Choucair, de vrouw die op haar 97ste door brak in de kunst

Vrouw, Libanese, abstracte kunstenares  – Saloua Raouda Choucair moest aardig wat hindernissen overwinnen om door te breken in de ”officiële” Westerse kunstwereld. Maar het lukte. Ze kreeg haar allereerste individuele, grote overzichtsexpositie in het Tate museum voor moderne kunst in Londen, toen ze al dik in de negentig was. Toen ze begin 2017 overleed had ze inmiddels genoeg bekendheid gekregen om een necrologie in landelijke dagbladen los te peuteren.

Zoals wel vaker het geval is, denken mensen bij ‘grote abstracte kunstenaars’ vaak aan mannen. Zo praten mensen elkaar na dat Kandinsky de eerste abstracte schilder zou zijn. Maar nee. Ten eerste grossieren talloze oude culturen in abstractie. Maar als je je per se tot de Westerse culturele canon wil beperken, waren vrouwen het eerst. De eerste kunstenaar die bewust abstract schilderde was een Zweedse, Hilma af Kint. Ze maakte haar eerste abstracte werk in 1906, vijf jaar eerder dan Kandinsky, die pas in 1911 met zijn eerste abstracte werk op de proppen kwam.

Vrouwen hadden moeite om door te breken als kunstenares, onder andere vanwege institutionele barrières. Ze konden zich bijvoorbeeld eeuwenlang niet inschrijven bij academies of naakten schilderen aan de hand van een levend model – dat zou onfatsoenlijk zijn. Zweden liep voorop in het slechten van dat soort hindernissen. Zodoende kon Af Kimt zich in 1882 al inschrijven bij de Royal Academy of Fine Arts in Stockholm. Haar seksegenoten in Frankrijk, Duitsland en Nederland moesten langer wachten. De formele opleiding die Af Kimt kon volgen, gaf haar de kennis, kunde en status om zich te vestigen als kunstenares en haar eigen stijl te ontwikkelen. Eentje die van figuratief steeds meer de kant van abstractie op ging.

Choucair viel niet alleen buiten de officiële Westerse canon die talenten zoals Af Kimt opleverde, maar had ook haar afkomst tegen. Libanon gold niet als een centrum voor kunst en de decennia durende oorlogen gooiden ook regelmatig roet in het eten. Dat het haar toch lukte om zich te ontwikkelen tot een belangrijke kunstenares, kwam onder andere door haar ouders. Die vonden dat meisjes net zo goed een gedegen opleiding moesten krijgen als jongens, en investeerden in hun dochter. Choucair studeerde aan universiteiten en vertrok in 1948 naar Parijs en de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts.

Het was in die tijd dat ze twee artistieke ontwikkelingen met elkaar combineerde. Ze groeide uit tot een abstracte kunstenares, en koppelde dat aan haar Arabische achtergrond. In 1951 publiceerde ze een manifest over de manier waarop Arabische mensen omgaan met visuele kunsten, los van allerlei oriëntaalse theorieën met vaak een racistische achtergrond. Dit vormde de basis voor haar kunst, waarbij ze abstract geometrisch werk maakte met duidelijke invloeden van traditionele Arabische motieven en technieken. Ze botste daarmee met verwachtingen van anderen, signaleert dagblad The Guardian:

Her Paris show had been visited by the Lebanese ambassador to France. “Your work is curious, Miss Raouda,” he had purred. “Have you not got any Lebanese paintings for us?” By this he meant paintings that looked as a European might imagine Lebanese art should. Most Lebanese people felt the same way. Undeterred, Choucair went on making work that was both modern and Arabic, her particular interest lying in interlocking forms.

Terug in eigen land werkte ze decennia lang in een flatje in Beirut. Vaak onder zeer gevaarlijke omstandigheden. De stad verkeerde vanaf 1975 in staat van oorlog. Eén van de schilderijen die bezoekers van het Tate een paar jaar geleden konden zien, was geraakt door glasscherven van een explosie. Galerieën waar ze haar werk had kunnen exposeren, sloten door het geweld. Ook verkocht ze geen enkel werk.

Ze ging echter door, anoniem, alleen, zonder mogelijkheden haar werken aan een breder publiek te tonen. Choucair begon naast schilderen ook te beeldhouwen. Een deel van die sculpturen kon ze zelf uitvoeren, maar van andere, grotere ontwerpen kon ze alleen een prototype maken. Dat betrof sculpturen voor buiten op straat, maar de oorlog zorgde ervoor dat niemand een biet gaf om kunst in de openbare ruimte. Het bleef dus bij voorstudies.

Pas op zeer late leeftijd ontdekten curatoren het bestaan van Choucair en haalden ze haar kunst naar ‘het Westen’. Op 97-jarige leeftijd kreeg ze een podium van het Tate, zodat Europeanen kennis konden maken met haar werk. Het betekende haar doorbraak in de Westerse kunst-canon. Drie jaar later overleed ze.

VERDER LEZEN: dit mooie artikel over vijf vrouwelijke kunstenaressen (sorry, eigenlijk vier en een groep, de textielkunstenaressen die het tapijt van Bayeaux vervaardigden) die een plekje in de kunstgeschiedenis verdienen. Dit artikel over Arab Women Artists Now, oftewel AWAN, een kunstfestival met Libanese vrouwelijke artiesten. Magazine Aquila zette vijf kunstenaressen op een rijtje, wiens werk zeer in de smaak viel bij de redactie. Kunstenaressen timmeren ook aan de weg in Saudie Arabië. En vanuit Amman reist er sinds juli 2017 tot eind 2018 reist een expositie rond, met werken van 31 kunstenaressen, waaronder Ahaad Al-Amoudi, Sheikha Lulwa Al-Khalifa en Shereen Audi. Na Engeland is tot eind 2018 Noord-Amerika aan de beurt.

Advertenties
Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: