Monthly Archives: juni 2019

Tweede sekse begon circa 8000 jaar geleden

Archeologen in Spanje onderzochten ruim 500 graven uit het neolithische tijdperk, en kwamen erachter dat er aanwijzingen zijn voor een beginnende dominantie van mannen. Mannen kregen anderhalf keer vaker een formeel graf dan vrouwen en kinderen. Vaak vertoonden hun skeletten tekenen van geweld en kregen ze wapens mee in hun graf. Ook komen mannelijke figuren in dit tijdvak vaker voor op grotschilderingen dan vrouwelijke figuren. Opnieuw meestal in verband met oorlog voeren of jagen. De archeologen zien hiervoor bewijs dat de dominantie van mannen samenhangt met maatschappelijke ontwikkelingen, niet met genen, en dat die dominantie ook weer teruggedrongen kan worden.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Marta Cintas-Peña en Leonardo García Sanjuán, archeologen van de Universiteit van Seville. De mannelijke dominantie in Spanje was in het neolithische tijdperk, 8000 jaar voor Christus, nog niet heel sterk, merkten ze. De meest rijkelijk versierde graven met mooie giften bevatten zowel skeletten van mannen als vrouwen, dus als het gaat om een hoge sociale status konden vrouwen ook sterke posities innemen en een formeel graf ”winnen”.  Maar de eerste signalen voor de tweede sekse zijn daar, bij de Spaanse graven, signaleren Cintas-Peña en García Sanjuán. Niet vastgelegd in teksten, maar zichtbaar gemaakt in de fysieke overblijfselen van een prehistorische beschaving

Bij hun onderzoek borduurden Cintas-Peña en García Sanjuán voort op werk van Gerda Lerner. Deze Amerikaanse historica zette vrouwengeschiedenis in de V.S. op de kaart en deed onder andere onderzoek naar vertaalde kleitabletten uit samenlevingen van 2000 jaar geleden, zoals Mesopotamië.

De teksten van kleitabletten gaan vaak over wetgeving en handel. Ze maken duidelijk dat de sociale positie van vrouwen gestaag verslechterde. De vroegste kleitabletten tonen aan dat vrouwen handel konden drijven op de markt, een sterke positie hadden in huwelijken, en als priesteres leidersrollen in de maatschappij op zich konden nemen, ontdekte Lerner. Naarmate de tijd vorderde verdwenenen echter steeds meer rechten en werden vrouwen steeds vaker willoze instrumenten in handen van mannen.

In haar boek The Creation of Patriarchy legt Lerner onder andere de link met oorlog, waardoor mannen steeds meer macht kregen (iets wat ook de Spaanse archeologen signaleren). In Mesopotamië leidde oorlog ook tot de komst van slavinnen en concubines. De tweederangs status van die vrouwen tastte de algemene status van vrouwen steeds verder aan. Dit gebeurde in een tijdvak waarin de samenleving steeds gelaagder werd, met een steeds duidelijker verschil tussen arm en rijk. De rijkdom en de slaven kwamen steeds vaker terecht bij een mannelijke elite en vrouwen verloren steeds meer terrein. Uiteindelijk konden alleen priesteressen nog een beetje zeggenschap houden over hun eigen leven. Zelfs dat brokkelde af toen mannelijke goden de plek van godinnen innamen.

Maar nogmaals, deze ontwikkeling was sociaal, het gaat hier niet om een biologische vanzelfsprekendheid. Dit blijkt ook uit ander archeologisch onderzoek. Zo kende het gebied wat nu delen van midden en zuid-Duitsland omvat, de zogenaamde Hallstadt cultuur. Tussen 750 en 450 jaar voor Christus troffen archeologen in de mooiste graven met de meest indrukwekkende grafgiften alleen mannelijke skeletten aan. In de periode daarna, vanaf circa 480 tot circa 380 voor Christus sloeg dat echter radicaal om. De mannen verdwenen en in alle elite graven van die tijd lagen opeens vrouwelijke skeletten.

