey diverse films en signaleerde dat de camera niet neutraal is. De beelden slepen de kijker mee in een bepaalde subjectieve blik, namelijk die van een heteroseksuele man die vrouwen visueel bepoteld. Zie voor een recent voorbeeld de film Justice Legue, waar de camera pijnlijk vaak en langdurig blijft hangen bij de borsten en billen van actrice Gal Gadot. Die geseksualiseerde manier van kijken leidt de aandacht af van de persoonlijkheid en prestaties van een vrouwelijk personage. Ze bestaat alleen bij de gratie van haar uiterlijk en hoe plezierig dat uiterlijk is voor een heteroseksuele man.

Loofbourow bouwt voort op het idee van de Male Gaze en breidt het idee uit met de male glance. In plaats van een geobsedeerd staren naar borsten en billen gaat het hier om een vluchtige, minachtende mannelijke blik:

The male glance is the opposite of the male gaze. Rather than linger lovingly on the parts it wants most to penetrate, it looks, assumes, and moves on. It is, above all else, quick. […] The male glance is how comedies about women become chick flicks. It’s how discussions of serious movies with female protagonists consign them to the unappealing stable of “strong female characters.” [..] It tricks us into pronouncing mothers intrinsically boring […] Generations of forgetting to zoom into female experience aren’t easily shrugged off, however noble our intentions, and the upshot is that we still don’t expect female texts to have universal things to say. We imagine them as small and careful, or petty and domestic, or vain, or sassy, or confessional.

Deze blik reduceert romans van schrijfsters tot chicklit en maakt dat we enorm veel vrouwelijk talent over het hoofd zien, signaleert Loofbourow. Getroffen door de male glance blijven werken van vrouwen onbegrepen, obscuur, marginaal, terwijl werken van mannen op een voetstuk gehesen worden. De veelal negatieve waarde-oordelen rond onbegrepen werk van vrouwen komen voort uit het feit dat wij als cultuur kijken vanuit een mannelijk standpunt en alles over mannen het voordeel van de twijfel gunnen, terwijl we vrouwen en het vrouwelijke minachten en terzijde schuiven, stelt ze.

Voorbeelden te over. Neem de routinematige manier waarop mensen alles wat jonge meiden leuk vinden afdoen als triviaal, van slechte kwaliteit, iets waar je je voor moet schamen. Zo van als meisjes het leuk vinden, kan het niks zijn. Loofborouw neemt als voorbeeld auteur Elizabeth Gilbert. In haar eerste boeken stonden mannen centraal. Ze kreeg lovende kritieken. Toen ze echter over over vrouwen en vrouwelijke ervaringen begon te schrijven, sloegen de kritieken om. Opeens vonden critici er niks meer aan. Mensen stopten met lezen en begonnen met snelle oordelen. Na alle negatieve kritiek wilde je nog niet dood gevonden worden met Eat, Pray, Love in je handen:

I still haven’t read it. Here’s why: It’s too much mental work, because it would mean reading the book as me and also reading the book as we. The awful thing about internalizing the we—if you have—is that you have to fight it like a boss if you disagree with its verdict. What if I like Eat, Pray, Love? Do I want to take on the we—whose powers of discernment I’m too insecure to fully dismiss—in order to justify my liking? Will I feel embarrassed by my pleasure, ashamed for falling for what the we so cleverly saw through?  This is not a defense of Eat, Pray, Love. I’ll repeat: I still have not read it. But that’s precisely why it’s useful as an example: This is how ambient culture works. These streams of derision and praise are what determine what gets read (or watched) and what doesn’t. These are the currents that eventually confer greatness.

Enfin, lees vooral haar hele essay.

Is de situatie hopeloos? Nee. In haar analyse laat Loofborouw machtsverhoudingen buiten beschouwing. Maar die zijn cruciaal. Mannen domineerden het openbare leven eeuwenlang, maar sinds vrouwen stemrecht kregen, vanaf 1956 juridisch handelingsbekwaam geacht werden, reproductieve rechten veroverden en anno nu steeds vaker hun eigen geld verdienen, kunnen ze vaker hun eigen weg bewandelen en ruimte opeisen voor hun verhalen. Zo vindt op dit moment een vrouwelijke revolutie plaats in de Amerikaanse televisiewereld, met series waarin de vrouwelijke ervaring centraal staat.

Ook Loofbourows essay is een teken van vooruitgang. Situaties die vrouwen eeuwenlang moesten slikken, worden problematisch. Vrouwen analyseren in het openbaar wat er gebeurt, publiceren hun mening, doen onderzoek, zetten theorieën op en zorgen voor discussie en debat. Te beginnen met namen geven aan wat er gebeurt. Niet ‘wat een man thuis doet met zijn vrouw is privé’ maar huiselijk geweld, verkrachting binnen het huwelijk. Niet ‘o tienermeiden vinden het leuk, dan is het niet serieus’ maar The Male Glance. Stapje voor stapje komen we zo dichterbij een gelijkwaardig speelveld, waarin we het werk en de ervaringen van vrouwen serieuzer nemen. Vooruitgang….

UPDATE De Huffington Post refereert aan het essay van Loofbourow in een recensie over een onsamenhangende, seksistische debuutroman van acteur Sean Penn:

As I read Bob Honey, I couldn’t stop thinking of Lili Loofbourow’s recent, brilliant Virginia Quarterly Review essay, “The Male Glance,” which argues that we refuse to read genius, or even artistic intentionality, into works by women. The flip side is that we do readily presume those things in the works of men. […] Penn’s already been offered more benefit of the doubt than he’s earned, and more than any equivalent actress would receive. He joins a select crew of successful white male actors who think they have very literary things to say, and who have therefore been offered hardcover book deals with blurbs by Salman Rushdie.

Black Panther geeft vrouwen de ruimte

De zwarte superheldenfilm Black Panther breekt allerlei records. Net zoals destijds bij Wonder Woman vrouwen spontaan tranen in hun ogen kregen toen de heldin haar krachten voor het eerst openlijk toonde, zo zijn mensen met een gekleurde huid enthousiast dat zij zichzelf eindelijk op het witte doek terug zien als superheld. En het mooiste van alles: de film geeft diverse complexe vrouwen met hun eigen verhaal alle ruimte. Bijvoorbeeld in de vorm van het personage Shuri, wetenschapster, uitvindster en strijdster. Tekst gaat verder onder de foto en bevat spoilers. Dus heb je de film nog niet gezien, doe dat eerst….

Zoals magazine Vice ons in herinnering brengt, is het voor mensen van levensbelang dat ze zichzelf terugzien in de media:

“Minderheden realiseren zich – ondersteund door onderzoek – dat media niet alleen invloed hebben op hoe anderen naar hen kijken, maar ook op hoe zij zichzelf zien.”

Je hebt voorbeelden nodig, rolmodellen, bronnen van inspiratie. Tot nu toe zagen vooral blanke jongens en mannen zichzelf weerspiegeld in de populaire cultuur. De ene na de andere superheld, opvallend vaak gespeeld door acteurs genaamd Chris, bevolkten de bioscopen. De andere driekwart van de mensheid – iedereen met een gekleurde huid m/v, en vrouwen – moesten het doen met de kruimels. Ze worden symbolisch vernietigd in de populaire cultuur, en dat leidt tot een gevoel van minderwaardigheid. Je bent onzichtbaar, je bent onbelangrijk, alleen blanke jongens en mannen tellen mee. Daarom is het ernstig dat je voor de laatste film met zwarte superhelden twintig jaar terug in de tijd moet. Dat was Blade, en die film kwam er alleen omdat hoofdrolspeler Wesley Snipes de boel zelf produceerde.

Black Panther heeft opnieuw een man als centrale held. Maar de film geeft complexe, krachtige vrouwelijke personages alle ruimte, zodat het eindresultaat toch een stuk evenwichtiger is dan voorgaande rolprenten. Het geheel heeft een bevrijdende effect voor mensen met een gekleurde huid en voor vrouwen. Ga maar na:  een film over een fictief land waar blanke kolonisten nooit de macht kregen. Waar een Afrikaanse identiteit de norm is en geen afgeleide van iets anders, verwrongen en uit z’n verband gerukt. En waar mensen vrouwen serieus nemen. Vrouwen leiden stammen, vrouwen zitten in de hoogste raad, vrouwen waren in het verleden de Black Panther. Ze tellen mee, maken hun eigen ontwikkeling door en nemen op verschillende momenten in de film cruciale beslissingen.

De film zegt kritische dingen over gender en de ervaringen van afro-Amerikanen in de VS. De ”schurk” van het verhaal werd als jongen wees en moest zien te overleven in de achterbuurt van een grote stad. Hij verhardde. Hij gebruikt vrouwen maar zodra ze voor hem geen nut meer hebben, schiet hij ze neer. Hij claimt de troon om als patriarchale alleenheerser met geweld zijn ideale wereld te scheppen. Dit is een kritische verwijzing naar een realiteit waarin zwarte mannen onder invloed van patriarchale ideeën rechtvaardigheid eisen – voor zichzelf. Vrouwen moeten nog steeds zwijgen en mannen onderdanig ondersteunen. Dit soort seksisme ondermijnde ook de Black Panther partij, stellen historici.

Hoe anders in het fictieve land Wakanda. Ja, de held is een man, maar hij omringt zich met vrouwen die hun eigen ambities en bezigheden hebben. Dat wordt meteen duidelijk in het begin, als de kersverse koning zijn ex Nakia terughaalt van een missie, omdat hij niet gekroond wil worden zonder haar erbij. Nakia blijkt dezelfde kant uit de willen als de schurk van de film. Terwijl de koning het bestaan van het land geheim wil houden, pleit zij ervoor dat Wakanda uit haar zelfgekozen isolement stapt en kansarmen in de wereld helpt. Alleen wil zij dat geweldloos doen, door middel van hulpverlening en het delen van kennis, terwijl de schurk een gewapende opstand wil die moet leiden tot een rijk waar de zon nooit onder gaat. Onder andere de recensenten van Bitch Media zien Nakia als de ware revolutionaire van het verhaal, samen met haar metgezellinnen.

Dan heb je de Dora Milaje, een volledig uit vrouwen samengestelde groep krijgers die de troon beschermt. Hun generaal Okoye neemt beslissingen die cruciaal zijn voor de toekomst van haar land. Ze heeft een op zich liefdevolle relatie met een man, maar als die de koning verraadt verslaat ze hem. Dieren houden van haar. En ze vecht fantastisch. Kortom swooooooon. Ook dit verwijst naar de realiteit: een soortgelijke vrouwelijke gevechtsmacht rond de troon bestond echt, in het huidige Benin. Daar heetten ze de Dahomey, en Franse militairen waren in de negentiende eeuw als de dood voor deze professionele vechtjassen. UPDATE: er komt een film over deze vrouwen!

Een derde krachtige vrouw is Shuri, een genie. Als één van de weinigen is ze in staat om te werken met Vibranium, een mysterieus edelmetaal waar Wakanda z’n macht aan ontleent. Niet alleen ontwikkelt ze allerlei handige apparaten en wapens, ze geneest ook mensen en speelt een beslissende rol in de strijd om de troon. Sterker, ook zij kan Black Panther worden. In ieder geval in de stripboeken, en misschien ook in een vervolgfilm. Ze staat in zekere zin symbool voor wat de zwarte NASA wetenschapsters uit de jaren zestig hadden kunnen worden, als mensen hen destijds serieus hadden genomen en hadden voorzien van macht, mensen, faciliteiten en geld.

Met een goed verhaal en zoveel vrouwelijke personages die belangrijke rollen spelen, is het niet zo gek dat Black Panther veel succes heeft. Zowel voor vrouwen als voor zwarte mannen biedt de film wensvervulling, een rolmodel, een weerspiegeling van zichzelf op het grote doek. Dit alles begeleidt door een fantastische soundtrack. Wat wil een mens nog meer?

Eva Jinek krijgt versterking, hoera!

Eva Jinek krijgt versterking! Margriet van der Linden presenteert vanaf eind april, begin mei een talkshow op NPO 1. Haar show komt op de buis op de plek van De Wereld Draait Door, omdat de maker van dat programma minder uitzendingen wil verzorgen. Dat betekent een verdubbeling van het aantal vrouwen die talkshows op de Nederlandse televisie leiden. Hopelijk leidt dat ook tot een toename van het aantal vrouwelijke gasten bij dit soort spraakmakende programma’s.

Jinek had een ruwe start toen zij als eerste vrouw sinds tijden een talkshow leidde. De kritiek betrof onder andere haar kleding en haar stem, en had vaak een seksistische lading. Zie daarvoor eerdere berichten op dit weblog. Die minachtende reacties verminderden echter. Kreeg Jinek in 2015 nog booby-advies van een mansplainer, tegenwoordig richten recensies zich op de inhoud. Zo constateert onder andere NRC Handelsblad dat haar show het erg goed doet, dat Jinek zich ontwikkelde tot een gangmaker, en dat ze hooguit wat scherper mag zijn in haar vraagstelling of onderwerpen.

Het lijkt erop dat mensen gewend raakten aan een vrouwelijke talkshow host. Met Van der Linden is Jinek niet meer de eenzame uitzondering waar je van schrikt en eerst aan moet wennen, voordat je in kunt gaan op wat ze als professional doet. Van der Linden heeft haar sporen verdiend in de media en krijgt nu om zeven uur ’s avonds een mooi tijdslot om haar talkshow vorm te geven. In het persbericht laat Shula Rijxman, voorzitter van de raad van bestuur van de NPO, weten dat ze blij is met haar komst:

“Matthijs van Nieuwkerk, die de vooravond bij de NPO groot heeft gemaakt en dat al jaren als een topsporter weet vast te houden, krijgt nu gezelschap van een sterke vrouw. Op beiden ben ik ontzettend trots. En ook al wordt vrouwelijke geluid langzaam maar zeker steeds luider op onze radio- en tv-zenders: meer diversiteit, dus ook meer kleur, blijft een speerpunt.”

Dat is een belangrijke mededeling, want ondanks de komst van Jinek en straks Van der Linden bleven talkshows tot nu toe het domein van witte mannen. De programma’s worden nog steeds vaak geleid door mannen en weten nauwelijks vrouwelijke gasten of gasten met een niet-blanke huidskleur te vinden. Wat betreft mensen met een etnische achtergrond moet je met 7% al erg blij zijn. Als ze al aan tafel komen, betreft het vaak een onderwerp waarbij huidskleur een rol speelt. Hetzelfde geldt voor vrouwen: ze vormen slechts eenderde van het aantal gasten en als ze in de studio aan mogen schuiven, betreft het vaak ”vrouwenonderwerpen” of situaties waarbij de vrouw het slachtoffer of het lijdend voorwerp is. Zeer stereotiepe toestanden:

“Veel makers ontkennen bevooroordeeld te zijn. Zodoende blijft het bij werkgroepen over diversiteit, bij een projectje ernaast, zoals een tv-programma op maandagmiddag voor en door makers van kleur. Maar willen we dat op tv een afspiegeling van de samenleving te zien is, dan moet ieder programma diversiteit onderdeel van het algehele beleid maken.”

Rijxman lijkt goed aan de slag te gaan met diversiteit. Benieuwd wat Van der Linden gaat brengen!

Vaarwel Ursula Le Guin

Wat een manier om het nieuwe jaar te beginnen: SF grootheid Ursula Le Guin is overleden. Ok, ze was 88 jaar oud. Het moet een keer gebeuren. Niemand heeft het eeuwige leven. Maar toch. Als je haar boeken, essays, speeches en overpeinzingen graag las, komt het hard aan dat de huidige omvang van haar werk zo blijft. Er zal nooit meer iets bij komen. Lavinia geldt voor altijd als haar allerlaatste roman, en No Time to Spare haar laatste collectie artikelen. Diepe, diepe zucht…

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst iets van Le Guin las, maar het moet in mijn puberteit zijn geweest. Waarschijnlijk de Aardzee trilogie, al vroeg in het Nederlands vertaald en beschikbaar in de bibliotheek, waar ik vaak kwam. Ik vond het gewéldige boeken. Spannend, sprookjesachtig, ontroerend. Als tiener snapte ik lang niet alle diepere lagen in het verhaal, maar dat maakte het des te leuker deze romans op latere leeftijd opnieuw te lezen.

Na Aardzee adviseerde een neef De Linkerhand van het Duister, een baanbrekend werk waarin Le Guin speelt met opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het verhaal speelt zich namelijk af op een planeet waar de bewoners (de buitenaardse wezens) geen geslacht hebben, tenzij de periode van Kemmer aanbreekt. Ze ontwikkelen dan genitaliën en kunnen zich voortplanten. Je weet echter nooit of je deze keer het ”mannetje” of het ”vrouwtje” wordt. Alles loopt door elkaar.

Dat door elkaar lopen, dat doorbreken van rigide structuren, vat magazine Knack samen als ‘schrijfster die de verbeelding van haar lezers wilde trainen‘. In de verbeelding kan en mag alles. Geen dogma’s, geen zwart-wit situaties, geen wetten. Juist in je fantasie staat het menselijke voorop en mogen situaties complex zijn, zonder eenduidige antwoorden. Le Guin vond haar plek in de SF en fantasy, een genre waar alles draait om een rijke fantasie, maar het duurde jaren voordat mensen doorkregen hoe bijzonder haar bijdragen waren:

Le Guin hasn’t always been recognized for her contributions. She struggled until her 30s to publish her fiction, and after she’d found a home in science fiction and fantasy, fought what she saw as bias in the literary establishment toward women and “genre writers.” Reviewers weren’t sure what to do with her stories, slippery and idiosyncratic as they are. Now the gatekeepers have caught up.

Le Guin zelf leerde ook bij. Zo keek ze achteraf met enige spijt terug op haar keuze om alle wezens in De Linkerhand van het Duister met ‘hij’ aan te duiden. Daardoor ontstaat onbedoeld de indruk dat de wezens eigenlijk toch mannelijk zijn en alleen af en toe in een vrouw veranderen. Le Guin schreef het boek eind jaren zestig, toen mannen het openbare leven nog volledig domoineerden, en ze geeft toe dat die mannelijke overheersing haar sterker beïnvloedde dan ze op dat moment kon zien.

Ze ging bij zichzelf te rade welke vanzelfsprekende patronen ze nog meer automatisch volgde en ontwikkelde zich in de jaren tachtig tot een voluit feministische auteur. Keer op keer pleitte ze voor de vrijheid voor vrouwen om de wereld een eigen vorm te geven en te leven op hun eigen voorwaarden:

In a 1983 address at Mills College in California, she told graduates: “Why should a free woman with a college education either fight Machoman or serve him? Why should she live her life on his terms? … I hope you live without the need to dominate, and without the need to be dominated.”

Ze benutte dit thema ook in korte verhalen zoals She Unnames Them, waarin Eva alle namen die Adam uitdeelde, weer intrekt. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo vinden de Yaks hun naam fijn en passend. Maar alle dieren besluiten uiteindelijk dat Eva gelijk heeft. Ze hebben die namen niet nodig. Ook Eva geeft haar naam terug. Daarna knijpt ze er tussenuit. Ze laat Adam achter om een ander bestaan te zoeken, vrij van etiketten en labels.

Le Guin was er van overtuigd dat vrouwen op die manier onherroepelijk voor revoluties zorgen. Gewoon, door hun ervaringen te delen en te zijn wie ze zijn:

I know that many men and even women are afraid and angry when women do speak, because in this barbaric society, when women speak truly they speak subversively – they can’t help it: if you’re underneath, if you’re kept down, you break out, you subvert. We are volcanoes. When we women offer our experience as our truth, as human truth, all the maps change. There are new mountains.

Die strijd om vrijheid en drang naar revolutie komen, breder, ook terug in De Ontheemde. Dit boek las ik pas als volwassene, en dat is maar goed ook. Ik denk niet dat ik als tiener de aantrekkingskracht van dit meesterwerk zou hebben begrepen. De Ontheemde begint met een muur. Geen hoge muur, sterker nog, hier en daar is de muur nauwelijks zichtbaar en op andere plekken is het een afbrokkelende laag stenen waar je zo overheen kunt stappen. Maar het is een muur, en die muur doet iets.

