Monthly Archives: september 2018

Mentale patronen zijn hardnekkig

Zelfs als je je bewust voorneemt iets te doen met diversiteit, kan het nog gedeeltelijk ”mis” gaan. Dat blijkt onder andere uit de ervaringen van auteurs die vaker vanuit het perspectief van een vrouwelijke hoofdpersoon willen werken, of lezers die meer schrijfsters willen ontdekken. De mentale patronen zijn hardnekkig. Je moet echt willen, want zodra je terugzakt in automatismen steekt de oude mannelijke, blanke canon weer de kop op…

Een mooi en hoopgevend voorbeeld biedt Anne Polkamp, een 29-jarige promovendus in de filosofie. Zij is op dit moment bezig met een papieren wereldreis – fictief ieder continent bezoeken en een roman uit ieder land lezen. Het was nadrukkelijk haar bedoeling de canon van blanke mannelijke auteurs te omzeilen en meer romans te lezen van vrouwen en mensen m/v/x met een gekleurde huid. Dat betekende dat ze per land bewust zocht naar andere stemmen dan de klassieke romans van gevestigde mannelijke auteurs.

Dat bewuste streven zorgde meteen voor verbetering. Oorspronkelijk bevatte haar boekenkast 78% mannelijke auteurs, voor 88% afkomstig uit Europa, Noord-Amerika of Australië en voor 95% blank. Na de eerste etappe van haar wereldreis zag de stapel van 32 gelezen boeken er al heel anders uit. Het aandeel vrouwen verdubbelde, van 22 naar 44%. Ook had ze veel meer werk gelezen van auteurs met een gekleurde huid.

Ondanks de verdubbeling was dat percentage van 44 voor Polak een teleurstelling. Ze had zo gericht gezocht naar schrijfsters, dat ze verwacht had dat ruim de helft van de boeken uit de pen van een vrouw was gevloeid. Nee dus:

Ik telde nog een keer, en nog eens, maar het resultaat bleef hetzelfde. Zou de literatuur zo worden gedomineerd door mannen dat ik zelfs in een project waarin ik nadrukkelijk op zoek ga naar extra veel vrouwen, niet verder kom dan 44%? Waar zijn alle vrouwen uit de wereldliteratuur?

De dominantie van mannen bleek hardnekkig. Daarom stelde ze haar plan bij. Voortaan neemt ze ook non-fictie mee bij haar keuze voor een boek uit een specifiek land. En welk land ze ook aan doet op haar literaire wereldreis, voortaan zal ze louter werk van schrijfsters lezen:

Het punt is niet dat ik mannen wil negeren. Het punt is dat ik vrouwen al bijna dertig jaar negeer. Het is tijd om te horen wat zij te zeggen hebben.

De hardnekkige blanke mannelijke dominantie komt niet alleen voor bij lezers, maar ook bij auteurs zelf. Zo sprak de recent overleden science fiction schrijfster Ursula Le Guin openlijk over haar worsteling om een verhaal te vertellen vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon, en bij ‘magiër’ niet volautomatisch een beeld te krijgen van een blanke man. Zeg maar de SF en fantasy variant van ‘de manager is een man’ beeldvorming.

Zo gaf ze de held van de Aardzee-cyclus wél een gekleurde huid, maar de hoofdpersoon bleef een man. Pas in een later geschreven deel krijgt een vrouw een leidende rol in het verhaal. Ook bij De Linkerhand van het Duister viel ze terug op het mannelijke als norm. Ze schiep een androgyne maatschappij, waar buitenaardse wezens het grootste deel van de tijd sekseneutraal leven, maar bleef de personages in die situatie omschrijven met ‘hij’.

