Monthly Archives: juli 2019

Nieuwe kledingdwang voor vrouwen

Geert Wilders krijgt zijn zin: Nederland kent vanaf 1 augustus 2019 een nieuwe kledingdwang, speciaal voor vrouwen. Vanaf die datum verbiedt de Nederlandse overheid de Nikab en de Boerka (en, later als schaamlap toegevoegd, bivakmutsen en integraalhelmen). Vrouwen die zich daar niet aan houden kunnen 150 euro boete krijgen en onder andere uit ziekenhuizen, het openbaar vervoer, scholen en gemeentehuizen geweerd worden.

Vrouwen en de kleding die ze dragen, het is al eeuwenlang een favoriet gespreksonderwerp. Het wemelt van de formele en informele ge- en verboden. Maar of ze nu afgedwongen worden met een formele wet, met een beroep op religie, of onder sociale druk van de omgeving, voorop blijft staan dat er sprake is van dwang en dat er straf volgt als je je als vrouw je niet houdt aan de voorschriften.

Zo is er geen enkele wet die landelijk voorschrijft dat vrouwen verplicht hoge hakken moeten dragen zodra ze iets ondernemen. Veel bedrijven mogen echter hun eigen regels opstellen, evenals organisatoren van evenementen, met alle gevolgen van dien. Draag je als vrouw geen hoge hakken, dan kan het gebeuren dat een bedrijf je na één dag de laan uit stuurt, of dat een filmfestival je niet binnen laat bij een premiere.

Mannen, even voor de duidelijkheid: hoge hakken zijn de hel. En leiden tot allerlei fysieke ongemakken en problemen.  Daarom komen steeds meer vrouwen in verzet tegen die hoge hakken plicht. Van Japan tot aan België (enigszins ironisch) en Canada.

Zodra vrouwen zich willen ontworstelen aan een dwingend kledingvoorschrift regent het redenen waarom ze zich er toch aan moeten houden. Zo verklaarde de Japanse minister van Arbeid officieel dat hoge hakken moeten, omdat ze noodzakelijk zouden zijn voor het werk van vrouwen. Het is ‘sociaal geaccepteerd’ en ‘gepast’, beweerde hij – een cirkelredenering waarbij iets moet omdat ‘we’ vinden dat het moet, omdat het moet want het is gepast. Ook Cannes beriep zich op argumenten van het type ‘sociaal gepast’, passend bij de uitstraling van het filmfestival, oftewel het moet omdat het moet omdat ‘we’ het sociaal geaccepteerd en gepast vinden.

Het wordt eng als vrouwen zich in allerlei bochten moeten wringen met als argument dat ze anders jongens en mannen afleiden van onderwijs, gebed en bezinning. Het leidt gegarandeerd tot seksistische toestanden waarbij zelfs jonge meisjes al gedwongen worden in de rol van poortwachters voor mannelijke neigingen. Bonuspunten als ook religie mee gaat spelen – jij als vrouw moet je zus en zo kleden, anders verzet je je tegen een heilig boek of een godheid (en het aloude ‘je stoort mannen met je zondige want sexy lijf’, speelt vaak mee). Laat die al dan niet religieuze jongens en mannen effe zelf de verantwoordelijkheid nemen voor hun lusten en gedachten, zeg!

Wat al die ge- en verboden voor vrouwenkleding gemeen hebben met elkaar, is dwang – vrouwen ondervinden schade als ze iets wel of niet doen, wat niet ‘mag’ of juist ‘moet’. De schade uit zich in sociale afkeuring, buitengesloten worden, ergens niet mogen zijn, weggestuurd worden, boetes krijgen en in extreme gevallen celstraffen, zweepslagen en ander geweld, zoals door een woedende groep mannen een woonwijk uitgejaagd worden.

Er zijn weinig voorbeelden waarbij mannen vanwege hun kleding zo structureel in de problemen komen. Ja, Cannes ‘dwingt’ mannen om een vlinderdasje te dragen bij premières, maar dat staat niet in verhouding tot de hoge hakken dwang. Vlinderdasjes richten geen blijvende fysieke schade aan en beperken je ook niet in je bewegingen. De keren dat dwang ernstigere vormen aan kan nemen, zoals bij de Taliban, die mannen met geweld dwongen om hun baard te laten groeien, vallen in het niet bij de massale vervolging van vrouwen wereldwijd voor wat ze wel en niet dragen.

