Monthly Archives: maart 2018

New York Times eert vergeten vrouwen

Wat hebben dichteres Sylvia Plath, schrijfster Charlotte Brontë en mesnenrechtenactiviste Ida B. Wells met elkaar gemeen? Alledrie leverden grote prestaties, maar geen van hen kreeg een overlijdensbericht van de redactie van de New York Times (NYT). In de geschiedenis van de krant kwamen vrouwen nooit verder dan 15 tot 20% van het totale aantal. Hoog tijd om die bevooroordeelde blik bij te sturen, vond NYT-journaliste Amisha Padnani. Zij zette Overlooked op, een project om vergeten vrouwen alsnog een plek in de krantenkolommen te gunnen.

The New York Times is een grote, gezaghebbende landelijke krant in de V.S. Dat betekent dat keuzes die de redactie maakt, een grote invloed hebben. Als de redactie je een officieel overlijdensbericht gunt, heb je het gemaakt. Je leven en werk waren en zij  zo belangrijk, dat journalisten tijd en moeite steken in een artikel over je bestaan. Je behoort tot de canon.

En, verrassing (niet), die canon ziet er zeer blank en zeer mannelijk uit, berekende de redactie. In 1858, het eerste jaar waarin de New York Times artikelen op een systematische manier registreerde, haalden 24 overleden mannen de krant, tegen drie vrouwen. Tussen 1926 en 1936 ging 90% van de ruimte naar blanke mannen. Vanaf 1936 nam het aantal officiële overlijdensberichten enorm toe, maar mannen kregen nog steeds 80 tot 85% van de aandacht, aldus de NYT redactie.

De mannelijke dominantie treft zelfs sectoren waar vooral vrouwen werken, zoals het bibliotheekwezen. In de negentiende eeuw was bibliothecaresse één van de weinige geaccepteerde beroepen voor (ongetrouwde) vrouwen. Anno nu bekleden vrouwen 85% van alle posities in bibliotheken. Ondanks dat numerieke overwicht ging de aandacht ook hier uit naar mannen. Met hun circa 15% namen ze 64% van alle overlijdensberichten van de NYT in beslag.

Padnani werd alert op deze onbalans toen ze toetrad tot de Overlijdensredactie – ja, bij de NYT heb je daar gespecialiseerde journalisten voor – en een artikel wilde schrijven over tennispionier Mary Ewing Outerbridge:

I wondered if she had received a Times obituary when she died in 1886. I checked our digital newspaper archives. She had not. After that, anytime I came across an interesting person who died years ago, I searched our archives for an obit. Those who didn’t get one were, not surprisingly, largely women and people of color. I started talking about my research with colleagues, friends and relatives, all of whom began sending me more names.

Padnani stapte met haar signaal naar Jessica Bennett, kersvers aangenomen als de eerste gender-redacteur van de NYT. Bennett zag onmiddellijk een kans om twee dingen te doen: de bewustwording vergroten rond processen die ervoor zorgen dat we vrouwen en mensen met een gekleurde huid over het hoofd zien, én tegelijkertijd de balans te herstellen door vrouwen alsnog een redactioneel overlijdensbericht te geven. De twee vrouwen leiden nu project Overlooked, ”over het hoofd gezien”,  een initiatief om vergeten vrouwen alsnog een officieel overlijdensbericht in de krant te geven.

Het initiatief slaat enorm aan. De krant nodigde lezers bij de start uit om namen in te sturen van vrouwen die alsnog een overlijdensbericht zouden moeten krijgen. In een paar dagen tijd kwamen 1400 inzendingen binnen. Lezers dragen onder andere hun oma’s en overgrootmoeders voor. Het gaat om vrouwen die in hun tijd, de negentiende en begin twintigste eeuw, allerlei sociale barrières doorbraken en prestaties neerzetten, maar daar indertijd weinig erkenning voor kregen. Zo schreef een lezer over haar oma, Dr. Marguerite Rush Lerner (1924-1987):

My grandpa Aaron B. Lerner received a New York Times obituary in 2007, but my grandma never received similar recognition, though they worked as a team and she had incredible achievements in her own right. I think their relationship dynamic is what allowed both to achieve great things together.