Later betreurde ze die taalkundige keuze. Ze werkte aan een gedachte-experiment, legde ze uit in een essay, en hoewel er veel goed ging, erkende ze dat haar roman op dit punt te wensen over laat. Naast de keuze voor ‘hij’,  toont ze de belangrijkste alien ook terwijl hij bezig is met activiteiten die we in onze cultuur associeren met mannen. Hij werkt in de politiek als premier, ontsnapt uit een gevangenis, trekt een slee over een ijsvlakte. De science fiction wereld die ze schept, komt zodoende zeer mannelijk over. Pas op latere leeftijd lukte het Le Guin om zich te ontworstelen aan dit soort oude patronen. Ze creëerde meer vrouwelijke personages en gaf die ook een dragende rol in haar romans en korte verhalen.

Kortom, het vergt een zekere inspanning, maar wie wil, komt er uiteindelijk wel.

Advertenties

Politie laat vrouwen in de steek bij verkrachting

Zedenrechercheurs hebben grote moeite met aangiften van verkrachting. Ze zijn, net als de rest van Nederland, zo wantrouwend en alert op leugens, dat ze veel veel zaken weigeren te onderzoeken. Op die manier verdwijnen talloze waarachtige verkrachtingszaken in een la, en krijgen slachtoffers zo’n agressieve behandeling dat ze zich getraumatiseerd terugtrekken. Het uiteindelijke gevolg: daders blijven onbestraft en slachtoffers krijgen geen enkele vorm van gerechtigheid. Dat concludeert rechtspsycholoog en wetenschapper André De Zutter.

Eerst een feit van het type de aarde is rond: het overgrote deel van de daders van verkrachting, 98%, is man. Deze mannen – niet alle mannen, maar nogmaals, de meeste daders zijn man – verkrachten mannen, vrouwen, jongens, meisjes. Zeer vaak blijft dit geweld buiten beeld. Het veroordelingspercentage ligt tussen de drie en zes procent. Seksueel geweld is daarmee één van de ”veiligste” misdaden, met de grootste kans dat je er ongestraft mee weg komt.

De politie speelt helaas een vervelende rol in het onderbelicht en ononderzocht blijven van onder andere verkrachtingszaken. De Zutter onderzocht de situatie en komt tot zeer duidelijke conclusies:

Ik heb respect voor het werk van zedenrechercheurs. Zij worden net zo goed geleid door een mentale representatie van verkrachting. Dat is een idee, een beeld, niet de werkelijkheid. Ze hebben te maken met dezelfde psychologische mechanismen als valse aangevers. Dat maakt hen te wantrouwend tegenover echte slachtoffers en te goedgelovig bij valse aangiftes. We hebben slachtoffers van verkrachting gesproken voor wie de ondervraging zo’n vreselijke ervaring was dat ze liever geen aangifte hadden gedaan.

Wat De Zutter meldt is absoluut niet nieuw. Vrouwen wisten dit al eeuwenlang, aangezien zij er vanuit de kansel, de politiek en de wetenschap van langs kregen. Vrouwen? Hysterische, leugenachtige heksen die aandacht willen en mannen te gronde willen richten met hun gevaarlijke, duivelse seksualiteit. Pas vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw wisten vrouwen voldoende macht te krijgen om écht iets terug te zeggen. De tweede feministische golf koos seksueel geweld uit als één van de kernthema’s. Vrouwen voerden campagne, richtten Blijf van mijn Lijf huizen op, deden onderzoek, publiceerden boeken, klaagden de situatie aan en dwongen in 1991 veranderingen in de rechtspraak af, zodat de politie meer mogelijkheden kreeg om verkrachtingszaken in behandeling te nemen en justitie meer ruimte kreeg voor de vervolging en veroordeling.

Recent wezen ook andere onderzoeken op misstanden rond het werk van de politie. Zo onderzocht de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen de situatie in 2015 en kwam tot de conclusie dat de politie de aangiftes van tieners veel te snel afdoet als liegen. Agenten stellen zich zo vooringenomen en vijandig op, dat meiden tussen de 12 en 18 bang zijn om aangifte te doen. Ze zien er bij voorbaat al vanaf omdat ze denken dat de politie hun verhaal niet serieus zal nemen – en die angst bleek terecht, volgens de onderzoekers voor de Nationaal Rapporteur.