Dat Nederland er nu voor kiest om als landelijke overheid mee te doen met dwingende kledingvoorschriften, specifiek gericht tegen vrouwen, vind ik dieptriest. De wet komt voort uit hatelijke overtuigingen van een extreem rechtse politicus, alleen dat al zou mensen zeer hard aan het denken moeten zetten. Zo wijst onderzoek uit dat voorstanders van boerka- en hoofddoekverboden een beroep doen op emancipatie. In werkelijkheid vinden ze andere redenen veel belangrijker:

Subtiele vooroordelen verklaren de negatieve houding voor een belangrijke deel, zo vonden de onderzoekers. Vooroordelen werden getest met stellingen als ‘Buitenlanders leren hun kinderen andere waarden en vaardigheden dan die nodig zijn om te slagen in België’ en ‘De westerse beschaving is verder ontwikkeld dat de Arabisch-islamitische beschaving.’ Mensen die het eens waren met zulke stellingen, waren ook negatiever over de hoofddoek.

Ook je gezonde verstand wijst erop dat een emancipatie argument verdacht is. Als je zegt dat bepaalde kleding vrouwen tegenhoudt om te emanciperen, helpt het dan om ze buiten te sluiten en te dreigen met boetes? Gaan ze dan eerder hun huis uit, op naar hun werk? Stappen ze dan makkelijker naar het buurthuis, of naar de huisarts? ‘k Dacht het niet.

Naast zeer dubieuze rechtse gedachten is de wet ook nog eens duidelijk gemaakt zonder inspraak van de vrouwen die het betreft, en er is ook veel te weinig rekening gehouden met de uitvoerbaarheid. Ziekenhuizen kondigen al aan dat ze er niks mee gaan doen: wie medische hulp nodig heeft, krijgt die, ongeacht het uiterlijk of de kleding.

Feminisme staat voor vrijheid. Al vrouw zelf keuzes maken, zelf bepalen wat je doet en waarom, opkomen voor gelijke rechten en kansen. Dwang past op geen enkele manier in dit plaatje. Dit artikel is daarom ook geen pleidooi voor de boerka, maar een pleidooi om af te zien van dwang. Al die geboden en verboden gericht op vrouwen leiden alleen tot meer druk op vrouwen – en geloof me, we staan al genoeg onder druk met een cultuur die bol staat van bewust en onbewust seksisme, vooroordelen, loonkloven, ondervertegenwoordiging in de openbaarheid in combinatie met de hoofdverantwoordelijkheid voor huishouden en kinderen. We hoeven er geen kledingverbod bovenop, het is zo al genoeg, dank u.

Mannen kunnen vrouwen straffeloos verkrachten

Wil je als man de opwinding voelen van het plegen van een misdaad, maar heb je geen zin in celstraf? Verkracht dan een vrouw. Geen haan die daar naar kraait, ontdekten onderzoekers uit Engeland en de V.S. In Engeland haalt nog geen 1,5 (één komma vijf) procent van de zaken een aanklacht bij een rechter. In de V.S. wandelen per 50 verkrachtingen 49 daders ongestraft weg. Nederland heeft geen volledig betrouwbare cijfers beschikbaar, maar op basis van wat we wél weten kun je stellen dat de situatie hier hetzelfde is.

Magazine The Atlantic dook in de situatie en komt net als Engelse collega’s tot de conclusie dat er een epidemie van ongeloof heerst. Zodra een vrouw aangifte wil doen, treden bij de autoriteiten allerlei scripts in werking. Vaak onbewust. De vrouw liegt. Ze overdrijft. Ze wílde seks, maar daarna toch niet, en roept nu verkrachting om de man in kwestie dwars te zitten. En hoe zit het met die vrouw? Had ze alcohol op, wat voor kleding droeg ze, gaf ze aanleiding voor ‘misverstanden’?

Vanuit dat epidemische ongeloof gaat het snel bergafwaarts. Voor de V.S. omschrijven deskundigen de situatie als volgt:

Police may try to discourage the victim from filing a report. If she insists on pursuing a case, it may not be assigned to a detective. If her case is assigned to a detective, it will likely close with little investigation and no arrest. If an arrest is made, the prosecutor may decline to bring charges: no trial, no conviction, no punishment. […] in 49 out of every 50 rape cases, the alleged assailant goes free—often, we now know, to assault again. Which means that rape—more than murder, more than robbery or assault—is by far the easiest violent crime to get away with.

