Monthly Archives: januari 2018

Vrouwen strijden tegen de Maffia

Prachtige reportage in The New Yorker. Het blad zoomt in op het werk van Alessandra Cerreti, een openbaar aanklager die de   ’Ndrangheta vervolgt in het zuiden van Italië. Zij was lange tijd één van de weinigen die besefte wat het betekent dat de Maffia de familie gebruikt als basis voor hun cultuur en organisatie. Geen familie zonder vrouwen, en aangezien vrouwen in het traditionele Maffia-milieu een onderdrukt rotleven leiden, zou de kans groot zijn dat sommige vrouwen in ruil voor vrijheid tegen de capo’s wilden getuigen.

Alessandra Cerreti

In het begin van haar loopbaan moest Cerreti al haar overredingskracht gebruiken om haar mannelijke collega’s ervan te overtuigen dat ze zich meer op Maffiavrouwen moesten richten. De New Yorker:

Italian prosecutors conceded that ’Ndrangheta women led tragic lives. But many didn’t consider the women to be of much use in their fight; they were just more victims. “The women don’t matter,” the prosecutors told Cerreti. As a woman working for the Italian state, Cerreti knew something about patriarchies that belittled women even as they relied on them. She believed that many judicial officials missed the importance of ’Ndrangheta women, because most of them were men, and “Italian men underestimate all women,” she said.

Pas toen ze een standplaats kreeg in Calabria trof ze mannelijke collega’s aan die vrouwen serieus wilden nemen. Gesteund door haar leidinggevenden begon Cerruti gericht op zoek te gaan naar vrouwen die rijp waren voor rekrutering.

Dat was uiteraard niet makkelijk. Het tragische in de vrouwenlevens zit ‘m vooral in het feit dat ze traditioneel maar twee dingen mogen: trouwen en kinderen krijgen. Veel meisjes trouwen jong, bijvoorbeeld op hun vijftiende, en krijgen al snel kinderen. Ze moeten hun zonen opvoeden tot goede maffialeden en hun dochters klaarstomen voor het bestaan van moeder de huisvrouw. Daarbij staan ze constant onder bewaking van broers, ooms, hun echtgenoot, en andere familieleden, uit angst dat vrouwen een misstap begaan en schande over de familie brengen.

Tegelijkertijd nemen vrouwen allerlei ondersteunende klussen op zich om de ’Ndrangheta draaiende te houden. Ze smokkelen bijvoorbeeld berichten door als hun mannen in de gevangenis zitten. Sommige vrouwen zijn betrokken bij het witwassen van geld. Een enkeling neemt een leiderschapsrol op zich als de mannelijke aanvoerders gearresteerd zijn of doodgeschoten worden door concurrenten. Op die manier leren vrouwen hoe de organisatie in elkaar steekt, hoe geldstromen lopen, wie betrokken is bij de drugshandel en welke bedrijven in handen zijn van de Maffia.

Sommige vrouwen belandden in de gevangenis vanwege hun betrokkenheid bij de maffia. Op dat moment staan ze minder onder de directe controle van hun families. Ideaal voor een openbaar aanklager die criminele netwerken op wil rollen. Na veel diplomatiek zoekwerk, gesprekken en voorzichtige toenaderingspogingen tot vrouwen die in de gevangenis zaten, lukte het Cerreti om informantes te krijgen, waaronder Giuseppina Pesce. Zij wilde haar vrijheid terug en ze wilde voorkomen dat haar kinderen opgeslokt zouden worden door de georganiseerde misdaad. Cerreti en Pesce slaagden er rond 2014 in een enorme slag te slaan: de arrestatie van 42 maffialeden, waaronder enkele bazen, en de inbeslagname van allerlei bedrijven en bankrekeningen met een totale waarde van circa 260 miljoen dollar.

Alles kan als je vrouwen serieus neemt….

VERDER LEZEN: Mediabedrijf All3media America wil een dramaserie maken over het leven en werk van Cerreti. Geschiedenis: als mensen beter hadden opgelet, zouden ze geweten hebben dat vrouwen de sleutel vormen tot het aanpakken van de Maffia. Zo verenigden vrouwen zich in 1992 in Palermo en voerden actie om het geweld in hun stad te stoppen – een directe aanval op de mafia, grootleverancier van moordpartijen. Bijna een kwart eeuw later zocht fotograaf Francesco Francaviglia hen op en schreef een boek over hun protest. Tot slot: Vice magazine interviewde Anna Carrino, die naar de autoriteiten stapte om de mafia in Napels aan te pakken.