Je ziet ook opvallende verschillen per gebied. Zo beschrijft James Whitley de situatie in Griekenland in de ijzertijd. In de meeste gebieden krijgen mannelijke krijgers alle aandacht, met specifieke vormen van begraven, wapens als grafgift, en opvallende tekens in het landschap, zoals grafheuvels. Daarnaast troffen archeologen vooral skeletten van kinderen aan. In het symbolische landschap (zie de link, pagina 220) hebben vrouwen geen eigen plek, alleen als een soort onbeduidende tussencategorie, tussen de mannelijke krijger en kinderen in.

Behalve de stadstaat Athene. Daar vinden wetenschappers in diezelfde periode wel degelijk vrouwengraven, met tekenen van een goed ontwikkelde ”vrouwelijke” symboliek. Sterker nog, lange tijd waren de vrouwengraven uit de tiende en negende eeuw voor Christus spectaculairder dan de mannengraven – uitgebreidere versieringen, rijkere grafgiften, mooiere locaties voor de laatste rustplaats, signaleert Whitley (pagina 221 en verder).

De graven blijven bestaan tot de achtste eeuw voor Christus. Dan verdwijnen ook in Athene de rijkelijk versierde elite graven voor vrouwen en blijven alleen de macho mannen en de kinderen over als zichtbare vertegenwoordigers van de gemeenschap in het hiernamaals. Vrouwen komen alleen nog voor op geschilderde of gebeeldhouwde taferelen, als rouwende figuur of als monster. Pas vanaf de zesde eeuw komen archeologen weer vrouwengraven tegen, en dan betreft het vooral jonge vrouwen, wellicht maagden (p. 229-230).

Kortom, de status van vrouwen veranderde, verschilde per tijdvak, en was lange tijd, in jagers-verzamelaarsculturen, gelijk aan die van mannen:

A study has shown that in contemporary hunter-gatherer tribes, men and women tend to have equal influence on where their group lives and who they live with. The findings challenge the idea that sexual equality is a recent invention, suggesting that it has been the norm for humans for most of our evolutionary history. Mark Dyble, an anthropologist who led the study at University College London, said: “There is still this wider perception that hunter-gatherers are more macho or male-dominated. We’d argue it was only with the emergence of agriculture, when people could start to accumulate resources, that inequality emerged.” Dyble says the latest findings suggest that equality between the sexes may have been a survival advantage and played an important role in shaping human society and evolution. “Sexual equality is one of a important suite of changes to social organisation, including things like pair-bonding, our big, social brains, and language, that distinguishes humans,” he said. “It’s an important one that hasn’t really been highlighted before.”

Dus mocht je zo’n Mars of Venus type spreken, of iemand die in biologisch/genetische absoluten spreekt om mannelijke overheersing te ”verklaren”, dan mag je die persoon gerust negeren. Of een goed boek te lezen geven.

Mannen profiteren van seksuele intimidatie

Seksuele intimidatie op het werk gebeurt niet zomaar. Dat dient een doel. En vrouwelijke wetenschappers zouden geen vrouwelijke wetenschappers zijn, als ze niet in onderzoek naar seksuele intimidatie doken en gefundeerde bewijzen op een rij zetten die verklaren waarom dit vervelende, schadelijke gedrag structureel de kop op steekt. Amerikaanse onderzoeksters zien als belangrijkste doelen: vrouwelijke concurrentie uitschakelen, de eigen machtspositie veilig stellen, en de eigen status opkrikken ten koste van anderen. Ook signaleren ze dat de ergste overtreders vaak een paar vrouwen gebruiken als schaamlap – kijk, ik promootte mevrouw X, ik ben een goeie vent, tralala.

De analyse naar het profijt van seksuele intimidatie werd uitgevoerd door een hele reeks Amerikaanse professoren Geografie en geologie. Onder hen mensen zoals Becky Mansfield en Darla Monroe van de universiteit van Ohio, Rebecca Lave van de universiteit van Indiana, Mona Domosh van Dartmouth College en vele anderen. Hun hoofdconclusie luidt:

sexual harassment benefits men by systematically undermining women, even those not directly targeted. Harassment tells women “you do not belong here” (NAS 2018) and contributes to the presumption of incompetence (Gutierrez y Muhs et al. 2012). Lecherous professors harass bright female graduate students right out of academia, derailing their lives and impoverishing our field. […] Just writing this essay is an example of the sort of defensive work that drains time and effort from women’s scholarship. While these lecherous men heap work on the rest of us, they write unhindered. Even being punished for harassment can benefit the harasser, for example as their workload decreases when female advisees are steered elsewhere (Spahr and Young 2018).

