Category Archives: Boeken

Baudet valt zelfstandige vrouwen aan en dat is volstrekt voorspelbaar

Heerlijk, het boek Down Girl van Kate Manne. In dit werk analyseert de filosofe het verwrongen normen- en waardenstelsel van patriarchale samenlevingen. Na het lezen van haar werk kun je door alle ruis heenprikken, als een man weer eens van leer trekt tegen vrouwen die hun plek niet kennen. Zoals Thierry Baudet met zijn artikel in het conservatieve American Affairs Journal, heel toevallig net gepubliceerd voor zijn debat met Rutte en de Europese verkiezingen. Zijn standpunten in dat stuk zijn helemaal niet verwarrend, zoals de Telegraaf beweert. Integendeel, ze bestaan uit volstrekt voorspelbare aanvallen op vrouwen die niet willen geven, met als verergerende factor overtredingen uit categorie 3.

Thierry Baudet maakt al langer duidelijk dat hij vrouwen niet hoog acht. Zo kwam hij in 2017 nog uitgebreid in het nieuws met zijn meningen, waarin duidelijk wordt hoe hij ons ziet:

‘De realiteit is dat vrouwen niet alleen maar met omzichtig “respect” behandeld willen worden door hun sexpartner; dat ze helemaal niet willen dat je hun ‘nee’, hun weerstand respecteert: de realiteit is dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden.’

Dat heet verkrachting en dat is een misdrijf, Baudet.

Later volgde opnieuw ophef toen Baudet seksistische uitspraken deed over vrouwen, die meer geïnteresseerd zouden zijn in vrouwendingetjes:

‘Ik weet wel dat vrouwen over het algemeen minder excelleren in een heleboel beroepen en minder ambitie hebben. Vaak ook meer interesse hebben in gewoon meer familieachtige dingen enzo.’

En nu dan zijn stuk in het American Affairs Journal. De redactie geeft hem ruimte voor een bespreking van de meest recente roman van Michel Houellebecq, en Baudet neemt in het stuk de ruimte om voor eigen rekening door te mijmeren over de diepere betekenis die deze roman zou hebben. Met dat als excuus propageert hij vervolgens zijn eigen ideeën hoe het zou moeten met ‘de beschaving’, de ‘mensheid’, en de plek van mannen en vrouwen in die beschaving. Daarbij richt hij zijn pijlen vooral op het feminisme en vrouwen die daardoor op een verkeerd spoor zijn beland.

Met zijn betoog valt Baudet vrouwen aan op een manier die Kate Manne beschrijft in haar analyse van misogynie. In een patriarchale samenleving zoals we die hebben, ja, ook in Nederland, verwachten mensen dat vrouwen geven, stelt Manne. Mensen, in het bijzonder mannen, hebben recht op als vrouwelijk gecodeerde diensten en voorzieningen, zoals een schoon huis, aandacht, kinderen, steun zoals onbetaalde emotionele zorg, alles zodat hij zich lekker in zijn vel blijft voelen. Dat laatste is belangrijk want mannen mogen zich niet kwetsbaar tonen. Hun eigen vrouw moet opdraaien voor zijn emotionele arbeid, signaleert filosofe Briana Toole in een bespreking van Kate Manne’s model:

men are motivated to enforce the patriarchal social order because the norms that govern male behavior are so repressive that they cannot get “feminine-coded goods” except from women. This in turn motivates them to engage in misogynistic behavior, so as to ensure they can access these goods.

Vrouwen moeten dus geven en mannen hebben er baat bij dat zij de gewenste diensten en zorg van vrouwen blijven ontvangen. Op hun beurt mogen vrouwen in dit wereldbeeld geen aanspraak maken op als mannelijk gecodeerde verworvenheden, signaleert Manne. Mannen zijn degenen die recht hebben op een publiekelijk podium, status, geld, bijvoorbeeld in de vorm van een betaalde baan, zeggenschap over lijf en leven.

Torn je aan dit verwrongen normen- en waardenstelsel, dan breekt de hel los op manieren die Kate Manne nauwkeurig in kaart bracht en die in dit voorval rond Baudet de voorspellende waarde van haar model bewijzen. Vrouwen die deze als vrouwelijk gecodeerde diensten en voorzieningen niet willen geven, of alleen op hun eigen voorwaarden, overtreden het basisprincipe van geven. Ze krijgen vervolgens aanvallen te verduren van het type kil, onvrouwelijk, gemeen. Vrouwen die willen claimen wat van mannen is (in dit patriarchale stelsel van normen en waarden) zijn nog erger. Zij overtreden categorie 3 en verworden tot monsters, robotachtige, onechte wezens, enge bitches die goedschiks of kwaadschiks terug hun hok in moeten, anders volgt de Apocalypse.

Baudet beschrijft die totale ondergang van alles bijzonder beeldend, en verpakt zijn mening zelfs nog in het weeïge cadeaupapiertje van ‘domme gansjes, het is ook in jullie eigen belang dat we terugkeren naar de oude situatie’. Lees en huiver:

Today women, from an early age, are encouraged to pursue a career and be financially independent. They are expected to reject the traditional role of supporting a husband and strive instead for an “equal” relationship in which “gender roles” are interchangeable. But how has this really been working out for them? What hap­pens when they hit thirty? If they continue to work full hours, building a family becomes extremely difficult, if not impossible. This is why women in the Western world increasingly tend to have fewer children—if they even have them at all. Work and children then often limit the time available for the maintenance of a committed relationship, and rare are the lovers that both work full hours, rear children, and invest sufficiently in each other for the marriage to remain healthy over time. An inevitable result of all this is the demographic decline of Europe. Another outcome is constant con­flict, constant competition—and in the end, fighting, divorce, and social isolation—and a new generation of boys and girls growing up in such disfigured settings.

Om die ellende te stoppen moeten we volgens Baudet terugkeren naar aloude tradities. Concreet: dat vrouwen stoppen met carrières nastreven (= op een nare manier de concurrentie aangaan met de mannen voor wie betaalde banen eigenlijk bedoeld zijn). Vrouwen moeten weer dienen en zorgen. En, zoals hij elders in het stuk en eerder in publieke fora al liet merken, verplicht kinderen baren.

Mannen hangen er in deze voorstelling van zaken maar wat bij. De schijnwerpers zijn niet op hen gericht. Ze kunnen in deze opvatting buiten schot blijven en ongestoord doorgaan met wat ze altijd al deden of niet deden. Mannen zijn onproblematisch, doorgeschoten individualisme en feminisme zijn niet hun probleem, mannen hebben weinig te maken met het onderhouden van sociale relaties en het bieden van warmte en het opvoeden van kinderen, zij hebben geen schuld aan de ondergang van de westerse beschaving. Ja ja.

Het is volstrekt voorspelbaar dat Baudet een eigen inkomen van vrouwen en baas in eigen buik reserveert voor zijn felste kritiek. Beide, eigen geld en zeggenschap over je eigen lijf, zijn enkele van de fundamentele voorwaarden om te kunnen bepalen of je wil geven, en zo ja waarom, aan wie, hoe. Erger, je kunt weigeren het ondersteunen van mannen als je levenstaak te zien en (deels) ontsnappen aan sociale druk om terug je hok in te sluipen. Geen wonder dat het hebben van carrières en ongewenste zwangerschappen kunnen afbreken, Baudet zo zenuwachtig maken. Hij dreigt zijn grip op de vrouwtjes te verliezen en dat is heel, heel eng.

Iedereen, lees snel het boek Down Girl van Kate Manne. Besef waar dit vandaan komt en leer de boodschap verstaan, ook als het komt met de schaamlap van een literaire recensie en onder het mom van doormijmeren over het werk van een Franse auteur.

Verder lezen? De lente-nieuwsbrief van de American Philosophical Association is grotendeels gewijd aan besprekingen van, recensies over en uitbreidingen op Down Girl van Kate Manne. Manne reageert op de stukken en dat leidt tot allerlei mooie discussies die meer inzicht geven. Heel interessant en van harte aanbevolen.

De voorspellende waarde van Kate Manne’s model

Kate Manne schreef een boek over vrouwenhaat, Down Girl, en formuleerde daarin een model. Ze doet dat volgens de strikte discipline van de filosofie, met heldere afbakeningen, duidelijkheid over wat een term precies inhoudt, en logische stappen die je zelf kunt volgen. Op die manier ontwikkelt ze een model met een voorspellende waarde. Als randvoorwaarden A, B en C aanwezig zijn, volgt automatisch uitkomst D. Dat betekent dat je redelijk goed kunt voorspellen welke vrouwen in welke situaties in de problemen komen, omdat wij als samenleving op een bepaalde manier denken over en reageren op vrouwen.

Het belangrijkste inzicht van Down Girl is dat het bij misogynie niet zomaar gaat om openlijke haat. Samenlevingen zien vrouwen in principe als mensen maar, meer specifiek, als menselijke gevers. Pas als vrouwen niet geven, doemt agressie op. Andere feministen en wetenschappers zoals Claudia Card, gingen haar voor. Card omschreef misogynie bijvoorbeeld al eerder als

“the term feminists apply to the most deeply hostile environments of and attitudes toward women and girls and to the cruelest wrongs to them/us, regardless of whether perpetrators harbor feelings of hatred… evils perpetrated with aggressive (often armed) use of force and violence against women.”

Maar Manne brengt het geheel samen en voorziet het van een rijke context, met normen en regels. Zoals het onderscheid met seksisme. In de woorden van Kate Manne praat seksisme het geverschap van vrouwen goed met een beroep op de ratio. Godsdienst, de wetenschap en Mars en Venus theorieën ‘bewijzen’ dat vrouwen van nature of vanuit een door een godheid opgelegde wet automatisch en vanzelfsprekend geschikt zijn voor die rol, en die rol dus ook moeten vervullen. Misogynie is wat er gebeurt als seksisme faalt. Seksisme is het theorieboek met de regels, misogynie de heksenjacht en de brandstapel, zoals Manne dat beeldend uitlegt.

In een patriarchaal wereldbeeld ontstaat zodoende, gesteund door seksisme en gehandhaafd door misogynie, een specifiek patroon van geven en nemen:

  • Zij moet vrouwelijk gecodeerde goederen en diensten geven, zoals: aandacht, bewondering, sympathie, genegenheid, seks, kinderen, huishoudelijke arbeid, emotionele arbeid, en diversen, zoals het bieden van een veilige haven aan mannen, troost, comfort, voeding (zowel letterlijk als spiritueel, geestelijke voeding, inspiratie, oppeppers)
  • Hij heeft het recht om als mannelijk gecodeerde goederen en diensten op te eisen, zoals macht, prestige, publieke erkenning, respect, geld, weelde, hiërarchische status, opwaartse mobiliteit (de glazen lift, zeg maar), en de status die je verkrijgt als je een vrouw aan je zijde hebt die je helpt, steunt, die van je houdt en dat ook openlijk toont. Mannen hebben ook recht op hempathie. Als mannen in de problemen komen, verdienen ze het voordeel van de twijfel, plus steun en troost in hun moeilijke situatie.

Dit gendergerelateerde geven en nemen leidt tot een aantal nader uitgewerkte plichten voor vrouwen. In het model van Kate Manne zijn vrouwen verplicht om te geven aan iemand, bij voorkeur een specifieke man die sociaal gezien haar gelijke of haar superieur is. Deze mannelijke ontvanger stelt onbewust hoge eisen aan dat geven. Het moet welgemeend zijn, uit liefde. Is het niet uit liefde, dan wordt het geven al snel dubieus. De vrouwelijke gever moet bovendien eerlijk en oprecht zijn. Een man kan bijvoorbeeld geen veilige haven ervaren, als de vrouwelijke aanbieder van die veilige haven innerlijk al is afgehaakt en nadenkt over het aanvragen van een scheiding.

Om de kans te vergroten dat vrouwen zich schikken in hun geverschap aan hem, zullen mannen vaak een bepaalde mate van macht over hun vrouwelijke gever willen hebben. Het is bijvoorbeeld fijn als hij meer verdient dan zij, want dan is de drempel hoger voor de vrouw om weg te gaan. Alles wat haar ruimte geeft om nee te kunnen zeggen, is bovendien verdacht. Een eigen inkomen, bezit, reproductieve rechten, allemaal heeeeeel eng, gezien door de ogen van een man die gebruik wil blijven maken van haar diensten. Zoals Mineke Schipper een Nederlands gezegde citeert: ”Een vrouw is het beste meubelstuk in huis: je kunt haar in alle kamers gebruiken’’. En dat wil je als man graag zo houden.

Manne doet op basis van dit uitgangspunt een aantal voorspellingen, die je daarna aan de hand van allerlei gebeurtenissen, voorbeelden en incidenten kunt toetsen. De belangrijkste luiden als volgt:

  1. Als hij zonder pardon pakt wat zij eigenlijk ‘vrijwillig’ zou geven, hebben we als samenleving de neiging zijn gedrag te vergoelijken. Hij had het zwaar, hij bedoelde het niet zo, hem straffen zou hem buitenproportioneel schaden. Laten we vergeven en vergeten. Boys will be boys. Zij moet niet zo zeuren (en blijven geven).
  2. Als zij vraagt om als vrouwelijk gecodeerde diensten en goederen, kent ze haar plaats niet. Als zij zorg, troost, maatschappelijke erkenning of een veilige haven wil, zit ze per definitie fout – dat zijn dingen die zíj aan mannen moet geven, niet iets waar ze zelf om kan vragen.
  3. Als ze iets vraagt of opeist wat alleen aan hem is om te nemen, zit ze per definitie fout. Het is niet aan haar om dat te doen. Ze kent haar plek niet. Ze kaapt of steelt iets wat aan mannen toebehoort. Ze is corrupt, egoïstisch, onecht, een kille robot op een plek waar ze niet thuishoort, ze pikt de plek in van iemand anders (een man), schande!

Met die normen en de uitwerking daarvan in het achterhoofd, kun je allerlei uitkomsten voorspellen. In verkrachtingszaken – regel 1, hij “pakt” de seks die zij zou moeten geven- heeft de patriarchale cultuur er baat bij om de man te stutten en te steunen, zodat hij niet valt of in ieder geval niet te diep valt. Dat betekent dat de vrouw in kwestie geconfronteerd wordt met een gat in overtuigingskracht. Zij zal wel liegen, zij claimt onterecht de status van slachtoffer, ze heeft oneerlijke motieven, ze is onbetrouwbaar. Als het gaat om zijn woord tegen het hare, wint hij meestal, tenzij het bewijs overweldigend duidelijk is.

Gaat het om seksuele intimidatie, dan zijn er gemiddeld vier a vijf aanklachten van vrouwen nodig, voordat het gedrag van een man überhaupt bespreekbaar wordt. Dat hangt samen met situatie 2: Hij heeft recht op zorg en veiligheid, of erkenning voor zijn status, zij niet. Als vrouwen om zorg en veiligheid vragen, gebeurt er meestal niks. Veel vrouwen krijgen nooit hun recht, en zoals hierboven geschetst gunnen we mannen hun tweede, derde, vierde en vijfde kansen. Er moet heel veel gebeuren, voordat een man echt in de problemen komt. Zoals filmbaas Harvey Weinstein: jarenlange geruchten, tientallen vrouwen die uiteindelijk in de openbaarheid treden, eerdere aanklachten van verkrachting die in de doofpot verdwenen, uiteindelijk een rechtszaak, en dan nog is het twijfelachtig of de zaak stand kan houden. Machtige mannen genieten allerlei vormen van bescherming.

Gaat het om roem en eer, dan snap je meteen waarom internethordes briesend ten strijde trokken nadat wetenschapster Katie Bouman niets verkeerds deed. Ze waagde het alleen om vreugde te tonen vanwege een doorbraak: de eerste foto ooit van een zwart gat. Mensen vonden het Eureka moment en haar oprechte vreugde zo leuk, dat ze een foto van een blije Bouman deelden. Vervolgens ontstond onmiddellijk een backlash: Bouman zou nauwelijks een aandeel gehad hebben in het wetenschappelijke succes, een man zou al het werk gedaan hebben, vuile feministen zaten fout toen ze Bouman ten onrechte op wilden voeren als een voorbeeld voor vrouwen in de wetenschap. Leugen na leugen na aanval na aanval.

In dit voorbeeld overtraden mensen bewust of onbewust duidelijk regel drie. In deze context: mannen zijn wetenschappers. Mannen zijn de eenzame genieën. Roem en eer zijn voorbehouden aan mannen. Bouman is in die optiek een fraudeur die terug naar de keuken moet. En zoals feministe Jil Filipovic terecht stelt: de internettrollen die Bouman belaagden, zijn alleen maar de meest expliciete, agressieve woordvoerders van standpunten die talloze mensen innemen, alleen dan implicieter,  of overtrokken met een vernislaagje beleefde minachting. Regel drie was ook de reden waarom Manne het verlies van Hillary Clinton kon voorspellen, voordat de verkiezingen van 2016 plaats vonden, en er niet raar van opkijkt dat 2019 dezelfde soort vrouwvijandige dynamieken vertoont. Je kunt het voorspellen: het presidentschap is aan mannen om te nemen. Vrouwen moeten wegblijven.

Enfin, bestudeer de regels, en lees daarna de krant/internet. Gegarandeerd dat je opeens gaat zien waarom een PVV politica die abortus wil verbieden, en in ieder geval moeilijker wil maken, nauwelijks een onvertogen woord hoort, terwijl iemand als Bouman de volle laag krijgt vanwege blijdschap om wetenschappelijk succes. En wees alert als je omgeving druk uitoefent om met de komst van je eerste kindje stappen terug te doen op het gebied van je inkomen. Hoe minder financiële ruimte je hebt, hoe groter de macht van een man om op te blijven eisen wat je later tijdens de rit misschien niet meer wil geven.

Maya Dusenbery breekt lans voor goede zorg aan vrouwen

Na het lezen van Doing Harm, van journaliste Maya Dusenbery, ben ik extra blij dat Women Inc en mensen zoals hartspecialist Angela Maas in Nederland actie voeren om vrouwen beter medisch te behandelen. Dusenbery boog zich over de behandeling die vrouwen ten deel valt in de spreekkamers van artsen. Zodra onduidelijk is of klachten een lichamelijke oorzaak hebben, zal het wel tussen de oortjes zitten. En omdat er zo weinig onderzoek plaats vind naar ‘typische vrouwenziektes’, zijn er volop leegtes waar artsen zulke vooroordelen in kunnen gieten. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Dusenbery richtte Feministing.com op, een grote feministische website in de V.S. Alles verliep op rolletjes totdat ze opeens klachten kreeg en terecht kwam in een medisch circuit, gekenmerkt door artsen die geen onderzoek deden, steeds zieker worden, andere artsen opzoeken, weer weggewuifd worden, totdat uiteindelijk de diagnose reumatische artritis volgde en artsen haar eindelijk serieus namen. Die ervaring leidde tot het doen van onderzoek, het interviewen van artsen en patiënten, en een duik in de archieven. En tot de publicatie van het lovend ontvangen boek Doing Harm.

Dusenbery bleek geen uitzondering – wat haar overkwam,  geldt als routine voor talloze vrouwen. Die vicieuze cirkel van weinig kennis en dan geen extra onderzoek doen, maar terugvallen op vijandige stereotypen over vrouwen, leidt tot veel schade. De ondertitel van het boek vat dat prima samen. Vrij vertaald: ‘hoe slechte medicijnen en luie wetenschap vrouwen ziek achter laat, met misdiagnoses en onterechte afwijzingen’. (Als een uitgeverij zorgt voor een goede Nederlandse vertaling komt een professional vast tot een betere zin.)

Dat niet serieus nemen, niet herkennen, klachten op stress of hysterie gooien, kost letterlijk levens. En een moeizaam bestaan vol ziekteverzuim, pijn en een drastische vermindering van levensgeluk. Zie voor veel meer informatie Women Inc. en campagnesite van Behandel me als een dame. Of interviews met hoogleraar cardiologie Angela Maas.

Toch biedt het boek van Dusenbery hoop, naast allerlei veelbetekenende inzichten. Wat ik er uit meeneem:

  • Dusenbery ziet het wegwuiven van vrouwen als een autoriteitskwestie:

This is a crisis of authority, Dusenbery argues. Women are regarded as unreliable narrators who can’t even be trusted to speak for themselves or to testify to their own pain. In “Doing Harm,” this cultural distrust of women — ancient and ingrained — is shown to govern quality of care at every stage of treatment. Women with abdominal pain wait in emergency rooms for 65 minutes compared with 49 minutes for men, and young women are seven times more likely to be sent home from a hospital while in the middle of a heart attack.

  • Artsen zagen onbekende vrouwenziektes in eerste instantie vaak als ‘typisch iets voor gefrustreerde, hysterische blanke middenklasse dames’ die teveel energie steken in onvrouwelijke activiteiten zoals een carrière. Maar dat is het paard achter de wagen spannen. Alleen vrouwen die de tijd, de middelen en het geld hadden om door te zetten totdat iemand serieus onderzoek deed naar hun klachten, konden uiteindelijk een goede diagnose en correcte behandeling bevechten. Dat waren inderdaad witte vrouwen uit gegoede milieus. Nader onderzoek wijst altijd uit dat de aandoening ook, of juist vaker, voorkomt bij vrouwen met een gekleurde huid en uit armere lagen van de bevolking.
  • Verschillende aandoeningen werden, voordat er feitelijke diagnoses gesteld konden worden, gezien als ziektes van hysterische vrouwen die zich niet aan wilden passen aan ‘de vrouwelijke rol’. Vrouwen moesten zich gewoon schikken in een slecht huwelijk, of een kind baren, dan zouden de klachten verdwijnen als sneeuw voor de zon. De ‘het zit tussen je oortjes’ misdiagnose kent zodoende een duistere, vrouwenhatende ondertoon: terug in je hok, vrouw.
  • Zodra vrouwen voet aan de grond kregen in de medische wereld, kwam er meer aandacht voor ziektebeelden die vaker bij vrouwen voorkomen dan bij mannen. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw gaat er eindelijk geld naar onderzoek, en komen er betere diagnoses en behandelingen.
  • Internet was een zegen. Patiënten van onbegrepen aandoeningen vonden elkaar op internet, wisselden symptomen uit zodat uit die berg een patroon naar voren kwam, verwezen elkaar naar artsen die de klachten wél serieus namen, wapenden zich met kennis en dwongen goede behandelingen af. Dusenbery erkent dat het idioot is dat je als patiënt beter geïnformeerd moet zijn over je ziekte dan de arts, maar totdat de medische wereld bij is en evenveel over vrouwenlijven weet als over mannenlijven, blijven patientenverenigingen cruciaal
  • Onder druk van patientenverenigingen nemen ook de investeringen in onderzoek toe. Vervolgens zijn het vaak vrouwelijke wetenschappers die ‘vrouwenziektes’ onder de loep nemen.
  • Zelfs als alles eindelijk goed geregeld is, blijft de situatie helaas moeizaam. Zo heette migraine een hysterisch vrouwending te zijn, totdat goed onderzoek uitwees dat het een hersenaandoening is. Het label hysterisch is er vanaf: artsen weten wat het is, kunnen de diagnose stellen, en er zijn medicijnen die helpen. Toch geldt migraine in onderzoeksland als een suf thema waar geen eer aan te behalen valt, want het is een wijvending, ontdekte Dusenbery.
  • En opnieuw zie je dat vooral vrouwen alsnog aan de slag gaan met dit soort ‘status-loze’ onderwerpen. Bij het Leids Universitair Medisch Centrum en de Erasmus Universiteit doet bijvoorbeeld een team vrouwelijke neurologen, artsen en farmacologen onderzoek naar de link tussen hormonen en migraine bij vrouwen. Vrouwen weten uit ervaring allang dat die link bestaat, maar er is geen feitelijk bewijs, en dat bewijs ontbreekt omdat er nooit officieel, volgens de regelen der kunst, onderzoek naar is gedaan. Waardoor er geen goede behandelingen komen en artsen moeten experimenteren met pillen die eigenlijk voor andere aandoeningen bedoeld zijn. Nu komt er onderzoek, en hopelijk helpt dat in de toekomst talloze migrainepatiënten om de kwaliteit van leven te verbeteren.

Enfin, kennis is macht. Leve internet – als groep optrekken voorkomt dat je als hysterisch individu weggewuifd kunt worden. Als vrouwen doordringen tot mannenbolwerken, kunnen ze op een gegeven moment de agenda mede bepalen en aandacht opeisen voor ‘vrouwendingen’. Er is hoop!

Verder lezen: behalve Doing Harm kwamen er in de V.S. bijna tegelijkertijd nog twee andere boeken uit over de crisis in goede gezondheidszorg aan vrouwen, te weten “Ask Me About My Uterus,” geschreven door by Abby Norman, en “Invisible,” van Michele Lent Hirsch.

Vaarwel, Vonda McIntyre….

Ai, wat jammer. Vonda McIntyre, SF auteur en winnares van de Hugo en Nebula Award, overleed eerder deze week op 70-jarige leeftijd. Nederlandse uitgeverijen brachten vertalingen op de markt van haar romans en verhalen Droomslang, Kamp Schroefkop en De Banneling. Daarnaast is ze bekend van StarWars verhaal De Kristallen Ster, en de romanversie van Star Trek film De Wraak van Khan. Maar ze schreef veel meer, dus wie de Engelse taal beheerst kan haar lol op en prachtige romans ontdekken. Vlak voor haar dood voltooide ze nog een laatste roman, Curve of the World.

Dat is het nadeel als je SF begint te lezen in de jaren tachtig: de grootheden die destijds indruk maakten, bereiken nu allemaal de leeftijd waarop ze langzamerhand komen te overlijden. Ik schreef eerder al over leven en werk van Joanna Russ. Sheri Tepper , Octavia Butler en Ursula LeGuin, andere auteurs wiens werk me raakte. En nu dus Vonda McIntyre.

Ik ontdekte haar in de jaren tachtig, zoals zo vaak tijdens bezoekjes aan plekken waar ze tweedehands boeken verkochten. Ik deed mijn voordeel met wat ik toevallig aantrof. En omdat ik in die tijd mijn feministische bewustzijn ontwikkelde, was ik misschien extra gevoelig voor schrijfsters die afweken van traditionele SF met witte mannen in de hoofdrol en vrouwen alleen aanwezig als klapvee, slachtoffer of liefje van. Lees bijvoorbeeld dit verslag van een journalist die de ‘klassieken’ herlas. De verhalen komen anno nu (2015) schokkend seksistisch en racistisch over. Je zou het genre bijna in de prullenbak gooien:

It was the repeated emphasis of the relative powerlessness of women, their status of objects or things to be won, that almost makes me want to write off the whole genre as a lost cause. […] There was also the utter lack of imagination when it came to putting women in danger. While male characters were faced with death (which, is a pretty good motivating force for anyone) there were so many books where to put a woman in danger was to have her raped,  threatened with rape or threatened some other sort of sexual servitude.

Daarom was en is het werk van schrijfsters zo belangrijk: ze ondermijnden of doorbraken het witte man als held- stereotype, sloegen nieuwe wegen in, dachten na over rolpatronen en gaven ons complexe heldinnen die hun eigen verhalen vertelden.