Wat, dat ontdek je op allerlei manieren in de roman. Die gaat onder andere over muren tussen mensen, muren tussen culturen, scheidingen tussen politieke systemen en manieren van leven. Het gaat over de risico’s van een kapitalistische samenleving waar alles draait om winst, rangen en standen. Maar ook zogenaamde anarchistische, collectieve manieren van leven hebben hun duistere kanten. Ook die systemen lopen het risico gekaapt te worden door kleine groepjes die de macht opeisen.

Mocht dit droog en analytisch klinken, vrees niet. Opnieuw staan mensen en het menselijke voorop. Le Guin gebruikt humor, ontroering en dood in haar verhaal. Dat typeert haar. Le Guin hield zich met veel onderwerpen bezig, maar bovenal was ze een rasechte verhalenverteller. Ze inspireerde mensen, bracht hen op nieuwe ideeën, liet hen lachen en huilen en nagelbijten van de spanning, en zorgde ervoor dat je aan het eind, als je de laatste bladzijde omsloeg, meteen weer opnieuw zou willen beginnen met lezen, gewoon, omdat haar verhalen zo rijk en fantasievol zijn.

Heel jammer dat ze er niet meer is. Gelukkig leven haar woorden voort….

You cannot buy the revolution. You cannot make the revolution. You can only be the revolution. It is in your spirit, or it is nowhere.

Vaarwel, Ursula Le Guin…

Vrouw stoft Odyssee af in nieuwe Engelse vertaling

Grote opwinding: voor het eerst vertaalde een vrouw de Odyssee van Homerus in het Engels. Na zo’n 60 veelal blanke mannen kreeg classicus Emily Wilson, van de Universiteit van Pennsylvania, de primeur. In Nederland gebeurde dat al eerder. Onze eigen Imme Dros leverde in 1991 een succesvolle vertaling in het Nederlands van de Odyssee. Ze zorgde in 2015 ook voor een nieuwe vertaling van de Ilias.

Mannen vallen Penelope lastig terwijl ze wacht op de terugkeer van haar echtgenoot.

Vrouwen mochten eeuwenlang niet studeren aan universiteiten. De enige vrouwen die soms de kans kregen om Grieks en Latijns te leren, waren nonnen of vrouwen uit zeer rijke families, die een privé leraar kregen. Sporadisch duikt zodoende tóch een officiële, door vrouwen vertaalde Odyssee of Ilias op.  Zo schreef Anne Dacier in 1699 een vertaling in het Frans van de Ilias. Maar zij was de uitzondering die de regel bevestigde.

Ook in Engeland waagden een paar vrouwen uit de rijkste milieu’s zich aan vertalingen, maar zij deden dat voor eigen gebruik. Hun versies kwamen niet verder dan een kring van naaste familieleden. Dat veranderde volgens Wilson pas de laatste tien, twintig jaar. In een essay voor dagblad The Guardian somt ze een rits vrouwen op die voor uitgeverijen recente vertalingen afleverden van klassieken uit de Oud Griekse -en Romeinse wereld. Deze voorgangsters maakten de weg vrij voor haar vertaling van De Odyssee.

Wilson is er van overtuigd dat zij als vrouw een werk zoals de Odyssee anders benadert dan haar mannelijke voorgangers. Omdat zij los staat van de door mannen gedomineerde traditie vallen haar andere aspecten op in een tekst, en interpreteert ze bepaalde situaties anders. Ze noemt dat effect vervreemding (alienation):

female translators often stand at a critical distance when approaching authors who are not only male, but also deeply embedded in a canon that has for many centuries been imagined as belonging to men. The inability to take classical texts for granted is a great gift […] the position of being a woman translating one of these dead, white men creates a strange and potentially productive sense of intimate alienation.

Die blik van de buitenstaander stelde Wilson onder andere in staat om aandacht te geven aan de vrouwelijke personages in de Odyssee. In The New Yorker schrijft ze dat voorgangers bijvoorbeeld de neiging hadden Penelope enigszins te idealiseren, als het toonbeeld van de ideale, afwachtende, passieve echtgenote.

De originele tekst spreekt echter duidelijke taal over haar positie. Die is nogal dubbel. Aan de ene kant kan Odysseus doen wat hij wil, terwijl Penelope geen keuzes heeft. Haar leven wordt volledig bepaald door haar status van echtgenote, en zijzelf, als individueel persoon, verdwijnt. Tot twee keer toe verbiedt haar zoon Penelope het spreken. Aan de andere kant maakt ze deel uit van een elite die zwakkeren onderdrukt. Als Odysseus thuis komt, vermoordt hij alle slavinnen. Penelope ontsnapt aan dat geweld, zij leeft en houdt Odysseus niet tegen als hij de lager geplaatste vrouwen uitmoordt.

Wilson merkt ook op dat  haar mannelijke voorgangers dat deel van de tekst, de moord op de dienstmaagden, nogal seksistisch vertaalden. Ze beschreven hen bijvoorbeeld in termen van hoer en slet, terwijl het origineel totaal geen aanleiding geeft om dat soort minachtende termen te gebruiken. Wilson houdt het in de vertaling op termen zoals ‘deze meisjes’, een neutralere woordkeuze die beter recht doet aan de inhoud van de brontekst.

Op die manier doorbreekt Wilson een koers die mannelijke vertalers uitzetten en van elkaar overnamen. Hard nodig, want net zoals mensen op zoek gaan naar Wilson’s ”vrouwelijke” kijk op de tekst, zouden we naar haar mening ook veel meer aandacht moeten besteden aan de ”mannelijke” kijk op de tekst van de vorige vertalers:

…hardly anyone (except me, so far!) seems to ask male classical translators how their gender affects their work. As I show in that piece on Hesiod, unexamined biases can lead to some seriously problematic and questionable choices (such as, in that instance, translating rape as if it were the same as consensual sex). Translators get away with that kind of thing all the time, because there’s an assumption that male translators don’t need to worry about gender, and that a clunky English style guarantees an “authentic,” “accurate” or “unbiased” translation. It’s not OK and it’s not true.

Goed dat vrouwen de kans krijgen aan de slag te gaan met dezelfde originele teksten. De kritieken zijn in ieder geval lovend: lezers zullen voortaan altijd anders tegen De Odyssee aankijken, belooft dagblad The Guardian.

Traditionele verhalenvertellers zorgen voor gelijkwaardigheid

Verhalen vertellen heeft zichtbare effecten, ontdekten wetenschappers Daniel Smith, Andrea Migliano en een team van de University College London (UCL). Ze leefden een tijdje bij de Agta, jagers en verzamelaars in de Fillipijnen. De verhalen die mensen elkaar vertellen, promoten waarden en normen zoals samenwerking en gelijkwaardigheid. Groepen met meerdere traditionele verhalenvertellers bleken hechter en werkten beter samen dan groepen zonder of met maar een enkele verhalenvertellers, bleek uit hun onderzoek.

