Category Archives: Boeken

Ophef boekenweek is teken van vooruitgang

De moeder, de vrouw. Dit thema van de boekenweek 2019 leidde, tot verbazing van organisator CPNB, tot ophef. Ik vind die ophef een teken van vooruitgang. Twintig jaar geleden zouden de meeste mensen niet met hun ogen geknipperd hebben en een instantie klakkeloos z’n gang hebben laten gaan. Nu niet. Het wemelt op twitter van de protesten, 300 auteurs en uitgeverijen publiceerden een protestbrief in NRC Handelsblad en De Morgen, en boekhandel Savannah Bay gaat een eigen boekenweekthema bedenken. Met een door vrouwen geschreven boekenweekessay – en geschenk.

Bij alle reacties die tot nu toe verschijnen licht ik graag een paar thema’s uit. Allereerst de veelbetekenende reactie van de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek. De CPNB liet in een interview weten dat ze de ophef niet aan zagen komen en waarschijnlijk de verwoording van het thema onderschat hebben:

We wilden de veelkantigheid van het moederschap laten zien. ‘De moeder de vrouw’ uit het gedicht van Nijhoff vonden we een mooie literaire verwijzing. We dachten dat het duidelijk zou zijn. Maar allerlei discussies zijn door elkaar heen gaan lopen.’

De CPNB maakt hiermee pijnlijk duidelijk dat ze totaal gemist hebben welke lading deze termen hebben. Eeuwenlang was ‘de’ vrouw een groot probleem. Mannen schreven boeken vol over haar inferieure aard, losse zeden, hysterische emoties en leugenachtige sluwheid. Binnen die staat van zonde en slechtheid was het moederschap, naast non worden, de enige geaccepteerde positie van de vrouw. Allerlei geleerde mannen en kerkvaders schreven voor hoe belangrijk het was dat vrouwen trouwden en kinderen kregen en hoe ze vervolgens moesten zijn. Deze belerende teksten stonden bol van woorden als dienen, verzorgen, gehoorzamen, zwijgen, de man volgen, al dan niet religieus bekrachtigd met Bijbelteksten.

Tot op de dag van vandaag benutten mannen met macht hun podium nog steeds om uit te leggen waarom ze vrouwen minderwaardig vinden. En gebruikt een bepaalde groep mensen ‘moeder de vrouw’ nog steeds om te verwijzen naar de vrouw die zichzelf helemaal wegcijfert om voor zijn kinderen en voor hem te zorgen. ‘Moeder de vrouw’ heeft geen eigen naam, haar taak en functie zijn belangrijk, niet zijzelf als persoon, zoals deze cartoon treffend parodieert:

Hoe seksistisch dit de vrouw de moeder/moeder de vrouw is, weet je meteen als je andere varianten probeert. Je hoort nooit ‘vader de man’ of ‘dochter het meisje’, signaleert Paulien Cornelisse. Inderdaad, en daarom ben ik rond dit boekenweekthema zo blij met de protesten. ‘De moeder’, ‘de vrouw’ zijn terecht zeer problematische begrippen geworden, en vrouwen eisen het recht op om hier zelf iets over te zeggen te krijgen. Dat het CPNB de ophef niet aan zag komen zegt alles over het CPNB. Nederlandse vrouwen en veel mannen zijn inmiddels een stapje verder.

Andere tegenreacties over de ophef spreken ook boekdelen. Özcan Akyol benutte zijn podium als columnist van het AD om vrouwen die aanstoot nemen tegen het boekenweekthema, te betichten van hysterie. Dit woord duikt regelmatig op als vrouwen in verzet komen tegen onrecht. Ze hebben geen terechte aanklacht, nee, ze zijn hysterisch. Het is naast ‘hoer’ hét etiket om vrouwen te diskwalificeren en terug in hun hok te meppen.

Akyol haalt nog een ander seksistisch geintje uit in zijn opiniestuk. Hij verklaart vrouwen zo sterk, nobel en ”veel subtieler dan mannen”, dat ze dit soort protesten helemaal niet nodig zouden hebben. Ook dit type argument kent een lange geschiedenis. Opleidingen, hadden vrouwen niet nodig. Stemrecht ook niet, want de vrouw had al genoeg invloed als moeder en echtgenote. Politiek was zo’n smerig bedrijf, daar moesten edele vrouwen met hun tere aard helemaal niks van willen weten, ze waren zo goed en hoogstaand dat ze dat maar beter konden overlaten aan mannen. Opnieuw, brrrrrrr.

Tot slot de ja-maar types die de protesten verdraaien. Mogen mannen dan niet schrijven over vrouwen en moeders? Boehoehoehoe, identiteitspolitiek, de creativiteit gaat ten onder aan politiek correct geleuter. Dit is een favoriet argument van conservatieven om alle pogingen af te slaan om meer diversiteit te bereiken. Daarbij vergeten ze gemakshalve dat zijzelf ook aan identiteitspolitiek doen: de identiteit van de blanke man die kan terugvallen op zijn machtspositie als de neutrale standaard, de objectieve brenger van universele waarheden – terwijl alles aan elkaar hangt van subjectiviteit, blinde vlekken, de angst om privileges en macht te verliezen, enzovoorts. Zeg maar de profiteur van het informele mannenquotum aan de top van het bedrijfsleven of de politiek, die tegen een vrouwenquotum is want ‘we moeten alleen voor kwaliteit gaan’. Zoals Mark Rutte.

De CPNB heeft inmiddels in een verklaring laten weten te willen kijken hoe ze een positieve wending kunnen geven aan het thema van de boekenweek. De stichting gaat graag in gesprek met de ondertekenaars van de protestbrief. Misschien lukt het om tot ”creatieve oplossingen” te komen, hoopt de CPNB. Nog beter lijkt mij: beter voeling houden met de maatschappij, zich bewust worden van seksisme, en vanaf nu boekenweekgeschenken – en essays jaarlijks 50-50 door mannelijke en vrouwelijke auteurs laten schrijven.

Advertenties

De dominantie van de dikke historische mannenboeken

Wil je weten hoe een door mannen gedomineerde canon tot stand komt? Dan kun je dat nú zien – het mechanisme is in werking gezet- rond historische romans. Het vuistdikke Reconquista van Miquel Bulnes. Musch, het vuistdikke eerste deel van een trilogie over het leven van Johan de Wit. Tafels in boekhandels bezwijken bijna onder het gewicht van deze Serieuze Historische Romans. Ik kan me niet herinneren dat de nieuwste Simone van der Vlugt  ooit zo breed gepromoot werd. Haar romans verschijnen, maar als Bulnes en co kloeke historische romans met mannelijke hoofdpersonen publiceren is dat een Evenement met hoofdletter E.

Het lijkt er sterk op dat mannelijke auteurs profiteren van een sociale en geschiedkundige context: mannen zijn de serieuze historici en leveranciers van Echte Boeken.

Geschiedenis als vak: Zowel wetenschapster Maria Greve als, jaren later, Suze Zijlstra, constateren dat mensen een duidelijke beeldvorming hebben over wie er over de geschiedenis gaan. Zeg ‘geschiedkundige’ of ‘historicus’ en de meeste mensen denken automatisch aan mannen, onderzochten zij. Mannen organiseerden zich in historische genootschappen en verkregen leerstoelen aan de universiteiten. ”Bronnenonderzoek in archieven en bibliotheken werd beschouwd als een heroïsche zoektocht van vastberaden mannen naar ware historische kennis”, schrijft Greve.

Echte Romans: Corina Koolen deed onderzoek en constateert dat literaire kwaliteit nauw verbonden is met mannen. Vrouwen schrijven net als mannen, maar lezers, uitgeverijen en recensenten willen dat niet zien. In hun beleving missen vrouwen steevast de X-factor die de mannelijke auteur wél heeft. Vrouwen schrijven misschien wel leuk, of zijn populair, of verkopen goed, maar literatuur… meh. Vervolgens krijgen mannelijke auteurs met hun Literaire Roman de literaire eer. En de prijzen. En het geld.

Binnen deze tweedeling tussen universele romans van mannen en genderspecifieke romannetjes van vrouwen, hebben mensen m/v ook duidelijke ideeën over wie over welk soort onderwerp mogen schrijven. Greve:

Slechts enkele uitzonderlijke vrouwen zouden in de ogen van de critici beschikken over voldoende kennis om zich in staatkundige en historische verschijnselen te kunnen verdiepen. In het algemeen diende de vrouw niet over economie, politiek of geschiedenis maar over ‘kalmer tooneelen’ te schrijven.

Dat gold voor de negentiende eeuw, maar deze mentaliteit leeft voort, ontdekte Koolen.

Misschien niet zo vreemd dat mannelijke auteurs direct en indirect baat hebben bij deze mannelijke geschiedenis en erkenning van literaire kwaliteit bij mannen. Zij passen naadloos in het onbewuste beeld van het soort mensen dat zich met geschiedenis en literatuur bezig houdt. Ze komen terecht in een gespreid bedje. Bulnes’ roman Reconquista, over de strijd tussen zuidelijke Mohammedanen en noordelijke Christenen in het middeleeuwse Spanje, werd volgens zijn uitgever groots besproken. Zijn voorganger, Het bloed in onze aderen, belandde in 2012 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Op dit moment lopen de media ook warm voor Jean-Marc van Tol met zijn historische roman over Johan de Wit. ”Je reinste Game of Thrones”, hijgt Vrij Nederland.

Ik denk dat het ook te maken heeft met marketing. Neem de omslag van Musch: een kloek, ”mannelijk” ontwerp in donkere kleuren, met grote strakke letters en een koninklijke vogel. Alles zegt ‘serieuze roman, Kwaliteit’:

Vergelijk dat met de gemiddelde kaft van een historische roman van een schrijfster zoals Simone van der Vlugt:

Lichte kleuren, roze, bloemetjes, een bevallige vrouwenhand, alles roept ‘vrouwelijk’. Misschien zelfs wel ‘chicklit’ – een frivool genre met boeken die geen man wil lezen. Nergens zegt een recensent zoiets als ‘net Game of Thrones’. Terwijl omschrijvingen daar wel aanleiding toe kunnen geven. Zoals deze omschrijving bij de roman ‘De Dochter van de Zeemeermin’ van Lydia Rood: ”1403, de Middeleeuwen: een tijd van oorlog, bijgeloof en van strijd om de troon”.

Ik gun Bulnes en Van der Tol alle aandacht van harte hoor. Hun boeken zijn vast goed en leuk om te lezen. En de historische roman is een prachtig genre. Maar het valt mij op dat de media en de boekhandels de Bulnes en Van der Tol heren wel érg op het schild hijsen. Zij krijgen alle ruimte van literaire bijlagen die, zoals de Lezeres des Vaderlands en anderen onderzochten, het werk van vrouwen negeren of alleen in kleine signalementen behandelen, terwijl mannelijke auteurs de belangrijke lange reportages krijgen. Dit terwijl het letterlijk wemelt van schrijfsters die in hetzelfde genre werken. Zie bijvoorbeeld deze lijst van Hebban.

Kortom, het is geen gelijk speelveld. En dat is erg vervelend, want als diezelfde door mannen gedomineerde recensentengroep en literaire experts-kliek de Canon van de Historische Roman opstelt, in de context van de man als de echte historicus en de man als de echte auteur, zul je zien dat mannelijke auteurs daarin domineren. We zijn er zelf bij – het mechanisme speelt zich op dit moment voor je eigen ogen af. Het is nu gaande. Wilde ik even signaleren….

Klassieker Joanna Russ krijgt nieuwe uitgave

Leve de universiteit van Texas! Die verzorgde een gedegen nieuwe uitgave van de klassieker ‘How to Suppress Women’s Writing” van Joanna Russ, met een voorwoord van Jessa Crispin. (In Nederland verscheen haar boek onder de veel mildere titel Andere Levens, Andere Letteren). Dit is geweldig nieuws, want wat Russ schreef over uitsluitingsmechanismen bij schrijfsters geldt net zo goed voor de situatie rond kunstenaressen, onderneemsters, wetenschapsters, opiniemaaksters enzovoorts. En is nog steeds akelig actueel.

