Monthly Archives: september 2019

Onzichtbare vrouwen wint belangrijke prijs

De Royal Society, een van de oudste academische organisaties in Engeland, heeft feministe en auteur Caroline Criado Perez geëerd met de prijs voor het beste wetenschappelijke boek van 2019. Ze versloeg vier mannelijke genomineerden met haar boek Onzichtbare Vrouwen, over het gebrek aan data en feiten over de situatie van vrouwen, en de vaak zeer schadelijke gevolgen van die blinde vlek. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 25.000 pond.

De jury loofde haar boek omdat het een enorm probleem in kaart brengt. Stel je voor dat je in een wereld woont waar je telefoon niet in je hand past, aldus de Society op haar website. Waar je arts je pillen voorschrijft die niet effectief zijn voor jouw lijf, dat je bij een auto-ongeluk 47% meer risico loopt om ernstig gewond te raken, waar je iedere week uren lang in touw bent met werk wat geen waardering krijgt, nou, grote kans dat je dan een vrouw bent. Perez laat precies zien hoe de wereld een gevaarlijk, discriminerend oord wordt als overal de man als norm geldt en we geen idee hebben wat er met vrouwen gebeurt.

Behalve slecht hanteerbaar gereedschap, slecht zittende werkkleding, onveilige auto’s en software die moeite heeft met een vrouwenstem, kost die blinde vlek letterlijk levens. Zo sterven meer vrouwen dan mannen aan bijwerkingen van medicijnen en sturen artsen vrouwen naar huis terwijl ze midden in een hartaanval zitten, omdat artsen vooral de symptomen van mannen herkennen. Het is niet voor niets dat in Nederland een cardiologe als Angela Maas erop staat dat artsen beter opgeleid worden en gaan herkennen hoe ziektes zichtbaar worden in een vrouwenlijf. Ze publiceerde het boek Hart voor Vrouwen zodat vrouwen beter bewapend met kennis de spreekkamer in kunnen lopen. En hopelijk een hartaanval wat vaker overleven. Zo hoog is de nood, zo erg de schade als deskundigen geen idee hebben wat er aan de hand is zodra het niet in mannelijke vorm voor hun neus staat.

In interviews vertelde Perez dat ze zeer goed weet dat ze met haar werk een knuppel in een hoenderhok gooide. Ze kwam weerstand tegen:

When she began writing, she said, she gave a talk at the launch of the women’s health all-party parliamentary group, during which she said “very innocuous things that are very well-known, like how women are more likely to be misdiagnosed with a heart attack, how female animals are not being included in studies, how women are having adverse drug reactions”. She received an angry response from some of the male doctors present.“It was a real shock to me. As someone who doesn’t have a science background, I’ve always looked up to scientists as objective and rational. Even though I knew there was this bias in medical science, I thought that hearing the evidence, they would react in a ‘We need to fix this’ kind of way rather than a ‘What is this stupid woman talking about?’ kind of way,” she said.

Ze is daarom extra blij met de prijs van de Royal Society. Het is een blijk van erkenning van de wetenschappelijke wereld en een steun in de rug om veranderingen te bereiken.

Mona Eltahawy: woede is slechts het begin

Woede. Deze bij vrouwen alom sociaal afgekeurde emotie beleefde de afgelopen tijd een feministisch eerherstel. Verschillende auteurs, zoals Soraya Chemaly, Rebecca Traister en Brittney Cooper, publiceerden kort na elkaar boeken waarin ze vrouwen opriepen boosheid te omarmen en te gebruiken als energie voor verandering. Nu komen daar zes noodzakelijke zonden bij, uit de koker van auteur Mona Eltahawy. Want woede is niet genoeg, stelt ze. Wil je als vrouw knellend seksisme doorbreken, dan heb je meer nodig. Zoals ambitie, lust en vulgariteit.

Eltahawy’s nieuwe boek De Zeven Noodzakelijke Zonden voor Vrouwen, verschijnt deze week en is in zekere zin een vervolg op haar eerdere werk, in het Nederlands vertaald met de titel Hoofddoek en Maagdenvlies. In haar boek over de Arabische Lente en een broodnodige seksuele revolutie, stelde Eltahawy dat zulke bewegingen vrouwen vaak in de kou laten staan, omdat die vastzitten in een drietrap van patriarchale systemen: de staat, de straat, en thuis.