 

Smith, Migliano en hun mede-onderzoekers woonden verhalen-vertel-sessies bij, noteerden de inhoud van de verhalen en keken daarna naar het functioneren van verschillende groepen Agta. Veel verhalen gaan over samenwerking en gelijkwaardigheid. Een typisch voorbeeld betreft een oorsprongsmythe over de zon en de maan. De als mannelijk gedefinieerde zon en als vrouwelijk gedefinieerde maan maken ruzie over wie de hemel mag verlichten. De ruzie escaleert tot een gevecht, waarbij beiden even sterk blijken te zijn. Het gevecht lost niets op. Uiteindelijk besluiten ze in overleg het werk te verdelen. Ieder neemt de helft van de tijd voor zijn/haar rekening. De zon verlicht de aarde nu overdag, de maan ’s nachts.

Kinderen krijgen zulke verhalen van jongs af aan mee. Migliano:

“A magic moment was when we listened to the stories told by the elders, with all of the children around us laughing and really paying attention,” Migliano told Seeker, still beaming at the recollection.

De verhalenvertellers krijgen indirect een beloning voor hun inspanning om samenwerking en collectiviteit te versterken in de groep waar ze deel van uitmaken. Ze bleken populair en anderen betrekken hen graag bij het verzamelen van voedsel. Die iets hogere bestaanszekerheid leidde er (ook) toe dat verhalenvertellers gemiddeld iets meer kinderen kregen en dat die kinderen ook iets vaker overleefden tot hun volwassenheid. In die zin heeft goed verhalen vertellen een evolutionair voordeel – een grotere kans dat je je genen door kunt geven, aldus Daniel Smith.

Enfin, vandaar dat ik in dit weblog regelmatig aandacht besteed aan de moderne verhalenvertellers – schrijvers, filmmakers, enzovoorts. De verhalen die we vertellen, hebben effecten op ons wereldbeeld en ons groepsgedrag. Het maakt verschil of verhalen het podium aan één beperkte groep geven, ten koste van alle anderen, óf gelijkwaardigheid en samenwerking tonen.

Roy voert lezer mee in betoverend labyrint

De nieuwste roman van Arundhati Roy, The Ministry of Utmost Happiness (vertaald door uitgeverij Prometheus en inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar als Het Ministerie van Opperst Geluk) is een Roman met hoofdletter R. Met trefzekere passen en aan de hand van een prachtige, beeldende taal voert Roy haar lezers mee in een betoverend labyrint. ZO MIN MOGELIJK SPOILERS dus ga gerust verder….

Literaire critici, zoals Kerryn Goldsworthy van de Australian Book Review, waarschuwen terecht dat Roy’s keuzes als auteur niet bij iedereen in de smaak zullen vallen. Wie op zoek is naar een strak verhaal met een eenduidig plot en een duidelijke Held kan beter een ander boek uitzoeken. Als je het wél aandurft, maakt de losse wijdlopige structuur van The Ministry niets meer uit. Sterker nog, je zou kunnen begrijpen dat breuklijnen, mensen als geïsoleerde eilandjes en het algemene gebrek aan verbinding juist een van Roy’s hoofdthema’s vormen.

Aan de hand van de levensverhalen van Anjum, een hermafrodiet (Hijra), en Tilo, een vrouw die een relatie begint met een strijder uit Kasjmir, schetst Roy een caleidoscopisch beeld van India en de voortdurende strijd tussen Moslims en Hindu’s, tussen de staat India en gebieden zoals Kasjmir, tussen inheemse volkeren en multinationals, tussen sociale normen en waarden en mensen die daar buiten vallen, en nog veel meer. Het gaat over vergeten en herinneren, manieren hoe je kunt leven en overleven, de aard van een grote stad zoals Delhi, enz….

Roy is daarbij een auteur die iets laat gebeuren op (bij wijze van spreken) pagina 50, en dat terug laat komen op pagina 350, met andere personages en in een geheel andere situatie. Ik vind dat prachtig. Voor mij is dat een teken dat de auteur precies weet wat ze doet en dat ze de lezer vertrouwt. Ze gaat er vanuit dat je onthoudt wat je leest, zodat je honderden pagina’s later de waarde en de betekenis van eenzelfde gebeurtenis begrijpt, ook als de personages in het verhaal dat op dat moment niet begrijpen. Daarnaast heeft deze aanpak een functie. Bij alle versplintering vorm je als lezer zelf de verbinding tussen schijnbaar losstaande voorvallen.

Een tweede wapen in de strijd tegen versplintering is taal, inclusief gedichten, songteksten en religieuze mantra’s. Die poëzie helpt om tegenstellingen en ongelijkheden samen te laten gaan, zonder dat ze elkaar uitvlakken. Zo ontstaat er op een gegeven moment een conflict tussen Anjum en een mannelijke autoriteitspersoon. Voordat de situatie uit de hand kan lopen grijpt een andere Hijra in. Met een dans en een passende liedtekst weet ze tegelijkertijd een oorlogsverklaring én een vredesaanbod af te geven, een grens te stellen én een oplossing te bieden.

Diezelfde rijkdom en gelaagdheid komen inhoudelijk terug in de politieke thema’s die door het boek heen lopen. Roy is zich scherp bewust van de aard van conflicten, van de manieren waarop mensen proberen te overleven. Niemand is zwart-wit de slechterik, (ook al heeft de auteur terecht weinig op met sadistische moordenaars die in oorlogssituaties een vrijbrief zien om gevangenen te martelen), en niemand is zwart-wit het slachtoffer.

Zelfs de kleinste slachtoffertjes schitteren heel even. Zo voeren soldaten een gevangene af in een boot. Onderweg, midden op een meer, treft een van hen in de borstzak van het hemd van de gevangene een kitten aan. De soldaat pleurt het katje zonder pardon overboord en ze verdwijnt onherroepelijk in de diepte. Maar voordat ze kopje onder gaat, zeilt ze een ogenblik door de lucht, nagels uit, snijtandjes ontbloot, luid miauwend, klaar om het hele Indiase leger in haar eentje te lijf te gaan. Het is dat moment van strijdbaarheid waar Roy de nadruk op legt – dat ene moment van al dan niet gedoemde glorie, van léven. Je ziet het, of je ziet het niet. Je onthoudt het, of je onthoudt het niet. Maar het is er.

VERDER LEZEN: NRC Handelsblad interviewde Roy over haar nieuwe roman, evenals dagblad Trouw. Gender en de positie van vrouwen staan centraal in dit interview met Roy van Outlook India. Aan de Huffington Post vertelde Roy dat ze zichzelf als een feministe identificeert. Ze vindt het dan ook behoorlijk jammer dat bekende Indiase Bollywoodactrices hun platform gebruiken om zich te distantieren van deze beweging – India heeft meer feminisme nodig, niet minder, zoals ze ook schreef in haar bijdrage aan de bundel Beyond Burkas and Botox.