Je seksistische, racistische verleden opbiechten en met daden laten zien dat je de situatie wil verbeteren, kan op de complimenten en goedkeuring rekenen van allerlei journalisten, opiniemakers en media. Andere media, zoals The Intercept, zijn kritisch. The Intercept signaleert dat de NYToverlijdensberichten nog steeds voor 88% uit de koker van mannen komen, omdat de redactie diversiteit mist. Deze mannelijke journalisten schrijven vooral over overleden mannen. Daarnaast kreeg The Intercept van de NYT redactie te horen dat de krant vasthoudt aan de staande criteria wat nieuwswaardig is en wat niet – precies de criteria die leiden tot 85% aandacht voor blanke mannen:

“You have to do the people who really demand to be done. If you get a United States senator who’s a white man, but he was a United States senator and he, you know, enacted or proposed legislation that affected people’s lives, you have to do that obit and if you don’t do that obit, you will be criticized.” That may have been the logic behind the Times obit last week of former Alabama Rep. John H. Buchanan. One might say a Southern member of Congress with an unmemorable record isn’t worth the resources, especially considering the people the Times has missed — not in the distant past, but in the last year. Days before Buchanan’s obit was published, University of California, Berkeley professor and groundbreaking Muslim feminist scholar Saba Mahmood died, but no obituary appeared for her in the Times.

Kortom het blijft zoeken, uitproberen en moeizaam toewerken naar meer diversiteit. Hoe dan ook biedt project Overlooked nieuwe kansen. De reeks leidt tot het problematiseren van de status quo en zet andere mensen aan tot nadenken. En bewijst sommige overleden vrouwen alsnog de eer die hen toekomt.

Van Inuit, sieraden en de tulpen die vergaan

Komt dat zien, komt dat zien. Drie prachtige exposities die volop werk van vrouwen tonen. Ik maak je graag enthousiast voor  de expositie Canadese Inuit Kunst in het Museum Volkenkunde in Leiden, de expositie over sieraden in datzelfde museum, en een tentoonstelling rond het thema tulpen in MIJ, museum IJsselstein. Alledrie prachtig, op verschillende manieren.

INUIT. De Inuit kunst tentoonstelling haalde vorig jaar de media omdat het Koninklijk Huis er aan meewerkte. Prinses Margriet, van oorsprong Canadese, leende een deel van de privécollectie van haar en haar man uit aan het museum. Waaronder haar lievelingsstuk. Dat kunstwerk kun je hierboven op de foto zien: helemaal links in een vitrine, een klein stenen beeldje van een watervogel.

Het betreft een roodkeelduiker, en voor de Inuit heeft dit dier een spirituele betekenis. Deze soort duikt namelijk onder water, leeft óp het water maar ook op het land. Het diertje verenigt zo drie verschillende werelden in zich. De kunstenaar verbeeldde het dier in vloeiende lijnen en sneed in de rug een menselijk gezicht uit, de beschermgeest van de duiker. Ik bleef zeker tien minuten ademloos voor dit beeldje staan. Zo mooi, zo verfijnd. Geen wonder dat dit het lievelingswerk van Prinses Margriet is. Alleen al dit beeldje maakt de gang naar de expositie de moeite meer dan waard.

Maar je kunt meer zien dan beeldjes van dieren. Inuit kunstenaars schuwen de actualiteit niet. Zo tonen de eerste grafische werken aan de wand de impact van toerisme op het volk, en de snelle veranderingen in hun levenswijze. Een drieluik toont bijvoorbeeld in het eerste paneel een traditioneel beeld met sledehonden en Iglo’s. In het tweede beeld duiken lege olievaten op in het landschap. Het derde deel toont geen mensen of dieren meer, alleen strakke rechthoekige huizen in een landschap vol elektriciteitsdraden.

Ook aan het einde van de galerij loodst de collectie je tussen alle dansende ijsberen en liggende zeehonden de moderne tijd in. Kenojuak Ashevak brak in de jaren zestig door met haar iconische werk Enchanted Owl, een half abstracte zeefdruk van een uil. Ashevak is inmiddels ruim tachtig maar experimenteert vrolijk door. Je hebt nu de kans om in Nederland een ander, nieuw werk van haar in deze expositie te zien: een uil staande op twee rupsen, opnieuw in een half abstracte, zwierige stijl.

Een invloedrijke documentaire sluit de tentoonstelling af. Alethea Arnaquq-Baril maakte een documentaire over de gevolgen van een jachtverbod op haar gemeenschap. Van de ene op de andere dag mochten de mensen niet meer op zeehonden jagen, terwijl dat duizenden jaren lang een hoeksteen was van hun cultuur en leefwijze. Haar film, Angry Inuk, begint langzaam de publieke opinie te beïnvloeden. Heej, misschien zit er toch een verschil tussen commerciële bedrijven die huilers op het ijs doodknuppelen, en Inuit die overleven door af en toe een zeehond te verschalken…. Komt dat zien, tot 1 juli 2018.

SIERADEN Al deze pracht heb je in een uur, twee uurtjes gezien, maar als je daarna een kop koffie drinkt en even pauzeert ben je weer helemaal klaar voor de expositie Sieraden, Makers en Dragers in hetzelfde museum (tot 3 juni 2018). Een lust voor het oog en een indrukwekkend overzicht van alle sieraden die het museum in de loop der tijd verzamelde. Tussen sieraden uit het soms verre verleden ligt ook modern werk van hedendaagse kunstenaars. Zo zie je stukken van Bibi van der Velden, die de schildjes van kevers in haar sieraden verwerkt. Evenals creaties van Karin Herwegh, Esther Brinkmann, Felieke van der Leest en Azza Fahmy, de eerste Egyptische die in Cairo werd opgeleid door de meestergoudsmeden van de souk Khan el Khalil. Ze leidt nu in haar werkplaats zelf jonge edelsmeden op, om het ambacht door te geven aan een volgende generatie.

Mary A. Waters

Tot slot TULPEN. MIJ, het verzelfstandigde stadsmuseum van IJsselstein, gaf gastcuratoren Bob Negryn en Mary Waters alle ruimte om werk te selecteren voor de expositie Tulpenmanie. Hun keuze bevat veel werk van kunstenaressen. Complimenten! Tot 3 juni kun je bijvoorbeeld kennis maken met de grote fotocompilaties van Luzia Simons. De curatoren kozen haar werk omdat bij haar de vergankelijkheid van de tulp centraal staat. ”Terwijl menig kunstenaar zich focust op de schoonheid van de bloeiende tulp, concentreert zij zich juist op het verval”, meldt de website.

Maar er vallen genoeg prachtige bloemen te zien, naast dit verval. Linda Nieuwstad brak door met grote sculpturen van bloemen, uitgevoerd in materialen zoals dekzeil, pvc, wol en fluweel. Ook prachtig zijn de schilderijen die gastcurator Mary Waters uitleende aan het museum. Ze liet zich in het verleden inspireren door de Hollandse meesters die in de Gouden Eeuw secure bloemstillevens schilderden. Net als zij bouwt Waters haar werken op in talloze laagjes verf en vernis. Met sobere grijstinten en een opvallende kleur rood laat ze tulpen in vazen stralen.

Mis zoveel schoonheid niet en breng eens een bezoekje aan deze musea. Veel plezier gewenst!

Gereedschapskist: The Male Glance

Filmcritica Laura Mulvey introduceerde in 1975 het begrip de male gaze. Een geseksualiseerde manier van kijken die mannen macht geeft en vrouwen reduceert tot seksobjecten. Nu heeft die term een broertje gekregen: de Male Glance. Geen geobsedeerde blik, maar een zijdelings vluchtig kijken, wegwuiven op basis van vooroordelen, en dan snel verder naar iets belangrijkers, aldus auteur en recensente Lili Loofbourow. Mijn toevoeging: kijken heeft te maken met macht, en nu vrouwen steeds meer macht opeisen, begint de mannelijke dominante blik af te kalven. Dus er is hoop….

Loofbourow werkt onder andere voor VQR, een literatuurmagazine. Zij benutte het lentenummer 2018 voor een uitgebreid essay over de manier waarop culturen mensen leren kijken en oordelen. We denken vaak dat dit een neutrale bezigheid is, maar met vele feministen zeg ook ik dat oordelen over talent en kwaliteit niet neutraal zijn. Het is subjectief.

Zo analyseerde Mulvey diverse films en signaleerde dat de camera niet neutraal is. De beelden slepen de kijker mee in een bepaalde subjectieve blik, namelijk die van een heteroseksuele man die vrouwen visueel bepoteld. Zie voor een recent voorbeeld de film Justice Legue, waar de camera pijnlijk vaak en langdurig blijft hangen bij de borsten en billen van actrice Gal Gadot. Die geseksualiseerde manier van kijken leidt de aandacht af van de persoonlijkheid en prestaties van een vrouwelijk personage. Ze bestaat alleen bij de gratie van haar uiterlijk en hoe plezierig dat uiterlijk is voor een heteroseksuele man.

Loofbourow bouwt voort op het idee van de Male Gaze en breidt het idee uit met de male glance. In plaats van een geobsedeerd staren naar borsten en billen gaat het hier om een vluchtige, minachtende mannelijke blik:

The male glance is the opposite of the male gaze. Rather than linger lovingly on the parts it wants most to penetrate, it looks, assumes, and moves on. It is, above all else, quick. […] The male glance is how comedies about women become chick flicks. It’s how discussions of serious movies with female protagonists consign them to the unappealing stable of “strong female characters.” [..] It tricks us into pronouncing mothers intrinsically boring […] Generations of forgetting to zoom into female experience aren’t easily shrugged off, however noble our intentions, and the upshot is that we still don’t expect female texts to have universal things to say. We imagine them as small and careful, or petty and domestic, or vain, or sassy, or confessional.

Deze blik reduceert romans van schrijfsters tot chicklit en maakt dat we enorm veel vrouwelijk talent over het hoofd zien, signaleert Loofbourow. Getroffen door de male glance blijven werken van vrouwen onbegrepen, obscuur, marginaal, terwijl werken van mannen op een voetstuk gehesen worden. De veelal negatieve waarde-oordelen rond onbegrepen werk van vrouwen komen voort uit het feit dat wij als cultuur kijken vanuit een mannelijk standpunt en alles over mannen het voordeel van de twijfel gunnen, terwijl we vrouwen en het vrouwelijke minachten en terzijde schuiven, stelt ze.

Voorbeelden te over. Neem de routinematige manier waarop mensen alles wat jonge meiden leuk vinden afdoen als triviaal, van slechte kwaliteit, iets waar je je voor moet schamen. Zo van als meisjes het leuk vinden, kan het niks zijn. Loofborouw neemt als voorbeeld auteur Elizabeth Gilbert. In haar eerste boeken stonden mannen centraal. Ze kreeg lovende kritieken. Toen ze echter over over vrouwen en vrouwelijke ervaringen begon te schrijven, sloegen de kritieken om. Opeens vonden critici er niks meer aan. Mensen stopten met lezen en begonnen met snelle oordelen. Na alle negatieve kritiek wilde je nog niet dood gevonden worden met Eat, Pray, Love in je handen:

I still haven’t read it. Here’s why: It’s too much mental work, because it would mean reading the book as me and also reading the book as we. The awful thing about internalizing the we—if you have—is that you have to fight it like a boss if you disagree with its verdict. What if I like Eat, Pray, Love? Do I want to take on the we—whose powers of discernment I’m too insecure to fully dismiss—in order to justify my liking? Will I feel embarrassed by my pleasure, ashamed for falling for what the we so cleverly saw through?  This is not a defense of Eat, Pray, Love. I’ll repeat: I still have not read it. But that’s precisely why it’s useful as an example: This is how ambient culture works. These streams of derision and praise are what determine what gets read (or watched) and what doesn’t. These are the currents that eventually confer greatness.

Enfin, lees vooral haar hele essay.

Is de situatie hopeloos? Nee. In haar analyse laat Loofborouw machtsverhoudingen buiten beschouwing. Maar die zijn cruciaal. Mannen domineerden het openbare leven eeuwenlang, maar sinds vrouwen stemrecht kregen, vanaf 1956 juridisch handelingsbekwaam geacht werden, reproductieve rechten veroverden en anno nu steeds vaker hun eigen geld verdienen, kunnen ze vaker hun eigen weg bewandelen en ruimte opeisen voor hun verhalen. Zo vindt op dit moment een vrouwelijke revolutie plaats in de Amerikaanse televisiewereld, met series waarin de vrouwelijke ervaring centraal staat.

Ook Loofbourows essay is een teken van vooruitgang. Situaties die vrouwen eeuwenlang moesten slikken, worden problematisch. Vrouwen analyseren in het openbaar wat er gebeurt, publiceren hun mening, doen onderzoek, zetten theorieën op en zorgen voor discussie en debat. Te beginnen met namen geven aan wat er gebeurt. Niet ‘wat een man thuis doet met zijn vrouw is privé’ maar huiselijk geweld, verkrachting binnen het huwelijk. Niet ‘o tienermeiden vinden het leuk, dan is het niet serieus’ maar The Male Glance. Stapje voor stapje komen we zo dichterbij een gelijkwaardig speelveld, waarin we het werk en de ervaringen van vrouwen serieuzer nemen. Vooruitgang….

UPDATE De Huffington Post refereert aan het essay van Loofbourow in een recensie over een onsamenhangende, seksistische debuutroman van acteur Sean Penn:

As I read Bob Honey, I couldn’t stop thinking of Lili Loofbourow’s recent, brilliant Virginia Quarterly Review essay, “The Male Glance,” which argues that we refuse to read genius, or even artistic intentionality, into works by women. The flip side is that we do readily presume those things in the works of men. […] Penn’s already been offered more benefit of the doubt than he’s earned, and more than any equivalent actress would receive. He joins a select crew of successful white male actors who think they have very literary things to say, and who have therefore been offered hardcover book deals with blurbs by Salman Rushdie.

Uitgeverij Chaos en nieuwe boeken rond feminisme

Nederland is een feministische uitgeverij rijker: Chaos. Op internationale vrouwendag, geen toevallig moment natuurlijk, publiceerden ze hun eerste uitgave. Een nieuwe Nederlandse vertaling van een feministische klassieker van Virginia Woolf, Een Kamer voor Jezelf. Later dit jaar volgen nog twee verhalenbundels en in maart 2019 een vertaling van een roman van Zora Neale Hurston. Mooi nieuws want voor de vorige expliciet feministische uitgeverij moeten we dertig jaar terug in de tijd.

 

Op haar website stelt Uitgeverij Chaos zichzelf voor als een samenwerking tussen drie vrouwen, te weten Sayonara Stutgard, Thalia Ostendorf en Yael van der Wouden. Ze willen ”chaos creëren op elk feestje!” Door ”ongehoorde verhalen uit de marges te halen en het aan de lezers te bieden die de verhalen verdienen”.

De uitgeverij wil interactioneel werken. Dat is een moeilijk woord voor breder kijken dan je neus lang is: vrouwen hebben te maken met discriminatie, maar mensen met een gekleurde huid ook, en mensen uit ”lagere klassen” (niet Ons Soort Mensen) ook, en je moet daar rekening mee houden. Het gaat om diverse soorten machtsverschillen en verschillende posities in de samenleving, die maken dat je soms extra je best moet doen om een gelijk speelveld te krijgen. Zie daarvoor ook mijn artikel over interactioneel feminisme, met alle verdere uitleg en details.

De drie vrouwen konden het zelf bijna niet geloven dat Nederland zo’n dertig jaar lang geen enkele feministische uitgeverij kende. De vorige, Uitgeverij Sara, ontstond midden in de tweede feministische golf, in 1977. Tien jaar later ging Sara failliet en kocht Uitgeverij Van Gennep hen over.

Dat het in de tussentijd niet helemaal een hopeloze woestenij werd, danken we aan initiatieven zoals de oprichting van Artemis. Geen nadrukkelijk feministische organisatie, maar wel een imprint die zich richtten op boeken van schrijfsters. In 2014 besloot Ambo/Anthos de imprint op te heffen, en verdween Artemis weer van het toneel.

En nu dus Chaos. Ik wens ze een mooie tijd toe en dat ze maar decennia lang mooie feministische boeken uit mogen geven.

Meer feminisme? Monika Triest publiceerde bij Uitgeverij Vrijdag ‘Wat zoudt gij zonder ’t vrouwvolk zijn?’,  een geschiedenis van het feminisme in België. Ze laat je onder andere kennis maken met Isabelle Gatti de Gamond (1839-1905), pedagoge, socialiste, vrijdenkster en de eerste Belgische feministe. Een andere recente uitgave is Alleen Ja Telt van Liesbeth Kennes. Deze pedagoge en auteur gaat in op de seksuele mores en de verkrachtingscultuur. In België, maar wat ze schrijft geldt net zo goed voor Nederland, Duitsland, de V.S., enz. enz.

Nederland zag vorig jaar twee belangrijke publicaties voor een groot publiek. Linda Duits gaat in Dolle Mythes in op allerlei vooroordelen en aannames rondom feminisme. En onze eigen Anja Meulenbelt neemt de lezer mee op een reis langs allerlei feministische ideeën en de aard van de feministische golven. Beide vrouwen constateren dat het feminisme in Nederland stagneert: er gebeurt wel vanalles, maar tot een massalere beweging komt het niet en vrouwen met een gekleurde huid blijven te vaak in de marge staan. Beiden hebben ook ideeën hoe het beter kan. Kortom super interessant leesvoer!

 

Internationale vrouwendag: verzet, vrijheid, vreugde

Donderdag is het 8 maart, internationale vrouwendag. Tijd om samen in vrijheid  feest te vieren. En tijd om kritisch te blijven, te leren van de geschiedenis, en door te gaan met het gevecht om vrouwen gelijke kansen te geven. Een greep uit hopelijk inspirerende artikelen en essays:

  • Kenniscentrum Atria duikt in de geschiedenis van Internationale Vrouwendag, evenals Historiek. Vrouwen stonden aan de basis: de socialistische politica Clara Zetkin, en textielarbeidsters die staakten voor betere lonen. Atria houdt 8 maart ook speciale tours over Aletta Jacobs.
  • Overal in Nederland vinden activiteiten plaats. Zie hier voor een overzicht van allerlei feestjes, lezingen, workshops enz.
  • BBC radio zendt 8 maart vooral muziek uit van vrouwelijke componisten. Het hele programma vind je hier
  • Feminisme is ook voor mannen! Op 8 maart houdt organisatie Free Press een mars in Amsterdam onder de noemer Men4Women.
  • Tivoli Vredenburg zorgt voor een concert waarin vrouwen en hun muziek centraal staan. It’s a Woman’s World biedt een avond vol afwisseling, met bijvoorbeeld een muzikale combinatie van Hildegard von Bingen (12e eeuw) en Beyoncé (21e eeuw).
  • Bij de vorige internationale vrouwendag publiceerde Stellingdames een mooi artikel over die eeuwige waarom-vraag. Waarom een vrouwendag? Is dat nou nodig? Ja dus.
  • Anja Meulenbelt besteedt op haar weblog aandacht aan intersectionaliteit. Want naast je sekse spelen ook zaken als huidskleur, inkomensgroep en sociale klasse een rol bij discriminatie en ongelijkheid
  • Elle Magazine pleit voor 365 dagen per jaar internationale vrouwendag. Hier hun suggesties met wat je van dag tot dag kunt doen om de geest van inspiratie en blijmoedige kritiek levend te houden. Vervang Ren Hangs expositie in fotomuseum FOAM (laatste kans!) door de expositie van Rosa Loy in het Drents Museum (laatste kans!), en je bent weer helemaal 2018 proof.
  • VIVA zet op een rijtje waar vechten voor onze rechten allemaal toe heeft geleid. Stemrecht! Verkrachting binnen het huwelijk officieel strafbaar! Gehuwde vrouwen handelingsbekwaam! (Sinds 1956, daarvoor waren we juridisch gezien onmondige kinderen die mannelijk toezicht nodig hadden.) Enzovoorts.
  • Harper’s Bazaar (Nederland) houdt 6 maart een feministische top in het Amsterdamse DeLaMar Theater. Het blad linkt iedereen ook graag door naar een prijswinnende feministische podcast van de Australische komiek en schrijver Deborah Frances-White, genaamd Guilty Feminist. Geniet ervan!
  • Roermond besteedt in een speciale expositie aandacht aan een eeuw vrouwenstrijd in de stad. Dat geeft je de kans om kennis te maken met lokale feministes zoals Mathilde Haan, Tiny Imkamp (in 1936 de eerste vrouwelijke huisarts in Roermond), en de activiteiten van de plaatselijke Vrouwenraad.
  • In de Engelstalige media veel analyses over feminisme rond internationale vrouwendag. Ik link je graag door naar interessante artikelen: hier, Jill Filipovic over politiek feminisme in de V.S., hier over de manieren waarop anti-feminisme het mondiale beleid beïnvloedt, hier, over Marlène Schiappa, de Franse minister voor Gender, en hier, over het toenemende verzet van Latijns-Amerikaanse vrouwen tegen femicide.
  • Internationale Vrouwendag blijft het doelwit van weerstand. Zo kreeg vrouwenplatform Ankara te maken met politiegeweld toen vrouwen in de hoofdstad wilde demonstreren. Achttien vrouwenactivisten belandden in de cel – ze zijn inmiddels weer op vrije voeten. Ironie ten top: met hun actie wilden vrouwen demonstreren tegen geweld tegen vrouwen. Een groot probleem in Turkije, waar mannen naar schatting 338 vrouwen per jaar vermoorden (huiselijk geweld enz.)
  • Tot slot: vlak voor internationale vrouwendag kwamen in Nederland cijfers in de openbaarheid over de beschamende schaarste aan vrouwen in de top. Dat probleem is beslist niet uniek voor Nederland. Zie hier een pleidooi uit Canada – wil het beter gaan met vrouwen in het bedrijfsleven, dan moeten de poortwachters zich bewust worden van hun vooroordelen. Hint voor Nederland: pak eindelijk de discriminatie van zwangere vrouwen aan, want de helft van de werkgevers werkt vrouwen op dat moment de deur uit zodat ze hun inkomen verliezen en hun loopbaan stagneert. Het loont ook om werkende vrouwen serieus te nemen en de loonkloof te dichten. Nu nemen mannen overal meer geld mee naar huis en krijgen vrouwen het zoveelste signaal dat ze minderwaardig zijn.