Op al die terreinen botsen vrouwen aan tegen taaie structuren die hun stem smoren, hen kansen ontnemen, hun vrijheid beknotten, en veel persoonlijk leed veroorzaken, bijvoorbeeld in de vorm van huiselijk en seksueel geweld. Wil je op die drie terreinen iets bereiken als vrouw, dan heb je drie D’s nodig: ”defy, disobey, and disrupt”, zoals ze het zo mooi samenvat in magazine Electric Literature. Oftewel: weerstaan, overtreden, en verstoren.

In haar nieuwe boek doet Eltahawy een beroep op de getallen zeven en acht. Inclusief woede ziet Eltahawy zeven noodzakelijke zonde voor vrouwen, om, geconfronteerd met die drietrap van onderdrukking, meer vrijheid af te dwingen. Inderdaad, dwingen, want Eltahawy denkt dat noodzakelijke revolutie voor vrouwen niet vanzelf op gang komt.

Zo krijgen vrouwen vaak te horen dat ze met een zachte stem, lieve glimlach en veel geduld vanzelf zullen bereiken wat ze willen. Waarna vrouwen decennia vastzitten in gesprekken die niets opleveren, wachten, wat ook niets oplevert, en toenemende frustratie, waar je geen uiting aan mag geven want dan verander je in een enge boze heks en meppen mensen je terug in je hok als je niet uitkijkt. Zie de taaie strijd voor het vrouwenkiesrecht, voor een voorbeeld van die dynamiek. Op een gegeven moment was het genoeg en moesten vrouwen wel over gaan tot hardere acties, om een democratisch basisrecht te veroveren.

Eltahawy stelt in interviews dat dat moment voor het feminisme nu ook (weer) gekomen is. Ze is klaar met geduld, lief zijn, en wachten. Het is wat haar betreft hoog tijd voor het inzetten van zeven emoties of eigenschappen, die samenlevingen meestal veroordelen in vrouwen. Zoals de zonde van vulgariteit. Vrouwen behoren beleefd te blijven en rekening te houden met gevoelens van anderen. Schelden en vloeken kan écht niet, foei! Op die manier werkt de eis van lief/beleefd zijn als een knevel, die voorkomt dat vrouwen openlijk zeggen wat ze bedoelen en met de vuist op tafel slaan als het moet. Omarm je vulgariteit, dan kan dat alles veranderen, stelt Eltahawy in een opiniestuk voor NBC News:

…whenever I stand at a podium to give a lecture, I begin with my declaration of faith: “F**k the patriarchy.” Whether I am lecturing on feminism in Lahore, Pakistan or Dublin, Ireland or Johannesburg, South Africa or New York City, my declaration never changes. […] In my experience, almost nothing can match the power of profanity delivered by a woman at a podium, unapologetically. Because how many women — not to mention women of color — are ever even invited to the podium? And of those, how many, when they get on stage, still begin almost as if they are asking for permission to speak? I say f**k to honor the power of “radical rudeness,” as perfected by Ugandan scholar and feminist Stella Nyanzi.

Die kracht en duidelijkheid zijn hard nodig, want het patriarchaat is hardnekkig. Eltahawy ziet dat stelsel als een octopus, met acht verschillende tentakels. Die tentakels hebben namen zoals racisme, homofobie en kapitalisme, maar ze komen voort uit hetzelfde zenuwcentrum, het patriarchaat, signaleert ze.

Dit soort verbanden, tussen patriarchaat en andere onderdrukking, is al langer bekend. Daarom zijn vrouwen ook zo boos, signaleert auteur Kate Harding:

everybody just keeps acting like all of this is brand new, because they don’t want to listen to women. Which is, in a nutshell, why we’re so angry.

En waarom mensen zoals Eltahawy blijven proberen de situatie open te gooien en verandering te bewerkstelligen. Dan ga je vanzelf patronen herkennen. Zoals bijvoorbeeld de link tussen vrouwenhaat en rechts-extremisme.  Of neem een conservatieve populist zoals Bolsonaro in Brazilië, die vrouwenhaat, vermengd met racisme, inzet om het Amazonegebied vrij te geven voor mijnbouw, houtkap en grootschalige commerciële landbouw. Smaakjes verschillen, maar de mannelijke leiders van dit soort regimes hebben met elkaar gemeen dat ze vrouwen niet voor vol aanzien en hun baarmoeder willen beheersen, signaleert Eltahawy. Leiders uit totaal verschillende landen en culturen vinden elkaar bijzonder makkelijk, om ‘echtgenotes van’ te beledigen of geweld tegen vrouwen makkelijker te maken.