Toegift – lees het boek en je weet waarom:

Choucair, de vrouw die op haar 97ste door brak in de kunst

Vrouw, Libanese, abstracte kunstenares  – Saloua Raouda Choucair moest aardig wat hindernissen overwinnen om door te breken in de ”officiële” Westerse kunstwereld. Maar het lukte. Ze kreeg haar allereerste individuele, grote overzichtsexpositie in het Tate museum voor moderne kunst in Londen, toen ze al dik in de negentig was. Toen ze begin 2017 overleed had ze inmiddels genoeg bekendheid gekregen om een necrologie in landelijke dagbladen los te peuteren.

Zoals wel vaker het geval is, denken mensen bij ‘grote abstracte kunstenaars’ vaak aan mannen. Zo praten mensen elkaar na dat Kandinsky de eerste abstracte schilder zou zijn. Maar nee. Ten eerste grossieren talloze oude culturen in abstractie. Maar als je je per se tot de Westerse culturele canon wil beperken, waren vrouwen het eerst. De eerste kunstenaar die bewust abstract schilderde was een Zweedse, Hilma af Kint. Ze maakte haar eerste abstracte werk in 1906, vijf jaar eerder dan Kandinsky, die pas in 1911 met zijn eerste abstracte werk op de proppen kwam.

Vrouwen hadden moeite om door te breken als kunstenares, onder andere vanwege institutionele barrières. Ze konden zich bijvoorbeeld eeuwenlang niet inschrijven bij academies of naakten schilderen aan de hand van een levend model – dat zou onfatsoenlijk zijn. Zweden liep voorop in het slechten van dat soort hindernissen. Zodoende kon Af Kimt zich in 1882 al inschrijven bij de Royal Academy of Fine Arts in Stockholm. Haar seksegenoten in Frankrijk, Duitsland en Nederland moesten langer wachten. De formele opleiding die Af Kimt kon volgen, gaf haar de kennis, kunde en status om zich te vestigen als kunstenares en haar eigen stijl te ontwikkelen. Eentje die van figuratief steeds meer de kant van abstractie op ging.

Choucair viel niet alleen buiten de officiële Westerse canon die talenten zoals Af Kimt opleverde, maar had ook haar afkomst tegen. Libanon gold niet als een centrum voor kunst en de decennia durende oorlogen gooiden ook regelmatig roet in het eten. Dat het haar toch lukte om zich te ontwikkelen tot een belangrijke kunstenares, kwam onder andere door haar ouders. Die vonden dat meisjes net zo goed een gedegen opleiding moesten krijgen als jongens, en investeerden in hun dochter. Choucair studeerde aan universiteiten en vertrok in 1948 naar Parijs en de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts.

Het was in die tijd dat ze twee artistieke ontwikkelingen met elkaar combineerde. Ze groeide uit tot een abstracte kunstenares, en koppelde dat aan haar Arabische achtergrond. In 1951 publiceerde ze een manifest over de manier waarop Arabische mensen omgaan met visuele kunsten, los van allerlei oriëntaalse theorieën met vaak een racistische achtergrond. Dit vormde de basis voor haar kunst, waarbij ze abstract geometrisch werk maakte met duidelijke invloeden van traditionele Arabische motieven en technieken. Ze botste daarmee met verwachtingen van anderen, signaleert dagblad The Guardian:

Her Paris show had been visited by the Lebanese ambassador to France. “Your work is curious, Miss Raouda,” he had purred. “Have you not got any Lebanese paintings for us?” By this he meant paintings that looked as a European might imagine Lebanese art should. Most Lebanese people felt the same way. Undeterred, Choucair went on making work that was both modern and Arabic, her particular interest lying in interlocking forms.

Terug in eigen land werkte ze decennia lang in een flatje in Beirut. Vaak onder zeer gevaarlijke omstandigheden. De stad verkeerde vanaf 1975 in staat van oorlog. Eén van de schilderijen die bezoekers van het Tate een paar jaar geleden konden zien, was geraakt door glasscherven van een explosie. Galerieën waar ze haar werk had kunnen exposeren, sloten door het geweld. Ook verkocht ze geen enkel werk.

Ze ging echter door, anoniem, alleen, zonder mogelijkheden haar werken aan een breder publiek te tonen. Choucair begon naast schilderen ook te beeldhouwen. Een deel van die sculpturen kon ze zelf uitvoeren, maar van andere, grotere ontwerpen kon ze alleen een prototype maken. Dat betrof sculpturen voor buiten op straat, maar de oorlog zorgde ervoor dat niemand een biet gaf om kunst in de openbare ruimte. Het bleef dus bij voorstudies.

Pas op zeer late leeftijd ontdekten curatoren het bestaan van Choucair en haalden ze haar kunst naar ‘het Westen’. Op 97-jarige leeftijd kreeg ze een podium van het Tate, zodat Europeanen kennis konden maken met haar werk. Het betekende haar doorbraak in de Westerse kunst-canon. Drie jaar later overleed ze.

VERDER LEZEN: dit mooie artikel over vijf vrouwelijke kunstenaressen (sorry, eigenlijk vier en een groep, de textielkunstenaressen die het tapijt van Bayeaux vervaardigden) die een plekje in de kunstgeschiedenis verdienen. Dit artikel over Arab Women Artists Now, oftewel AWAN, een kunstfestival met Libanese vrouwelijke artiesten. Magazine Aquila zette vijf kunstenaressen op een rijtje, wiens werk zeer in de smaak viel bij de redactie. Kunstenaressen timmeren ook aan de weg in Saudie Arabië. En vanuit Amman reist er sinds juli 2017 tot eind 2018 reist een expositie rond, met werken van 31 kunstenaressen, waaronder Ahaad Al-Amoudi, Sheikha Lulwa Al-Khalifa en Shereen Audi. Na Engeland is tot eind 2018 Noord-Amerika aan de beurt.

Mannen seksualiseren Wonder Woman

De film Justice Legue draait in de bioscopen en zowel fans als recensenten valt iets op: vergeleken met Wonder Woman, geregisseerd door Patty Jenkins, is de Wonder Woman van Justice Legue hopeloos geseksualiseerd. De male gaze uit zich onder andere in sexy leren bikinipakjes voor de Amazones, en een cameravoering die wellustig om Gal Gadot’s lijf heen cirkelt. Twee stappen vooruit, drie stappen terug, zo vat criticus Bart de Put het samen in Het Parool.

Wat betreft de kleding van de Amazones: regisseuse Patty Jenkins gaf haar collega Lindy Hemming een duidelijke leidraad toen ze Wonder Woman regisseerde. De vrouwen moesten kunnen bewegen, kunnen vechten, en enigszins beschermd blijven tijdens dat gevecht. Hemming deed onderzoek naar kleding uit oude beschavingen, waarvan bekend is dat vrouwen op het slagveld vochten. Ze keek naar moderne sportkleding en liet zich inspireren door superheldenkostuums uit andere series, zoals Batman. Het eindresultaat moest praktisch, krachtig en mooi zijn:

“Patty and all of us were trying to tread a line where you didn’t over-sexualize people, but you still were proud of their bodies and proud of how fit they were,” Hemming says.