Advertenties

Vaarwel Ursula Le Guin

Wat een manier om het nieuwe jaar te beginnen: SF grootheid Ursula Le Guin is overleden. Ok, ze was 88 jaar oud. Het moet een keer gebeuren. Niemand heeft het eeuwige leven. Maar toch. Als je haar boeken, essays, speeches en overpeinzingen graag las, komt het hard aan dat de huidige omvang van haar werk zo blijft. Er zal nooit meer iets bij komen. Lavinia geldt voor altijd als haar allerlaatste roman, en No Time to Spare haar laatste collectie artikelen. Diepe, diepe zucht…

Ik weet niet meer precies wanneer ik voor het eerst iets van Le Guin las, maar het moet in mijn puberteit zijn geweest. Waarschijnlijk de Aardzee trilogie, al vroeg in het Nederlands vertaald en beschikbaar in de bibliotheek, waar ik vaak kwam. Ik vond het gewéldige boeken. Spannend, sprookjesachtig, ontroerend. Als tiener snapte ik lang niet alle diepere lagen in het verhaal, maar dat maakte het des te leuker deze romans op latere leeftijd opnieuw te lezen.

Na Aardzee adviseerde een neef De Linkerhand van het Duister, een baanbrekend werk waarin Le Guin speelt met opvattingen over gender, mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het verhaal speelt zich namelijk af op een planeet waar de bewoners (de buitenaardse wezens) geen geslacht hebben, tenzij de periode van Kemmer aanbreekt. Ze ontwikkelen dan genitaliën en kunnen zich voortplanten. Je weet echter nooit of je deze keer het ”mannetje” of het ”vrouwtje” wordt. Alles loopt door elkaar.

Dat door elkaar lopen, dat doorbreken van rigide structuren, vat magazine Knack samen als ‘schrijfster die de verbeelding van haar lezers wilde trainen‘. In de verbeelding kan en mag alles. Geen dogma’s, geen zwart-wit situaties, geen wetten. Juist in je fantasie staat het menselijke voorop en mogen situaties complex zijn, zonder eenduidige antwoorden. Le Guin vond haar plek in de SF en fantasy, een genre waar alles draait om een rijke fantasie, maar het duurde jaren voordat mensen doorkregen hoe bijzonder haar bijdragen waren:

Le Guin hasn’t always been recognized for her contributions. She struggled until her 30s to publish her fiction, and after she’d found a home in science fiction and fantasy, fought what she saw as bias in the literary establishment toward women and “genre writers.” Reviewers weren’t sure what to do with her stories, slippery and idiosyncratic as they are. Now the gatekeepers have caught up.

Le Guin zelf leerde ook bij. Zo keek ze achteraf met enige spijt terug op haar keuze om alle wezens in De Linkerhand van het Duister met ‘hij’ aan te duiden. Daardoor ontstaat onbedoeld de indruk dat de wezens eigenlijk toch mannelijk zijn en alleen af en toe in een vrouw veranderen. Le Guin schreef het boek eind jaren zestig, toen mannen het openbare leven nog volledig domoineerden, en ze geeft toe dat die mannelijke overheersing haar sterker beïnvloedde dan ze op dat moment kon zien.

Ze ging bij zichzelf te rade welke vanzelfsprekende patronen ze nog meer automatisch volgde en ontwikkelde zich in de jaren tachtig tot een voluit feministische auteur. Keer op keer pleitte ze voor de vrijheid voor vrouwen om de wereld een eigen vorm te geven en te leven op hun eigen voorwaarden:

In a 1983 address at Mills College in California, she told graduates: “Why should a free woman with a college education either fight Machoman or serve him? Why should she live her life on his terms? … I hope you live without the need to dominate, and without the need to be dominated.”

Ze benutte dit thema ook in korte verhalen zoals She Unnames Them, waarin Eva alle namen die Adam uitdeelde, weer intrekt. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo vinden de Yaks hun naam fijn en passend. Maar alle dieren besluiten uiteindelijk dat Eva gelijk heeft. Ze hebben die namen niet nodig. Ook Eva geeft haar naam terug. Daarna knijpt ze er tussenuit. Ze laat Adam achter om een ander bestaan te zoeken, vrij van etiketten en labels.

Le Guin was er van overtuigd dat vrouwen op die manier onherroepelijk voor revoluties zorgen. Gewoon, door hun ervaringen te delen en te zijn wie ze zijn:

I know that many men and even women are afraid and angry when women do speak, because in this barbaric society, when women speak truly they speak subversively – they can’t help it: if you’re underneath, if you’re kept down, you break out, you subvert. We are volcanoes. When we women offer our experience as our truth, as human truth, all the maps change. There are new mountains.

Die strijd om vrijheid en drang naar revolutie komen, breder, ook terug in De Ontheemde. Dit boek las ik pas als volwassene, en dat is maar goed ook. Ik denk niet dat ik als tiener de aantrekkingskracht van dit meesterwerk zou hebben begrepen. De Ontheemde begint met een muur. Geen hoge muur, sterker nog, hier en daar is de muur nauwelijks zichtbaar en op andere plekken is het een afbrokkelende laag stenen waar je zo overheen kunt stappen. Maar het is een muur, en die muur doet iets.

Wat, dat ontdek je op allerlei manieren in de roman. Die gaat onder andere over muren tussen mensen, muren tussen culturen, scheidingen tussen politieke systemen en manieren van leven. Het gaat over de risico’s van een kapitalistische samenleving waar alles draait om winst, rangen en standen. Maar ook zogenaamde anarchistische, collectieve manieren van leven hebben hun duistere kanten. Ook die systemen lopen het risico gekaapt te worden door kleine groepjes die de macht opeisen.

Mocht dit droog en analytisch klinken, vrees niet. Opnieuw staan mensen en het menselijke voorop. Le Guin gebruikt humor, ontroering en dood in haar verhaal. Dat typeert haar. Le Guin hield zich met veel onderwerpen bezig, maar bovenal was ze een rasechte verhalenverteller. Ze inspireerde mensen, bracht hen op nieuwe ideeën, liet hen lachen en huilen en nagelbijten van de spanning, en zorgde ervoor dat je aan het eind, als je de laatste bladzijde omsloeg, meteen weer opnieuw zou willen beginnen met lezen, gewoon, omdat haar verhalen zo rijk en fantasievol zijn.

Heel jammer dat ze er niet meer is. Gelukkig leven haar woorden voort….

You cannot buy the revolution. You cannot make the revolution. You can only be the revolution. It is in your spirit, or it is nowhere.

Vaarwel, Ursula Le Guin…

Ngoni chief maakt einde aan kindhuwelijken

Geef een vrouw macht en ze kan het verschil maken, op een zeer positieve manier. Een voorbeeld van dat feit is Theresa Kachindamoto, een traditionele leider van de Ngoni in Malawi. Vorig jaar ontving ze een onderscheiding van de Verenigde Naties voor haar inzet. Als Chief maakte ze onder andere een einde aan kindhuwelijken in haar regio. Ze zet zich voortdurend in om jonge meisjes op school te krijgen en te houden en de algemene positie van haar volk te verbeteren.

Foto Berge Arabian/New African Woman magazine

In een reportage van AlJazeera vertelde ze dat ze nooit gedacht had Chief te zullen worden. Kachindamoto maakt deel uit van de familie die traditionele leiders levert, maar er waren twaalf anderen vóór haar. Ze vertrok naar het zuiden van Malawi en werkte daar ruim een kwart eeuw als secretaris op een school. Totdat ze opeens een telefoontje kreeg: de Ngoni kozen jou, jij bent de nieuwe senior Chief van een bevolkingsgroep van 900.000 mensen.

Kachindamoto keerde terug naar haar geboortestreek en schrok zich rot. Ze trof kinderen van 12 aan die al een baby gebaard hadden. De mensen hielden ook vast aan de gewoonte meisjes naar speciale kampen te sturen om hen seksueel in te wijden en klaar te stomen voor een huwelijk. Kinderen van zeven moesten daar soms al naar toe.

Als nieuwe Senior Chief besloot Kachindamoto in te grijpen, maar wel op een zodanige manier dat ze haar mensen bij zich hield. Ze zet zowel in op preventie, zoals voorlichting over de medische en sociale gevolgen als meisjes zo ongelofelijk jong moeten trouwen, en initiatieven voor verbetering op de langere termijn. Zoals meer en beter onderwijs voor jongens, maar in het bijzonder ook voor meisjes. Omdat dát volgens haar de sleutel is voor de toekomst:

“When girls are educated, everything is possible.”

Daarnaast beëindigt ze bestaande kindhuwelijken waar ze maar kan. Toen vier andere chiefs niks deden tegen dit maatschappelijke probleem, ontsloeg ze deze mannen. Pas toen de lager in rang staande ex-chiefs alsnog maatregelen namen en de betrokken meisjes weer naar school stuurden, nam ze hen weer aan.