Bron: Financieel Dagblad

Russ wijst er in haar boek op dat culturen echt wel veranderen en beschaafder kunnen worden. Zo hebben we sinds een paar decennia nauwelijks wetgeving die vrouwen expliciet en gericht uitsluit van bepaalde beroepen of bezigheden. Vrouwen blijven sinds de jaren vijftig handelingsbekwaam na hun huwelijk. Bijna niemand doet in het openbaar nog botte uitspraken dat vrouwen iets niet zouden kunnen, niet zouden mogen of niks voorstellen. Doet iemand dat wel, dan volgt (terecht) felle kritiek.

Je zou oppervlakkig gezien kunnen denken dat alles ok is. In de praktijk, stelt Russ, wéten we als samenleving echter heel goed wie iets mag zijn of doen, en wie niet. Zo zijn historici witte mannen, onderzocht Suze Zijlstra. Serieuze auteurs vinden we witte mannen, onderzocht Corina Koolen. Ondernemers vinden we witte mannen, analyseerde het Financieel Dagblad.

Vanuit dat wereldbeeld zijn vrouwen vreemde eenden in de bijt. Ze horen er niet bij. Duiken ze toch op, dan ontstaat er een probleem waar je zo snel mogelijk vanaf wilt. Russ zette voor de literaire wereld op een rijtje wat de acties zijn om het Serieuze Schrijverschap te behouden voor leden uit de correcte groep, namelijk witte mannen. Heel in het kort: ontkennen, belachelijk maken of afbreken, bijvoorbeeld door te zeggen dat ze inferieur werk aflevert, dat ze een waardeloos onderwerp uitkoos, dat ze slechts een eenzame uitzondering is, zich op de verkeerde genres richt, enzovoorts.

Lukt het om vrouwen af te schrikken of, als ze toch schrijven, in het hokje broddelaarsters te houden, dan heb je meteen een extra stok om vrouwen mee weg te slaan. Kijk, vrouwen mogen en kunnen alles maar doen het niet. Of ze doen het wel maar komen niet verder dan truttige romannetjes. Ze kunnen het blijkbaar niet. Ze spannen zich niet genoeg in. Zie je wel, mánnen zijn de serieuze auteurs.

Die manier van kijken en denken heeft voor vrouwen verstrekkende negatieve gevolgen. Anno 2018 ontdekte Corina Koolen dat lezers, recensenten en uitgevers nog steeds niet goed kunnen kijken naar het werk van schrijfsters. Mensen plakken allerlei seksistische etiketten op romans van schrijfsters en weigeren hun werk te erkennen als literatuur. Wat Russ kwalitatief analyseerde, trof Koolen even genadeloos hard aan in haar kwantitatieve onderzoek.

Wat schrijfsters overkomt, overkomt ook andere vrouwen die opduiken op plaatsen waar ze niet horen. Zo vinden we het in Nederland volstrekt normaal als er alleen blanke mannen aan tafel zitten bij talkshows op de televisie. Als er plotseling louter vrouwen aan tafel dreigen te komen, in het programma Buitenhof in dit geval, worden mensen zenuwachtig. Dus zegt de redactie één van de vrouwen af en laat voor haar in de plaats een man komen. Zo ver gaat onze cultuur om het plaatje weer een beetje te laten kloppen.

Vrouwen lopen niet alleen tv optredens mis, ze lopen vanuit het “mannen behoren X te doen” wereldbeeld ook geld en middelen mis om hun ambities te verwezenlijken. Vervolgens kan iedereen hoofdschuddend zeggen “tsja, ze kunnen en willen niet, vrouwen blijven liever bij hun gezin”.

Het Financieel Dagblad schonk bijvoorbeeld onlangs aandacht aan een fascinerend onderzoek naar het taalgebruik van investeerders. Mannen en vrouwen met macht (en geld) spraken met jonge ondernemers die kapitaal wilden werven om hun onderneming te starten of verder uit te bouwen. Na de analyse van talloze gesprekken bleek dat de investeerders bij ‘ondernemer’ aan mannen denken. Vrouwen zijn de vreemde eend, het klopt niet dat zij daar zitten als ondernemer. Daarna hijsen ze mannen in het zadel en wijzen vrouwen af:

De capaciteiten van vrouwelijke ondernemers werden stelselmatig omlaag gepraat, die van mannen omhoog. Mannelijke eigenschappen werden geassocieerd met ondernemerschap, vrouwelijke juist niet. Zelfs als het over dezelfde eigenschappen ging. Alsof – zo schrijven de onderzoekers – het imago van de vrouw ‘strijdig is met de persoonlijkheid van de entrepreneur’. Bijvoorbeeld: ‘Zoals alle vrouwen is ze voorzichtig. Ze durft niet.’ Over een man daarentegen: ‘Hij is voorzichtig, en dat is goed. Hij neemt weloverwogen beslissingen.’ Leeftijd en ervaring werden ook verschillend uitgelegd. Bij een vrouw negatief: ‘Ze is jong en heeft waarschijnlijk geen ervaring in het leiden van een business.’ Bij een man is dat iets positiefs: ‘Hij is een jonge kerel en heeft nog een veelbelovende toekomst voor zich liggen.’

De omgeving moet wakker worden, vooroordelen bijsturen en vrouwen eerlijker beoordelen. Dan pas verandert er écht iets en maakt een vrouwelijke canon of traditie een kans. Joanna Russ constateerde dat in How to Suppress Women’s Writing, en in Nederland kun je haar gelijk dagelijks ervaren door het nieuws te volgen en bijvoorbeeld dat onderzoek van Koolen te lezen.

Daarom top dat haar boek opnieuw breed verkrijgbaar is. Lees haar analyse, ken de argumenten om vrouwen buitenspel te zetten, en wees er alert op als je die mechanismen vervolgens tegen komt op kantoor, aan de talkshow-tafel, op je literaire platform enzovoorts. Want vrouwen zetten door en er is hoop op verbetering:

For hundreds of years, despite those odds against them, the “wrong” writers still manage to write. Likely it won’t be remembered long enough or taken seriously enough, but to read this book is to admire this buried tradition, and realize how much there is to be discovered — and how there’s no time like the present to look at the marginalized writers you might be missing. “Only on the margins does growth occur,” Russ promises, like the guide in a story telling you how to defeat the dragon. Get angry; then get a reading list.

Mooie artikelen van Literary Hub

Als feministe en lezeres geniet ik iedere keer opnieuw van het aanbod van Literary Hub. Deze site publiceert recensies en artikelen over literatuur, het boekenvak, schrijven en verhalen vertellen in de breedste zin van het woord. Daarbij komen allerlei thema’s aan bod, maar wat ik zo fijn vind is dat de site regelmatig aandacht besteedt aan gender, feminisme en de situatie van vrouwen. Graag link ik volgers van dit weblog door naar deze site en naar een aantal artikelen die mijn aandacht trokken. Hopelijk lees jij ze ook met evenveel plezier!

  • Feministe en auteur Rebecca Solnit levert regelmatig een bijdrage aan Literary Hub. Zij benadrukt onder andere dat wiens verhalen we vertellen, wiens perspectief centraal staat, een intens politieke kwestie is. Het zegt iets over machtsverhoudingen, over wat we als cultuur belangrijk vinden, wiens land het is en wie te gast is en zich aan moet passen aan de dominante groep. Daarnaast schreef ze de afgelopen tijd een paar belangrijke analyses over geweld tegen vrouwen, de toegeeflijke houding ten opzichte van agressieve mannen en #metoo.
  • Literary Hub doet erg haar best om blank westerse bubbels te vermijden of, als je daar toch in belandt, er weer zo snel mogelijk uit te stappen. Het aanbod is breed: Pakistaanse vrouwen op de arbeidsmarkt, het haar en de kapsels van zwarte vrouwen, of de polemische sluier, en vooral de politieke en sociale betekenis van zulke haar- en kledingdrachten, Cleopatra en hedendaagse vrouwelijke leiders, het werk van Audre Lorde en Clara Hale, de positie van ”buitenlandse schrijfsters” op de engelstalige markt (hint: hun werk wordt veel minder vertaald in het Engels dan dat van hun mannelijke collega’s), enzovoorts. Lees ook dit stuk van Rumaan Alam over haar schrijverschap.
  • Fiona Alison Duncan publiceerde een mooi artikel over het werk van onze eigen Nederlandse Etty Hillesum. Haar dagboeken zijn vertaald in het Engels, maar in tegenstelling tot de dagboeken van Anne Frank is haar werk niet heel bekend buiten een selecte kring van deskundigen en studenten: ”“I am accomplished in bed,” she writes. This is why, it’s been suggested, Etty Hillesum’s diaries aren’t, like those of her younger neighbor, part of the Holocaust canon.”
  • Linnea Hartsuyker gaat in op de orale verhalen en klassieke literatuur van de Vikingen. En hoe die verhalen en sages doorwerken in het leven van de mensen van nu, afstammelinge van die cultuur. De erfenis bestaat onder andere uit conflicterende emoties en ideeën rond vrouwelijkheid.
  • Dankzij Literary Hub hoorde ik voor het eerst van Moderata Fonte, een vrouw uit Venetië die in 1592 een feministische klassieker publiceerde. In De verdiensten van de vrouw gebruikt ze de literaire vorm van de dialoog om de positie van vrouwen in haar maatschappij te behandelen. Daarbij lanceert ze het nog steeds revolutionaire idee dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, maar dat mannen zo opgaan in de overtuiging dat zij superieur aan vrouwen zijn, dat ze dit fundamentele beginsel vergeten en onrecht begaan. Fontana hoort thuis in het rijtje van mensen zoals Christine de Pizan (1405/1410) en Mary Wollstonecraft’s Vindication of the Rights of Women (1792).
  • Literary Hub linkt je ook graag door naar vijf andere schrijfsters die feministische heldinnen zouden moeten zijn. Of tien fantasievolle feministische romans die creatief verzet kunnen bevorderen. Of, als dat verzet mislukt, dertig dystopische romans, geschreven door vrouwen of met vrouwen in de hoofdrol (op één na).
  • Lucinda Rosenfeld schreef een mooie analyse van het genre Chicklit. Ze noemt het ‘het genre dat beter verdiende‘. En speculeert dat het genre doorontwikkelt in iets nieuws: ”Instead of women searching for sex and love with the opposite sex, perhaps the genre might revolve around women simply trying to survive the opposite sex. Settings in a dystopian near future would be optional.
  • Hoe is het om als vrouw Oud-Griekse klassiekers te lezen en te studeren? Madeleine Miller kwam erachter dat ze dat alleen kon doen door zichzelf heel bewust af te sluiten voor de talloze keren dat deze literatuur haar confronteert met vrouwenhaat en seksisme. In het bijzonder de behandeling van de tovenares Circe in de Odyssee trof haar onaangenaam. Ze is machtig en slim, maar Odysseus hoeft alleen maar een zwaard te trekken en ze knielt huilend voor hem neer? Het leidde ertoe dat ze zelf, in een roman, een alternatief biedt: ”It took me 25 years from that first frustration to work out a reply, which turned into my second novel, Circe. In it, I got to write my own version of that scene, from Circe’s perspective. She still yields to Odysseus’s trick, that is a piece of the plot. But she does not kneel.”
  • Daniel Pryce dacht dat hij een hele goede science fiction roman had geschreven, met veel aandacht voor de vrouwelijke personages. Veel lezers stuurden inderdaad positieve reacties. Maar een vocale minderheid wees hem op seksistische elementen, en uiteindelijk moest de schrijver toegeven dat hij een paar dingen over het hoofd had gezien: ”The mistakes I’d made weren’t huge, but they weren’t new either. Most female readers have already seen them a thousand times before in a thousand other books. And therein lies the anger.” Hij nam de kritiek serieus en werd er een betere schrijver door. Eind goed, al goed.

Uiteraard hebben we ook in het Nederlandstalige gebied goede literaire websites. Zoals Tzum, één van de weinige sites die probeert schrijfsters en vrouwelijke recensenten evenredig aan bod te laten komen. Neem ook eens een kijkje bij Hebban.nl en hun overzicht van beste boekenbloggers van 2017, of hun analyse van de net uitgekomen Vrij Nederland detective- en thrillergids. Veel leesplezier!