Op gezette tijden kunnen mensen uit de media vernemen wat deze conclusies van De Zutter en de Nationaal Rapporteur in de praktijk betekenen. Zo kreeg De Volkskrant eerder dit jaar een excuusbrief van de politie in handen. Uit de zaak bleek dat twee zedenrechercheurs een getraumatiseerde, 23-jarige verkrachte vrouw ruim zes uur lang op een zodanig agressieve, wantrouwige manier verhoorden, dat ze volkomen overstuur uit het verhoor kwam en bijna ging denken dat ze zelf gek en/of de dader was. De transcripties liegen er niet om:

‘Als blijkt dat iets niet klopt in je verhaal, dan ben ik bang dat dat echt consequenties heeft voor jou, maar ook voor het onderzoek.’ (…) ‘Dat is niet zo’, zegt Susanne tot drie keer toe. ‘Maar het is vaak warrig in mijn hoofd, ik weet de volgorde niet goed.’ ‘Soms is dit ook een schreeuw om aandacht’, zegt de rechercheur. ‘Of dat er geestelijk iets aan de hand is. Of dat er andere dingen zijn gebeurd. Of dat er iets is fout gegaan.’ (…)  ‘Het is niet zo’, zegt Susanne. ‘Het is niet zo.’ ‘Ik wil het toch gezegd hebben’, stelt de rechercheur. Even later: ‘Wat voor ervaring heb je met pijpen?’ Ze gaan in op het geslachtsdeel van de man. ‘Je zegt dat de penis slap was, maar je gaat toch kokhalzen’, stelt de rechercheur. ‘Doe eens voor? Hoe kokhals je dan?’ De rechercheurs blijven maar vragen of ze haar aangifte wil doorzetten. Susanne: ‘Ja, want het is echt gebeurd.’

Als je zo onder druk wordt gezet, is het volkomen begrijpelijk dat vrouwen bang worden om aangifte te doen. Alles kan tegen je worden gebruikt. Ook black outs vanwege een trauma, of vanwege bevriezing. Dat is een volkomen natuurlijke reactie als je in een levensgevaarlijke situatie belandt, naast vechten en vluchten. Maar zelfs de politie herkent dit niet altijd en meent dan dat een vrouw instemde omdat ze zich niet actief genoeg verweerde.

Dit alles gebeurt in een situatie waarbij volgens De Zutter hooguit vijf procent van de aangiftes vals is. Voor Engeland komt wetenschapster Joanna Bourke zelfs tot hooguit 3%. Ieder vals beschuldigde persoon is er natuurlijk één te veel, maar juist daarom is het in dit geval erg belangrijk om te blijven beseffen dat 95% tot 97% van de vrouwen daadwerkelijk verkracht is. Zij verdienen een fatsoenlijk interview, een gedegen onderzoek, en gerechtigheid. De daders verdienen vervolging, een grondig verhoor, en celstraf. Anders blijven ze namelijk ongestoord nieuwe slachtoffers maken. En dat kan echt niet.

Slachtoffer van seksueel geweld en hulp nodig? Neem dan contact op met een van de Centra voor Seksueel Geweld in Nederland, telefoonnummer 0800-0188, 24 uur per dag bereikbaar.

Dubbele moraal rond Williams is druppel die emmer doet overlopen

Vrouwen die protesteren tegen onrecht of frustratie tonen? Nog altijd schildert onze cultuur zo iemand af als een hysterische feeks, iemand die ontploft, die wangedrag vertoont, die boetes krijgt voor haar woede uitbarsting. Alsof de wereld vergaat. Ondertussen mogen mannen razen en tieren zonder dat er een haan naar kraait. Meest recente voorbeeld van die dynamiek: tennisster Serena Williams. Het voorbeeld biedt een giftige cocktail van seksisme, racisme en mannelijke machthebbers die met twee maten meten. Er was inderdaad sprake van wangedrag, maar nauwelijks van Williams.