Black Panther geeft vrouwen de ruimte

De zwarte superheldenfilm Black Panther breekt allerlei records. Net zoals destijds bij Wonder Woman vrouwen spontaan tranen in hun ogen kregen toen de heldin haar krachten voor het eerst openlijk toonde, zo zijn mensen met een gekleurde huid enthousiast dat zij zichzelf eindelijk op het witte doek terug zien als superheld. En het mooiste van alles: de film geeft diverse complexe vrouwen met hun eigen verhaal alle ruimte. Bijvoorbeeld in de vorm van het personage Shuri, wetenschapster, uitvindster en strijdster. Tekst gaat verder onder de foto en bevat spoilers. Dus heb je de film nog niet gezien, doe dat eerst….

Zoals magazine Vice ons in herinnering brengt, is het voor mensen van levensbelang dat ze zichzelf terugzien in de media:

“Minderheden realiseren zich – ondersteund door onderzoek – dat media niet alleen invloed hebben op hoe anderen naar hen kijken, maar ook op hoe zij zichzelf zien.”

Je hebt voorbeelden nodig, rolmodellen, bronnen van inspiratie. Tot nu toe zagen vooral blanke jongens en mannen zichzelf weerspiegeld in de populaire cultuur. De ene na de andere superheld, opvallend vaak gespeeld door acteurs genaamd Chris, bevolkten de bioscopen. De andere driekwart van de mensheid – iedereen met een gekleurde huid m/v, en vrouwen – moesten het doen met de kruimels. Ze worden symbolisch vernietigd in de populaire cultuur, en dat leidt tot een gevoel van minderwaardigheid. Je bent onzichtbaar, je bent onbelangrijk, alleen blanke jongens en mannen tellen mee. Daarom is het ernstig dat je voor de laatste film met zwarte superhelden twintig jaar terug in de tijd moet. Dat was Blade, en die film kwam er alleen omdat hoofdrolspeler Wesley Snipes de boel zelf produceerde.