Ode aan Renate Dorrestein

Ai wat een triest nieuws bracht uitgeverij Podium vandaag: schrijfster Renate Dorrestein is overleden. In mijn hart nam en neemt ze een bijzondere plek in. Niet alleen schreef ze spannende romans en goed doordachte essays vol waardevolle inzichten, maar voor mij vormde ze ook één van de toegangspoorten tot het feministische gedachtengoed. Onder andere haar bundel Korte Metten leverde veel stof tot nadenken – en toonde aan dat feminisme en humor vanzelfsprekend prima samen gaan.

Foto: Dagblad van het Noorden

Ik kocht Korte Metten destijds in een kringloopwinkel en viel als een blok voor de lichtvoetige maar kritische manier waarop Dorrestein allerlei sociale fenomenen onder de loep nam. De ware aard van de Nederlandse man, de volkomen ware stelling dat menstruatie niet fijn is, de diepere betekenis van de damestas, haar ervaringen tijdens lezingen over het feminisme (altijd een wantrouwig kijkende man die cijfers eist). Maar ook de vele kleine, persoonlijke observaties die aantonen hoe diep vrouwen geïndoctrineerd zijn om tegen de klippen op aardig te blijven, zich klein te maken en te navigeren in een vijandige wereld.

Een topcolumn uit haar bundel vind ik die over feministen en katten. ”Aan feministische personen zit zo dikwijls een poes vast, dat gesproken mag worden van een causaal verband”, schreef ze. Daarna schaamde ik me nooit meer voor het feit dat ook ik mezelf als feministe identificeer en mijn huis graag deel met een of meer katten. Sterker nog, ik sloot me meteen aan bij de Australian Cat Ladies toen die organisatie in 2013 werd opgericht. En streef nu naar een professioneel einde als kattenvrouwtje.

Dat is trouwens hard werken en veel geld sparen om na je pensioen aan de slag te gaan. Eén kat kost gemiddeld 400 euro per jaar, dus als je er een stuk of acht neemt zit je aan de duizenden euro’s. Behalve jaarlijkse vaccinaties zijn dierenarts-kosten niet meegerekend in dit gemiddelde. Mankeert Poekie dus iets en moet je medicijnen kopen of medische ingrepen betalen, dan zit je al snel ver boven dit gemiddelde. Kortom, het gaat hier om een serieuze ambitie waar je niet zomaar aan kunt beginnen. Je moet vooraf plannen, organiseren en je intensief voorbereiden om, eenmaal oud en verlept, een succesvol kattenvrouwtje te worden.

Een ander topboek vond ik haar feuilleton Voor Alles een Dame. Deze roman/almanak/…X… introduceerde me tot Katholieke vrouwelijke heiligen, recepten voor taart en gebak, en onnavolgbare verwikkelingen op een internaat voor moeilijk opvoedbare meisjes. Tussen alle bedrijven door eiste Dorrestein een plek op voor vrouwen om te doen en te schrijven wat ze willen, met respect voor hun eigen (literaire) tradities:

Van de Berliner bol naar het boek is, zo hebben we gezien, maar een kleine stap. Ook een literair werk geldt al snel als een misbaksel wanneer het anders smaakt dan binnen de gangbare conventies wenselijk wordt geacht. De auteur dient niet af te wijken van de norm. Maar dat is nu juist het probleem. Want hoe zou iemand die de last van eeuwenlang kool koken met zich mee zeult, niet kunnen verschillen van iemand met de lust van eeuwen dobbelen achter de knopen?

Dorrestein maakt dit punt niet voor niets. Analyses van recensies van haar werk tonen aan dat veel critici haar romans duidelijk niet begrepen en neersabelden met oordelen als ‘triviaal’, te veel ‘gemekker’ over voedsel en andere minachtende etiketten. Volgens Vooys volgen die recensies steevast hetzelfde patroon:

  • levensbeschrijving met veel aandacht voor het uiterlijk en de kledingkeuze van Dorrestein
  • dan wordt Dorresteins nieuw verschenen boek getoetst aan haar maatschappijvisie zoals die uit haar columns en vroegere bezigheden spreekt
  • welles-nietes gedoe over de sekseverhoudingen, het feministische gehalte van en het waarheidsgehalte in haar werk (getoetst aan wat de recensent feministisch of ‘waar’ vindt, alsof dat een universele, neutrale en objectieve visie is)
  • negatieve beladen waardeoordelen die vooral tegen vrouwen worden gebruikt, zoals ‘te boos’ en ‘drammerig’

Deze meestal mannelijke recensenten hadden geen oog voor de literaire traditie waar Dorrestein zich in wilde scharen en waarmee ze juist weerwoord leverde op gangbare oordelen. Zo geldt het feuilleton nog steeds als een inferieur genre, zeker als de hoofdpersonen vrouwen zijn: het zijn romantische niemendalletjes, soaps, sensatieverhalen, alles behalve Serieuze Literatuur met een hoofdletter L. Wat Voor Alles een Dame in mijn ogen alleen maar leuker en subversieve maakt: dat wat de gangbare kritiek neersabelt, omarmde Dorrestein juist en verhief tot schitterende hoogten.

De laatste jaren zijn literaire recensenten meer tot het inzicht gekomen wat lezeressen en lezers al lang hadden: dat Renate Dorrestein, mede oprichtster van de Anna Bijns prijs, een unieke stem was in de Nederlandse letteren. Haar laatste bundel, ‘Dagelijks Werk’, kreeg lovende kritieken. Dorrestein was toen al ziek. Ze benutte de tijd die ze nog had om voor de laatste keer haar eigen zegje te doen:

“stel je voor dat je na je dood, als je je niet meer kunt verweren, een biográáf achter je aan krijgt”.

Daarnaast geeft ze lezers een kijkje in de keuken van haar schrijverschap.

Heel erg dat dit de laatste ‘echte Dorrestein’ zal zijn. Vaarwel, Renate!

Toegift: dit mooie interview uit dagblad Trouw, van oktober vorig jaar.

Mannenliteratuur vertekent het vrouwbeeld

Onderzoek op basis van duizenden romans over een periode van 200 jaar wijst uit, dat mannelijke auteurs vrouwen meestal niet zien staan. Ze geven vrouwelijke personages maximaal dertig procent van de ruimte – meestal minder. Er zit geen vooruitgang in: mannelijke auteurs uit de Victoriaanse tijd schreven zelfs vaker over vrouwen dan nu. Dit draagt bij aan beeldvorming waarbij we de wereld zien door de ogen van mannen. Slecht nieuws voor vrouwen. Die zien zichzelf nauwelijks terug in verhalen, of worden geconfronteerd met gaslighting.

Gaslighting is een term voor een vorm van psychologische ondermijning. Door een genderbril bekeken: mannen die vrouwen aan zichzelf laten twijfelen door hen constant te vertellen dat ze niet weten wat ze weten, niet voelen wat ze voelen, dat ze zich dingen inbeelden, overreageren, slechte intenties hebben. Zie voor een Nederlands voorbeeld de SF serie Missie Aarde, waarin haar mannelijke collega’s het enige vrouwelijke bemanningslid van een ruimteschip mentaal door de mangel halen, net zolang totdat ze zelf ook gaat geloven in bepaalde vrouwvijandige mythes.

Sarah Churchwell schrijft in een mooi essay dat mannelijke auteurs in hun romans vaak terugvallen op gaslighting van vrouwen via vrouwelijke personages. Ze definiëren de wereld zoals hen dat als man goed uitkomt en reduceren vrouwen tot hysterische domme karikaturen en/of hulpjes van de man. Hun verwrongen vrouwbeeld steekt in verhevigde mate de kop op tijdens periodes, waarin vrouwen in het openbare leven protesteren tegen hun tweederangs status en meer ruimte opeisen. Dat levert bijvoorbeeld personages op die zichzelf feministisch noemen maar de mannelijke held tegeljkertijd op een vernederende manier dwingen om zittend te plassen, beschrijft Churchwell. Huuuu, enge feministen….

Die literaire traditie levert vooral verliezers op, signaleert Churchwell. Verhalen hebben effecten op mensen. Mannen verliezen iets als ze niet lezen of alleen boeken kiezen van mannen, over stoere mannen die oorlog voeren en sexy vrouwen veroveren. Lezeressen vervallen in een totaal gevoel van vervreemding als ze vooral verhalen lezen waarin ze niet voorkomen, of waarin de enige rol die is van een bordkartonnen hatelijk stereotype. De standaard canon vol boeken van blanke mannen die vrouwen negeren of vertekend weergeven is zodoende vooral een lijst van boeken die geen vrouw zou moeten willen lezen. (Tenzij je als schrijfster een studie van hun seksisme wil maken, om de vrouwenhaat daarna te ontmantelen in je eigen romans).

Daarnaast heeft het ook psychologische effecten op schrijfsters, als onze cultuur de beeldvorming uit de kokers van mannen aanneemt voor neutraal en universeel:

Here’s playwright Alison Croggon on the effect such bias can have on the confidence of a writer: “The woman who begins with talent but who finds herself struggling to gain notice simply because she is a woman, can find her ambitions dwindling, her possibilities shrunken, in a continually amplifying feedback loop. Just as success breeds confidence, so the lack of it breeds uncertainty. If millions of reinforcing signals say a woman’s work is less significant, something will eventually begin to stick. This kind of intensifying feedback, which begins at birth, is very difficult to track and even more difficult to combat.”

Dat verzet is echter broodnodig om de dominante beeldvorming te veranderen. Gelukkig komt de zaak steeds meer in beweging. Onderzoeken zoals VIDA tonen in overduidelijke cijfers aan dat het werk van mannen nog steeds onevenredig veel aandacht krijgt in literaire media. Dat leidt tot bewustwording en debat, met hier en daar een verbetering. Vrouwelijke auteurs zoeken ook steeds vaker zelf hun weg, waarbij internet en sociale media zeer behulpzame kanalen zijn. En er kwamen campagnes zoals Lees Vrouwen. In inspirerende artikelen vertellen lezers hoe ze hun leesgewoonten aanpasten en ruimte maakten voor verhalen  van en vaak ook over vrouwen. Churchwell juicht deze ontwikkelingen toe. Het vormt een noodzakelijk cultureel tegenwicht en biedt mogelijkheden om onszelf anders te laten kijken en denken.

Verder lezen: Zie voor de mannelijke dominantie in de Nederlandse literatuur de bevindingen van de Lezeres des Vaderlands. In haar artikelen duikt ze ook regelmatig in de inhoud van romans en zie je dat vrouwelijke personages er ook in Nederland bekaaid vanaf komen. Zoek je geloofwaardige vrouwelijke personages, dan moet je bij de schrijfsters zijn, want hun mannelijke collega’s blijven steken in slachtoffers of hoeren. Zie verder een artikel over de vooroordelen rond hun werk, waar schrijfsters nog steeds mee geconfronteerd worden. Of deze mooie beschouwing van auteur Niña Weijers, of deze analyse van Sanne van Oosten, of dit artikel over de manier waarop ons literatuuronderwijs vrouwen buiten sluit. Kortom nog genoeg werk te doen….

Vrouwen fileren mannen die tenenkrommend over vrouwen schrijven

Twitter levert op dit moment hilarische satire op mannelijke auteurs die denken dat ze vrouwen authentiek beschrijven. Podcaster Whit Reynolds en auteur Kate Leth vragen vrouwen teksten in te zenden waarbij ze zich voorstellen hoe ze beschreven zouden worden door een mannelijke auteur. Pareltjes zijn het gevolg: ‘veel mannen zouden alleen op haar borsten letten. Maar ik ben een intellectueel. Ik weet wat een vrouw waarlijk aantrekkelijk maakt: de kont”.

Bron: Elle Magazine

De humoristische actie kwam voort uit de klacht van een auteur die vond dat politieke correctheid te ver gaat. Leuk, al die nadruk op diversiteit en oproepen aan vertegenwoordigers van dominante groepen om kritisch op zichzelf te zijn als ze over minderheden schrijven. Maar al die ophef is onnodig want kijk bijvoorbeeld eens hoe authentiek hij als man een vrouwelijk personage beschrijft. Hij deelde passages uit zijn meest recente roman. Het resultaat was voorspelbaar tenenkrommend:

“Pale skin, red lips like I had just devoured a cherry Popsicle covered in gloss, two violet eyes like Elizabeth Taylor’s. Dark hair curled slightly. And, of course, my boobs. I had them propped up all front and center.”