Osaka met haar grote heldin Williams

Nederlandse en buitenlandse media staan bol van de verhalen over de incidenten tijdens de vrouwenfinale van de US Open. Deze belangrijke tenniswedstrijd ging tussen Serena Williams en Naomi Osaka. Voor beide tennissters stond er veel op het spel. Williams had de kans een 24ste overwinning op haar naam te zetten en daarmee een record te verbreken. Osaka kon de eerste Japanse/Haïtiaanse US Open winnares ooit worden.

In die beladen sfeer besloot scheidsrechter Carlos Ramos op een gespannen moment Williams te berispen omdat haar coach vanaf de tribune handsignalen naar haar zou hebben gezonden. Daarna strafte hij Williams toen ze haar racket kapot gooide. Toen Williams daartegen en tegen zijn eerder besluit protesteerde, nam hij haar een punt af, zodat Osaka in een beslissende set opeens met 5-3 voor stond in plaats van 4-3.

Osaka won de wedstrijd, maar de ceremonie bij de prijsuitreiking werd verstoord doordat het publiek boe bleef roepen naar Ramos en andere vertegenwoordigers van de US Open organisatie. Williams greep in om iedereen weer rustig te krijgen en Osaka haar moment van glorie te geven. Het gedrag van een ware kampioene, die haar verlies accepteert en haar tegenstandster eert en ruimte geeft.

Vanwaar het boe geroep van het publiek? Bij de situatie rond Serena Williams is het van belang één ding goed in het oog te houden. In het geval van een scheidsrechter die regels handhaaft gaat het niet om de vraag of zo’n functionaris het recht heeft maatregelen te nemen. Dat heeft zo iemand altijd. In dit geval gaat het om het hoe.

Het hoe. En daarin zit het venijn. Ramos vertegenwoordigt een cultuur waarbij mannelijke tennissers geen problemen ondervinden van gedrag waarvoor vrouwelijke spelers wél gestraft worden. Met een extra dosis venijn als de vrouw in kwestie ook nog een gekleurde huid heeft. Als een zwarte vrouw namelijk protesteert, duikt meteen het beladen stereotype van de boze zwarte vrouw op. Dat is een bedreiging die mannen het liefst zo snel mogelijk weer de grond in willen stampen. Williams maar ook andere zwarte vrouwelijke sporters botsen regelmatig tegen dat stereotype aan.

 

De voorbeelden zijn te talrijk om op te noemen, zo vaak is het seksisme in de sport zichtbaar. Als een man op de baan van shirt wisselt, geen probleem, doet een vrouw dat (met nog steeds een keurig hemd onder haar shirt aan) dan is het gelijk pats, sanctie van de scheidsrechter. Roger Federer, Novak Djocovic, Dominic Thiem, ze mogen er op los schelden en rackets bij de vleet kapot slaan, maar straf, ho maar. Mannen geven zelf ook toe dat ze bijna overal mee wegkomen. Zo twitterde tennisser James Blake:

I will admit I have said worse and not gotten penalized.  And I’ve also been given a “soft warning” by the ump where they tell you knock it off or I will have to give you a violation.  He should have at least given her that courtesy.  Sad to mar a well played final that way.

Voor een speler zoals McEnroe vormden de woede uitbarstingen en ander wangedrag zelfs een lucratief handelsmerk, een situatie die onbestaanbaar was bij vrouwelijke spelers:

After the BBC’s Panorama documentary revealed that John McEnroe was paid 10 times more than Martina Navratilova, despite her superior playing record, one of the many justifications cited for the discrepancy was that McEnroe was more entertaining. In other words, McEnroe’s personality – famous for angry outbursts on court – made him a better financial investment.