Nee, dan Zack Snyder. Deze regisseur besloot het roer om te gooien en zijn vervanger Joss Whedon deed niets om bij te sturen. Snyder weigerde de door Hemming ontworpen kostuums over te nemen. Hij koos voor nieuwe outfits. In plaats van praktische gevechtskleding zadelde hij de Amazones van Justice Legue op met leren bikini’s, met totaal onbeschermde polsen en buiken.

Talloze mensen wendden zich tot internet en sociale media om hun woede te uiten over de seksualisering van de Amazones. Deze keuze van een mannelijke regisseur en een mannelijke kostuumontwerper maakt duidelijk dat we meer vrouwelijke regisseurs nodig hebben, kopte magazine Bustle bijvoorbeeld.

Het blijft echter niet bij de leren bikini’s van de Amazones. Het valt recensenten op dat Snyder en Whedon in hun cameravoering een sekspop van Wonder Woman maken:

Almost every time Gadot appears on screen in Justice League, she’s introduced butt or chest first, and often filmed at low angles from behind. The camera doesn’t love her; it leers at her, and it invites the audience to do the same. […] Snyder presents a version of Diana that is rooted in unrealistic standards. It is the embodiment of an archaic masculine perspective that sees the full form of a woman not as the summation of her experiences and thoughts, but as a suggestion.

Die behandeling van vrouwen, met een camera die geil inzoomt op borsten en billen, zou je kort samen kunnen vatten als ‘the male gaze’. De mannelijke blik. Een blik die vanuit een heteroseksueel mannelijk perspectief verlekkerd naar het sexy vrouwtje kijkt, maakt verder niet uit wat ze zelf denkt, doet of wil. Lees vooral Laura Mulvey’s  klassieke essay over de mannelijke blik voor alle details. Het is een manier van kijken die homoseksuele mannen en alle vrouwen buiten sluit en die de getoonde vrouw op het witte doek reduceert tot een seksobject en een gebruiksartikel.

Behalve de geile cameravoering doet Snyder nog iets anders met Wonder Woman. Hij reduceert haar tot een zorgende moeder:

Beyond the physical objectification, Snyder reduces Diana to a motherly figure. She becomes the indulgence of the outmoded desire for a woman to be both madonna and whore. A typical scene might begin with the camera leering at her rear and end with her proudly beaming at Cyborg for being such a good robot boy; a sequence that starts by lingering on her breastplate concludes with her tsk-tsking her super-pals for behaving like a bunch of children.

In dit seksistische scenario zijn jongens jongens die kunnen doen wat ze willen, en wordt Wonder Woman de poortwachter en degene die altijd de wijste moet zijn, want van de kinderachtige mannen in haar omgeving moeten we het niet hebben. Wat is er gebeurt met de strijdende godin die een min of meer volwaardige samenwerking aan ging met een piloot en diens vrienden? Wat is er gebeurt met Diana, die tegen Engelse kledingconventies aanschopte en dorpen van de ondergang redde?

Kortom, sla Justice Legue gerust over. Jenkins heeft een contract ondertekent om Wonder Woman 2 te regisseren, en als dat vervolg uit komt kunnen we weer met een gerust hart van Wonder Woman genieten.

Vrouwen worden zichtbaar als je goed kijkt

Women Inc lanceerde onlangs de campagne ‘Beperkt Zicht’. Kern van het verhaal: als je uitgaat van stereotiepe beelden over mannen en vrouwen, sla je vaak de plank mis. Je ziet niet wat er is. Voorbeelden te over. Zo classificeerden archeologen een Vikinggraf bij de Zweedse plaats Birka als de laatste rustplaats van een mannelijke krijger, gezien de zwaarden, paarden en andere ”mannelijke” grafgiften. Onderzoek wijst nu echter uit dat die stoere Vikingman een stoere Vikingvrouw is.

Het graf bij Birka was al bekend sinds 1880. De mensen die destijds betrokken waren bij de vondst, concludeerden dat de aanwezigheid van een zwaard duidde op een man. Niet zomaar een man, maar een groot militair leider. Het graf bevatte namelijk ook andere rijke giften, en de skeletten van twee paarden.

De botten van het lichaam verdwenen in een archief en niemand keek er meer naar. Totdat moderne wetenschappers de ontdekking opnieuw onderzochten en iets vreemds opmerkten aan de botten. Ze waren iets te verfijnd en te dun om toe te behoren aan een man. Na verder onderzoek bleek de belangrijke militaire leider inderdaad het vrouwelijke geslacht te hebben.

Deze her-identificatie past in een breder patroon. Er lopen al langer onderzoeken naar de resten van lichamen in Vikinggraven. In 2014 werd bijvoorbeeld bekend dat het bij graven, waarvan wetenschappers eerst zeiden ‘allemaal mannen’, in de helft van de gevallen ging om een vrouw. Ook in deze gevallen zorgden grafgiften voor verkeerde identificaties. Zwaard = man, luidde de regel. Alleen begroeven de Vikingen vrouwen ook met hun zwaarden.

Zelfs als echter duidelijk is of het graf een vrouw of een man bevat, kan het mis gaan. Zo vonden archeologen twee graven met een identieke opzet. De ene, in Gokstad (Noorwegen) bestond uit een schip met daarin allerlei grafgiften en het lichaam van een man. Dat moest een Vikingleider van ongekende statuur zijn, nam men aan. Twintig jaar later vonden mensen in Osburg een ander scheepsgraf, met daarin de lichamen van twee vrouwen. Nu spraken wetenschappers echter niet van een groot leider. Nee, het zou gaan om een koningin die haar status dankte aan haar huwelijk, en die waarschijnlijk met een slavin begraven was.

Oeps, wetenschap, your bias is showing….

Mooi dat wetenschappers vaker terug naar de tekentafel gaan. Botten opnieuw onderzoeken, feiten achterhalen, en minder snel een aanname doen. Want die schoten uit de heup raken meestal kant noch wal.

Person of Interest neemt seksueel geweld tegen vrouwen serieus

Televisieserie Person of Interest (POI), bedacht door Jonathan Nolan en geproduceerd door SF grootheid J.J. Abrams,  sloot een tijdje geleden af op Net 5. Nu de finale van het laatste seizoen erop zit, wordt het tijd voor een terugblik – bezien door een genderlens, natuurlijk. Wat dan onder andere opvalt is dat de serie seksueel geweld tegen vrouwen bijzonder serieus neemt. In een cultuur waarin we dit meestal doodzwijgenweghonen of het slachtoffer de schuld geven, vind ik dat zeer verfrissend.