Vonda McIntyre las in haar jeugd veel science fiction en begon al op jonge leeftijd haar eigen verhalen te schrijven. In 1971 richtte ze een schrijversgroep op, Clarion West Writer’s Workshop. Het korte verhaal Of Mist, and Grass, and Sand ontstond een jaar later naar aanleiding van een schrijfopdracht van deze Clarion West schrijversgroep. Deelnemers kregen willekeurig gekozen woorden uit twee categorieën, landbouw en techniek, en moesten op basis daarvan een kort verhaal schrijven. McIntyre kreeg de woorden ‘slang’ en ‘cow/’koe’  en wist in eerste instantie niet goed wat ze met die termen aan moest:

Now, I don’t know how I ended up with what I would assume to be two pastoral words, unless for some reason Avram thought “snake” was a technological word; but that’s what I ended up with. And a friend of mine said, “Ha ha ha, why don’t you write a story with a protagonist named Snake?” And I said, “Oooh-kay.” I went back to my room and started thinking about the story, and I couldn’t figure out how to use the word “cow” until I figured out that you could use it as a verb, as in “frighten.” And that’s where the beginning of the story started.

Uiteindelijk leidde dat tot een verhaal waarmee ze een Nebula won. Het verhaal veranderde later ook in het eerste hoofdstuk van de roman Droomslang, waarmee ze in 1979 een Hugo Award won.

Destijds was McIntyre pas de derde vrouw die onderscheiden werd met een Hugo, en Droomslang was een omstreden winnaar. In die tijd hikten veel lezers aan tegen de verwijzingen naar kindermisbruik in het verhaal, en de manier waarop McIntyre over seks schreef. Verkrachting vanuit een mannelijk perspectief beschreven vonden mensen lange tijd prima, zie hierboven, maar een vrouw die vanuit vrouwelijk perspectief over seks schrijft? En terloops duidelijk maakt dat vrouwen hun vruchtbaarheid kunnen reguleren, zodat de daad voor hen vrij blijft van stress en het gevaar van ongewenste zwangerschappen? Huuuuuuuuu!

McIntyre bleef een succesvolle auteur, speelde een actieve rol in de sf schrijversgemeenschap, stimuleerde vrouwen om verhalen te vertellen en geldt als een van de groten in feministische SF. Met haar romans uit het StarWars en Star Trek universum won ze vele nieuwe fans. Onder andere de StarTrek fanclub reageerde dan ook met verdriet op haar overlijden. Benieuwd wat ze ons nog gaat brengen met Curve of the World. Nog één keertje genieten van haar schrijftalent….

Jongens en meisjes hebben dezelfde hersenen

Zo, dat was om half acht lekker wakker worden vanochtend. Radio 1 zond een rapportage uit over een school in het Noorden van het land, waar ze een actiedag houden om meer meesters in kleuterklassen te krijgen. Loffelijk streven, maar hoe de betrokkenen het brachten… Tja, zei de directrice, ‘meesters zijn gewoon stouter’. Met een meester voor de klas ‘kunnen kids eindelijk een keertje ravotten’. Een 24-jarige net van de Pabo afgekomen jongen vond dat ook. Met als toevoeging dat hij de Pabo maar zo zo vond. Lange verslagen moeten tikken, huuuuu, ‘ik wil gewoon lekker dóen’. De stereotypen vlogen me om de oren.

Dat volwassen mannen en vrouwen zo kritiekloos stereotiepe man-vrouw rollen herhalen (hij is lekker stout en wil dóen, zij is braaf en tikt ijverig al die verslagen op de Pabo) is een veeg teken. Het zorgt ervoor dat nieuwe generaties dezelfde onzin horen en internaliseren. En betekent dat we nog lang niet af zijn van seksisme in de samenleving. Want onze hersenen zijn flexibel, stelt wetenschapster Gina Rippon. Wat zich herhaalt, versterkt zich. Wat je oefent, wórd je uiteindelijk, omdat je hersenen zich aanpassen. Terwijl, groot nieuws en tromgeroffel, we allemaal hetzelfde beginnen. Er zit geen verschil tussen de hersenen van jongens en meisjes. We hebben mensenhersenen.

De wetenschapster die dit in kaart bracht, Gina Rippon in haar nieuwe boek The Gendered Brain: The New Neuroscience That Shatters The Myth Of The Female Brain, staat bepaalt niet alleen. Onder andere Cordelia Fine ging haar voor, evenals Rebecca M Jordan-Young. In Nederland hebben we onder andere hoogleraar Maureen Sie. Allemaal buigen zich over het terrein van neurosexisme – de ideologische overtuiging dat mannen en vrouwenhersenen van elkaar MOETEN verschillen, en dus zie je die verschillen overal of zorg je ervoor dat de gewenste verschillen uit je onderzoek komen.

Zowel Eliot als Fine leggen in hun boeken een lange geschiedenis vast van ontzettend slecht onderzoek. Ook hoogleraar Sie wordt heel moe van dat soort broddelwerk:

…het is goed mogelijk dat de onderzoekers juist de vooroordelen zelf hebben gemeten. ‘Nergens in het brein zitten gedeeltes waar functies als “autorijden” of “roddelen” of “kaartlezen” te zien zijn. Het gevaar bestaat dat een onderzoeker van tevoren een idee heeft over wat mannen goed kunnen, naar een mannenbrein kijkt en daar een functie ziet die correspondeert met de vaardigheden die nodig zijn voor een “typisch mannelijke” bezigheid. Het is net zo goed mogelijk dat verschillen tussen mannen en vrouwen voortkomen uit de manier waarop de samenleving is ingericht en de stereotiepe manier waarop we jongens en meisjes opvoeden.

Rippon stelt in haar nieuwe boek dat biologische verschillen in de lichamen van mensen, geen direct verband hebben met de hersenen van jongens en meisjes. Dat meisjes als volwassen vrouw kunnen baren, betekent niet dat ze één dag oud al voorbestemd zijn om te koken, de wc te schrobben en te roddelen, want tsja, vrouwenbrein en vrouwen zijn nou eenmaal goed in verzorgende routinetaken en het bijhouden van de verjaardagskalender. Nee. Zo zit het dus niet. Het probleem begint als we strakke sekserollen aangeleerd krijgen, en ons zodanig ontwikkelen dat je jezelf op een gegeven moment terugtrekt in je genderkeurslijf.
Ik zou heel graag zien dat SIRE publiekelijk excuses maakt voor hun compleet verdwaasde ‘jongens zijn nou eenmaal jongens’ reclame. Dat Angela Crott en andere onderwijsgoeroe’s eens een wetenschappelijk verantwoord boek lezen, in plaats van stereotypen te herhalen. Ik zou heel graag zien dat het Nederlandse onderwijssysteem in de leer gaat bij onze buren in België, en bewust omgaat met sekse stereotypering. Zie onder andere de programma’s van Gender in de Klas. Ik zou willen dat iedereen die zinnen uitbraakt van het type ”mannen/vrouwen zijn nou eenmaal….”  kan rekenen op meewarig geproest en ‘o wow wat een onzin, hou op joh’. En dat jongens en jongemannen vaker te horen krijgen dat de door hun geclaimde vrijheid voor ‘stout zijn’ niet ten koste mag gaan van de vrijheid van meisjes en vrouwen.

Fonkelend van woede aan het lezen slaan

Hoera, Nederland is een boek rijker over woede, en dat kunnen we in tijden van de Woman’s March en 100 jaar stemrecht voor vrouwen goed gebruiken. Een week of wat geleden schreef ik over een drietal boeken over woede, en zei ik dat uitgeverijen die maar snel in het Nederlands moesten vertalen. Welnu, dat was al aan de gang toen ik schreef, want vanaf 16 april ligt Fonkelend van Woede in de boekwinkels.

Uitgeverij De Geus zorgde ervoor dat we in de vertaling van Patricia Piolon kennis kunnen nemen van een scherp, helder betoog van feministische auteur Soraya Chemaly. De andere twee boeken die ik noemde, Good and Mad van Rebecca Traister, en Eloquent Rage van Brittney Cooper, zijn vooralsnog alleen in het Engels te lezen.

En Nederland? Over een paar dagen, 20 maart, lanceert critica en columniste Marja Pruis een nieuwe feministische leeslijst. Want wat is feminisme eigenlijk? Met ‘eerlijk delen en niet slaan’, de definitie van Anja Meulenbelt, kom je een heel eind. Maar de praktijk is natuurlijk weerbarstiger, diverser en complexer dan dat. Das Mag kondigt de leeslijst aan als ”een essaybundel over oude en nieuwe helden, radicale denkers, zachte eenlingen en dromers en drammers als Sylvia Plath, Maggie Nelson, Clarice Lispector, Renate Dorrestein en Audre Lorde”. Ik ben benieuwd!

In België zorgt uitgeverij Houtekiet voor twee nieuwe titels waar het feminisme centraal staat. Dit voorjaar verschijnt bij deze uitgeverij een bundel van  Dirk Verhofstadt. Hij stelde met veertien vrouwelijke auteurs een boek samen over evenveel beroemde feministes. Griet Vandermassen buigt zich over het feminisme en de evolutietheorie.

100 jaar stemrecht voor vrouwen levert ook nieuwe titels op waar feminisme duidelijk een rol speelt – dat isme was immers dé kracht die ervoor zorgde dat vrouwen eindelijk democratische rechten wisten te veroveren. In De Hoogste Tijd geven Jantine Oldersma, Kees Niemöller en Monique Leyenaar een indringend beeld van deze lange, taaie strijd.

Als lezer kun je zelf oog in oog staan met die geschiedenis. Aletta Jacobs en Frederike S. van Balen-Klaar schreven eind negentiende eeuw een pamflet om te pleiten voor vrouwenkiesrecht, en dat betoog is digitaal beschikbaar voor iedereen die het wil lezen. Zeer geduldig en ontzettend beleefd behandelen beide vrouwen de redenen die mensen aanvoeren m vrouwen uit de stemlokalen te weren, en verwerpen ze naar de prullenbak als kul, hypocriet geneuzel en domheid. Je kunt hun strijdbare betoog lezen met dank aan Gutenberg.org, een organisatie die rechtenvrije werken publiceert en ook andere geschriften van Aletta Jacobs beschikbaar maakte voor een breed publiek. (Voor Nederland: zie Atria, die het archief van de vrouwenbeweging beheert en een schat aan boeken, vaandels, pamfletten, voorwerpen en andere materialen bewaart.)

Enfin, zomaar een greep uit de nieuwe lading boeken die uitgeverijen rond deze tijd publiceren. En waarom lezen? Nou, om even terug te keren naar Das Mag en de feministische leeslijst van Marja Pruis:

Je kunt een leven lang over feminisme nadenken, feminist zíjn, maar toch telkens opnieuw uitgedaagd worden om te bedenken wat het nou precies is. Vooral als er een nieuwe generatie feministen aan de deur klopt, speelt die vraag weer op. Wat Marja Pruis helpt bij het vinden van een antwoord? Boeken.

Veel leesplezier! En stem 20 maart op een vrouw, he.

Woede krijgt de eer die het verdient

Nederlandse uitgeverijen opgelet: in de Engelstalige feministische wereld komt boek na boek uit over woede bij vrouwen. Vertaal die aub zo gauw mogelijk in het Nederlands, zodat wij baat kunnen hebben bij hun analyses, geschiedenislessen en adviezen. Concreet: Good and Mad, ‘De Revolutionaire Kracht van Vrouwelijke Woede’ van Rebecca Traister, Soraya Chemaly en haar boek Rage Becomes Her, en Eloquent Rage van Brittney Cooper. Alledrie verschenen kort na elkaar. Waardevol om te lezen, zeker met internationale vrouwendag in het vooruitzicht!

Woedende vrouwen vinden we als cultuur en als samenleving eng, heel eng. Veel mensen, redelijk recent nog schrijfster Sarah Sluimer, constateren dan ook dat we boosheid bij vrouwen zo snel mogelijk onder het tapijt willen vegen, en dat we de boze vrouwen zelf terug in hun hok willen hebben. Sluimer (en met haar vele anderen, en vele feministen) noemt woede bij vrouwen een taboe. Dat is ook de ervaring van journaliste Hasna El Maroudi. Ze kwam er al jong achter dat er bijzonder weinig voor nodig is om schrik- en tut-tut reacties bij de omgeving op te roepen:

‘Meisje, kijk niet zo boos.’ Het moet rond mijn dertiende zijn geweest toen ik het voor het eerst op straat te horen kreeg. Sindsdien is mijn gemoedstoestand geregeld door voorbijgangers – mannen – onder de loep genomen, uitgeplozen en bekritiseerd. Het enige dat ik ervoor hoef te doen is niet lachen. Inmiddels zijn er ook andere variaties op, waaronder ‘kijk niet zo lelijk’ en ‘kijk niet zo serieus’. Het enige dat ik daarvoor hoef te doen is na te denken. Zo heb ik in de supermarkt menig reactie uitgelokt door mijn ik-geloof-dat-de-halfvolle-melk-in-de-koelkast-bijna-op-is blik. Of ik alsjeblieft wat vriendelijker naar het melkschap wil kijken?

Dat taboe geldt zelfs voor fictieve vrouwelijke personages. Als vrouwen in een roman boos zijn of boos dreigen te worden, leidt dat opvallend vaak tot straf, signaleert Emilie Pine in een artikel voor de krant The Guardian. Ondertussen mogen mannen rustig boos worden, stampvoeten, het uitgillen, dat zíj het slachtoffer zijn en grrrrtvrrrrdrie recht hebben op X,Y of Z.

Feministen zien die dubbele moraal zeer scherp. Geen wonder dat wij feministen woede altijd een zeer interessant onderwerp vonden. Woede kan namelijk zorgen voor revolutionaire verandering. En dat willen we graag. Woede gaf ons stemrecht, reproductieve rechten, en ruimte om onze verhalen te vertellen. Maar we zijn er nog lang niet. Woede blijft nodig. En dan blijft het ook noodzakelijk om te bekijken wat er gebeurt als vrouwen boos worden, en hoe we met weerstand tegen boosheid bij vrouwen omgaan.