In het geval van Ramos komt daar nog bij dat de hele ellende begon toen hij besloot niet eerst te waarschuwen, maar meteen sancties op te leggen. En om als aanleiding voor een straf iets te kiezen waar normaal gesproken niemand een punt van maakt, omdat het overal voorkomt en zodoende iets is waar scheidsrechters normaal gesproken weinig mee doen. Alleen een zwarte vrouwelijke tennisspeelster krijgt straf en impliciet het etiket ‘valsspeler’ opgeplakt van de scheids. Daarmee beschuldigde Ramos Williams van iets heel ergs, in het openbaar, voor een miljoenenpubliek. Hij besmeurde haar eer en professionaliteit als tenniskampioene. Terecht dat Williams die smaad niet pikte, schrijft de Boston Globe

She was rightfully angry; not an angry black woman trope. This is a 23-time grand slam champ. “I don’t cheat to win,” she told Ramos. “I’d rather lose.”

Daarna strafte hij Williams voor het tonen van frustratie rond zijn sanctie-gedrag. Ramos kreeg als persoon eerder te maken met mannen die hem uitscholden, woede uitbarstingen hadden, rackets kapot gooiden, protesteerden tegen zijn beslissingen, enzovoorts. De Portugees legde die mannen zelden of nooit een sanctie op. Alleen Williams, een zwarte vrouw, moest het ontgelden. Zij mag geen racket kapot gooien of hem een leugenaar noemen omdat hij haar vals beschuldigde. Mannelijke spelers bevestigden de dubbele moraal die Ramos toonde in zijn beslissingen. Zo schreven tennisverslaggevers:

“I covered 17 US Opens for Sports Illustrated. There is no way a men’s player with Serena’s resume (multiple Grand Slam titles, economic driver of the sport) is getting a third code violation for that language in the finals of a major. No way.”

Dat verschil tussen straf voor mannen en voor vrouwen is ook waarom commentatoren zoals Sally Jenkins zo’n vernietigend oordeel vellen over het optreden van Ramos. De Washington Post journaliste beschuldigt Ramos van het misbruiken van zijn macht als scheidsrechter, en escaleren waar de-escaleren op z’n plaats was. Met alle gevolgen van dien:

“Ramos took what began as a minor infraction and turned it into one of the nastiest and most emotional controversies in the history of tennis, all because he couldn’t take a woman speaking sharply to him.”

Gezien de talloze voorbeelden, en deze nieuwe casus rond Ramos, is het niet zo gek dat de publieke opinie zich achter Williams schaart. Het gaat te vaak mis. Er is sprake van structureel onrecht waar vrouwen, zeker zwarte vrouwen, te vaak het slachtoffer van worden. We moeten daar tegen vechten. Williams doet dat, en velen volgen haar. Ook de Vrouwen Tennis Associatie (WTA) steunt Williams openlijk en uit kritiek op de dubbele moraal in het tennis algemeen en het seksistische optreden van Ramos in het bijzonder. Die steun in de strijd tegen seksisme, en het prachtige spel van Osaka, zijn de enige positieve elementen in dit hele verhaal.

Meer diversiteit in vier eenvoudige stappen

Van een filosofisch vakblad met maximaal 21% vrouwelijke auteurs en 0% mensen met een gekleurde huid, naar een vakblad met 54% vrouwelijke auteurs en 11% auteurs met een gekleurde huid. In een paar jaar tijd. Vooruitgang kán, toont Rebecca Kukla aan. Deze professor Filosofie aan de Georgetown University werd hoofdredactrice van het Kennedy Institute of Ethics Journal en maakte het tot haar missie meer diversiteit te bereiken. Dat lukte door vier stappen consequent door te voeren.

Rebecca Kukla

Toen Kukla het roer van het tijdschrift voor Ethiek over nam, trof ze een traditioneel blank mannelijk landschap aan. Stap 1 was dan ook: het net verder, dieper en breder het water in gooien en actief op zoek gaan naar filosofen uit andere hoeken. Dat lukte door een aantal themanummers uit te brengen over actuele onderwerpen. Zo besteedde het Ethics Journal aandacht aan de Amerikaanse verkiezingen. Trump levert een goudmijn op als je het wil hebben over ethiek, en niet alleen de geijkte vaste waarden in de filosofie schreven over de gang van zaken in 2016. Via de themanummers kon de redactie een jonger, diverser auteursbestand opbouwen.