Het gebrek aan actie als een vrouw een verkrachting wil melden, is niet alleen zichtbaar in dramatisch lage vervolgingspercentages. Het is ook zichtbaar in bergen niet onderzocht bewijsmateriaal. Vrouwen kunnen een zogenaamde ‘rape kit‘ laten maken. Dat betekent dat medisch personeel kledingresten met bloed en/of sperma, en soortgelijke sporen op en in het lichaam, op de correcte manier verzamelt als bewijsmateriaal. Nog steeds liggen tienduizenden van dit soort pakketjes bewijsmateriaal ongeopend op planken te verstoffen. Pas onder president Obama kwamen fondsen vrij om alsnog te kijken welke DNA sporen de rape kits bevatten, en maken agenten een begin met daders zoeken. Nog steeds liggen echter naar schatting 250.000 rape kits op de plank:

“I believe fundamentally there was a gender bias at issue,” Vance said of the backlog at a press conference. “A crime mostly involving women was simply not viewed as important to solve.”

In Engeland zie je hetzelfde mechanisme van ongeloof en vrouwen afwimpelen zonder fatsoenlijk onderzoek te verrichten. Slechts één op de 65 zaken komt in het stadium van aanklacht, de andere 64 zaken sneuvelen. Ook hier constateren onderzoekers een hindernisbaan waardoor steeds meer zaken afvallen, vergelijkbaar met de beschrijving hierboven. Ook hier begint het bij ongeloof en wantrouwen jegens vrouwen die aangifte willen doen. Weet ze dat wel zeker? Weet ze wel welke straf er staat op het doen van een valse aangifte? Het proces is zo wreed dat slachtoffers regelmatig verzuchtten dat ze wensten dat ze nooit door hadden gezet:

“If I could do it again I would not do it. What it did to my mental health, it was not worth it.”

In Nederland zijn écht betrouwbare cijfers schaars, wegens versnippering, veranderende definities, onbetrouwbare ICT en ander gedoe. Het lijkt er echter sterk op dat ons land met dezelfde situatie kampt als Engeland en de V.S. In Nederland wil slechts 13 procent van de vrouwen aangifte doen, meldt De Volkskrant. Daarna volgt een ‘informatief gesprek’ bij de politie. Dat gesprek zorgt ervoor dat ruim de helft, 59 procent, van de meldingen afvalt. Van de aangiftes die dan nog overblijven, haakt het OM bij 57 procent van de gevallen af, vaak wegens allerlei problemen rond de bewijsvoering. Zoals dagblad Trouw het samenvat: zedenzaken zijn langdurig (gemiddeld duren ze twee jaar), pijnlijk, en leiden zelden tot een veroordeling.

Goed onderzoek doen en daders veroordelen loont echter. Omdat slachtoffers recht wordt gedaan, maar ook omdat straf daders wel degelijk tegenhoudt. Van de in Nederland veroordeelde mannen (en nogmaals, veroordeling en celstraf zijn een enorme uitzondering op de regel) gaat een kwart daarna gewoon weer in de fout. Maar celstraf zorgt er ook voor dat de andere 75% de boodschap begrijpt en stopt met verkrachten. Het heeft dus zin om misdaad aan te pakken. Wow!

Daarnaast leveren fatsoenlijk onderzochte zaken een schat aan informatie op. De Amerikaanse politie behandelt tot nu toe iedere verkrachtingszaak als een op zichzelf staand geval. Daar moeten ze echter snel mee stoppen, want op basis van DNA sporen uit rape kits blijkt dat één op de vijf verkrachters serieverkrachters zijn en slachtoffer na slachtoffer maken. Ze hebben geen herkenbare aanpak: ze verkrachten als de gelegenheid zich voordoet, en hun slachtoffers zijn vrouwen die ze kennen, maar ook totaal onbekende vrouwen die toevallig voorhanden waren.

De daders stapelen zich op nu de Amerikaanse politie eindelijk serieus aan het werk gaat met rape kits. Nathan Loebe verkrachtte zeven vrouwen in een periode van 12 jaar. Dandre Shabazz verkrachtte minstens vijftien meisjes en vrouwen tussen december 2001 en mei 2005. Gary Clair belandde achter de tralies nadat hij in 2010 drie vrouwen verkrachtte, maar na onderzoek van rape kits steeg het aantal slachtoffers naar vier. In al deze gevallen had de politie de kans gekregen om deze mannen na hun eerste misdaad op te pakken. Dat gebeurde niet, en dus gingen ze door en verpestten de levens van nog meer meisjes en vrouwen.