Schrijfster Gwen Katz zag het bericht, las de passages en lag in een deuk. Ze publiceerde het proza zonder de naam van de man te noemen, om hem zoveel mogelijk te beschermen. Het moest gaan over de inhoud, niet de persoon. Vervolgens kwam de oproep van Reynolds en Leth om als vrouw je eigen versie in te zenden van dit type proza. De reacties stroomden in een sneltreinvaart binnen. Volgens site The Mary Sue toont de stortvloed aan hoe bekend vrouwen zijn met dit fenomeen:

That it’s so easy for Twitter users to chime in with their guy-writer descriptions demonstrates how widespread this sort of writing is. The focus of male writers when turning their gaze on women is something that most of have read so many times that we could produce these in our sleep.

Disclaimer voordat allerlei gepikeerde mannen boze geluiden maken: nee, niet alle mannen doen dit. Ja, er zijn auteurs die geweldige vrouwelijke personages scheppen. Mag ik de roman Nora Webster aanraden, van de mannelijke auteur Colm Tóibín? Een prachtig portret van een vrouw die weduwe wordt en daarna moeite heeft om met haar twee zoontjes een nieuw bestaan op te bouwen. Eén van de meest ontroerende boeken die ik ooit las.

Maar helaas gaat het vaak mis. Auteurs die alle vrouwen in hun boek beschrijven in termen van hoe aantrekkelijk ze is en hoe graag de hoofdpersoon met haar naar bed wil. De obsessie met borsten en billen, waardoor een vrouw verandert in een verzameling lichaamsdelen gerangschikt naar ‘wil ik het met haar doen of niet’. Brrrrrrrrrr!!!

Veel vrouwen namen dan ook de uitnodiging aan om dit soort prozaproducenten genadeloos te fileren. Een greep uit de berg:

“Her breasts entered the room before her far less interesting face, decidedly maternal hips and rounded thighs. He found her voice unpleasantly audible. As his gaze dropped from her mouth (still talking!) to her cleavage, he wondered why feminists were so angry all the time.”

“I had big honking teeters, just enormous bosoms, and I thought about them constantly as I walked down the street, using my legs (thick, with big shapely calves), but never not thinking about my enormo honkers.”

“Her body was an hourglass meant for taking his time, but her mohawk concerned him. She had a lesbian look, & too many tattoos, in languages he couldn’t pronounce. Still, she’d written a stack of books. It was time for him to weigh in with his high school knowledge of Beowulf.”

Zie er de zonzijde van in, moedigt website Electric Lit gevestigde en aankomende auteurs aan. Al die voorbeelden bieden je een uitgelezen kans om feedback te krijgen op je werk. Als je als mannelijke auteur goed luistert en nauwkeurig meeleest, kun je je eigen roman sterk verbeteren. Want echt, het ís mogelijk fatsoenlijke vrouwelijke personages te scheppen in je verhalen. Of lees een jaar lang alleen romans van vrouwelijke auteurs. Helpt ook.

TOEGIFT: de manier waarop mannen over vrouwen praten, en hoe het zou klinken als je de situatie omkeert. De resultaten zijn even schokkend als hilarisch.

Uitgeverij Chaos en nieuwe boeken rond feminisme

Nederland is een feministische uitgeverij rijker: Chaos. Op internationale vrouwendag, geen toevallig moment natuurlijk, publiceerden ze hun eerste uitgave. Een nieuwe Nederlandse vertaling van een feministische klassieker van Virginia Woolf, Een Kamer voor Jezelf. Later dit jaar volgen nog twee verhalenbundels en in maart 2019 een vertaling van een roman van Zora Neale Hurston. Mooi nieuws want voor de vorige expliciet feministische uitgeverij moeten we dertig jaar terug in de tijd.

 

Op haar website stelt Uitgeverij Chaos zichzelf voor als een samenwerking tussen drie vrouwen, te weten Sayonara Stutgard, Thalia Ostendorf en Yael van der Wouden. Ze willen ”chaos creëren op elk feestje!” Door ”ongehoorde verhalen uit de marges te halen en het aan de lezers te bieden die de verhalen verdienen”.

De uitgeverij wil interactioneel werken. Dat is een moeilijk woord voor breder kijken dan je neus lang is: vrouwen hebben te maken met discriminatie, maar mensen met een gekleurde huid ook, en mensen uit ”lagere klassen” (niet Ons Soort Mensen) ook, en je moet daar rekening mee houden. Het gaat om diverse soorten machtsverschillen en verschillende posities in de samenleving, die maken dat je soms extra je best moet doen om een gelijk speelveld te krijgen. Zie daarvoor ook mijn artikel over interactioneel feminisme, met alle verdere uitleg en details.

De drie vrouwen konden het zelf bijna niet geloven dat Nederland zo’n dertig jaar lang geen enkele feministische uitgeverij kende. De vorige, Uitgeverij Sara, ontstond midden in de tweede feministische golf, in 1977. Tien jaar later ging Sara failliet en kocht Uitgeverij Van Gennep hen over.

Dat het in de tussentijd niet helemaal een hopeloze woestenij werd, danken we aan initiatieven zoals de oprichting van Artemis. Geen nadrukkelijk feministische organisatie, maar wel een imprint die zich richtten op boeken van schrijfsters. In 2014 besloot Ambo/Anthos de imprint op te heffen, en verdween Artemis weer van het toneel.

En nu dus Chaos. Ik wens ze een mooie tijd toe en dat ze maar decennia lang mooie feministische boeken uit mogen geven.

Meer feminisme? Monika Triest publiceerde bij Uitgeverij Vrijdag ‘Wat zoudt gij zonder ’t vrouwvolk zijn?’,  een geschiedenis van het feminisme in België. Ze laat je onder andere kennis maken met Isabelle Gatti de Gamond (1839-1905), pedagoge, socialiste, vrijdenkster en de eerste Belgische feministe. Een andere recente uitgave is Alleen Ja Telt van Liesbeth Kennes. Deze pedagoge en auteur gaat in op de seksuele mores en de verkrachtingscultuur. In België, maar wat ze schrijft geldt net zo goed voor Nederland, Duitsland, de V.S., enz. enz.

Nederland zag vorig jaar twee belangrijke publicaties voor een groot publiek. Linda Duits gaat in Dolle Mythes in op allerlei vooroordelen en aannames rondom feminisme. En onze eigen Anja Meulenbelt neemt de lezer mee op een reis langs allerlei feministische ideeën en de aard van de feministische golven. Beide vrouwen constateren dat het feminisme in Nederland stagneert: er gebeurt wel vanalles, maar tot een massalere beweging komt het niet en vrouwen met een gekleurde huid blijven te vaak in de marge staan. Beiden hebben ook ideeën hoe het beter kan. Kortom super interessant leesvoer!

 

“De Macht” maakt deel uit van een nieuwe vrouwenopstand

Hoera, de prijswinnende SF roman van Naomi Alderman is in het Nederlands vertaald onder de titel De Macht. Voor het eerst in tijden kunnen mensen weer eens kennis maken met vrouwelijke personages die geweld gebruiken om een einde te maken aan agressie van mannen. Dat komt niet vaak voor in feministische utopieën of dystopische romans, signaleert literatuurcritica Elaine Showalter.

Als dit fenomeen de kop opsteekt in boeken, is dat meestal omdat er iets broeit in de samenleving:

Despite the infinite possibilities of imagination, most feminist speculative fiction could display the humane tagline: “No men were harmed in the writing of these books.” Rage and the desire for revenge against male oppressors, however, has emerged in women’s dystopian writing during periods of feminist protest and uprising.

Showalter signaleert dat vrouwen, van Margaret Cavendish in 1666 tot aan moderne grootheden zoals LeGuin en Atwood, meestal opvallend vredig denken over revoluties. Vrouwelijke personages zijn het lijdend voorwerp of strijden met woorden, argumenten, ideeën. Regelmatig bereiken ze hun utopie alleen door zich terug te trekken in samenlevingen zonder mannen. Zo stelde Christine de Pizan zich al circa 1405 een Stad der Vrouwen voor, waarin vrouwen veilig zijn voor hatelijke mannen.

De voorbeelden van auteurs die vrouwelijke personages expliciete agressie tegen mannen laten gebruiken, zijn schaars. Zo staat Atwood’s  roman Het Verhaal van de Dienstmaagd bol van het geweld, maar het is meestal geweld tegen vrouwen. Als vrouwen persoonlijk een man aanvallen en/of vermoorden, gebeurt dat bij wijze van genade, ziet Showalter. Een verzetsman valt in handen van het theocratische regime dat vrouwen reduceert tot broedkippen. De overheid veroordeelt hem tot een openbare lynchpartij in een stadium, met vrouwen als beulen. Een vrouw die banden heeft met het verzet, zorgt dat ze als eerste bij hem is en vermoordt hem snel en relatief pijnloos. Ze bespaart hem zodoende een marteling.

Uitzonderingen steken de kop op als vrouwen een emancipatiegolf vormen. Neem bijvoorbeeld auteur Joanna Russ. In haar romans van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, tijdens de tweede feministische golf, vechten vrouwen soms met een man. Ze gebruiken wapens. En winnen.

In De Macht, originele titel The Power, schrijft Alderman over een maatschappij waarin jonge vrouwen tijdens hun puberteit een lichamelijke verandering doormaken. Daardoor kunnen ze elektrische schokken uitdelen. Van een fijne tinteling tot een zodanig heftige schok dat mensen sterven. Meisjes blijken deze gave wakker te kunnen maken in oudere vrouwen, zodat al snel iedere vrouw de mogelijkheid heeft iemand met één klap te doden. Mannen worden bang voor vrouwen: wangedrag kan hen fataal worden. De macht leidt tot grote veranderingen. Slachtoffers van mensenhandel vermoorden mensenhandelaars, huisvrouwen doden de partner die hen slaat, en meiden slaan terug als ze geconfronteerd worden met straatintimidatie.

Showalter stelt dat Alderman in haar science fiction boek de huidige woede kanaliseert, die vrouwen verenigt in campagnes zoals #metoo en #yesallwomen:

So why this fantasy now? Alderman is reflecting and channeling the anger of a young generation of feminists who will not forgive, excuse, cover up, and accept male abuse. […]  Women are willing to use their public power to destroy men’s careers, to break up their marriages, even send them to prison. […]  If, as Lindy West wrote recently, “feminism is the collective manifestation of women’s anger,” this feminist wave is a tsunami. Alderman sees herself as part of that wave.

Met haar roman stelt Alderman de huidige machtsongelijkheid tussen de seksen aan de kaak, zwengelt ze het debat aan over agressie, en laat ze mensen speculeren wat er zou kunnen gebeuren als vrouwen opeens ongestraft terug kunnen slaan.

Het boek geeft mannen ook de kans om hun empathische vermogens verder te ontwikkelen. Vrouwen hebben te maken met massale agressie van mannen, zowel psychologisch als fysiek, en veel vrouwen zijn bang, als ze eerlijk zijn en die nare emotie toestaan. We blijven tot het uiterste lief voor mannen, want we vrezen wat er kan gebeuren als mannen kwaad worden – huiselijk geweld, aanranding en verkrachting, of zelfs moord en schietpartijen. Wat als mannen zich zorgen moeten maken over vrouwelijke agressie? Wat als mannen tot het uiterste lief en beleefd moeten blijven tegen vrouwen, omdat situaties anders razendsnel kunnen escaleren? Alderman maakt die belevingswereld invoelbaar. Mannen, doe er je voordeel mee! En behandel vrouwen daarna wat vriendelijker. Je weet wel, als mensen met gevoel en verstand….

Het citaat: middeleeuwen en nu

”Maar het zien van dit boek […] had mij toch op een nieuwe gedachte gebracht, die gevoelens van grote verbazing bij me opwekte, als ik me afvroeg wat toch de oorzaak kon zijn, dat zoveel verschillende mannen, geleerde klerken en anderen, zozeer geneigd waren en het nóg zijn, om in woord en geschrift zoveel duivelse dingen over vrouwen te zeggen en uiting te geven aan hun afkeuring voor de vrouw en het vrouw-zijn. En niet een of twee […] maar in het algemeen bijna in alle verhandelingen van filosofen en dichters en van alle redenaars – het opsommen van hun namen zou een lange lijst vormen – lijkt het of allen met dezelfde mond spreken en of ze allemaal tot dezelfde conclusie komen, namelijk dat de vrouwelijke zeden vol ondeugd zijn en de vrouw tot ondeugd is geneigd.”