Weerstaan, overtreden en verstoren is een gepaste reactie, als je geconfronteerd wordt met zo’n octopus.

Naar Nederlandse begrippen kan haar boodschap overkomen als ‘te radicaal’. Eltahawy heeft in ons land geen goede pers gekregen, bijvoorbeeld toen ze in april dit jaar een debat in De Balie afzegde. De Balie vond dat ze dat om verkeerde redenen deed, en op Twitter piekten de anonieme trollen die het etiket ‘aandachtshoer’ op haar voorhoofd plakten. Wat columniste Meredith Greer tot de opmerking bracht dat het wel erg vreemd is, dat alleen vrouwen uitgescholden worden voor aandachtshoer. Ons land telt allerlei mannen die aandacht willen en ophef veroorzaken, maar over hen geen onvertogen woord:

Mona Eltahawy wil aandacht. Ze schrijft boeken en gaat daarmee op tournee. Slavoj Žižek schrijft ook boeken en wil ook aandacht. Jordan Peterson ook. Brett Easton Ellis ook. Wat is dan het verschil tussen een aandachtshoer en iemand die aandacht wil? […] …geen van die mannen kreeg er een standje voor. Geen van hen hoefde in rare kronkels te wringen om maar aardig en bescheiden over te komen. Niemand heeft Theo van Gogh bijvoorbeeld ooit een aandachtshoer genoemd.

Kortom, een dubbele moraal. Om dan te kunnen zeggen ‘fuck the patriarchy’ kan een enorme opluchting zijn. En ja, ook in Nederland hebben we dat nodig. In Nederland morrelen Christelijke partijen aan het zwaar bevochten recht van baas in eigen buik. Hebben we rechtspopulisten zoals Geert Wilders en Thierry Baudet, die vrouwen vooral zien als instrument om tot hun witte, mannelijke heilstaat te komen. Plaatsen partners, werkgevers en familieleden vrouwen onder zware sociale druk om zich te schikken in de rol van halve in het anderhalfverdienersmodel. En beschikken we nog steeds niet over een goede aanpak van seksueel geweld. Zo blijft verkrachting zo vaak onbestraft, dat je kunt stellen dat daders vrij spel hebben. En neem je in het openbaar ruimte in, dan krijg je spreekkoren van het type ‘daar moet een piemel in’.

In zo’n klimaat is een stevigere reactie absoluut gepast. In Nederland en in de rest van de wereld. De eerste recensies van de Zeven Noodzakelijke Zonden voor Vrouwen zijn dan ook lovend. Kirkus Review noemt het boek bijvoorbeeld ‘A striking anti-patriarchal manifesto‘. Dus, neem eens een kijkje in je plaatselijke boekhandel. En uitgeverijen, zorg aub voor een vertaling in het Nederlands. Wat je ook van Eltahawy vindt, haar boodschap is prikkelend, uitdagend en taboedoorbrekend. Je zult je niet vervelen met haar boek 😉

Bergen data leggen seksistische patronen bloot

Amerikaanse partijprogramma’s bevatten gemiddeld slechts 3% tekst specifiek over vrouwen. Kledingvoorschriften op school zijn vooral tegen meisjes gericht en seksualiseren hun lichaam. Wij mensen staan bevooroordeeld tegenover boeken van schrijfsters, en beoordelen hun werk stelselmatig als minder literarair en minder belangrijk dan het werk van schrijvers. Hoe weten we dat? Omdat mensen open data en grote bergen gegevens kunnen analyseren met behulp van computers. Die bergen data leggen seksistische patronen genadeloos bloot. Wetenschappers en sites zoals The Pudding doen leuke dingen met de verzamelde inzichten.

Open data en het analyseren van grote hoeveelheden onderzoeksgegevens rukken op. Het CBS omschrijft open data als ‘vrij toegankelijke datasets die eenvoudig door computers verwerkt kunnen worden’. Daarnaast verzamelen wetenschappers grote hoeveelheden informatie, waar ze daarna software op los laten. Beide methodes maken inzichtelijk hoe wij mensen denken en handelen. De resultaten zijn, als het gaat om gender, meestal niet fraai. Maar hoe confronterend ook, ze helpen wel om zichtbaar te maken wat er gebeurt, en bevorderen het bewustzijn. Daarna kun je er hopelijk iets aan doen….