Marta Fernández-Morales van de University of the Balearic Islands, en María Isabel Menéndez-Menéndez, van de universiteit van Burgos (Spanje), onderzochten de manier waarop POI geweld tegen vrouwen terug liet komen in het eerste seizoen. Wat hen opviel is dat de makers geweld tegen vrouwen dezelfde relevantie toekennen als ”officiële” terroristische daden.

Om hun stelling te verhelderen kort iets over de opzet van de serie. POI speelt zich af na de aanslag op de Twin Towers van New York. De overheid van de V.S. is erop gebrand om herhaling te voorkomen en geeft opdracht om een systeem te ontwikkelen dat aanslagen kan voorspellen. Harold Finch, gespeeld door acteur Michael Emerson, krijgt dat voor elkaar. Hij ontwikkelt The Machine, een kunstmatige intelligentie (A.I.). Dankzij The Machine krijgt de overheid een ‘relevant’ sofinummer van een potentiële terrorist, en kan mensen oppakken nog voordat ze daadwerkelijk bommen laten ontploffen.

De machine ziet echter álle misdaden waarbij sprake is van voorbedachte rade. Finch ontvangt zodoende ook zogenaamde ‘irrelevante’ nummers, van mensen die slachtoffer of dader worden van gewone misdrijven.  In eerste instantie wil Finch daar niks mee. Hij stopt zelfs een goede vriend die wél met de irrelevante nummers aan de slag wil. Uiteindelijk drukken de slachtoffers te zwaar op zijn gemoed. Hij besluit op eigen houtje een operatie op te zetten om deze gewone burgers te helpen. Voor het zwaardere werk contracteert hij John Reese (acteur Jim Caviezel), een aan lager wal geraakte ex-CIA-er.

Al snel blijkt dat beide mannen iets hebben met geweld tegen vrouwen. Finch werd bijvoorbeeld achtervolgd door irrelevante nummers die bij herhaling terugkwamen en dan stopten. Opeens viel het kwartje bij hem: deze nummers behoorden bijna altijd toe aan een vrouw. Die vrouwen leefden samen met de dader, de man die hen uiteindelijk zou vermoorden. Het waren slachtoffers van huiselijk geweld. Op zijn beurt blijkt Reese achtervolgd te worden door herinneringen aan zijn ex. Hij verliet haar voor zijn werk, waarna zij met een andere man trouwde. Deze man mishandelde haar en beroofde haar uiteindelijk van het leven. Sindsdien functioneren mannen die vrouwen belagen als zijn Berserk Button .

Beide mannen nemen huiselijk geweld en breder, seksueel geweld tegen vrouwen, zeer serieus. Ze beschouwen het stoppen van mannen die agressief zijn jegens vrouwen als een topprioriteit, even relevant als politieke terreur. Fernández-Morales en Menéndez-Menéndez hierover:

Within a show that portrays the post-9/11 mood of inevitability, seemingly defending the idea that the common good should always comes first and that political terrorism against the U.S. must be the number one priority, the hyper-masculine maverick John Reese thinks otherwise. In a world where gender violence is dismissed as “irrelevant” by the government and its intelligence agencies, he becomes a vigilante that exposes their priorities as unfair for the regular citizen and vindicates abuse against women as yet another form of terror. […] we argue that Nolan transplants ideas related to the War on Terror onto everyday threats including gender terrorism.

Vaak zijn het Finch en Reese die een dame in nood redden uit handen van een agressieve man. Zo pakt Reese een US Marshal aan die zijn beroep misbruikt om zijn ex op te sporen, nadat ze wegens huiselijk geweld probeerde te vluchten. In een andere aflevering draait alles om een stalker. Stalking is een moeilijk te bewijzen misdrijf, waarbij de politie niet of pas veel te laat in actie komt. De aflevering maakt voelbaar hoe stalkers het leven van een vrouw tot een hel maken. Daarna maakt POI op zijn beurt korte metten met de dader: Reese gooit de stalker een raam uit, BAM! Afgelopen met die terreur.

Regelmatig toont de serie echter ook vrouwen die het heft in eigen handen nemen. Een aflevering draait bijvoorbeeld om een arts, dokter Tillman. Ze is op zoek naar de verkrachter van haar zusje. Tevens de indirecte moordenaar, want na de verkrachting belandde haar zusje in een uitzichtloze depressie en pleegde zelfmoord. Als ze de man vindt, bedenkt ze een minutieus plan om hem te vermoorden. Reese grijpt in op het moment dat ze de dader al heeft ontvoerd en op weg is naar een geïsoleerde plek, om de moord te plegen en het lijk te laten verdwijnen.

Een ander voorbeeld is het personage Root. Deze hacker moest als meisje toezien hoe een jeugdvriendinnetje ’s avonds in de auto stapte van een dorpsgenoot. Deze man misbruikte het meisje en liet daarna haar lichaam verdwijnen. Root slaagt er later in een drugskartel op te zetten tegen de dader, zodat de mafiosi hem doodschieten.

Tot slot detective Carter (actrice Taraji P. Henson). Ze begon als vijand van hoofdpersonen Finch en Reese, maar kiest uiteindelijk hun kant en ontwikkelt zich tot een mede-hoofdpersoon. In seizoen drie blijkt dat zij ook zo haar ervaringen heeft met mannen die vrouwen belagen. Haar ex is een militair met een posttraumatische stressstoornis en losse handjes. Dat verklaart waarom ze in aflevering negen van seizoen 1 zo fel wordt als het gaat om huiselijk geweld. Ze praat in op een slachtoffer om aangifte te doen, confronteert de agressieve echtgenoot in een kroeg, en geeft de vrouw haar directe nummer om te bellen als ze in gevaar komt. Als de vrouw inderdaad belt, laat Carter letterlijk alles uit haar handen vallen om haar te redden.

Kortom, zoals de beide onderzoeksters constateren: ook al zijn het vaak de mannen (met name Reese) die de vrouwen redden, de vrouwen weten zelf wel degelijk ook van wanten:

we approach agency in the show, which fluctuates between the convention of presenting the male action (super)hero – Reese – as the savior of the damsel in distress, and portraying women as agents who can protect themselves and their peers. Although the former is more frequent, we conclude, the weight given to gender violence as a narrative and characterization device makes Person of Interest different from other post-9/11 shows; the clearest one so far in the vindication of this problem that affects millions of women as “relevant” within a media discourse dominated by the allegedly more important, macro-level fears of our time.

Toegift: Fernández-Morales en Menéndez-Menéndez benoemen dit niet in hun studie, maar uit onderzoek blijkt dat veel daders van politieke terreur begonnen met terreur tegen vrouwen, voordat ze door-evolueerden naar het plegen van aanslagen in de publieke ruimte. Nog een reden om geweld tegen vrouwen niet af te doen als een irrelevante privé aangelegenheid, maar dit geweld de status te geven van een zaak van nationale veiligheid.