Degene die beoordeelt of je studie slaagt, of je een stageplek krijgt, of je tijdelijke aanstelling verandert in een vaste aanstelling, is een poortwachter. De Amerikaanse wetenschapsters constateren dat met name die poortwachters weten dat ze ongestraft weg kunnen komen met een hoop wangedrag. Uit ervaring en uit onderzoek weten vrouwen dat zij vaak nadelige gevolgen ondervinden van klachten indienen tegen mannen die zulke cruciale posities hebben. Dit dwingt vrouwen tot pijnlijke keuzes om ondanks zulke dader-poortwachters toch te bloeien. Zo schrijven de wetenschapsters:

Further, these “brilliant” harassers are often gatekeepers. Women are evaluated throughout their careers by the very men who abuse and belittle them. This forces women scholars and their allies to make painful daily choices about whether to nurture professional relationships with these powerful men (Wang 2017). Even citing their work or including it in our syllabi burnishes their reputations (Usher 2018). But if we opt out by ignoring them, we risk losing access to the resources, opportunities for advancement, and intellectual foment accessed only through complicity. If we report a supervisor’s harassment during fieldwork, we can be blocked from access to the field data we helped to collect.

Dit blijkt ook uit de ervaringen van Nederlandse studentes en wetenschapsters. Zo maakte Janne Heederik de moedige keuze iets te vertellen over haar ervaringen met veldwerk. Tot twee keer toe kreeg ze te maken met hoger in rang geplaatste mannen, die wangedrag vertoonden en haar schade toebrachten. Voor het blad One World schreef ze:

De tweede keer dat ik in een dergelijke situatie terechtkwam, besloot ik dit wel met mijn begeleiders (beide man) te delen. Het betrof een man die mij in contact kon brengen met een organisatie die ik al weken probeerde te bereiken, maar die tot nu toe geen gehoor gaf. Hij kende de manager en beloofde mij om een meeting met hem te regelen. Ook deze man bediende zich van ongewenste aanrakingen, en hij stelde op een gegeven moment voor om “te komen dineren en ons daarbij uit te kleden”. Ik voelde me net zo ongemakkelijk als de eerste keer, en toch twijfelde ik over wat ik moest doen. Het voelde wrang en oneerlijk dat ik een deel van mijn onderzoek moest opgeven om mijn eigen veiligheid en integriteit te waarborgen. Maar uiteindelijk heb ik ook deze keer gekozen voor mijn veiligheid, en heb ik het contact verbroken. Een keuze waar ik achter sta, maar die mij ook mateloos frustreert.

De rang van de vrouw maakt weinig uit – het overkomt een studente tijdens veldwerk, maar ook universitaire docenten of zelfs hoogleraren. Er staat altijd wel een man boven hen, is het niet hiërarchisch gezien, dan wel in status en invloed. En gebeurt het niet op de universiteit, dan gebeurt het wel tijdens congressen of andere plaatsen waar mannen zich vrij voelen om ongestraft vrouwen te belagen.

De mannen die dit soort gedrag vertonen, weten dondersgoed wat ze doen. De Amerikaanse onderzoeksters zien dit bijvoorbeeld in de omtrekkende bewegingen die daders maken, om hun schadelijke handelingen te vertroebelen of aan het oog te onttrekken. Zo signaleren ze dat seksuele intimidators vaak een select aantal vrouwen om zich heen verzamelen, waar ze zich extra voor inspannen om hun loopbaan te bevorderen:

Predatory men may even champion a select few female scholars. This is not only a great smokescreen for their otherwise bad treatment of academic women; it allows the male scholar to demand payback. Does the esteemed man require a nomination for a prestigious award? Who better to write it than a woman that he promoted. The hypocrisy is astounding, and it is compounded by the fact that some of the most predatory “big name” scholars in our field built their reputations on progressive, even radical, political positions (see also Joshi et al. 2015, Liu 2006, Mott and Cockayne 2017, Sanders 1990). Yet they have been staggeringly cavalier about how they themselves dominate and disenfranchise women and people of color.