Christine de Pisan, Het Boek van de Stad der Vrouwen, circa 1405/1410

“What matters is not which guys said it: What matters is that, when you put their statements side-by-side, they all sound like the exact same guy.  And when you look at what they’re saying, how similar these slurs and insults and threats we get actually are, they always sound like they’re speaking to the exact same woman. When men are using the same insults and sentiments to shut down women and “feminine” people, across the board, then we know what’s going on. And we know that it’s not about us; it’s about gender.

Sady Doyle, The #MenCallMeThings Round-Up, november 2011

Vaarwel Ursula Le Guin

Wat een manier om het nieuwe jaar te beginnen: SF grootheid Ursula Le Guin is overleden. Ok, ze was 88 jaar oud. Het moet een keer gebeuren. Niemand heeft het eeuwige leven. Maar toch. Als je haar boeken, essays, speeches en overpeinzingen graag las, komt het hard aan dat de huidige omvang van haar werk zo blijft. Er zal nooit meer iets bij komen. Lavinia geldt voor altijd als haar allerlaatste roman, en No Time to Spare haar laatste collectie artikelen. Diepe, diepe zucht…

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst iets van Le Guin las, maar het moet in mijn puberteit zijn geweest. Waarschijnlijk de Aardzee trilogie, al vroeg in het Nederlands vertaald en beschikbaar in de bibliotheek, waar ik vaak kwam. Ik vond het gewéldige boeken. Spannend, sprookjesachtig, ontroerend. Als tiener snapte ik lang niet alle diepere lagen in het verhaal, maar dat maakte het des te leuker deze romans op latere leeftijd opnieuw te lezen.

Na Aardzee adviseerde een neef De Linkerhand van het Duister, een baanbrekend werk waarin Le Guin speelt met opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het verhaal speelt zich namelijk af op een planeet waar de bewoners (de buitenaardse wezens) geen geslacht hebben, tenzij de periode van Kemmer aanbreekt. Ze ontwikkelen dan genitaliën en kunnen zich voortplanten. Je weet echter nooit of je deze keer het ”mannetje” of het ”vrouwtje” wordt. Alles loopt door elkaar.

Dat door elkaar lopen, dat doorbreken van rigide structuren, vat magazine Knack samen als ‘schrijfster die de verbeelding van haar lezers wilde trainen‘. In de verbeelding kan en mag alles. Geen dogma’s, geen zwart-wit situaties, geen wetten. Juist in je fantasie staat het menselijke voorop en mogen situaties complex zijn, zonder eenduidige antwoorden. Le Guin vond haar plek in de SF en fantasy, een genre waar alles draait om een rijke fantasie, maar het duurde jaren voordat mensen doorkregen hoe bijzonder haar bijdragen waren:

Le Guin hasn’t always been recognized for her contributions. She struggled until her 30s to publish her fiction, and after she’d found a home in science fiction and fantasy, fought what she saw as bias in the literary establishment toward women and “genre writers.” Reviewers weren’t sure what to do with her stories, slippery and idiosyncratic as they are. Now the gatekeepers have caught up.

Le Guin zelf leerde ook bij. Zo keek ze achteraf met enige spijt terug op haar keuze om alle wezens in De Linkerhand van het Duister met ‘hij’ aan te duiden. Daardoor ontstaat onbedoeld de indruk dat de wezens eigenlijk toch mannelijk zijn en alleen af en toe in een vrouw veranderen. Le Guin schreef het boek eind jaren zestig, toen mannen het openbare leven nog volledig domoineerden, en ze geeft toe dat die mannelijke overheersing haar sterker beïnvloedde dan ze op dat moment kon zien.

Ze ging bij zichzelf te rade welke vanzelfsprekende patronen ze nog meer automatisch volgde en ontwikkelde zich in de jaren tachtig tot een voluit feministische auteur. Keer op keer pleitte ze voor de vrijheid voor vrouwen om de wereld een eigen vorm te geven en te leven op hun eigen voorwaarden:

In a 1983 address at Mills College in California, she told graduates: “Why should a free woman with a college education either fight Machoman or serve him? Why should she live her life on his terms? … I hope you live without the need to dominate, and without the need to be dominated.”

Ze benutte dit thema ook in korte verhalen zoals She Unnames Them, waarin Eva alle namen die Adam uitdeelde, weer intrekt. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo vinden de Yaks hun naam fijn en passend. Maar alle dieren besluiten uiteindelijk dat Eva gelijk heeft. Ze hebben die namen niet nodig. Ook Eva geeft haar naam terug. Daarna knijpt ze er tussenuit. Ze laat Adam achter om een ander bestaan te zoeken, vrij van etiketten en labels.

Le Guin was er van overtuigd dat vrouwen op die manier onherroepelijk voor revoluties zorgen. Gewoon, door hun ervaringen te delen en te zijn wie ze zijn:

I know that many men and even women are afraid and angry when women do speak, because in this barbaric society, when women speak truly they speak subversively – they can’t help it: if you’re underneath, if you’re kept down, you break out, you subvert. We are volcanoes. When we women offer our experience as our truth, as human truth, all the maps change. There are new mountains.

Die strijd om vrijheid en drang naar revolutie komen, breder, ook terug in De Ontheemde. Dit boek las ik pas als volwassene, en dat is maar goed ook. Ik denk niet dat ik als tiener de aantrekkingskracht van dit meesterwerk zou hebben begrepen. De Ontheemde begint met een muur. Geen hoge muur, sterker nog, hier en daar is de muur nauwelijks zichtbaar en op andere plekken is het een afbrokkelende laag stenen waar je zo overheen kunt stappen. Maar het is een muur, en die muur doet iets.

Wat, dat ontdek je op allerlei manieren in de roman. Die gaat onder andere over muren tussen mensen, muren tussen culturen, scheidingen tussen politieke systemen en manieren van leven. Het gaat over de risico’s van een kapitalistische samenleving waar alles draait om winst, rangen en standen. Maar ook zogenaamde anarchistische, collectieve manieren van leven hebben hun duistere kanten. Ook die systemen lopen het risico gekaapt te worden door kleine groepjes die de macht opeisen.

Mocht dit droog en analytisch klinken, vrees niet. Opnieuw staan mensen en het menselijke voorop. Le Guin gebruikt humor, ontroering en dood in haar verhaal. Dat typeert haar. Le Guin hield zich met veel onderwerpen bezig, maar bovenal was ze een rasechte verhalenverteller. Ze inspireerde mensen, bracht hen op nieuwe ideeën, liet hen lachen en huilen en nagelbijten van de spanning, en zorgde ervoor dat je aan het eind, als je de laatste bladzijde omsloeg, meteen weer opnieuw zou willen beginnen met lezen, gewoon, omdat haar verhalen zo rijk en fantasievol zijn.

Heel jammer dat ze er niet meer is. Gelukkig leven haar woorden voort….

You cannot buy the revolution. You cannot make the revolution. You can only be the revolution. It is in your spirit, or it is nowhere.

Vaarwel, Ursula Le Guin…

Vrouw stoft Odyssee af in nieuwe Engelse vertaling

Grote opwinding: voor het eerst vertaalde een vrouw de Odyssee van Homerus in het Engels. Na zo’n 60 veelal blanke mannen kreeg classicus Emily Wilson, van de Universiteit van Pennsylvania, de primeur. In Nederland gebeurde dat al eerder. Onze eigen Imme Dros leverde in 1991 een succesvolle vertaling in het Nederlands van de Odyssee. Ze zorgde in 2015 ook voor een nieuwe vertaling van de Ilias.

Mannen vallen Penelope lastig terwijl ze wacht op de terugkeer van haar echtgenoot.

Vrouwen mochten eeuwenlang niet studeren aan universiteiten. De enige vrouwen die soms de kans kregen om Grieks en Latijns te leren, waren nonnen of vrouwen uit zeer rijke families, die een privé leraar kregen. Sporadisch duikt zodoende tóch een officiële, door vrouwen vertaalde Odyssee of Ilias op.  Zo schreef Anne Dacier in 1699 een vertaling in het Frans van de Ilias. Maar zij was de uitzondering die de regel bevestigde.

Ook in Engeland waagden een paar vrouwen uit de rijkste milieu’s zich aan vertalingen, maar zij deden dat voor eigen gebruik. Hun versies kwamen niet verder dan een kring van naaste familieleden. Dat veranderde volgens Wilson pas de laatste tien, twintig jaar. In een essay voor dagblad The Guardian somt ze een rits vrouwen op die voor uitgeverijen recente vertalingen afleverden van klassieken uit de Oud Griekse -en Romeinse wereld. Deze voorgangsters maakten de weg vrij voor haar vertaling van De Odyssee.

Wilson is er van overtuigd dat zij als vrouw een werk zoals de Odyssee anders benadert dan haar mannelijke voorgangers. Omdat zij los staat van de door mannen gedomineerde traditie vallen haar andere aspecten op in een tekst, en interpreteert ze bepaalde situaties anders. Ze noemt dat effect vervreemding (alienation):

female translators often stand at a critical distance when approaching authors who are not only male, but also deeply embedded in a canon that has for many centuries been imagined as belonging to men. The inability to take classical texts for granted is a great gift […] the position of being a woman translating one of these dead, white men creates a strange and potentially productive sense of intimate alienation.

Die blik van de buitenstaander stelde Wilson onder andere in staat om aandacht te geven aan de vrouwelijke personages in de Odyssee. In The New Yorker schrijft ze dat voorgangers bijvoorbeeld de neiging hadden Penelope enigszins te idealiseren, als het toonbeeld van de ideale, afwachtende, passieve echtgenote.

De originele tekst spreekt echter duidelijke taal over haar positie. Die is nogal dubbel. Aan de ene kant kan Odysseus doen wat hij wil, terwijl Penelope geen keuzes heeft. Haar leven wordt volledig bepaald door haar status van echtgenote, en zijzelf, als individueel persoon, verdwijnt. Tot twee keer toe verbiedt haar zoon Penelope het spreken. Aan de andere kant maakt ze deel uit van een elite die zwakkeren onderdrukt. Als Odysseus thuis komt, vermoordt hij alle slavinnen. Penelope ontsnapt aan dat geweld, zij leeft en houdt Odysseus niet tegen als hij de lager geplaatste vrouwen uitmoordt.

Wilson merkt ook op dat  haar mannelijke voorgangers dat deel van de tekst, de moord op de dienstmaagden, nogal seksistisch vertaalden. Ze beschreven hen bijvoorbeeld in termen van hoer en slet, terwijl het origineel totaal geen aanleiding geeft om dat soort minachtende termen te gebruiken. Wilson houdt het in de vertaling op termen zoals ‘deze meisjes’, een neutralere woordkeuze die beter recht doet aan de inhoud van de brontekst.

Op die manier doorbreekt Wilson een koers die mannelijke vertalers uitzetten en van elkaar overnamen. Hard nodig, want net zoals mensen op zoek gaan naar Wilson’s ”vrouwelijke” kijk op de tekst, zouden we naar haar mening ook veel meer aandacht moeten besteden aan de ”mannelijke” kijk op de tekst van de vorige vertalers:

…hardly anyone (except me, so far!) seems to ask male classical translators how their gender affects their work. As I show in that piece on Hesiod, unexamined biases can lead to some seriously problematic and questionable choices (such as, in that instance, translating rape as if it were the same as consensual sex). Translators get away with that kind of thing all the time, because there’s an assumption that male translators don’t need to worry about gender, and that a clunky English style guarantees an “authentic,” “accurate” or “unbiased” translation. It’s not OK and it’s not true.

Goed dat vrouwen de kans krijgen aan de slag te gaan met dezelfde originele teksten. De kritieken zijn in ieder geval lovend: lezers zullen voortaan altijd anders tegen De Odyssee aankijken, belooft dagblad The Guardian.