Recent klommen verschillende feministen in de pen om een nieuwe slinger te geven aan deze aloude strijd om woede te mogen tonen en verandering te eisen. Soraya Chemaly, een feministe en journaliste die ik bewonder en waar ik al eerder over schreef, publiceerde eind vorig jaar Rage Becomes Her. Ze onderzoekt hoe wij als cultuur en samenleving mensen zodanig opvoeden, dat jongens en mannen boos mogen zijn, maar vrouwen niet. En zeker niet vrouwen met een gekleurde huid.

Omdat er zo snel zoveel sociale afkeuring volgt, zodra vrouwen boosheid tonen, leren meisjes al jong hun woede in te slikken. Dat leidt vervolgens tot allerlei lichamelijke en psychische klachten, en maakt vrouwen minder weerbaar omdat het lastig wordt grenzen te stellen als je constant lief, zorgzaam en behulpzaam moet blijven. Chemaly analyseert dit alles en gaat in op manieren om woede te mogen voelen en er constructief mee om te gaan.

Datzelfde doet ook auteur Brittney Cooper, tevens oprichtster van Crunk Feminist Collective, maar dan met een focus op de zwarte gemeenschap in de V.S. en de specifieke hindernissen die vrouwen met een gekleurde huid ondervinden om boos te mogen zijn. Vrouwen krijgen te horen dat anderen hen boos vinden, zelfs als ze zelf geen woede voelen. Vervolgens wordt die woede tegen de zwarte vrouw gebruikt, signaleert Cooper. Zelfs een kalme, diplomatieke First Lady zoals Michelle Obama ontkwam niet aan racistische aanvallen wegens ‘boze zwarte vrouw‘ en moest manieren vinden om dit negatieve etiket te ontkrachten.

Rebecca Traister tenslotte, concentreerde zich in Good and Mad op de lange geschiedenis van vrouwen die woedend werden, de grote maatschappelijke omwentelingen die woedende vrouwen tot stand brachten, en de al even lange geschiedenis om het revolutionaire potentieel van die woede zo snel mogelijk de kop in te drukken. De recensente van Smart Bitches, Trashy Books vat het boek als volgt samen:

Women are and have been furious, and that fury can organize to cause massive changes, and then that fury and the women who carry it are suppressed and undermined because they threaten the dominant power structures. White women’s rage is always treated differently than the rage of women in marginalized communities, too. Lather, rinse, repeat, goddammit.

Boos worden en blijven? Iets constructiefs doen met die woede? Ga dan 9 maart naar de Vrouwenmars in Amsterdam (De Dam). Neem een kijkje bij het Verzetshandboek van advocate Aditi Juneja en collega’s. Of lees Road Map – een boek voor activisten met tips, strategieën en manieren om je punt duidelijk te maken en verandering in gang te zetten. En neem vooral een kijkje bij het werk van Andrea Dworkin, die haar woede om wist te vormen tot vlijmscherpe analyses en prachtige voorbeelden van moed en gedroomde veranderingen. Of bij mensen zoals Audre Lorde en bell hooks.

Wil je even wat anders, kijk dan eens wat er gebeurt als de rollen omgedraaid zijn, zoals in deze negen romans waar vrouwen regeren. Of de macht krijgen dankzij The Power. Of vrouwen die alles hebben – zelfstandigheid, talenten en capaciteiten, en een knappe man of vrouw aan hun zijde, ongehinderd doen wat nodig is. Zoals in Polaris Rising. Of in de Alyx serie van Joanna Russ. Oh, en alles waar vrouwelijke piraten in voorkomen, om maar iets stoers te noemen.

Man als norm brengt vrouwen in het nauw

Wie mannen als norm neemt, brengt vrouwen in het nauw. Dat is de harde waarheid die de Engelse feministe Caroline Criado Perez gedegen onderbouwt in haar boek ‘Onzichtbare Vrouwen‘. Perez brengt haarfijn in kaart hoe gegevens en feiten over vrouwen ontbreken, of vertekend raken, omdat wetenschappers, architecten, ontwerpers en beleidsmakers zich vooral concentreren op de lichamen en behoeften van ‘de gemiddelde man’. Deze blinde vlek leidt tot dode en gewonde vrouwen.

Perez noemt een aantal voorbeelden waar ook dit weblog over publiceerde. Zo zeggen veiligheidslabels voor auto’s niks, omdat de fabrikanten crash test dummies gebruiken die de gemiddelde man voorstellen. Omdat vrouwen vaak wat kleiner van stuk zijn, gebeuren er met hun lichamen andere dingen als een auto tegen een muur knalt. Het resultaat: vrouwen lopen bij ”echte” ongelukken in de praktijk 47% meer risico op ernstige verwondingen. In de categorie lichte verwondingen loopt dat op naar 71%.

Maar ze vond nog veel meer. Zo gebruiken fabrikanten de “one-size-fits-men” aanpak. Dat betekent dat smartphones een omvang hebben die comfortabel in een mannenhand past. Voor vrouwen zijn ze te groot. En software die werkt op het herkennen van stemmen, heeft grote moeite met het herkennen van een vrouwenstem. Die van Google herkent mannenstemmen 70% beter. Dat betekent dat vrouwen hun auto of ander apparaat niet kunnen bedienen, of dat de software alleen werkt als ze hun stem forceren en op een zeer lage toon praten.

Een ander veelzeggend voorbeeld komt uit Zweden. Criado Perez ontdekte een studie naar het ijs- en sneeuwvrij maken van de openbare ruimte. Jarenlang maakte de overheid eerst de straten voor auto’s vrij, daarna pas trottoirs. Dat betekende dat vrouwen kinderwagens en boodschappenkarren met veel moeite door de sneeuw moesten duwen. Ook bleken voetgangers drie keer vaker verwondingen op te lopen, bijvoorbeeld omdat ze uitgleden over ijs, dan automobilisten.  Van die gewonde voetgangers was 70% van het vrouwelijk geslacht. Toen dit duidelijk werd, veranderde Zweden van strategie. Tegenwoordig maken gemeenten eerst de stoep sneeuwvrij, daarna pas de straten.

Andere tenenkrommende voorbeelden betreffen de medische wereld. Women Inc voert actie voor genderspecifieke zorg, omdat vrouwen lijden en sterven door de (onbewuste) man-als-norm situatie. Vrouwen ervaren minder effect en/of meer bijwerkingen van medicijnen, omdat de pillen alleen op mannen zijn getest. Artsen stellen verkeerde diagnoses omdat ze uitgaan van symptomen die mannen hebben. Bijvoorbeeld bij hartaanvallen. Ze herkennen de vrouwelijke variant van symptomen niet en sturen vrouwen naar huis terwijl ze midden in een hartaanval zitten.

En de man als norm betekent dat vrouwen niet de zorg krijgen, die ze nodig hebben, ook al is er een effectief middel voorhanden. Zo dook Criado Perez in de ontwikkelingsgeschiedenis van Viagra. Wat bleek: een geheel uit mannen bestaand panel kreeg te horen waar de werkzame stof (sildenafil citrate) goed voor was. Erecties? Potentie verhogen? Hoera! De heren gaven snel toestemming om de erectie verhogende eigenschappen verder te ontwikkelen. De werkzame stof bleek ook effectief om ernstige menstruatiekrampen te bestrijden. Maar dat kon de heren niet boeien. Medisch gezien totaal onbelangrijk, laat maar zitten, oordeelden ze, en ze gaven geen financiering. Het onderzoek stopte en er kwam geen medicijn voor vrouwen die aan dat soort krampen lijden.

Wie Onzichtbare Vrouwen leest, kan niet om Criado Perez conclusie heen. We moeten als de wiedeweerga meer onderzoek doen naar wat vrouwen nodig hebben rond medicijnen, veiligheid en leefsituaties. Vrouwen hebben geen kleine versie in het roze nodig van zoiets als pennen, maar op hun maat gemaakte producten waar ze effectief mee kunnen werken. Zodat kogelwerende vesten daadwerkelijk kwetsbare lichaamsdelen beschermen, gereedschappen goed in de hand liggen, en medicijnen de werking hebben die nodig is.

De Gereedschapskist: Himpathy

Sympathie voelen, maar alleen met hém, niet met haar. Niet zozeer tégen een vrouw kiezen, als wel vóór een man, omdat we hem geloofwaardiger, sterker, betrouwbaarder en aardiger vinden dan haar. Dat alles vat wetenschapster en auteur Kate Manne samen onder de noemer Himpathy, Hempathie in de Nederlandse vertaling. Empathie met hem, in het bijzonder een ‘hem’ die machtig is en de fout in ging. De Prindle Post, een magazine rond ethiek en filosofie, wilde deze term in oktober al uitroepen tot het woord van het jaar 2018.

Manne ziet dit gevoel met het bijbehorende gedrag als een van de steunpilaren van een systeem, waarin mannen de macht houden en vinden dat zij recht hebben op diensten en zorgen van vrouwen. In haar boek  Down Girl geeft Manne een analyse van de logica van dit systeem van misogynie. Zolang vrouwen mannen blijven verzorgen en behagen is alles ok, maar als een vrouw niet doet wat mannen willen, zorgt het systeem voor strenge straffen.

Lang niet alle vrouwen ervaren de volle kracht van dit seksistisch systeem, waarin himpathy hoogtij viert:

Misogyny, Manne explains, should be understood not as the psychology of individual men, but as “a property of social environments in which women are liable to encounter hostility due to the enforcement and policing of patriarchal norms and expectations . . . insofar as they violate patriarchal law and order”. Although so often confused with sexism, the two are different: if misogyny is the law enforcement branch of the patriarchal system, sexism is the justification.

Dit basisidee verklaart allerlei ogenschijnlijke tegenstrijdigheden. Als het patriarchaat vrouwen bij wijze van spreken blootsvoets en zwanger in de keuken wil houden, waarom hemelen we dan vrouwen op die, desnoods met geweld, hun kinderen beschermen? Waarom kunnen vrouwen het in de politiek best ver schoppen en als spreker volle zalen trekken en miljoen verdienen met hun boeken en lifestyle bedrijven?

Alles hangt echter af van de vraag of een vrouw de status quo ondermijnt, of niet. Hou je dat punt in de gaten, dan wordt de logica opeens pijnlijk duidelijk. Vrouw beschermt kinderen? Ze versterkt het moederschapsideaal en beschermt de kinderen van haar man. Goed. Vrouwelijke politici die reproductieve rechten aan banden willen leggen en tegen alimentatie zijn? Top! Ze versterken de positie van de man. Boeken schrijven en lezingen geven waarin je vrouwen oproept hun partner te pijpen op afroep en je man altijd te gehoorzamen? Zolang hij het maar leuk heeft in bed en in huis de baas blijft mag jij als vrouw best een succesvolle zaak opbouwen en geld verdienen met lezingen, geen probleem.

Vrouwen kunnen het systeem ook versterken door samen met de mannen, zij aan zij, op te komen voor belaagde mannen. Hoe machtiger de man, hoe meer himpathy mannen én vrouwen opbrengen om hem tweede, derde en vierde kansen te gunnen. Zoals Kate Manne voor de New York Times schreef:

There is a plethora of recent cases, from the Stanford swimmer Brock Turner to the Maryland school gunman Austin Rollins, fitting this general pattern: discussion focuses excessively on the perpetrator’s perspective, on the potential pain driving him or on the loss of his bright future. And the higher a man rises in the social hierarchy, the more himpathy he tends to attract. Thus, the bulk of our collective care, consideration, respect and nurturing attention is allotted to the most privileged in our society.

Beide bewegingen dienen om mannen in het zadel te houden. Door overtuigingen te bekrachtigen die mannen bevoordelen, en door mannen door dik en dun te blijven steunen als ze onverhoopt in de problemen komen. Dat verklaart ook waarom mensen misogyn kunnen denken en handelen, en tegelijkertijd toch individuele vrouwen kunnen liefhebben en eren:

How can one be both a misogynist and love individual women? Because misogyny is designed to single out and punish only those women who break the rules by exercising power, dominance, or a perceived lack of care and love-giving.

Himpathy heeft verregaande gevolgen in de praktijk. Zo blijken Engelse jury’s mannen veel vaker vrij te spreken in verkrachtingszaken, als hij blank is en in de leeftijdscategorie 18-24 jaar valt. Zo’n jongeman heeft zijn hele toekomst nog voor zich. Moet hij echt voor altijd een strafblad krijgen, vanwege een vergissing? Het gevolg van die himpathy is dat jongemannen in slechts 32% van de gevallen ‘schuldig’ te horen krijgen, tegen 46% van de mannen in de categorie 25-59 jaar. Politici pleiten er nu voor om het jurysysteem af te schaffen, omdat het seksistische rechtspraak oplevert. Dit probleem speelt ook in de V.S., waar het racistische en seksistische karakter van de rechtspraak uitgebreid onderzocht is.

Himpathy speelt ook op in de loopbanen van mannen en vrouwen. Zo gaan mannelijke werknemers in de financiële sector veel vaker over de scheef dan hun toch al schaarse vrouwelijke collega’s. Daarna krijgen ze echter opvallend minder vaak straf. Worden ze ontslagen, dan krijgen ze hogere oprotpremies mee dan vrouwelijke collega’s in dezelfde situatie. En na hun wandaden krijgen ze in 46% van de gevallen weer een baan in hun oude vakgebied, terwijl vrouwen slechts in 33% van de gevallen een tweede kans krijgen. De onderzoekers vinden bewijs voor buitengewoon toegeeflijke managers, die het lastig vinden mannen te laten vallen:

Our evidence is inconsistent with a simple Bayesian model and suggests instead that managers are more forgiving of missteps among members of their own gender/ethnic group.