Het wordt hoog tijd dat de overheid seksueel geweld tegen vrouwen serieus neemt. Dat aangiftes geaccepteerd worden zonder dat slachtoffers als dader behandeld worden en door tien brandende hoepels moeten springen. Dat in Nederland de wetgeving rond verkrachting eindelijk gaat voldoen aan het verdrag van Istanbul, een door Nederland ondertekend verdrag van de Raad van Europa, dat gericht is op het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. Het probleem is té groot en treft té veel vrouwen.

Eerste man op de maan had een vrouw moeten zijn

In een rechtvaardige wereld was de eerste man op de maan een vrouw geweest. Amerikaanse astronautes die vijftig jaar geleden voor de missie trainden, onder de noemer Mercury 13, vertoonden een fysiek betere conditie, presteerden beter, en toonden zich stressbestendiger. Toch gaf NASA de voorkeur aan witte mannen, die minder goed presteerden. De reden bleef vaag. In 1962 sleepten de betrokken vrouwen NASA voor de rechter wegens discriminatie, maar toen maakte het al niet meer uit. Hun droom om ooit op de maan te staan, was voor altijd in rook opgegaan.

Eén van de deelnemers aan Mercury 13 was Jerrie Cobb. Cobb werd geboren in 1931 en speelde bij softballteam Oklahoma City Queens. Maar haar echte passie lag bij vliegen. Ze spaarde haar prijzengeld op en kocht op haar zestiende een vliegtuigje. Daarna was er geen houden meer aan. Ze ontwikkelde zich tot een goede pilote en vloog onder andere in de prestigieuze luchtshow van Parijs.

Haar prestaties brachten haar in contact met wetenschappers van een particuliere organisatie, die testen ontwikkelden voor potentiële astronauten. Terwijl NASA in een officieel alleen voor mannen programma de mannen testten, ondergingen Cobb en twaalf andere vrouwen van de Mercury 13 dezelfde testen. Al snel bleek dat de vrouwen beter waren. Maar daar stopte het. De particuliere organisatie ontving geen fondsen om het programma voort te zetten. NASA concentreerde zich op de mannenploeg en stuurde een man naar de maan. Tot groot verdriet van de vrouwen:

The pilots’ lingering disappointment over the lack of support from NASA and Congress is still evident more than half a century later. “It was a good old boy network, and there was no such thing as a good old girl network,” Funk tells her interviewer. Ratley’s voice cracks as she recounts the story. Bob Steadman is clearly still irritated with the male astronauts who testified that women couldn’t possibly go to space; he thinks they didn’t want the Mercury 13 as colleagues because they feared being overshadowed. “One beautiful woman as an astronaut would have just dominated the news,” he argues.

Pas vanaf 1978 gaf NASA vrouwen een plek in het astronautenprogramma, waarna vijf jaar later Sally Ride de eerste Amerikaanse vrouw op de maan werd. Tegen die tijd had Rusland allang een vrouw naar de maan gestuurd: Valentina Tereshkova. Niks mis met haar, maar ze had minder ervaring dan Jerrie Cobb destijds. Nog een aanwijzing dat NASA in die tijd echt oogkleppen op had. (Sterker: zelfs de juiste sekse was niet genoeg, je moest ook de juiste huidskleur hebben. Zo was zwarte man Ed Dwight een serieuze kandidaat voor latere maanmissies, maar NASA schoof ook hem terzijde. Hij nam in de jaren zestig ontslag omdat hij door had dat zijn ambities geen ruimte kregen.)

Kortom, als je juichverhalen hoort over Neil Armstrong en consorten, weet dan dat hij en zijn maten alleen op de maan konden staan omdat NASA alle vrouwen en zwarte mannen zorgvuldig buiten boord hield. In een rechtvaardige wereld zou hij het niet gered hebben.

Verder kijken en meer weten? De documentaire Mercury 13 is te zien op Netflix

Gereedschapskist: ‘manslamming’

Charlotte Riley voerde een experiment uit. Wat zou er gebeuren als ze op straat en in het openbaar vervoer niet automatisch aan de kant zou gaan voor mannen? Haar verslag in The New Statesman is hilarisch, maar maakt een ding pijnlijk duidelijk: mannen verwachten bewust of onbewust dat vrouwen en andere wezens ruimte voor hen maken. Doen vrouwen dat niet, dan volgen botsingen. Oftewel: manslamming.