Val McDermid eert voorgangster Susan Ferrier

”Susan Ferrier verdient beter”, aldus de Schotse schrijfster Val McDermid. Susan wie? Inderdaad. Bijna niemand kent deze 19e eeuwse auteur meer. McDermid eert haar nu met een speciaal artistiek project ter gelegenheid van een cultureel festival in Edinburgh. Aan de hand van aanwijzingen die ze ontvangen via een app kunnen deelnemers door de stad wandelen. Op verschillende locaties beleven ze vervolgens iets theatraal en spannends, met de verhalen en het leven van Ferrier als leidraad.

Susan Ferrier publiceerde haar romans anoniem. Lezers schreven de boeken in eerste instantie toe aan bekende mannelijke tijdgenoten zoals Walter Scott, totdat haar echte identiteit bekend werd. Zelf bleef ze tot haar dood haar auteurschap ontkennen.

Ferrier had veel succes in haar tijd. Haar debuut, Het Huwelijk (1818), raakte in zes maanden tijd uitverkocht en beleefde herdrukken. Ook de boeken die ze daarna schreef, De Erfenis (1824) en Het Lot (1832) verkochten prima. Ferrier verwekte de Schotse taal en dialecten in haar verhalen en nam het klassensysteem op de hak. Lezers smulden ervan.

Ondanks dat succes raakte ze na haar overlijden in 1854 echter snel in vergetelheid. McDermid heeft het vieze vermoeden dat haar sekse daarbij een veel grotere rol speelde dan we zouden willen erkennen:

”…I do think there was a feeling around then that if we already have one famous female author in Jane Austen, we don’t need any more,” said McDermid. “That, after all, is why the Brontës and George Eliot had to write as men. Yet she earned significantly more substantial publisher advances than Jane Austen. And now almost nobody knows her name. Susan Ferrier deserves better than this.”

McDermid haalt hier een bekend patroon aan. Feministen noemen dat het fenomeen van ‘er kan er maar een zijn’, naar de Highlander films met als slogan There Can be Only One. De term slaat op de neiging van onze seksistische cultuur om één vrouw op een belangrijke positie tandenknarsend te accepteren, maar meerdere vrouwen stuit op weerstand. Eentje is genoeg.

Je komt dat ‘eentje is genoeg’ fenomeen op allerlei plekken tegen. Zo ontdekten wetenschappers dat Canadese partijen terughoudend zijn om meerdere vrouwen te nomineren als hoofdkandidaat voor een politieke positie. Zodoende blijven mannen domineren en zie je wel mannen die met een andere man een verkiezingscampagne voeren, maar nooit twee vrouwen. Dit patroon treedt ook op in de populaire cultuur – er kan bijvoorbeeld maar één vrouwelijke superster zijn, dus als er een andere zangeres komt die aan dat criterium dreigt te voldoen is het CATFIGHT!!! Totdat er eentje ‘wint’.

McDermid wil met haar artistieke project die vergetelheid doorbreken. Als vrouw promoot ze het werk van een andere vrouw en wil ze de belangstelling voor Ferrier en haar werk nieuw leven inblazen. Haar culturele project in Edinburgh heeft wat dat betreft al resultaat. Uitgeverij Virago brengt een nieuwe editie uit van Ferrier’s debuut Het Huwelijk. McDermid raadt iedereen aan die roman eens te proberen. Daarnaast beveelt ze nog meer schrijfsters aan, zoals Muriel Spark en J.K. Rowling.

VERDER LEZEN: Val McDermid is niet de enige vrouw die omziet naar andere vrouwen. Zo spande auteur Alice Walker zich in om het graf van Zora Neal Hurston terug te vinden. Hurston stierf in armoede en vergetelheid en kreeg een anoniem graf zonder steen. Walker zorgde ervoor dat er alsnog een grafsteen kwam, zodat mensen haar laatste rustplaats terug kunnen vinden, en raadde haar boeken aan bij haar lezers. Walker zorgde zodoende eigenhandig voor de herontdekking van het werk van Hurston. Een andere actieveling op dit gebied is Margaret Busby. Zij redigeerde een bundel gewijd aan het werk van bekende én vergeten schrijfsters met een Afrikaanse achtergrond. Of neem Shelley DeWees. Ze dook de archieven in om het werk af te stoffen van zeven schrijfsters die actief waren in de tijd van Jane Austen.

Voor Nederland: Maarten ’t Hart gebruikte zijn status om de aandacht te vestigen op schrijfster Ida Simons en haar vergeten roman ‘Een Dwaze Maagd‘. Dat leidde tot een heruitgave van deze roman en een hernieuwde aandacht voor deze auteur. Daarnaast graven vrouwen de geschiedenis op. Zo bracht Orlanda Lie Nederlandse schrijfsters uit de middeleeuwen in kaart, deed Lia van Gemert hetzelfde voor schrijfsters uit de zeventiende en achttiende eeuw, en bogen Maaike Meijer en Lisa Kuitert zich over de negentiende eeuw, enzovoorts. Zoals de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren concludeert:

Nu de inhaalbeweging van vrouwen in de Nederlandse literatuur haar laatste stadium is ingegaan, lijken de schaarse sporen van de eerste literaire vrouwen steeds meer betekenis te krijgen. Velen hebben nog altijd de status van ‘zo goed als vergeten’. In de dbnl duiken steeds meer van deze vergeten schrijfsters op, die allemaal een eigen verhaal blijken te vertellen.[…] De veelstemmigheid van de vergeten Nederlandse schrijfsters zal de komende tijd in deze bibliotheek steeds beter hoorbaar worden.

 

Trump versterkt belangstelling voor feministische analyse

Sinds de Amerikaanse president Trump Twitter gebruikte om op te scheppen over de omvang van zijn nucleaire knop, herleeft de belangstelling voor een bijna twintig jaar oud artikel. In 1987 publiceerde wetenschapster Carol Cohn een analyse van het taalgebruik en de manier van denken van de bijna geheel mannelijke groep nucleaire specialisten. Haar analyse deed mij denken aan een analyse die nog verder teruggaat, namelijk naar de manier van spreken en denken van de Oude Grieken. Ga mee op tijdreis, en huiver.

Eerst Trump. Die twitterde in de Nederlandse vertaling:

Kan iemand van zijn uitgeputte en verhongerde regime tegen hem zeggen dat ook ik zo’n nucleaire knop heb. Maar die van mij is veel groter en veroorzaakt veel meer schade, en bovendien werkt mijn knop wel!

Critici waren er (terecht) snel bij om te wijzen op het belachelijke, macho gehalte van deze uitspraak, een variant op ‘de mijne is groter’ en ‘ik kan verder plassen dan jij’.

Carol Cohn ontdekte dit soort macho taal en de bijbehorende manier van denken ook al in 1987, toen ze een jaar lang mee liep met de exclusief mannelijke specialisten die het nucleaire arsenaal van de V.S. beheerden.  In haar fascinerende verslag – serieus, lees haar volledige artikel in feministisch magazine Signs – vertelt ze hoe ze struikelde over dit soort taalgebruik, waarbij landen hard worden, de ene raket nog dieper kan penetreren dan de andere en je met het nieuwste wapen orgastische explosies kunt bereiken.

Maar ze gaat een stapje verder. Achter die eerste laag van macho taalgebruik ontdekte ze een tweede laag. Ze ontdekte dat de betrokken mannen ook beelden van huiselijkheid en vaderschap gebruiken. Raketten liggen onder een kerstboom, je kunt ze aaien alsof het onschuldige huisdiertjes zijn, in plaats van dodelijke wapens die miljoenen mensen kunnen doden. Daarnaast krijgen bommen van hun trotse pappies namen zoals Little Boy, die met hun explosie een nieuwe wereld inluiden.

Wat Cohn ontdekte was dat de wetenschappers en specialisten het scheppen van nieuw leven en het creëren van een nieuwe wereld met zulk taalgebruik symbolisch van vrouwen afpakten en zich toe eigenden. De mannen verwekken jongetjes zoals Little Boy en samen gebruiken ze agressie en vernietigingsmacht om over een als vrouwelijk geldende natuur te heersen – zo gaven de bij de kernproeven rond het atol Bikini betrokkenen mannen iedere krater een vrouwennaam, signaleert Cohn.

Op dat niveau van vaderschap en het domineren van de natuur ontstond een derde laag. Er sluipen religieuze beelden in het taalgebruik, merkte Cohn. De eerste kernproef kreeg bijvoorbeeld de naam van de Drie Eenheid, de mannelijke scheppende trits van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (NB mensen doen moeite om de heilige geest vrouwelijk te maken, maar de katholieke dogma’s moeten hier niets van hebben. Het is allemaal God en God is mannelijk dus de heilige geest is ook mannelijk.) Daarnaast spraken de mannen over zichzelf als priesters, The Priesthood. Zo krijgt de mannelijke kracht om te baren en die gevaarlijke vrouwen en Moeder Aarde te bedwingen religieuze ondersteuning.

Deze manier van denken – dat mannen mannelijk nageslacht voortbrengen en over het inferieure vrouwelijke heersen, desnoods met geweld – kent een zeer lange geschiedenis. Precies diezelfde gedachtengang en die manier van denken vind je bijvoorbeeld terug bij de Oude Grieken, ontdekte wetenschapster Vigdis Songe-Møller in haar klassieker Filosofie Zonder Vrouwen.

Dat boek verscheen in 1999, dus Cohn kon hier onmogelijk aan refereren toen ze haar wetenschappelijke artikel publiceerde. Maar toen ik haar originele artikel las, moest ik meteen aan de bevindingen van Songe-Møller denken.

Zij analyseerde gedichten en verhandelingen van Griekse denkers zoals Plato, Parmenides, Hesiod en Socrates, en ontdekte twee scholen die een tijdje naast elkaar bestonden. De ene betreft de hier boven beschreven macho gedachtengang. Maar er bleek ook een andere denkrichting, Eentje die er van uit gaat dat je tegengestelden hebt. Dag en nacht, nat en droog, mannelijk en vrouwelijk. Het ene is niet beter dan het andere, beiden zijn nodig en moeten in balans blijven.

Die manier van denken verdween echter uit het zicht toen mensen zoals Plato dominant werden. Plato en zijn medestanders onderschreven een ideaal wereldbeeld waarin vrouwen gemankeerde mannen zijn, mannen creatief en leven-gevend zijn en de geestelijk vader worden van allerlei zonen, die het goede werk van de mannen voortzetten en heersen over de chaotische natuur en al die passieve, enge vrouwen.

Deze denkers grepen daarbij terug op botanische metaforen. Ze zagen mannen als perfecte mensen die, net als planten, een scheut vormen. Die plantenscheut groeit uit tot een nieuwe man, een evenbeeld, uniform, heel, perfect. De ene perfecte man brengt de andere voort zonder dat er een vrouw aan te pas komt die de boel kan verzieken met haar lekkende, inferieure, dood-brengende lijf.

Die gedachtengang tref je later ook aan bij de auteurs van de Bijbel, waar God de Vader is en Sem Arpaksad verwekte, en Arpaksad verwekte Selach, en Selach verwekte Eber, man na man die mannen verwekt zonder dat er een vrouw in beeld komt. De oude kerkvaders gingen met hun hand op de Bijbel vrolijk door met het claimen van leven scheppende vermogens voor superieure mannen en het neersabelen van vrouwen.

Anno nu hebben we de nucleaire specialisten en kerngeleerden, die alles wat macho mannelijk is de hemel inprijzen en Little Boys verwekken. In dit wereldbeeld handelen en scheppen de macho mannen met goddelijke goedkeuring. Ze kunnen penetreren en de grootste hebben en andere, zwakkere mensen of landen hun wil opleggen met hun machtige fallus..eh.. raketten. Ze kunnen, zoals Trump, opscheppen dat zij de grootste (knop) hebben, eentje die wél werkt, lekker puh.

Zo’n Tweet van Trump lijkt onschuldig, maar is bij nader inzien het topje van een smerige ijsberg. En los even van die hele vrouwenhatende geschiedenis gaat het bij dit incident met Trump niet om twee jongetjes en een wedstrijdje ver-plassen, maar om mannen met macht, een president die een andere heerser wil  tonen hoe macho mannelijk hij wel niet is. Eentje die daarbij de optie heeft om de wereld in de as te leggen en miljarden mensen de dood in te jagen, op basis van zijn seksisme en zijn ‘ik als stoere macho man kan alles maken’ wereldbeeld. Laat dat even op je inwerken.