In Nederland kreeg de term Himpathy/Hempathie slechts kort aandacht. Zo besprak Halina Reijn de term in oktober vorig jaar in een aflevering van De Wereld Draait Door. Van Dale nomineerde Hempathie voor woord van het jaar 2018, maar Blokkeerfries ging er met de eer vandoor. Daarna werd het weer een beetje stil rond deze term. Het helpt ook niet dat DWDD Kate Manne omschrijft als ”een columnist in de New York Times”, terwijl het gaat om een filosofe van de Cornell University. Down Girl is nog niet vertaald in het Nederlands en ik kwam in Nederlandstalige media geen recensies tegen van de oorspronkelijke versie, op wat korte stukjes in de aankondigingen-sfeer na.

Ik vind Hempathie een zeer handig woord om een veel voorkomend probleem te beschrijven. Misogynie en hempathie duidelijk herkennen en weten te plaatsen, kan zeer bevrijdend werken. Je kunt een probleem pas bestrijden en situaties veranderen, als je er een naam aan kunt geven. En die naam hebben we nu. Met een begin van een recept om de situatie te verbeteren. Zoals Kate Manne zei in een interview voor magazine Guernica:

Misogyny is the stuff that women face that destroys them in some instances. “Himpathy” is part of the explanation of why we don’t see it, because we’re identifying with “him” and seeing “him” as the good guy, or worrying about “his” future. We don’t see him as taking a life. We see him as asserting his masculinity or defending himself, or as a poor pathetic character, or as vulnerable. Sometimes these things are true, that he is pathetic and vulnerable, but let’s focus on the women. (bold/vetgedrukt door mij toegevoegd aan de tekst)

Emancipatiegolf in het land van kinderboeken

Diversiteit is goed voor ieder kind, betoogt Reza Kartosa-Wong in het Parool. Diversiteit in de literatuur is broodnodig in onze moderne samenleving, betoogt Sayonara Stutgard in diezelfde krant. Heeeej, Nederlandse boekenwereld, het wordt hoog tijd dat uitgevers, lezers en recensenten het werk van schrijfsters serieuzer nemen, stelde Corina Koolen vorig jaar, met de onderzoeksgegevens om dat standpunt te onderbouwen. Zelfs meisjes van 11 zetten tegenwoordig campagnes op om te pleiten voor meer diversiteit in kinderboeken. Het lijkt wel een golf….. Komt er eindelijk ruimte voor een bredere blik?

Er lijkt een emancipatiegolf op handen te zijn als het gaat om boeken en de verhalen die we lezen. Tot nu toe zaten we op een nogal eenzijdig dieet. Ouders namen hun toevlucht tot fora om andere ouders te vragen of er voor hun dochters alternatieven waren voor de vele jeugdboeken waarin jongetjes de hoofdrol spelen. Die komen er gelukkig steeds meer. Hadden meisjes in 1972 in tien procent van de verhalen een hoofdrol, in 2006 was dat gestegen naar veertig procent.

De omgeving van die heldin blijft echter opvallend jaren vijftig. De heldin heet zelden Fatima. Als er dieren in een verhaal voorkomen, blijken die meestal als mannelijk omschreven te zijn. En volwassenen met beroepen houden zich keurig aan klassieke rolpatronen. Lezers komen vooral mannen tegen, in mannenberoepen zoals politieagent. Komt er een keer een vrouw voor met een baan, dan is ze juf of verpleegkundige, constateert Zo Ook.

Op die manier voeden fantasieverhalen uit de kokers van auteurs een wereldbeeld waarbij vrouwen vooral steunen, zorgen, troosten en een mannelijke held helpen, in een wereld bevolkt door werkende mannen in rollen van autoriteit en met de mannelijke held als centrale punt.

Dit wereldbeeld heeft gevolgen voor beeldvorming in de echte wereld. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat kinderen van vijf ‘slim zijn’ nog zien als een kwaliteit van zowel jongens als meisjes. Rond hun zesde vindt een omslag plaats. Vanaf die leeftijd claimen jongens genialiteit voor zichzelf. Meisjes zwichten voor de sociale boodschappen die ze constant horen en vinden zichzelf juist niet slim meer. Zelfs als ze aantoonbaar beter zijn dan jongens, blijkt uit onderzoek van de universiteiten van Illinois (V.S.) en New South Wales (Australië).

Maar er is nog een ander, vervelend gevolg: als je als jongetje jezelf constant ziet als het centrum van alles, leer je af om je te verplaatsen in andere mensen en andere situaties, betoogt Kartosen-Wong. Juist (blanke) jongetjes zouden er als mens beter van worden als ze empathie ontwikkelen met meisjes, vrouwen, en kids uit andere culturen, door verhalen via hun standpunt te lezen. Hij ziet dat jongens daar gelukkig steeds meer kansen voor krijgen. Als leestips geeft hij onder andere:

  • Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes
  • Tori en het vervolg Trobi van de Amsterdamse kunstenaar Brian Elstak
  • Brown girl magic van de Vlaamse schrijfster Dalilla Hermans
  • Rocca en het geheime toverrecept van Sharid Alles
  • Cyrus & Farnaz over 7 grenzen van Mark van Waes (over kinderen die zijn gevlucht naar Europa)
  • Het lammetje dat een varken is van Amsterdammer Pim Lammers (Het eerste transgenderprentenboek)

Daarnaast krijgen boeken die verder kijken dan het witte jongetje, steeds meer waardering. Zo won Annet Schaap allerlei prijzen met Lampje. Het verhaal draait om de dochter van een vuurtorenwachter, die na een scheepsramp als dienstmeid aan de slag moet in het Zwarte Huis van een admiraal. In dat huis zou een monster wonen, maar of dat klopt is de vraag….

Meer diversiteit nodig in het boekendieet van je kids? Platform Hebban stelde lijsten op voor kinderen in diverse leeftijdscategorieën. Zoals die met titels voor kinderen van drie tot zes jaar. Je kunt ook eens kijken bij de Feminist Aid Kit, met boeken voor peuters en kleuters die meiden en vrouwen meer te doen geven dan alleen het hulpje zijn van… De beer van Ursula van Rindert Kromhout en Sandra Klaassen, Koning en Koning van Linda de Haan en Stern Nijland, er zijn echt leuke boeken, als je goed zoekt. Dan kun je tegenwicht bieden aan de oude rolpatronen en wordt de kans groter dat je meiske van zes zich op die leeftijd nog steeds als even slim beschouwt als de jongens. Wie weet.

Lekker lezend het nieuwe jaar in

2018 was een veelbewogen jaar, en dat leverde vele mooie artikelen, essays en analyses op. Hieronder een totaal niet representatieve greep uit de goudberg, om heerlijk lezend en denkend het nieuwe jaar in te gaan. Veel plezier!

  • Weblog De Tweede Sekse bestond in november tien jaar. Gezien het gure klimaat waarin feministen moeten opereren, is dat een hele prestatie. In een terugblik schrijft de redactie dat er destijds geen enkele Nederlandstalig feministisch blog bestond, ”dus begonnen we er eentje”.  Het allereerste artikel ging in op goedaardig seksisme. Denk ‘o, vrouwen zijn zo geweldig met kinderen’, waarna je als vrouw onderbetaald wordt, minder vaak promotie krijgt, en mensen je prestaties niet serieus nemen want waarom blijf je niet bij je kinderen. Dat genre. Gewone media hebben nog steeds veel te weinig aandacht voor dit soort vormen van seksisme, dus het werk van het weblog blijft broodnodig.
  • Eidolon magazine gooide dik een jaar geleden het roer om en besloot de Griekse en Latijnse klassieken vaker te bespreken vanuit andere invalshoeken. Denk feministisch, antiracistisch, enz. Dat leidt onder andere tot mooie besprekingen van romans waarin auteurs het personage van Briseis uit de Ilias centraal stellen. En aandacht voor de lange, lange geschiedenis van mannen die tekeer gaan tegen echtgenotes.
  • Marie Claire gaf in 2018 ruimte aan een longread over feminisme. Met als conclusie: ”We moeten niet proberen om het probleem op te lossen door vrouwen te ‘fixen’, te ‘wapenen’. Vrouwen veranderen heeft geen zin. Je kan ze eindeloos weerbaar maken tegen geweld, maar het houdt pas op als mannen ermee ophouden.”
  • #metoo, de door Tarana Burke opgezette campagne om solidariteit te tonen met vrouwen die het doelwit werden van seksueel geweld, maakte een doorstart. De beweging gooide in 2018 vanalles overhoop. En bracht wat Moira Donegan betreft een verschil in visie aan de oppervlakte. Een kloof tussen mensen die feminisme beschouwen als een individuele zelfredzaamheidsbeweging, en mensen die uitgaan van collectieve, verbindende idealen. Jezelf bij je schoenveters uit het moeras trekken, versus structuren en patronen radicaal veranderen.
  • In Plot Magazine, vakblad voor scenarioschrijvers, vraagt Mirjam Groen aandacht voor vrouwen in de Nederlandse film en televisiewereld. Uit de V.S. komen tegenwoordig allerlei producties die een feministisch bewustzijn tonen en tegenwicht bieden aan de mannelijke kijk op zaken en vrouwen. ”In Nederland lijkt de tijd qua films en series echter stil te staan”, constateert ze. ,,Ons belangrijkste vrouwelijke personage van de afgelopen filmjaren is Soof, die in al haar in bloemenjurkjes gestoken onhandigheid en warrigheid geruststellend niet-bedreigend is voor de status quo.” Groen roept op om andere verhalen over vrouwen te durven vertellen. De markt is er, nu de makers nog…..
  • Wat betreft film en televisie: de Graveyard Shift Sisters richten zich al een aantal jaar op de rollen van en verhalen over mensen met een gekleurde huid in het horror genre. Er gaat een wereld voor je open als je hun stukken leest. Kende je bijvoorbeeld Stephanie Jeter al? Of Sloan Turner? Of Justina Ireland? Allemaal regisseurs en auteurs, werkzaam in het genre. Leuk om kennis te maken met hun werk en een indruk te krijgen van de thema’s die hen bezig houden.
  • De Belgische feministe Ida Dequeecker blikte in mei 2018 terug op de tweede feministische golf in Vlaanderen. Ze kan dat doen vanuit een schat aan ervaring – Dequeecker speelde een belangrijke rol in die tweede golf en denkt na over feminisme toen en nu.
  • Hórmónar is de feministische punkband die we nú nodig hebben, kopte het blad Best Fit in oktober. Zangeres Brynhildur Karlsdóttir schrijft de teksten en legt uit dat ze allemaal op de een of andere manier gaan over hoe het is om opgevoed te worden tot vrouw in een patriarchale cultuur. Dat levert een feest aan herkenning op voor de fans: ,,“Trying to be a woman in a patriarchal society is enough to drive you mad, and punk offers an avenue to express justified anger about an unfair world. It is, after all, a tool to rebel against something, to stand in opposition to something morally wrong. I think that’s why women are flocking to punk these days‘.’
  • Feministe en auteur Laurie Penny schreef een essay over de effecten van internet. Internet haat vrouwen niet, stelt ze. Mensen haten vrouwen. Internet geeft hen alleen een middel om dat massaler, sneller en feller te doen. Of om zichzelf op te peppen voordat ze de straat op gaan en vrouwen dood schieten.
  • Autostraddle zette de 50 beste feministische boeken van 2018 op een rijtje. In de lijst staan een aantal titels die gelukkig al in het Nederlands vertaald zijn. Zoals Mijn jaar van rust en kalmte, geschreven door Ottessa Moshfegh. Of Circe, van Madeline Miller, bekroond met de Hebban lezersprijs. Rode Klok, van Leni Zumas. Andere boeken wachten nog op de vertaalslag. Zoals She Would Be King van Wayétu Moore, over de eerste jaren van wat nu de staat Liberia is.
  • Lithub publiceerde in 2018 talloze lezenswaardige artikelen. Ik heb al vaker aandacht besteed aan deze site omdat er zoveel interessants te vinden is. Zoals analyses van ophef over #metoo – ‘ze’ gaan te ver! Eh… nou nee. Het blad besteedt regelmatig aandacht aan poëzie van vrouwen uit inheemse gemeenschappen. Een mooie manier om kennis te maken met het werk van dichters zoals Abigail Chabitnoy, Tria Blu Wakpa, Heather Cahoon, and Sara Marie Ortiz, om er maar een paar te noemen. Maar ook politieke onderwerpen, zoals de impact van politiegeweld op zwarte vrouwen. En hoe mannen betere feministen kunnen worden. En wat te doen met bedrijven die feminisme gebruiken om spullen te verkopen, het zogenaamde ‘commerciële feminisme‘.

2019 brengt vast ook weer talloze mooie artikelen en essays vol nieuwe inzichten. Maak er een goed jaar van!

Mentale patronen zijn hardnekkig

Zelfs als je je bewust voorneemt iets te doen met diversiteit, kan het nog gedeeltelijk ”mis” gaan. Dat blijkt onder andere uit de ervaringen van auteurs die vaker vanuit het perspectief van een vrouwelijke hoofdpersoon willen werken, of lezers die meer schrijfsters willen ontdekken. De mentale patronen zijn hardnekkig. Je moet echt willen, want zodra je terugzakt in automatismen steekt de oude mannelijke, blanke canon weer de kop op…

Een mooi en hoopgevend voorbeeld biedt Anne Polkamp, een 29-jarige promovendus in de filosofie. Zij is op dit moment bezig met een papieren wereldreis – fictief ieder continent bezoeken en een roman uit ieder land lezen. Het was nadrukkelijk haar bedoeling de canon van blanke mannelijke auteurs te omzeilen en meer romans te lezen van vrouwen en mensen m/v/x met een gekleurde huid. Dat betekende dat ze per land bewust zocht naar andere stemmen dan de klassieke romans van gevestigde mannelijke auteurs.