Dit persoonlijke experiment staat niet op zichzelf. Een vakbondsorganisator uit New York, Beth Breslaw, hield het een paar weken vol om stug rechtdoor te lopen als ze tegenliggers kreeg. Vele botsingen met mannelijke voetgangers waren het vervolg. Ze kwam op het idee voor dit experiment door de ervaringen van een vrouwelijke kennis:

“She would get on the train and have nowhere to sit because men were all spread out on the seats,” Breslaw told me with a laugh. “Then she’d get off the train and have nowhere to walk because men don’t get out of the way.” It’s a phenomenon that perhaps we could call manslamming: the sidewalk M.O. of men who remain apparently oblivious to the personal space of those around them. Should you choose not to yield to these men, they will walk directly into you without even acknowledging it.

Naast Riley herhaalde ook de Canadese journaliste Kelli Korducki dat experiment, nu in Toronto. Ook zij zag zich geconfronteerd met mannen die niet uit wilden wijken omdat ze er klakkeloos vanuit gingen dat zij gewoon door kunnen lopen en dat vrouwen wel opzij zullen gaan. Ook in dit geval waren vele botsingen het gevolg. Kortom, of je nou kijkt naar Londen, New York of Toronto, besluit als vrouw om over straat te lopen ‘als een man’ en je krijgt vele, vele botsingen/manslamming.

In Nederland fietsland heb ik zelf ook een paar keer gekeken wat er gebeurt als je in een rechte lijn doorfietst met mannelijke tegenliggers. Opeens valt dan op hoeveel mannelijke weggebruikers het ruim nemen met hun rij-laan. Bijna botsingen met scheldende mannen op fietsen en brommertjes (‘kijk uit je doppen, stomme doos’) waren het gevolg. Zoveel dat ik het experiment stopte omdat ik ongelukken vreesde. Voortaan hou ik me weer aan het allerrechtste rechter buitenkantje van ‘mijn’ deel van de rij-laan. Dan blijf ik veilig voor breeduit fietsende heren. (En senioren m/v op elektrische fietsen, want dat is ook een groep waarvan opvallend veel leden denken dat er niemand anders te bekennen is op de weg.)

Enfin. Waarom manslamming? Mannen geven desgevraagd zelf toe dat zij gesocialiseerd zijn om ruimte in te nemen in het openbaar. Ze denken er verder niet over na – tenzij lastige vrouwen hen confronteren met hun gedrag.

Maar als je wat breder en dieper kijkt, is het niet zo gek dat mannen als vanzelfsprekend door de openbare ruimte bewegen en hun gang gaan zonder verder bewust ergens op te letten. De Heinrich Böll stichting signaleert bijvoorbeeld dat alles in de openbare ruimte de boodschap afgeeft dat dit het terrein is van mannen. Denk bijvoorbeeld aan straatnamen: als het gaat om een mensennaam dragen straten, lanen en pleinen bijna altijd de naam van een man. Of denk aan stoplichten met een mannelijk symbool – zo vanzelfsprekend dat als een stad besluit om een vrouwelijk figuurtje in de straatlamp in te bouwen, daar grote koppen in kranten op volgen. Ook standbeelden tonen meestal al dan niet foute mannelijke figuren.

Sterker, de hele inrichting van de openbare ruimte is gericht op mannen. Trappen en roltrappen op plaatsen waar je zou kunnen wéten dat er veel vrouwen met kinderwagens komen. Onverlichte fietstunnels. Plaveisel waar je gegarandeerd op blijft steken of je enkels verstuikt als je schoenen met een hak draagt. Openbare toiletten die zo ontworpen zijn, dat alleen mannen er staande in kunnen urineren – als vrouw zoek je het maar uit, met boetes voor wildplassen tot gevolg. Hoogtes, lengtes en breedtes zijn afgestemd op ‘de gemiddelde man’, alle anderen moeten rekken, strekken, reiken en wringen.

Manslamming is het logische eindresultaat van al die concrete feitelijke situaties en symbolische signalen die uitroepen dat het om mannen gaat. Het topje van de ijsberg, concreet gedrag waar veel meer achter zit dan je denkt. Doe er je voordeel mee…