Roy voert lezer mee in betoverend labyrint

De nieuwste roman van Arundhati Roy, The Ministry of Utmost Happiness (vertaald door uitgeverij Prometheus en inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar als Het Ministerie van Opperst Geluk) is een Roman met hoofdletter R. Met trefzekere passen en aan de hand van een prachtige, beeldende taal voert Roy haar lezers mee in een betoverend labyrint. ZO MIN MOGELIJK SPOILERS dus ga gerust verder….

Literaire critici, zoals Kerryn Goldsworthy van de Australian Book Review, waarschuwen terecht dat Roy’s keuzes als auteur niet bij iedereen in de smaak zullen vallen. Wie op zoek is naar een strak verhaal met een eenduidig plot en een duidelijke Held kan beter een ander boek uitzoeken. Als je het wél aandurft, maakt de losse wijdlopige structuur van The Ministry niets meer uit. Sterker nog, je zou kunnen begrijpen dat breuklijnen, mensen als geïsoleerde eilandjes en het algemene gebrek aan verbinding juist een van Roy’s hoofdthema’s vormen.

Aan de hand van de levensverhalen van Anjum, een hermafrodiet (Hijra), en Tilo, een vrouw die een relatie begint met een strijder uit Kasjmir, schetst Roy een caleidoscopisch beeld van India en de voortdurende strijd tussen Moslims en Hindu’s, tussen de staat India en gebieden zoals Kasjmir, tussen inheemse volkeren en multinationals, tussen sociale normen en waarden en mensen die daar buiten vallen, en nog veel meer. Het gaat over vergeten en herinneren, manieren hoe je kunt leven en overleven, de aard van een grote stad zoals Delhi, enz….

Roy is daarbij een auteur die iets laat gebeuren op (bij wijze van spreken) pagina 50, en dat terug laat komen op pagina 350, met andere personages en in een geheel andere situatie. Ik vind dat prachtig. Voor mij is dat een teken dat de auteur precies weet wat ze doet en dat ze de lezer vertrouwt. Ze gaat er vanuit dat je onthoudt wat je leest, zodat je honderden pagina’s later de waarde en de betekenis van eenzelfde gebeurtenis begrijpt, ook als de personages in het verhaal dat op dat moment niet begrijpen. Daarnaast heeft deze aanpak een functie. Bij alle versplintering vorm je als lezer zelf de verbinding tussen schijnbaar losstaande voorvallen.

Een tweede wapen in de strijd tegen versplintering is taal, inclusief gedichten, songteksten en religieuze mantra’s. Die poëzie helpt om tegenstellingen en ongelijkheden samen te laten gaan, zonder dat ze elkaar uitvlakken. Zo ontstaat er op een gegeven moment een conflict tussen Anjum en een mannelijke autoriteitspersoon. Voordat de situatie uit de hand kan lopen grijpt een andere Hijra in. Met een dans en een passende liedtekst weet ze tegelijkertijd een oorlogsverklaring én een vredesaanbod af te geven, een grens te stellen én een oplossing te bieden.

Diezelfde rijkdom en gelaagdheid komen inhoudelijk terug in de politieke thema’s die door het boek heen lopen. Roy is zich scherp bewust van de aard van conflicten, van de manieren waarop mensen proberen te overleven. Niemand is zwart-wit de slechterik, (ook al heeft de auteur terecht weinig op met sadistische moordenaars die in oorlogssituaties een vrijbrief zien om gevangenen te martelen), en niemand is zwart-wit het slachtoffer.

Zelfs de kleinste slachtoffertjes schitteren heel even. Zo voeren soldaten een gevangene af in een boot. Onderweg, midden op een meer, treft een van hen in de borstzak van het hemd van de gevangene een kitten aan. De soldaat pleurt het katje zonder pardon overboord en ze verdwijnt onherroepelijk in de diepte. Maar voordat ze kopje onder gaat, zeilt ze een ogenblik door de lucht, nagels uit, snijtandjes ontbloot, luid miauwend, klaar om het hele Indiase leger in haar eentje te lijf te gaan. Het is dat moment van strijdbaarheid waar Roy de nadruk op legt – dat ene moment van al dan niet gedoemde glorie, van léven. Je ziet het, of je ziet het niet. Je onthoudt het, of je onthoudt het niet. Maar het is er.

VERDER LEZEN: NRC Handelsblad interviewde Roy over haar nieuwe roman, evenals dagblad Trouw. Gender en de positie van vrouwen staan centraal in dit interview met Roy van Outlook India. Aan de Huffington Post vertelde Roy dat ze zichzelf als een feministe identificeert. Ze vindt het dan ook behoorlijk jammer dat bekende Indiase Bollywoodactrices hun platform gebruiken om zich te distantieren van deze beweging – India heeft meer feminisme nodig, niet minder, zoals ze ook schreef in haar bijdrage aan de bundel Beyond Burkas and Botox.

Toegift – lees het boek en je weet waarom:

Jemisin wint tweede Hugo met apocalyptische trilogie

SF auteur N.K. Jemisin begint een fenomeen te worden. Het lukte haar om twee jaar achtereen een Hugo Award te winnen voor haar romans. De vorige keer dat iemand dat voor elkaar kreeg, was 25 jaar geleden. Dat betrof Lois McMaster Bujold. Jemisin won de onderscheidingen voor beste SF roman voor The Fifth Season en het vervolg, The Obelisk Gate. (Het slot van de trilogie, The Stone Sky, kwam net uit.) Nederlandse uitgeverijen, noteren jullie deze prijzen? Zet de vertalers maar aan het werk!

Schrijfsters deden het dit jaar geweldig bij de Hugo Awards, dé onderscheidingen voor publicaties op het gebied van Science Fiction. Vrouwen wonnen in bijna alle categorieën, van korte verhalen en grafische romans tot aan de beste redacteur – Liz Gorinsky – en de beste secundaire literatuur – Ursula Le Guin met essays over haar schrijverschap en de diepere lagen in haar romans. Maar Jemisin spande de kroon met haar tweede Hugo in twee jaar.

Ze maakt op lezers en jury’s grote indruk met haar meest recente trilogie. Die speelt zich af op een planeet waar vulkaanuitbarstingen, aardbevingen en andere natuurkrachten voor grote problemen zorgen. Om de zoveel tijd ontploft de boel en krijgen winter, lente, zomer en herfst er een Vijfde Seizoen bij. Eentje met aswolken die jarenlange winters veroorzaken, zure regens die landbouw onmogelijk maken, tsunami’s, enzovoorts.

Alleen mensen met een bepaalde aanleg kunnen dit soort geologische krachten beheersen en bijvoorbeeld voorkomen dat een vulkaan uitbarst. Geweldig, zou je zeggen, want dat redt levens. Maar mensen zijn doodsbang voor deze zogenaamde Orogenes. Iedereen die dit talent heeft geldt als een niet-mens, een gevaarlijk monster, en loopt het risico om gelyncht te worden.

In die setting volgt Jemisin de levens van een Orogene vrouw, haar partners en kinderen. Ze moeten zien te overleven op het moment dat een nieuw Vijfde Seizoen uitbreekt – door toedoen van een mannelijke Orogene, die om zijn moverende redenen besluit een continentale plaat in tweeën te breken.

Meer vertellen zou zonde zijn. Ik wil geen plotwendingen verraden of verrassingen verpesten. Laat ik het hier op houden. Ik schreef al eerder een lovend stuk over haar werk en blijf bij mijn advies: lees haar romans. Ze zijn geweldig. En hopelijk binnenkort ook eindelijk beschikbaar in een Nederlandse vertaling. Tot die tijd moet je het doen met het originele Engels, of de Spaanse vertaling. Of wachten op de televisieserie op basis van The Fifth Season.

Nederland neemt vrouwenvoetbal eindelijk serieuzer

Normaal gesproken schrijf ik op dit weblog zelden over nieuws waar Nederlanders sowieso al makkelijk toegang toe hebben. Maar de ontwikkelingen rond het vrouwenvoetbal zijn gewoon té leuk. De leeuwinnen haalden de finale van het EK. Het zal me worst wezen of ze morgen winnen of niet …. ehm.. of toch, om eerlijk te zijn…. ZE MOETEN WINNEN!!! Maar toch, dat ze in de finale staan is geweldig. Zelfs verzuurde mannelijke poortwachters stelden hun mening bij en praten tegenwoordig lovend over het vrouwenvoetbal. Nederland lijkt de sport eindelijk serieuzer te nemen. Geweldig!

Laten we om te beginnen hier naar kijken:

Superleuk, wat een enthousiasme van zoveel mensen! Dat ze zo enthousiast zijn is niet voor niets. Het oranje elftal trakteerde toeschouwers op prachtige staaltjes voetbal en hard bevochten overwinningen:

Met deze serie successen verandert ook het discourse over vrouwenvoetbal langzaam maar zeker. Mannelijke poortwachters zoals Johan Derksen sabelden de sport jarenlang neer. Maar Derksen veranderde radicaal van mening. Na het zien van een geweldig potje vrouwenvoetbal in de V.S. begon hij het vrouwenvoetbal in Europa te volgen en ging hij alsnog om. Hij is niet de enige. Ook fossielen zoals Leo Beenhakker gaven toe dat ze in eerste instantie de sport niet volgden (en dus, voeg ik er expliciet aan toe, niet gehinderd door kennis vooral vooroordelen spuiden) maar dat inmiddels wel doen. En verroest, dan blijkt dat de dames een plezier zijn om naar te kijken. Wie had dat ooit gedacht?????

Het succes van de leeuwinnen zorgt voor meer mijlpalen. Eindelijk vrouwelijke sporters op de cover van Voetbal International. Een primeur, want ”’Er waren al eens eerder vrouwen te zien op de voorpagina, maar die waren meestal schaars gekleed of getrouwd met David Beckham”.  Vrouwenvoetbal vormt het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Met bijbehorende publicaties. Voor het eerst ligt er een boek over de sport in de winkels, Vrouwenvoetbal in Nederland. De huidige EK wedstrijden trekken bovendien record aantallen kijkers. Nog nooit verkochten stadions zoveel kaartjes, en daar moet je dan nog de ruim drie miljoen kijkers voor de buis bij optellen.

Niet zo vreemd dat mensen aarzelend beginnen te speculeren over een doorbraak. Zal dit EK succes dan eindelijk de verlossing bieden en van vrouwenvoetbal een geaccepteerde, gerespecteerde sport maken? Kenners zoals Mayke Wijnen van Voetbal International hopen er het beste van, maar kunnen niet om de harde werkelijkheid heen:

Als de Oranje mannen zich met afgrijselijk voetbal alsnog voor het WK in Rusland weten te plaatsen, sta ik vooraan te springen. Maar zo ver zijn de vrouwen nog niet. In een blijvende acceptatie ligt voor onze Oranje Leeuwinnen een loodzware opdracht: flitsend spelen én winnen. Want zelfs een halve finale-plek in 2009 heeft alsnog geen écht fundament gelegd voor het vrouwenvoetbal […] Ga er maar aanstaan.

De Belgische Hugo Camps is optimistischer en verwacht dat de wal het schip uiteindelijk zal keren:

De reacties op het coververhaal van VI waren vernietigend. Hoe bestaat het dat een mannenblad vrouwenvoetbal propageert? Ga dan bij Libelle weken! Voetbal hoort een mannensport te blijven. Dat soort braakteksten, aangevuld met badinerende en seksistische grappen. Het is een stuitend anachronisme, maar zo zijn er wel meer in de machocultuur van het voetbal. Het achterhoedegevecht zal trouwens niet helpen. Damesvoetbal zit in de lift. De Nederlandse stadions zullen vollopen voor de EK-wedstrijden. Het enthousiasme zal niet onderdoen voor wedstrijden van de Rode Duivels en Oranje.

 Enfin. Op naar morgenmiddag en duimen dat de leeuwinnen zegevieren!