Voorbeelden? Neem taalkundige Corina Koolen. Zij onderzocht met behulp van computers de oordelen die lezers geven over de literaire kwaliteit van romans. In een heel interessant artikel legt ze de methode uit, en zet ze een aantal uitkomsten op een rijtje. Zo kan software bepaalde woorden herkennen, die vaak samen voorkomen in de context van een beter of minder goed beoordeelde roman. Koolen: ” ‘mobiele telefoon’ is meer typisch voor romans met een lage score, ‘de oorlog’ voor romans met een hoge score. Los doen deze elementen niet altijd veel, maar opgeteld kunnen ze aardig de gemiddelde scoren voorspellen.”

Kijk je op die manier naar een dataset, dan blijkt al snel dat auteurs veel overeenkomsten vertonen. Een los stuk tekst geeft geen enkel inzicht in de sekse van de auteur. Maar als de naam van de auteur bekend is bij de lezer, zodat die weet of het een man of een vrouw is, beoordelen lezers het werk van die vrouwelijke auteur prompt als lager, minder:

Uit de computeranalyses blijkt dat de stijl van een tekst veel meer wordt bepaald door het genre, dialoog en narratief dan door het gender van de auteur. ‘Het gaat dus vooral om perceptie: vrouwelijke auteurs zijn geen andere soort, zij schrijven – net als mannelijke auteurs – in de stijl van het genre dat zij beoefenen. Er wordt vaak een ‘idee van vrouwelijkheid’ in teksten van vrouwelijke auteurs gelegd. Bovendien kunnen lezers niet uitleggen waarom ‘vrouwelijk’ gelijk staat aan laag-literair en ‘mannelijk’ niet. Een man die op zoek is naar zichzelf, is het onderwerp van een bildungsroman. Een roman over een vrouw die dat doet, is in de perceptie van de lezer sneller een ‘vrouwenboek’. Het is allemaal heel subtiel en alle lezers doen er – vaak onbewust – aan mee. Blijkbaar haakt de lezer bij het beoordelen van de tekst onbewust te veel in op die elementen die stereotypen bevestigen.’

Wat Corina Koolen doet met literair onderzoek, verheft een site als The Pudding tot grote hoogte. De mensen achter deze Amerikaanse website benutten open data, zoals verkiezingsprogramma’s van politieke partijen in de V.S., of kledingvoorschriften op scholen, om er vervolgens visuele essays van te maken. Zo bleek uit de analyse van de teksten van verkiezingsprogramma’s dat Amerikaanse partijen specifieke vrouwenkwesties compleet negeren. Zelfs in jaren waarin je zou mogen verwachten dat er aandacht voor is, zoals tijdens de Seneca Falls conferentie, de strijd voor het kiesrecht, campagnes om vrouwen naar de fabriek te lokken tijdens de tweede wereld oorlog, en de strijd voor legale abortus, schitteren vrouwenkwesties door afwezigheid. Zie ook de youtube video van The Pudding hierboven in de tekst.

The Pudding heeft nog veel meer van dit soort mooie producties. Hoe zit het bijvoorbeeld met die kledingvoorschriften? In de meeste gevallen blijken de ge- en verboden meisjes harder te treffen dan jongens. En brengen veel scholen een seksistisch verband aan tussen het sexy uiterlijk van meisjes, en het schaden van de concentratie van mannelijke leerlingen en docenten met hun  te sexy aanwezigheid. Bedek jezelf, slet, anders leid je mannen af van hun Belangrijke Taken! Geen boodschap die je een elfjarige wil geven, maar het gebeurt. En meisjes pikken die boodschap op en gaan zich schamen voor hun lijf. Niet goed.

Andere interessante en leuke visuele essays die de moeite waard zijn om te bekijken: Het lijkt erop alsof mannen met hogere stemmen zingen dan vroeger. Klopt dat? LGBTQ mensen trokken vaak naar steden om te ontsnappen aan strikte sociale controle in kleine dorpen. Welke rol speelt gender in de keuze voor een stadswijk? Onder andere de loonkloof – doordat vrouwen minder inkomen verdienen, zijn lesbische stellen veroordeeld tot de goedkopere buurten. Homoseksuele stellen concentreren zich in exclusievere wijken. Lees verder in Mannen zijn van Chelsea, Vrouwen zijn van Park Slope. En hoe lang moet een vrouw gemiddeld reizen om in de V.S. een abortuskliniek te bereiken? Die vorm van medische zorg blijkt steeds ontoegankelijker te worden…

The Pudding, van harte aanbevolen.