Dat bewuste streven zorgde meteen voor verbetering. Oorspronkelijk bevatte haar boekenkast 78% mannelijke auteurs, voor 88% afkomstig uit Europa, Noord-Amerika of Australië en voor 95% blank. Na de eerste etappe van haar wereldreis zag de stapel van 32 gelezen boeken er al heel anders uit. Het aandeel vrouwen verdubbelde, van 22 naar 44%. Ook had ze veel meer werk gelezen van auteurs met een gekleurde huid.

Ondanks de verdubbeling was dat percentage van 44 voor Polak een teleurstelling. Ze had zo gericht gezocht naar schrijfsters, dat ze verwacht had dat ruim de helft van de boeken uit de pen van een vrouw was gevloeid. Nee dus:

Ik telde nog een keer, en nog eens, maar het resultaat bleef hetzelfde. Zou de literatuur zo worden gedomineerd door mannen dat ik zelfs in een project waarin ik nadrukkelijk op zoek ga naar extra veel vrouwen, niet verder kom dan 44%? Waar zijn alle vrouwen uit de wereldliteratuur?

De dominantie van mannen bleek hardnekkig. Daarom stelde ze haar plan bij. Voortaan neemt ze ook non-fictie mee bij haar keuze voor een boek uit een specifiek land. En welk land ze ook aan doet op haar literaire wereldreis, voortaan zal ze louter werk van schrijfsters lezen:

Het punt is niet dat ik mannen wil negeren. Het punt is dat ik vrouwen al bijna dertig jaar negeer. Het is tijd om te horen wat zij te zeggen hebben.

De hardnekkige blanke mannelijke dominantie komt niet alleen voor bij lezers, maar ook bij auteurs zelf. Zo sprak de recent overleden science fiction schrijfster Ursula Le Guin openlijk over haar worsteling om een verhaal te vertellen vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon, en bij ‘magiër’ niet volautomatisch een beeld te krijgen van een blanke man. Zeg maar de SF en fantasy variant van ‘de manager is een man’ beeldvorming.

Zo gaf ze de held van de Aardzee-cyclus wél een gekleurde huid, maar de hoofdpersoon bleef een man. Pas in een later geschreven deel krijgt een vrouw een leidende rol in het verhaal. Ook bij De Linkerhand van het Duister viel ze terug op het mannelijke als norm. Ze schiep een androgyne maatschappij, waar buitenaardse wezens het grootste deel van de tijd sekseneutraal leven, maar bleef de personages in die situatie omschrijven met ‘hij’.

Later betreurde ze die taalkundige keuze. Ze werkte aan een gedachte-experiment, legde ze uit in een essay, en hoewel er veel goed ging, erkende ze dat haar roman op dit punt te wensen over laat. Naast de keuze voor ‘hij’,  toont ze de belangrijkste alien ook terwijl hij bezig is met activiteiten die we in onze cultuur associeren met mannen. Hij werkt in de politiek als premier, ontsnapt uit een gevangenis, trekt een slee over een ijsvlakte. De science fiction wereld die ze schept, komt zodoende zeer mannelijk over. Pas op latere leeftijd lukte het Le Guin om zich te ontworstelen aan dit soort oude patronen. Ze creëerde meer vrouwelijke personages en gaf die ook een dragende rol in haar romans en korte verhalen.

Kortom, het vergt een zekere inspanning, maar wie wil, komt er uiteindelijk wel.

Meer diversiteit in vier eenvoudige stappen

Van een filosofisch vakblad met maximaal 21% vrouwelijke auteurs en 0% mensen met een gekleurde huid, naar een vakblad met 54% vrouwelijke auteurs en 11% auteurs met een gekleurde huid. In een paar jaar tijd. Vooruitgang kán, toont Rebecca Kukla aan. Deze professor Filosofie aan de Georgetown University werd hoofdredactrice van het Kennedy Institute of Ethics Journal en maakte het tot haar missie meer diversiteit te bereiken. Dat lukte door vier stappen consequent door te voeren.

Rebecca Kukla

Toen Kukla het roer van het tijdschrift voor Ethiek over nam, trof ze een traditioneel blank mannelijk landschap aan. Stap 1 was dan ook: het net verder, dieper en breder het water in gooien en actief op zoek gaan naar filosofen uit andere hoeken. Dat lukte door een aantal themanummers uit te brengen over actuele onderwerpen. Zo besteedde het Ethics Journal aandacht aan de Amerikaanse verkiezingen. Trump levert een goudmijn op als je het wil hebben over ethiek, en niet alleen de geijkte vaste waarden in de filosofie schreven over de gang van zaken in 2016. Via de themanummers kon de redactie een jonger, diverser auteursbestand opbouwen.

Stap 2 was de introductie van boekrecensies. Kukla en haar medewerkers besloten bewust op zoek te gaan naar publicaties vanuit gemarginaliseerde groepen, met onderwerpen op het gebied van ras, etniciteit, feminisme, (politieke) repressie, anti-fascisme enzovoorts. De redactie kan zelf kiezen wie de recensies schrijft en zorgde ervoor dat uitnodigingen terecht kwamen bij andere deskundigen dan de geijkte blanke mannennamen van de standaard namenlijstjes.

Stap 3: het landschap zelf veranderen. Tot Kukla’s komst kondigde het blad zichzelf aan als een publicatie op het gebied van ethiek, met in ieder nummer gangbare filosofie op dat terrein. In overleg veranderde Kukla dit echter in ‘toegepaste filosofie’, een veel breder begrip, met een grotere nadruk op de praktijk, op wat er in de wereld gebeurt, en op actuele thema’s. Door deze verbreding kon ook de auteurspool breder en diverser worden.

Tot slot stapte het blad af van een ingewikkeld systeem van anoniem inzenden. Normaal gesproken zijn er drie lagen van anonimiteit, waarbij ook de hoofdredactrice niet weet wie welk stuk in zond. De filosofie wereld is echter behoorlijk klein. Zodra iemand een niet gangbaar onderwerp heeft of een herkenbare eigen schrijfstijl, heeft anoniem inzenden en behandelen nauwelijks zin. Iedereen die ingevoerd is in het wereldje, snapt meteen dat als het over onderwerp X gaat, het stuk hoogstwaarschijnlijk van Y afkomstig is, want Y is de enige in haar vakgebied die zich met X bezig houdt. Anonimiteit is dan een mythe. Leuk in theorie, maar in de praktijk werkt het niet altijd.

Om die reden zorgt Kukla er tegenwoordig voor dat redacteuren artikelen zoveel mogelijk anoniem beoordelen, maar dat zijzelf wél weet wie het schreef. Dat stelt haar in staat kritiek te voorzien van een context, en soms te verwerpen omdat onbewuste vooroordelen een rol zijn gaan spelen. Daarnaast kan ze auteurs de helpende hand toesteken. Soms heeft een stuk enorme kwaliteiten, maar komt het niet goed uit de verf omdat het taalgebruik niet op niveau is. In dat geval adviseert ze auteurs om een native speaker Engels te raadplegen en met die persoon de taal te fatsoeneren. Iemand kan het stuk dan opnieuw indienen en wie weet keurt de redactie het nu wel goed. In 85% van de gevallen komen artikelen niet door de ballotage heen, signaleert Kukla, dus de kwaliteit blijft hoog. Maar auteurs met achterstanden krijgen een eerlijkere kans.

Dit alles laat ook zien dat er een vijfde ingrediënt nodig is. De wil om te veranderen, om ook het werkterrein fundamenteel te veranderen, zodat meer mensen kansen krijgen. En dat volhouden en blijven waken voor de terugkeer van conservatieve denkpatronen, waardoor je terug kunt vallen in het standaard blank mannelijke repertoire. Daarover meer in een volgend stuk.

Is Kukla er nu? Nee. Van 0 naar 11% is een mooie stap, maar ze vindt het aantal gepubliceerde artikelen van mensen met een gekleurde huid nog veel te laag. Daar is nog werk aan de winkel. Ook mag er nog wel wat meer ruimte komen voor auteurs met een handicap, of auteurs die zichzelf identificeren als transgender. Maar nu ze deze vier ontwikkelingen tot staande praktijk heeft gemaakt, is er een veel grotere kans dat méér mensen óók toegang krijgen tot het podium van een gerenommeerd vakblad. En dat is heel mooi.

Uniek: Jemisin wint derde Hugo op een rij

Auteur N.K. Jemisin leverde een unieke prestatie. Ze won de Hugo Award voor beste roman voor de derde keer achter elkaar. De Hugo geldt als een van de belangrijkste prijzen voor science fiction en fantasy. Het is nog nooit eerder gebeurd dat iemand deze onderscheiding zo vaak op een rij won. Ook in andere categorieën deden schrijfsters het dit jaar buitengewoon goed: ze wonnen zo’n beetje alle prijzen die er dit jaar te vergeven waren.

Foto: Barnes & Noble

Jemisin sloeg haar unieke drieslag met de Broken Earth cyclus, over een door vulkanisch geweld geteisterde wereld. Bepaalde mensen, de zogenaamde Orogenes, kunnen die aardkracht beheersen. Andere mensen vrezen hen vanwege dit talent, maar hebben hen ook hard nodig om rampen te voorkomen. In die gespannen situatie volgt Jemisin de levens van een moeder en dochter, en hoe zij overleven terwijl de wereld een apocalyptische periode van vulkaanuitbarstingen, aardbevingen en andere ellende doormaakt. De Nederlandse vertalingen komen eraan: eind vorig jaar verwierf Luitingh-Sijthoff de rechten dus je kunt deel 1, Het Vijfde Seizoen, inmiddels in je eigen taal lezen. Hoera!

In haar speech, bij de uitreiking van de Hugo, vertelde Jemisin dat ze bewust koos voor een verhaal over gebroken mensen, levend in een gebroken wereld, die moeten zien te overleven onder grimmige omstandigheden:

This has been a hard year, hasn’t it? A hard few years. A hard century. For some of us, things have always been hard. I wrote the Broken Earth trilogy to speak to that struggle, and what it takes just to live, let alone thrive, in a world that seems determined to break you. A world of people who constantly question your competence, your relevance, your very existence.

Als auteur met een gekleurde huid maakte Jemisin helaas vaak mee dat anderen haar niet wilden laten bloeien. (De racistische houding van Trump maakt het er niet beter op.) Zo was ze bijna geen auteur geworden omdat uitgevers haar debuutroman, Killing Moon, afwezen, vertelde ze in haar speech. De poortwachters van de ”echte” SF en fantasy beoordeelden dit boek in eerste instantie als iets waar zwarte lezers misschien belangstelling voor konden hebben, maar verder niet.

Net als haar hoofdpersonen ging Jemisin door totdat iemand wél open stond voor wat ze te zeggen had. En de rest is geschiedenis, zoals dat dan zo mooi heet. Echt, ik wil het liefst uitroepen ‘zie je wel?, nah nah nahnanaaaaaaaah’. Want ik promoot Jemisin al jaren op dit weblog omdat ik haar geweldig vind schrijven. Ze experimenteert met werelden, speelt met vertelperspectief, en ontwijkt keer op keer stereotiepe verwachtingen door met een onthulling alles wat je dacht onderuit te halen. Zulke gelaagde werken, en dan ook nog eens spannend en emotioneel, het kán. Literatuur hoeft niet droog en saai te zijn. Luitingh-Sijthoff, verwerf aub ook de vertaalrechten voor Killing Moon en deel 2, The Shadowed Sun. En de Inheritance Trilogy, waar een recensent over schreef:

Imagine my surprise then to discover that not only was I immediately pulled into Jemisin’s intensely vibrant world, which is so effortlessly realized, but like an addict following his first taste, I now intend to seek out everything else she’s ever published. And again, I don’t even like fantasy. Or so I thought.

Naast Jemisin wonnen ook andere vrouwen belangrijke prijzen. Martha Wells kreeg een Hugo voor haar novelle All Systems Red, over een sociaal onhandige robot met de betekenisvolle naam Murderbot. Inderdaad. Ga lezen als je meer wil weten 😉 De Hugo voor het beste korte verhaal ging naar Welcome to Your Authentic Indian Experience (TM), van Rebecca Roanhorse, een vertegenwoordiger van de inheemse bevolking van de V.S. maar zeker geen uitzondering. Mijn grote heldin Ursula le Guin won postuum een Hugo voor No Time to Spare, haar allerlaatste bundel essays en artikelen. En zo ging het door, de ene getalenteerde vrouw na de andere die terecht lof en eer voor haar werk kreeg. Kortom, het was een mooie dag bij de Hugo Awards. Doe je voordeel met de lijst van winnaars en genomineerde auteurs m/v/x, en veel leesplezier!

 

Jamie Li is gewoon erg slim

Ophef over vlogster Jamie Li. Haar ultieme tip in sexy, but tired, but sexy, een life style boek voor jonge vrouwen: mannen moeten hun zaad kwijt, dus vrouwen, maak zin in seks, ook als je eigenlijk niet wil, anders loopt hij bij je weg. Haar boodschap lijkt uit de middeleeuwen te stammen dus die ophef begrijp ik volkomen. Maar de bredere context is belangrijk. Li is gewoon erg slim. De jonge ZZP-er zag de cultuur waarin ze moet overleven en geld verdienen, en sloot bewust of onbewust een patriarchale deal. Ze is het symptoom, niet het probleem.