Stap 2 was de introductie van boekrecensies. Kukla en haar medewerkers besloten bewust op zoek te gaan naar publicaties vanuit gemarginaliseerde groepen, met onderwerpen op het gebied van ras, etniciteit, feminisme, (politieke) repressie, anti-fascisme enzovoorts. De redactie kan zelf kiezen wie de recensies schrijft en zorgde ervoor dat uitnodigingen terecht kwamen bij andere deskundigen dan de geijkte blanke mannennamen van de standaard namenlijstjes.

Stap 3: het landschap zelf veranderen. Tot Kukla’s komst kondigde het blad zichzelf aan als een publicatie op het gebied van ethiek, met in ieder nummer gangbare filosofie op dat terrein. In overleg veranderde Kukla dit echter in ‘toegepaste filosofie’, een veel breder begrip, met een grotere nadruk op de praktijk, op wat er in de wereld gebeurt, en op actuele thema’s. Door deze verbreding kon ook de auteurspool breder en diverser worden.

Tot slot stapte het blad af van een ingewikkeld systeem van anoniem inzenden. Normaal gesproken zijn er drie lagen van anonimiteit, waarbij ook de hoofdredactrice niet weet wie welk stuk in zond. De filosofie wereld is echter behoorlijk klein. Zodra iemand een niet gangbaar onderwerp heeft of een herkenbare eigen schrijfstijl, heeft anoniem inzenden en behandelen nauwelijks zin. Iedereen die ingevoerd is in het wereldje, snapt meteen dat als het over onderwerp X gaat, het stuk hoogstwaarschijnlijk van Y afkomstig is, want Y is de enige in haar vakgebied die zich met X bezig houdt. Anonimiteit is dan een mythe. Leuk in theorie, maar in de praktijk werkt het niet altijd.

Om die reden zorgt Kukla er tegenwoordig voor dat redacteuren artikelen zoveel mogelijk anoniem beoordelen, maar dat zijzelf wél weet wie het schreef. Dat stelt haar in staat kritiek te voorzien van een context, en soms te verwerpen omdat onbewuste vooroordelen een rol zijn gaan spelen. Daarnaast kan ze auteurs de helpende hand toesteken. Soms heeft een stuk enorme kwaliteiten, maar komt het niet goed uit de verf omdat het taalgebruik niet op niveau is. In dat geval adviseert ze auteurs om een native speaker Engels te raadplegen en met die persoon de taal te fatsoeneren. Iemand kan het stuk dan opnieuw indienen en wie weet keurt de redactie het nu wel goed. In 85% van de gevallen komen artikelen niet door de ballotage heen, signaleert Kukla, dus de kwaliteit blijft hoog. Maar auteurs met achterstanden krijgen een eerlijkere kans.

Dit alles laat ook zien dat er een vijfde ingrediënt nodig is. De wil om te veranderen, om ook het werkterrein fundamenteel te veranderen, zodat meer mensen kansen krijgen. En dat volhouden en blijven waken voor de terugkeer van conservatieve denkpatronen, waardoor je terug kunt vallen in het standaard blank mannelijke repertoire. Daarover meer in een volgend stuk.

Is Kukla er nu? Nee. Van 0 naar 11% is een mooie stap, maar ze vindt het aantal gepubliceerde artikelen van mensen met een gekleurde huid nog veel te laag. Daar is nog werk aan de winkel. Ook mag er nog wel wat meer ruimte komen voor auteurs met een handicap, of auteurs die zichzelf identificeren als transgender. Maar nu ze deze vier ontwikkelingen tot staande praktijk heeft gemaakt, is er een veel grotere kans dat méér mensen óók toegang krijgen tot het podium van een gerenommeerd vakblad. En dat is heel mooi.