 

 

 

Briljante parodie toont wat privilege is

Saturday Night Live is een betrouwbare leverancier van briljante satire. Deze parodie op de nieuwe televisie hitserie The Handmaid’s Tale is er ook zo eentje. Acteur Chris Pine, bekend van Star Trek, gedraagt zich met zijn maten als een vrolijke, onbekommerde man – een staat die hij kan behouden dankzij zijn privileges. Hij en zijn vrienden geven slechts vluchtig aandacht aan de onhoudbare situatie waarin vrouwen moeten overleven. Daarna gaat hij weer gezellig zijn eigen gang:

Hare Excellentie beschrijft klassiek emancipatieproces

Hare Excellentie is hét boek om te lezen nu de formatiebesprekingen lopen. In acht soepel geschreven hoofdstukken neemt hoogleraar Monique Leyenaar de lezer mee langs de 33 ministers die Nederland tot nu toe heeft gehad. Hoe verliep de selectie van vrouwelijke ministers? Wat waren hun ervaringen? Leyenaar beschrijft een klassiek emancipatieproces. Van complete buitenstaander naar Excuustruus naar nieuweling op de ministeries met de laagste status, tot aan een hopelijk hoopvollere toekomst van volwaardig meedraaien en uitzicht op het premierschap.

De huidige formatiebesprekingen laten weer eens zien dat politiek nog altijd een mannenzaak is. Jesse Klaver van GroenLinks is de enige die zijn vrouwelijke nummer twee mee neemt naar de onderhandelingen. De andere partijleiders negeerden de vrouw op de tweede plek en kozen voor lager op de kieslijst geplaatste mannen. CDA-er Sybrand Buma zit met Pieter Heerma aan tafel, terwijl D’66-er Alexander Pechtold voor Wouter Koolmees koos. En Rutte neemt Halbe Zijlstra mee, de man van de foute opmerkingen over borstvergroting-operaties voor vluchtelingen en aanvallen op moslims.

Het enige lichtpuntje is dat een vrouw de formatiebesprekingen leidt: Edith Schippers. Els Borst ging haar voor. Daarna moesten we negentien jaar wachten op de tweede vrouwelijke formateur in de Nederlandse parlementaire geschiedenis.

Maar vrouwen komen van ver. We moesten decennia lang vechten om het kiesrecht te krijgen. Het loont absoluut de moeite het gratis e-boek Vrouwenkiesrecht te downloaden. Aletta Jacobs en F.S. Van Balen-Klaar ontmantelen in dat betoog alle argumenten tegen het kiesrecht. Het zijn er véél. En, erger nog: een heel aantal tegenwerpingen klinken akelig actueel. Vrouwen willen X zelf niet, vrouwen missen de kwaliteiten om X te bereiken, vrouwen zijn te goed en te hoogstaand om X te willen, dat zou hun feminiene kwaliteiten aantasten, en huuuuu wat zijn die eisende vrouwen eng.

Na het kiesrecht duurde het nog tot 1956 voordat de Nederlandse regering de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen ophief en de eerste vrouwelijke minister gekozen kon worden. Dat was Marga Klompé. Leyenaar beschrijft duidelijk hoe vreemd mensen tegen die eerste vrouw op een ministersstoel aankeken. En dat Klompé Maatschappelijk Werk onder haar hoede kreeg omdat deze revolutie alleen acceptabel was als deze vrouw een ”vrouwelijk ministerie” nam – de post met de minste status, ver verwijderd van het centrum van de macht (ministeries als Financien, Binnenlandse Zaken enz.)

Leyenaar signaleert dat mannen er in de dertig jaar na Klompé mee wegkwamen om hooguit één vrouw als minister te benoemen. Premiers zeiden letterlijk tegen vrouwelijke ministers dat er wat hen betreft geen tweede hoefde te komen, de deur ging dicht. Pas in de jaren zeventig en tachtig maken ze meer ruimte voor vrouwen, omdat er steeds meer kritiek vanuit de samenleving komt als de heren de baantjes onder elkaar verdelen. Dat tijdvak is geen toeval: de jaren zeventig en tachtig kent Nederland een sterke feministische beweging, die de afwezigheid van vrouwen problematiseert en scherpe analyses over de machtsverhoudingen tussen de seksen produceert.

De hoogleraar eindigt hoopvol. Vrouwelijke ministers worden steeds gewoner en ze krijgen ook steeds vaker de ministeries met veel status. Op naar de volgende stap? Sinds 1901, toen de baan ontstond, zijn premiers altijd mannen geweest. Maar Leyenaar schrijft:

De tijd dat Nederland ‘niet rijp’ zou zijn voor een vrouwelijke premier is voorbij. Net zoals de norm voor het aandeel vrouwen in een kabinet met de tijd is verschoven van excuustruus naar tenminste een derde, is ook het stereotiepe beeld dat een minister-president per definitie een man moet zijn aan het vervagen. […] In een tijd van sterke polarisering […] is er veel behoefte aan charismatisch, bindend en competent leiderschap, eigenschappen die vrouwen bij uitstek hebben, zoals uit dit boek is gebleken

Ik help het Leyenaar hopen. Voorlopig denkt Mark Rutte nog niet aan vertrek. Dat leidt tot speculaties dat Schippers mede daarom de politiek verlaat. Zij gold als mogelijke premier maar zou geen kansen zien. Mannen uit de Randstad domineren de Nederlandse politiek. Vrouwen worden in Nederland alleen, en dan nog zelden, partijleider. Vaak gebeurt dat alleen bij de kleine oppositiepartijen, zonder veel invloed en zonder uitzicht op een ministerspost, laat staan het premierschap.

Bovendien zorgt Jesse Klaver anno 2017 voor ophef als hij publiekelijk aangeeft tijd aan zijn kinderen te willen besteden, ook tijdens formatie-onderhandelingen. Het conservatieve rolmodel (moeder de vrouw zorgt thuis voor de kinderen, vaders hebben betaalde banen en claimen de leidersposities) blijkt nog springlevend in Nederland. Mannen hebben daar last van, zoals Klaver merkt, maar vrouwen nog meer, want het belemmert ons in onze ontplooiing op alle andere terreinen dan moederschap en huishouden.

Maar wie weet!

Feministische SF is de plek waar hét gebeurt

Feministische SF maakt op dit moment een bloeiperiode door. De verkoopcijfers voor Het Verhaal van de Dienstmaagd rijzen de pan uit sinds president Trump de Amerikaanse verkiezingen won en vrouwen berooft van hun reproductieve rechten. De roman The Power van Naomi Alderman haalde de shortlist van de Baileys prijs. Ontregeld, van Charlotte Wood, won in Australië de Stella prijs. En de James Tiptree jr. prijs weet ieder jaar opnieuw prachtige romans te eren die alles wat je dacht te weten over man, vrouw en rolpatronen overhoop gooien. Zoals When the Moon Was Ours van Anna-Marie McLemore, over een transgender.

Schrijfster Naomi Alderman denkt dat juist een kritische, feministische insteek SF-auteurs helpt om scherp naar zichzelf, mensen en de wereld te kijken:

Feminist – or let’s say gender-questioning – science fiction asks insistently, through careful construction of different societies, how much of what we think now, today, in generic western culture about men and women is innate in the human species and how much is just invented. And if we’ve invented it then could we, for better or worse, invent it differently?

Die zoektocht eindigt soms in utopische beelden. Margaret Cavendish schiep een ideale wereld in haar roman The Blazing World, geschreven in 1666. Charlotte Perkins Gilman creëerde in Herland een beschaving waarin vrouwen vrij kunnen zijn. Andere keren eindigen die toekomst-speculaties in nachtmerries. Die draaien vaak om de lichamen en de seksualiteit van vrouwen. Niet zo vreemd, want veel orthodoxe samenlevingen en fundamentalistische religies hebben een ongezonde fascinatie voor vrouwen, hun lijven en wat ze daar mee doen. Dat roept spanningen op, waar o.a. schrijvers een creatieve vorm voor vinden.

Als je bestaande tendenzen doorzet krijg je bijvoorbeeld Margaret Atwood’s Het Verhaal van de Dienstmaagd. Zij schetst daarin een angstwekkend toekomstbeeld waarin Christelijke fundamentalisten de macht grijpen en vrouwen reduceren tot wandelende baarmoeders. Nu president Trump aan de macht is en vrouwen probeert te beroven van hun reproductieve rechten, komt deze fantasie opeens angstig dichtbij. De verkoopcijfers van haar roman stijgen enorm sinds de Amerikaanse verkiezingen.

Charlotte Wood benadert de neiging om vrouwen te stigmatiseren en te domineren op een andere manier. In haar roman Ontregeld (oorspronkelijke titel: The Natural Way of Things) schetst ze een grimmig beeld van een wereld waar vrouwen die, al dan niet gewenst, een relatie met een machtig man kregen, in een strafkamp verdwijnen. Wood baseerde haar verhaal op het Hay Institution for Girls, een berucht geworden Australische staatsgevangenis waar tienermeisjes van 1961 tot 1974 in belandden wegens ‘losbandig gedrag’. Hetzelfde gebeurde in Ierland, waar ‘ontuchtige’ meisjes tot in de jaren negentig in nonnenkloosters verdwenen en daar slavenarbeid moesten verrichten in wasserijen.

Gaandeweg in Wood’s verhaal blijkt dat de mannelijke bewakers zelf ook niet meer weg kunnen uit het strafkamp. Er is iets ergs gebeurt en beide seksen moeten zien te overleven zonder hulp van buiten. Met dit SF verhaal snijdt Wood kwesties aan als vrouwelijke seksualiteit, waardeoordelen daarover, en wat er mis gaat als wij als samenleving vrouwen onderdrukken. Ze won er de Stella Prijs mee, een Australische onderscheiding voor de beste literatuur van schrijfsters. De jury:

The Natural Way of Things is a novel of – and for – our times, explosive yet written with artful, incisive coolness. It parodies, with steely seriousness, the state of being visible and female in contemporary Western society. “With an unflinching eye and audacious imagination, Charlotte Wood carries us from a nightmare of helplessness and despair to a fantasy of revenge and reckoning. The Natural Way of Things is a riveting and necessary act of critique.

In The Power van Naomi Alderman worden meisjes en vrouwen juist de sterkste partij. Tijdens hun puberteit ontwikkelen ze de mogelijkheid om met een krachtige elektrische schok mannen van zich af te slaan of zelfs te doden. Opeens wordt het voor mannen levensgevaarlijk om meisjes aan te randen of te verkrachten. Bovendien gebruiken veel vrouwen hun nieuw verworven macht op een verantwoordelijke manier, maar sommigen slaan door.

Deze meditatie over macht en de verhoudingen tussen de seksen belandde op de shortlist voor de Baileys prijs voor fictie. De jury:

Alderman’s book is unusual in that it can happily be called a sci-fi thriller – a genre rarely seen on literary fiction prize lists. “Yes I think that’s true, that’s an exciting thought,” said Tessa Ross, the film and TV producer who is chairing this year’s judging panel. “She comes from a tradition that I suppose is represented by someone like Margaret Atwood. It is a very exciting, bold, accessible, beautifully written sci-fi book.”

Tot slot maakte Louise O’Neill indruk met haar roman Only Ever Yours. Ze schets een wereld waarin het schoonheidsideaal volledig is doorgeslagen. Mannen kunnen doen en laten wat ze willen, maar meisjes worden opgevoed tot ideale eva’s die zich houden aan hun streefgewicht en alleen maar bezig zijn met zo mooi en aantrekkelijk mogelijk worden voor mannen. In het gunstigste geval kiest een man uit de elite hen daarna tot echtgenote, zodat ze kunnen trouwen en kinderen baren. Na hun veertigste moeten ze ”vrijwillig” zelfmoord plegen. De enige andere opties zijn hoer worden of kuise juf.

O’Neill won met deze feministische dystopia de Bookseller YA prijs. De jury:

The judges praised O’Neill for her “startling and refreshing” take on the dystopian genre. Melissa Cox, head of range and children’s at Waterstones, said Only Ever Yours is a “fantastic and challenging book that pulls no punches”.  Another judge, Rick O’Shea, presenter at Irish broadcaster RTE, said: “Only Ever Yours is as far as I’m concerned, not just a worthy winner of the prize but one of the best speculative fiction books I’ve read in years. It pushes the boundaries of contemporary YA. I’ll be pressing it into the hands of anyone who might read it”

Kortom, er valt veel te lezen, te huiveren en te genieten als je van goede boeken houdt, met verhalen die je aan het denken zetten.