Trouwe lezers van dit blog kennen waarschijnlijk wel de rubriek De Gereedschapskist, waarin ik steeds een term uit de feministische wetenschap behandel. Woorden zijn namelijk van levensbelang: ze maken iets zichtbaar. Pas als het zichtbaar is, kun je het misschien aanpakken. Zo bestonden er eeuwenlang geen termen voor de situatie in een huwelijk, waarbij een vrouw geen zin had in seks en een man toch haar lijf opeiste. Desnoods met geweld. Pas in de jaren zestig en zeventig kwamen feministen met een woord voor dit type gedrag: verkrachting binnen het huwelijk. Ze problematiseerden deze gang van zaken. Inmiddels is het strafbaar (sinds 1991).

In dit geval heeft de hele situatie rond Jamie Li alle kenmerken van een ander fenomeen, waar we sinds een paar jaar een term voor hebben. Te weten de patriarchale deal. Website Sociological Images omschrijft deze strategie als volgt: een patriarchale deal is een beslissing om rolpatronen die vrouwen benadelen, te accepteren, in ruil voor ieder beetje macht wat een individu los kan peuteren uit het systeem. Het is een individuele strategie, bedoeld om het systeem ten eigen bate te manipuleren, terwijl het systeem zelf intact blijft.

De vrouwen die zo’n deal sluiten, doen dit meestal omdat ze iets in hun mars hebben. Neem Jamie Li. Ze richtte Quarter Magazine op. Ze werkte een tijdje bij Sanoma Media, als beauty & lifestyle editor, en beschikte daardoor al snel over een sterk netwerk onder Bekende Nederlanders (zoals Katja Schuurman). Toen ze sociale media op zocht en haar eigen merk werd, boekte ze al snel succes. Kortom, duidelijk een leuke, goed uitziende vrouw met ambitie. Ze keek waar ze succes kon boeken, en ging in die richting aan de slag.

Heel toevallig zijn de dingen waar je succes mee kunt boeken, dingen die we als Nederlandse cultuur van vrouwen accepteren. Vrouw maakt Youtube filmpjes over make-up? Goed! Duizenden volgers! Vrouw zoekt kapitaal om haar onderneming uit te breiden: fout! Alleen mannen zijn serieuze ondernemers waar je serieus in investeert! Vrouw roept vrouwen op hun partner op afroep te pijpen, in de hoop dat hij dan misschien bij haar blijft? Goed, bestseller! Vrouw roept vrouwen op dat ze eigen wensen en behoeften hebben, nee mogen zeggen en dat mannen dat moeten accepteren? Eng, zure feministe, zeur!

Deze deal brengt Li als individu maximale winst: aandacht, volgers, inkomsten, een bestseller, een spannend leven waarbij je bijvoorbeeld een dagje op stap kunt met Ronnie Flex – bijna 470.000 keer bekeken toen ik keek.  In ruil daarvoor spuwt Li dit soort teksten uit: 

Mannen zitten altijd in kamp konijn. Als je [als vrouw] écht geen zin hebt, doordat je niet lekker in je vel zit of lichamelijke klachten hebt, dan heb ik geen praktische tips voor je […] Maar als dat niet het geval is, dan moet je zin maken. Want mannen moeten hun zaad kwijt.” […] „is de zak eenmaal geleegd, dan heb je de man terug waar je voor hebt getekend. Dan is-ie weer leuk en gezellig.”

Dit is dezelfde soort kul die SGP-ers, mannenrechtenactivisten en andere oerconservatieve fans van traditionele rolpatronen ook spuwen. Sterker nog, toen onvrijwillig celibataire mannen, Incels, besloten dat hun seksloze leven de schuld was van vrouwen en in het rond begonnen te schieten, stonden er meteen opiniemakers als Ross Douthat op met het voorstel om een soort seks-distributiesysteem in te stellen. Geef dat soort mannnen een vrouw die wél seks met ze heeft, dan stopt dat soort geweld vanzelf. Incels waren super enthousiast. Boeien, dat vrouwen mensen zijn met gevoel en verstand – verdelen die handel. Vergeleken bij dit soort gasten valt Li eigenlijk nog mee.

Laten we dit soort vrouwenhaat vooral blijven bestrijden waar we het tegenkomen. Ja, Li heeft het recht een boek te publiceren, waarin ze mannen reduceert tot hersenloze konijnen en vrouwen tot consumptiegoederen zonder een eigen wil. Anderen hebben het recht kritiek te uiten en te wijzen op het hoge gehalte seksisme van haar schrijfsels. Maar laten we breder kijken naar de cultuur die vrouwen als Li produceert. Alleen dan kunnen we meer doen dan symptoombestrijding.

Schrijfsters en lezeressen streven naar meer diversiteit in romantische verhalen

Miljoenen lezeressen verslinden romantische verhalen, en het uitgeven van romans in dit genre groeide uit tot een massale industrie. In dit feest van lezen en plezier beginnen zowel lezeressen als auteurs meer diversiteit te eisen. Nu de uitgeverijen nog. Want de diversiteit in de groep auteurs daalt gestaag. Onderzoek toont aan dat van de 3.752 romantische boeken, uitgegeven door de 20 toonaangevende uitgeverijen, slechts 6,2 procent geschreven werd door een auteur met een gekleurde huid.

The Ripped Bodice, een in romantische verhalen gespecialiseerde boekhandel, doet sinds twee jaar onderzoek naar de schrijvers van romantiek. Ze richtten zich op traditionele uitgeverijen. Uit hun analyse blijkt dat het percentage auteurs met een gekleurde huid daalt. In 2016 ging het nog om bijna 8 procent, vorig jaar 6,2.

De harde cijfers bevestigden voor getroffenen en geïnteresseerden een gevoel en een geleefde ervaring – nee ze waren niet gek, ze zagen het goed:

“There was a certain amount of relief from members of the community, including authors, bloggers, and readers who had been saying this was an urgent problem for years,” says Leah Koch, “and now have data to underscore their experiences. But ultimately, the numbers were very disheartening for a lot of people.” “The reaction from publishers was…quiet.” added Leah. “We’d like to see more active responses.”

In Nederland verschijnen veel uit het Engels vertaalde romantische boeken, dus de situatie zal hier niet veel anders zijn. Gezien dit gure klimaat is het extra leuk als mensen laten zien hoe het wél kan. Onlangs presenteerde de Drontense schrijfster Marijke Jansen bijvoorbeeld de bundel Brave New Love, met daarin tien liefdesverhalen waarbij diversiteit centraal staat. Sinds vorig jaar beschikt Nederland ook over de eerste uitgeverij die zich specifiek richt op lesbische romantiek. Het betreft Tinteling FEM, een imprint van Tinteling Romance.

Ook in de V.S. komt de situatie langzamerhand in beweging. Volgens de New York Times beraden Harlequin en Avon, twee grote uitgeverijen, zich op maatregelen om de auteursgroep minder blank te krijgen. Het onderwerp stond onlangs ook hoog op de agenda van een congres van de Romance Writers of America, in Denver. Fans van het genre doen er ondertussen alles aan om boeken aan te bevelen die meer diversiteit bieden, en auteurs als Jeannie Lin en Beverly Jenkins te promoten. Een site als Smart Bitches, Trashy Books neemt diversiteit standaard mee in recensies, en geeft verhalen een lagere score als ze racistische en seksistische elementen bevatten.

Stapje voor stapje komt zo de vooruitgang tot stand. Want gebrek aan diversiteit is een probleem van mensen, en mensen kunnen er iets aan doen. Zo is het onderzoek van Ripped Bodice vol lof over Crimson, onderdeel van uitgeverij Simon & Schuster. Deze imprint slaagde er in 2017 in om maar liefst 29.3% van de gepubliceerde romans te laten schrijven door een auteur met een gekleurde huid. Zie je? Het kan best. Moge veel uitgeverijen dat goede voorbeeld volgen.

Kwart WW1 gedichten kwam van een vrouw

Engelstalige vrouwen schreven een kwart van de gedichten in en over de Eerste Wereldoorlog in Engeland. Wow, dat wist ik niet. Zoals zovelen dacht ik bij Engelse poëzie over die Grote Oorlog automatisch aan mannen zoals Wilfred Owen. Maar zoals de BBC benadrukt, vertegenwoordigden deze mannelijke militairen een minderheid. Ze kwamen niet verder dan 20% van de ‘productie’. Dat hun werk desondanks zo dominant is, komt door de manier waarop de canon tot stand kwam.

Dichteres Charlotte Mew

Canon-vorming komt tot stand op basis van status en macht. Zo ook hier. Militairen, zeker vanuit de hogere rangen zoals officier, stonden zeer hoog in aanzien in het Engeland van rond 1914. Zelfs als ze, zoals Owen, nauwelijks bekend waren als dichter in hun eigen tijd, kregen ze daarna alsnog een podium. De literaire elite hees de militaire mannen op een schild, onder andere door hun gedichten te bundelen en te publiceren. Vrouwen kregen geen plek in die prestigieuze overzichten.

Dus voilà, wie op school gedichten krijgt uit en over de Eerste Wereldoorlog, krijgt Wilfred Owen en collega’s voorgeschoteld. Engelse (maar ook Nederlandse) leerlingen horen of lezen niks van bijvoorbeeld Evelyn Underhill, die in haar gedicht ‘Non-combatants’ stelde: “Never of us be said/We had no war to wage.” Of Charlotte Mew, die net zo goed als Owen de vernietigende effecten van oorlog beschreef.

Langzamerhand beginnen mensen te morrelen aan dat beeld van ‘oorlogspoëzie = mannen zoals Owen’. Website Allpoetry zette een aantal dichteressen op een rijtje, met  links naar hun gedichten. De universiteit van Leicester publiceerde een speciale paper, om aandacht te vestigen op de stem van vrouwen. Volgens de universiteit

We are engaged in a process foreseen in 1918 by Eleanor Farjeon: ”Men will begin to judge the thing that’s past As men will judge it in a hundred years.” The quotation chosen to head this Bookmark may seem to be deliberately provocative, but even the most diligent reader of the poetry of the period would be hard-pressed to find any popular anthology that includes the work of a single female poet and might be tempted therefore to add to the quotation used, ‘or cared what they wrote’.

Tegenwoordig raken mensen zelfs een beetje los van het Westelijk front. De Eerste Wereldoorlog speelde zich op zeer veel fronten af, in allerlei andere landen dan België/Frankrijk/Duitsland. De gedichten die uit de koloniën en andere verder weggelegen fronten komen, beginnen ook aandacht te krijgen.

Het gaat niet snel, dat bijsturen en verbreden van de klassieke canon, maar het gebeurt. Vooruitgang!

Boeken! En nog meer boeken!

Lezen, heerlijk… In de zomervakantie heeft iedereen hopelijk wat meer tijd om in andere werelden te duiken. En het leukste is dat je daarna boekentips kunt delen met andere lezers. Hieronder de mijne…

Maria Dermoût

Nog Pas Gisteren, Maria Dermoût. Bij een afgeschreven-boeken-verkoop in de bibliotheek trof ik een bundel aan met haar verzamelde werk. Ik had nog nooit van deze Nederlands-Indische schrijfster gehoord. Dat zegt vooral iets over mijzelf en mijn ouwe docent Nederlands, die alleen de selecte club universelen interessant vond en verschrikt opkeek toen ik een boek van Helen Knopper op mijn leeslijst zette – hij had nog nooit van haar gehoord, terwijl ze ook destijds al verschillende werken had geschreven.

Ook Dermoût hoorde duidelijk niet bij het standaard curriculum, wat een gemis in mijn opvoeding was. Want ik heb nog een aantal verhalen en romans te gaan, maar de novelle Nog Pas Gisteren smaakte al zeker naar meer. In krap negentig pagina’s schetst Dermoût door de ogen van een jong meisje een beklemmende koloniale wereld, die op instorten staat. Dermoût maakt optimaal gebruik van het verschil in kennis, ervaring en inzicht tussen het jonge meisje en jij, de volwassen lezer.

Het meisje gist naar het waarom van de houding van familieleden ten opzichte van elkaar. Als lezer moet je ook een beetje gissen, maar kun je een heel eind komen – verboden relaties, overspel, huwelijken die net als de bredere situatie op instorten staan. De hoofdpersoon snapt niet precies waarom vertrouwde inheemse mensen opeens kil doen en vertrekken. Als lezer snap je het wel: de politieke situatie verandert en mensen zijn het zat om voor blanke plantagehouders te werken.

Bij Nog Pas Gisteren had ik dezelfde leeservaring als bij Een Dwaze Maagd van Ida Simons: het verhaal besluipt je van achteren. Het begint klein en onschuldig. Je denkt tralalala, valt wel mee. Om vervolgens in de laatste pagina’s WHAM een emotionele uppercut te krijgen van heb ik jou daar.

In Trainwreck analyseert feministe en journaliste Sady Doyle het fenomeen van de Gevallen Vrouwelijke Beroemdheid. Zij ziet in de tragedies rondom Marilyn Monroe, Britney Spears en Amy Winehouse de manier waarop de samenleving vrouwen afstraft als ze het wagen de openbaarheid op te zoeken. Magazine The Atlantic publiceerde een lovende bespreking van dit boek en put hoop uit het feit dat de gang van zaken rond huidige beroemdheden wijzen op een verandering ten goede:

the female celebrities who are ascendant today are dominant precisely because they have studiously avoided, for the most part, the Spearsian style of public downfall. Beyoncé, Taylor, Rihanna, Angelina, Shonda—these women are, for the most part, deeply in control of their own stories and images. […] …they serve less as icons of fallen femininity than of what may well be the new regime: one in which women set their own agendas.