Black Panther heeft opnieuw een man als centrale held. Maar de film geeft complexe, krachtige vrouwelijke personages alle ruimte, zodat het eindresultaat toch een stuk evenwichtiger is dan voorgaande rolprenten. Het geheel heeft een bevrijdende effect voor mensen met een gekleurde huid en voor vrouwen. Ga maar na:  een film over een fictief land waar blanke kolonisten nooit de macht kregen. Waar een Afrikaanse identiteit de norm is en geen afgeleide van iets anders, verwrongen en uit z’n verband gerukt. En waar mensen vrouwen serieus nemen. Vrouwen leiden stammen, vrouwen zitten in de hoogste raad, vrouwen waren in het verleden de Black Panther. Ze tellen mee, maken hun eigen ontwikkeling door en nemen op verschillende momenten in de film cruciale beslissingen.

De film zegt kritische dingen over gender en de ervaringen van afro-Amerikanen in de VS. De ”schurk” van het verhaal werd als jongen wees en moest zien te overleven in de achterbuurt van een grote stad. Hij verhardde. Hij gebruikt vrouwen maar zodra ze voor hem geen nut meer hebben, schiet hij ze neer. Hij claimt de troon om als patriarchale alleenheerser met geweld zijn ideale wereld te scheppen. Dit is een kritische verwijzing naar een realiteit waarin zwarte mannen onder invloed van patriarchale ideeën rechtvaardigheid eisen – voor zichzelf. Vrouwen moeten nog steeds zwijgen en mannen onderdanig ondersteunen. Dit soort seksisme ondermijnde ook de Black Panther partij, stellen historici.

Hoe anders in het fictieve land Wakanda. Ja, de held is een man, maar hij omringt zich met vrouwen die hun eigen ambities en bezigheden hebben. Dat wordt meteen duidelijk in het begin, als de kersverse koning zijn ex Nakia terughaalt van een missie, omdat hij niet gekroond wil worden zonder haar erbij. Nakia blijkt dezelfde kant uit de willen als de schurk van de film. Terwijl de koning het bestaan van het land geheim wil houden, pleit zij ervoor dat Wakanda uit haar zelfgekozen isolement stapt en kansarmen in de wereld helpt. Alleen wil zij dat geweldloos doen, door middel van hulpverlening en het delen van kennis, terwijl de schurk een gewapende opstand wil die moet leiden tot een rijk waar de zon nooit onder gaat. Onder andere de recensenten van Bitch Media zien Nakia als de ware revolutionaire van het verhaal, samen met haar metgezellinnen.

Dan heb je de Dora Milaje, een volledig uit vrouwen samengestelde groep krijgers die de troon beschermt. Hun generaal Okoye neemt beslissingen die cruciaal zijn voor de toekomst van haar land. Ze heeft een op zich liefdevolle relatie met een man, maar als die de koning verraadt verslaat ze hem. Dieren houden van haar. En ze vecht fantastisch. Kortom swooooooon. Ook dit verwijst naar de realiteit: een soortgelijke vrouwelijke gevechtsmacht rond de troon bestond echt, in het huidige Benin. Daar heetten ze de Dahomey, en Franse militairen waren in de negentiende eeuw als de dood voor deze professionele vechtjassen. UPDATE: er komt een film over deze vrouwen!

Een derde krachtige vrouw is Shuri, een genie. Als één van de weinigen is ze in staat om te werken met Vibranium, een mysterieus edelmetaal waar Wakanda z’n macht aan ontleent. Niet alleen ontwikkelt ze allerlei handige apparaten en wapens, ze geneest ook mensen en speelt een beslissende rol in de strijd om de troon. Sterker, ook zij kan Black Panther worden. In ieder geval in de stripboeken, en misschien ook in een vervolgfilm. Ze staat in zekere zin symbool voor wat de zwarte NASA wetenschapsters uit de jaren zestig hadden kunnen worden, als mensen hen destijds serieus hadden genomen en hadden voorzien van macht, mensen, faciliteiten en geld.

Met een goed verhaal en zoveel vrouwelijke personages die belangrijke rollen spelen, is het niet zo gek dat Black Panther veel succes heeft. Zowel voor vrouwen als voor zwarte mannen biedt de film wensvervulling, een rolmodel, een weerspiegeling van zichzelf op het grote doek. Dit alles begeleidt door een fantastische soundtrack. Wat wil een mens nog meer?