Andere veelgebruikte tactieken die mannen gebruiken zijn de verdedigingsmethoden van ‘het was maar een grapje‘, of ‘ ‘grutjes, ik wist niet dat ik iets verkeerd deed’, of het aloude cultuurargument: ‘vroeger deed niemand hier moeilijk over’. De Harvey Weinstein smoes zeg maar.

Omdat zoveel vrouwen eieren voor hun geld kiezen en seksuele intimidatie niet proberen op te lossen via formele wegen die hen hooguit opnieuw tot slachtoffer maken, is lastig te achterhalen hoe vaak het precies voorkomt. Schattingen gaan uit van 1 op de 3 vrouwen. Voor Nederlandse universiteiten voerde het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren een kwalitatief onderzoek uit. Het netwerk liet 53 vrouwen interviewen en hoorden van hen hoe zij te maken kregen met ”wetenschappelijke sabotage, seksuele intimidatie en bedreigingen. De daders zijn meestal mannelijke leidinggevenden”.

De vrouwelijke hoogleraren die Athena’s Angels oprichtten, krijgen vanuit hun kanalen soortgelijke signalen binnen. Wat dat betreft lijkt het er duidelijk op, dat je de analyse van de Amerikaanse aardwetenschapsters breder kunt trekken, naar andere faculteiten, naar andere landen, naar andere instanties. Het betreft menselijk gedrag, bevorderd door seksistische normen en waarden, in organisaties waar de macht in handen is van een beperkte groep mannen. Deze poortwachters kunnen vervolgens een onevenredig grote invloed uitoefenen op de kansen en carrières van onder andere vrouwen, die, zonder obstakels, wellicht stevige concurrentie vormen. Zeker als ze zelf eigenlijk niet zo goed zijn in hun vak.

Vaak duurt het jaren voordat iemand zo’n man stopt. Neem bijvoorbeeld de onthullingen in het NRC Handelsblad over een hoogleraar van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. De man hield de eer aan zichzelf en nam zelf ontslag na een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag. Studentenblad Folia schreef over de zaak en constateerde dat de man tien tot vijftien jaar lang misbruik maakte van zijn macht. De auteurs van het stuk kozen ervoor de naam van de man niet te noemen- het ging hen om de aard van de situatie, niet de individuele dader.

Maar misschien is er meer aan de hand. Ook NRC journalisten reconstrueerden zijn loopbaan en gedrag, en gaven een onthutsend beeld van de acties waar deze man mee weg kwam. Hij kon zich tot een poortwachter ontwikkelen en ging vervolgens jarenlang ongestoord zijn gang. Zijn invloed reikte zelfs tot de rechtszaal. Zo mochten de NRC journalisten uiteindelijk van de rechter de naam van de man niet noemen. Zo goed beschermd blijven dit soort types, zelfs als ze aantoonbaar fors en systematisch over de scheef gingen en zorgden voor een giftig werkklimaat voor vrouwen. Uiteraard gaat NRC tegen de uitspraak in beroep.

Vanwege de voordelen die mannen verkrijgen door vrouwen weg te pesten of klein te houden, en het relatief grote aantal mannen onder de poortwachters, blijft het aanpakken van hun gedrag lastig. Maar de aandacht voor seksuele intimidatie, aangewakkerd door #metoo en vrouwen die steeds bozer worden (en zelf langzaam meer macht krijgen) maken dat daders steeds vaker te maken krijgen met negatieve gevolgen van hun acties. De hoogleraar rechtsgeleerdheid spreidde ruim tien jaar lang zijn gif, maar hij is uiteindelijk vertrokken. Hetzelfde gebeurde met handtastelijke leraren van toneelscholen in Amsterdam, Maastricht en Arnhem. Het bewustzijn neemt toe, en zodoende worden meer mensen alert. Meer mensen zeggen er iets van of proberen maatregelen te nemen. Langzaam keert het tij. Het is hoog tijd daarvoor.