Ingetogen en mooi: The sister : a novel based on the life of Alice James van Lynne Alexander. Kun je een mooi boek schrijven over een 19e-eeuwse vrouw die, vanwege pijnlijke zware menstruaties en andere aandoeningen het grootste deel van de tijd op bed ligt? Ja, bewijst Alexander. Ze kruipt helemaal in de fictieve denkwereld van de echt bestaande Alice en geeft zo een inkijkje in het bestaan van iemand die niet bekend werd, zoals haar schrijvende broers, maar die een zeer rijk innerlijk leven leidde en zich staande hield, ondanks al dat op bed moeten liggen. Lastig te beschrijven boek, lees het 😉

De Ancillary trilogie, van Ann Leckie… Mooie, spannende boeken, waar ik eerder al aandacht aan besteedde. Tijdschrift Vileine noemt ze een instant classic en gelijk hebben ze.

En de winnaars van het beste Groninger boek 2018 zijn… twee winnaressen, te weten Nhung Dam en Karin Sitalsing! Dam is theatermaakster en deed onlangs nog met een productie mee aan Oerol. In Duizend Vaders, haar literaire debuut, schrijft ze hoe een 11-jarig vluchtelingenkind zich probeert te handhaven in een nieuw land, Groningen. Sitalsing ging in haar non-fictieboek Boeroes op zoek naar de levens van de ‘gewone’ blanke Surinamers. Geen rijke plantagehouders, maar arme sappelaars die in de negentiende eeuw naar Suriname reisden in de hoop op een beter leven – en dat meestal niet vonden.

Tot slot een inspirerend idee. Anne stond voor haar boekenkast en telde, onder andere geïnspireerd door de Lezeres des Vaderlands, het aantal vrouwen, mannen en nationaliteiten dat op de planken stond. Dat bleek bedroevend weinig. Haar collectie was 78% man en 95% blank. Dus besloot ze op wereldreis te gaan:

Ik zal dwars door Afrika trekken, kriskras door Azië en eilandhoppend door Oceanië. Niets bijzonders, zou je denken, behalve dan dat mijn vervoermiddel geen vliegtuig maar papier zal zijn en mijn gids geen Lonely Planet maar een schrijver uit elk land ter wereld. Ik ga op reis door de wereldliteratuur.

Per land zoekt ze mooie romans uit – zie hier de lijst tot nu toe. Daarbij werd al snel duidelijk dat een Nederlandse lezer die meer wil dan standaard, er soms bekaaid vanaf komt. Zo verscheen haar keuze voor het Afrikaanse land Gabon, een roman geschreven door Angèle Rawiri, alleen in het Frans en in een Engelse vertaling. Fijn dus dat ze een weblog bijhoudt over haar literaire avontuur, dan weten we in ieder geval van het bestaan van een titel en kun je daarna makkelijker zelf iets zoeken en vinden.

Ophef boekenweek is teken van vooruitgang

De moeder, de vrouw. Dit thema van de boekenweek 2019 leidde, tot verbazing van organisator CPNB, tot ophef. Ik vind die ophef een teken van vooruitgang. Twintig jaar geleden zouden de meeste mensen niet met hun ogen geknipperd hebben en een instantie klakkeloos z’n gang hebben laten gaan. Nu niet. Het wemelt op twitter van de protesten, 300 auteurs en uitgeverijen publiceerden een protestbrief in NRC Handelsblad en De Morgen, en boekhandel Savannah Bay gaat een eigen boekenweekthema bedenken. Met een door vrouwen geschreven boekenweekessay – en geschenk.

Bij alle reacties die tot nu toe verschijnen licht ik graag een paar thema’s uit. Allereerst de veelbetekenende reactie van de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek. De CPNB liet in een interview weten dat ze de ophef niet aan zagen komen en waarschijnlijk de verwoording van het thema onderschat hebben:

We wilden de veelkantigheid van het moederschap laten zien. ‘De moeder de vrouw’ uit het gedicht van Nijhoff vonden we een mooie literaire verwijzing. We dachten dat het duidelijk zou zijn. Maar allerlei discussies zijn door elkaar heen gaan lopen.’

De CPNB maakt hiermee pijnlijk duidelijk dat ze totaal gemist hebben welke lading deze termen hebben. Eeuwenlang was ‘de’ vrouw een groot probleem. Mannen schreven boeken vol over haar inferieure aard, losse zeden, hysterische emoties en leugenachtige sluwheid. Binnen die staat van zonde en slechtheid was het moederschap, naast non worden, de enige geaccepteerde positie van de vrouw. Allerlei geleerde mannen en kerkvaders schreven voor hoe belangrijk het was dat vrouwen trouwden en kinderen kregen en hoe ze vervolgens moesten zijn. Deze belerende teksten stonden bol van woorden als dienen, verzorgen, gehoorzamen, zwijgen, de man volgen, al dan niet religieus bekrachtigd met Bijbelteksten.

Tot op de dag van vandaag benutten mannen met macht hun podium nog steeds om uit te leggen waarom ze vrouwen minderwaardig vinden. En gebruikt een bepaalde groep mensen ‘moeder de vrouw’ nog steeds om te verwijzen naar de vrouw die zichzelf helemaal wegcijfert om voor zijn kinderen en voor hem te zorgen. ‘Moeder de vrouw’ heeft geen eigen naam, haar taak en functie zijn belangrijk, niet zijzelf als persoon, zoals deze cartoon treffend parodieert:

Hoe seksistisch dit de vrouw de moeder/moeder de vrouw is, weet je meteen als je andere varianten probeert. Je hoort nooit ‘vader de man’ of ‘dochter het meisje’, signaleert Paulien Cornelisse. Inderdaad, en daarom ben ik rond dit boekenweekthema zo blij met de protesten. ‘De moeder’, ‘de vrouw’ zijn terecht zeer problematische begrippen geworden, en vrouwen eisen het recht op om hier zelf iets over te zeggen te krijgen. Dat het CPNB de ophef niet aan zag komen zegt alles over het CPNB. Nederlandse vrouwen en veel mannen zijn inmiddels een stapje verder.

Andere tegenreacties over de ophef spreken ook boekdelen. Özcan Akyol benutte zijn podium als columnist van het AD om vrouwen die aanstoot nemen tegen het boekenweekthema, te betichten van hysterie. Dit woord duikt regelmatig op als vrouwen in verzet komen tegen onrecht. Ze hebben geen terechte aanklacht, nee, ze zijn hysterisch. Het is naast ‘hoer’ hét etiket om vrouwen te diskwalificeren en terug in hun hok te meppen.

Akyol haalt nog een ander seksistisch geintje uit in zijn opiniestuk. Hij verklaart vrouwen zo sterk, nobel en ”veel subtieler dan mannen”, dat ze dit soort protesten helemaal niet nodig zouden hebben. Ook dit type argument kent een lange geschiedenis. Opleidingen, hadden vrouwen niet nodig. Stemrecht ook niet, want de vrouw had al genoeg invloed als moeder en echtgenote. Politiek was zo’n smerig bedrijf, daar moesten edele vrouwen met hun tere aard helemaal niks van willen weten, ze waren zo goed en hoogstaand dat ze dat maar beter konden overlaten aan mannen. Opnieuw, brrrrrrr.

Tot slot de ja-maar types die de protesten verdraaien. Mogen mannen dan niet schrijven over vrouwen en moeders? Boehoehoehoe, identiteitspolitiek, de creativiteit gaat ten onder aan politiek correct geleuter. Dit is een favoriet argument van conservatieven om alle pogingen af te slaan om meer diversiteit te bereiken. Daarbij vergeten ze gemakshalve dat zijzelf ook aan identiteitspolitiek doen: de identiteit van de blanke man die kan terugvallen op zijn machtspositie als de neutrale standaard, de objectieve brenger van universele waarheden – terwijl alles aan elkaar hangt van subjectiviteit, blinde vlekken, de angst om privileges en macht te verliezen, enzovoorts. Zeg maar de profiteur van het informele mannenquotum aan de top van het bedrijfsleven of de politiek, die tegen een vrouwenquotum is want ‘we moeten alleen voor kwaliteit gaan’. Zoals Mark Rutte.

De CPNB heeft inmiddels in een verklaring laten weten te willen kijken hoe ze een positieve wending kunnen geven aan het thema van de boekenweek. De stichting gaat graag in gesprek met de ondertekenaars van de protestbrief. Misschien lukt het om tot ”creatieve oplossingen” te komen, hoopt de CPNB. Nog beter lijkt mij: beter voeling houden met de maatschappij, zich bewust worden van seksisme, en vanaf nu boekenweekgeschenken – en essays jaarlijks 50-50 door mannelijke en vrouwelijke auteurs laten schrijven.

De dominantie van de dikke historische mannenboeken

Wil je weten hoe een door mannen gedomineerde canon tot stand komt? Dan kun je dat nú zien – het mechanisme is in werking gezet- rond historische romans. Het vuistdikke Reconquista van Miquel Bulnes. Musch, het vuistdikke eerste deel van een trilogie over het leven van Johan de Wit. Tafels in boekhandels bezwijken bijna onder het gewicht van deze Serieuze Historische Romans. Ik kan me niet herinneren dat de nieuwste Simone van der Vlugt  ooit zo breed gepromoot werd. Haar romans verschijnen, maar als Bulnes en co kloeke historische romans met mannelijke hoofdpersonen publiceren is dat een Evenement met hoofdletter E.

Het lijkt er sterk op dat mannelijke auteurs profiteren van een sociale en geschiedkundige context: mannen zijn de serieuze historici en leveranciers van Echte Boeken.

Geschiedenis als vak: Zowel wetenschapster Maria Greve als, jaren later, Suze Zijlstra, constateren dat mensen een duidelijke beeldvorming hebben over wie er over de geschiedenis gaan. Zeg ‘geschiedkundige’ of ‘historicus’ en de meeste mensen denken automatisch aan mannen, onderzochten zij. Mannen organiseerden zich in historische genootschappen en verkregen leerstoelen aan de universiteiten. ”Bronnenonderzoek in archieven en bibliotheken werd beschouwd als een heroïsche zoektocht van vastberaden mannen naar ware historische kennis”, schrijft Greve.

Echte Romans: Corina Koolen deed onderzoek en constateert dat literaire kwaliteit nauw verbonden is met mannen. Vrouwen schrijven net als mannen, maar lezers, uitgeverijen en recensenten willen dat niet zien. In hun beleving missen vrouwen steevast de X-factor die de mannelijke auteur wél heeft. Vrouwen schrijven misschien wel leuk, of zijn populair, of verkopen goed, maar literatuur… meh. Vervolgens krijgen mannelijke auteurs met hun Literaire Roman de literaire eer. En de prijzen. En het geld.

Binnen deze tweedeling tussen universele romans van mannen en genderspecifieke romannetjes van vrouwen, hebben mensen m/v ook duidelijke ideeën over wie over welk soort onderwerp mogen schrijven. Greve:

Slechts enkele uitzonderlijke vrouwen zouden in de ogen van de critici beschikken over voldoende kennis om zich in staatkundige en historische verschijnselen te kunnen verdiepen. In het algemeen diende de vrouw niet over economie, politiek of geschiedenis maar over ‘kalmer tooneelen’ te schrijven.

Dat gold voor de negentiende eeuw, maar deze mentaliteit leeft voort, ontdekte Koolen.

Misschien niet zo vreemd dat mannelijke auteurs direct en indirect baat hebben bij deze mannelijke geschiedenis en erkenning van literaire kwaliteit bij mannen. Zij passen naadloos in het onbewuste beeld van het soort mensen dat zich met geschiedenis en literatuur bezig houdt. Ze komen terecht in een gespreid bedje. Bulnes’ roman Reconquista, over de strijd tussen zuidelijke Mohammedanen en noordelijke Christenen in het middeleeuwse Spanje, werd volgens zijn uitgever groots besproken. Zijn voorganger, Het bloed in onze aderen, belandde in 2012 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Op dit moment lopen de media ook warm voor Jean-Marc van Tol met zijn historische roman over Johan de Wit. ”Je reinste Game of Thrones”, hijgt Vrij Nederland.

Ik denk dat het ook te maken heeft met marketing. Neem de omslag van Musch: een kloek, ”mannelijk” ontwerp in donkere kleuren, met grote strakke letters en een koninklijke vogel. Alles zegt ‘serieuze roman, Kwaliteit’:

Vergelijk dat met de gemiddelde kaft van een historische roman van een schrijfster zoals Simone van der Vlugt:

Lichte kleuren, roze, bloemetjes, een bevallige vrouwenhand, alles roept ‘vrouwelijk’. Misschien zelfs wel ‘chicklit’ – een frivool genre met boeken die geen man wil lezen. Nergens zegt een recensent zoiets als ‘net Game of Thrones’. Terwijl omschrijvingen daar wel aanleiding toe kunnen geven. Zoals deze omschrijving bij de roman ‘De Dochter van de Zeemeermin’ van Lydia Rood: ”1403, de Middeleeuwen: een tijd van oorlog, bijgeloof en van strijd om de troon”.

Ik gun Bulnes en Van der Tol alle aandacht van harte hoor. Hun boeken zijn vast goed en leuk om te lezen. En de historische roman is een prachtig genre. Maar het valt mij op dat de media en de boekhandels de Bulnes en Van der Tol heren wel érg op het schild hijsen. Zij krijgen alle ruimte van literaire bijlagen die, zoals de Lezeres des Vaderlands en anderen onderzochten, het werk van vrouwen negeren of alleen in kleine signalementen behandelen, terwijl mannelijke auteurs de belangrijke lange reportages krijgen. Dit terwijl het letterlijk wemelt van schrijfsters die in hetzelfde genre werken. Zie bijvoorbeeld deze lijst van Hebban.

Kortom, het is geen gelijk speelveld. En dat is erg vervelend, want als diezelfde door mannen gedomineerde recensentengroep en literaire experts-kliek de Canon van de Historische Roman opstelt, in de context van de man als de echte historicus en de man als de echte auteur, zul je zien dat mannelijke auteurs daarin domineren. We zijn er zelf bij – het mechanisme speelt zich op dit moment voor je eigen ogen af. Het is nu gaande. Wilde ik even signaleren….