Chief Kachindamoto heeft inmiddels haar eigen Wikipedia pagina, ontving bezoek van Emma Watson, de actrice en eveneens Goodwill ambassadrice voor UN Women en kreeg de stoere bijnaam The Terminator, omdat ze zoveel kindhuwelijken beëindigde. Vorig jaar riep New African Woman Magazine haar bovendien uit tot winnaar in de categorie openbaar bestuur.

Ook in 2018 valt er genoeg te doen voor deze traditionele leider. De klimaatveranderingen zorgen onder andere voor toenemende droogte. Arme gezinnen zien vee sterven en oogsten mislukken. Ze hebben in die situatie de neiging hun zonen te beschermen en hun dochters op te offeren. Bijvoorbeeld door ze als kindbruid weg te sturen. Als het ‘huwelijk’ mislukt lopen de meisjes daarna een groot risico in de prostitutie te belanden – het alternatief is verhongeren.

Kachindamoto kan niet alle problemen van het hele land aanpakken. Maar in haar eigen regio is ze de baas, en dat zullen de mensen wéten. Ook in 2018.

VERDER LEZEN: Joop.nl noemt Kachindamoto de heldin die Malawi nodig heeft. De StarFish organisatie zamelt geld in, zodat de chief en haar team een busje kunnen aanschaffen om dorpen te bezoeken en voorlichting te geven. Ook de overheid van Malawi staat achter haar werk: de regering benoemde haar als World Vision Malawi’s ‘End Child Marriages’ brand ambassador, en schonk fietsen zodat Kachindamoto’s medewerkers zich makkelijker kunnen verplaatsen.

Het citaat: Jozefien Daelemans

Jozefien Daelemans schreef over de rel rond rapper Boefje voor Charlie magazine:

Je moet weten: vrouwen lopen vandaag met een heel vol emmertje rond. Een druppel is genoeg om die te doen overlopen. Hun heftige reacties zijn dan ook volledig begrijpelijk. Gasten, wij willen gewoon eens een week doorkomen zonder dat iemand ons beledigt, aanrandt of stalkt. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Lees vooral haar gehele artikel, maar deze uitspraak trof me vanwege feministe Andrea Dworkin. In 1983 hield ze een toespraak voor een zaal vol mannen. Ze vroeg om een korte wapenstilstand, 24 uur zonder verkrachting. Een etmaal waarin mannen geen vrouwen verkrachten, hoe moeilijk kan dat zijn? Die lijn kun je helemaal terugvoeren tot minstens de auteur Christine de Pizan, die mensen (mannen) in 1405 al opriep vrouwen met meer respect te behandelen en af te zien van agressie en geweld. Hoe moeilijk kan dat zijn?

Toegift:

Vrouw stoft Odyssee af in nieuwe Engelse vertaling

Grote opwinding: voor het eerst vertaalde een vrouw de Odyssee van Homerus in het Engels. Na zo’n 60 veelal blanke mannen kreeg classicus Emily Wilson, van de Universiteit van Pennsylvania, de primeur. In Nederland gebeurde dat al eerder. Onze eigen Imme Dros leverde in 1991 een succesvolle vertaling in het Nederlands van de Odyssee. Ze zorgde in 2015 ook voor een nieuwe vertaling van de Ilias.

Mannen vallen Penelope lastig terwijl ze wacht op de terugkeer van haar echtgenoot.

Vrouwen mochten eeuwenlang niet studeren aan universiteiten. De enige vrouwen die soms de kans kregen om Grieks en Latijns te leren, waren nonnen of vrouwen uit zeer rijke families, die een privé leraar kregen. Sporadisch duikt zodoende tóch een officiële, door vrouwen vertaalde Odyssee of Ilias op.  Zo schreef Anne Dacier in 1699 een vertaling in het Frans van de Ilias. Maar zij was de uitzondering die de regel bevestigde.

Ook in Engeland waagden een paar vrouwen uit de rijkste milieu’s zich aan vertalingen, maar zij deden dat voor eigen gebruik. Hun versies kwamen niet verder dan een kring van naaste familieleden. Dat veranderde volgens Wilson pas de laatste tien, twintig jaar. In een essay voor dagblad The Guardian somt ze een rits vrouwen op die voor uitgeverijen recente vertalingen afleverden van klassieken uit de Oud Griekse -en Romeinse wereld. Deze voorgangsters maakten de weg vrij voor haar vertaling van De Odyssee.

Wilson is er van overtuigd dat zij als vrouw een werk zoals de Odyssee anders benadert dan haar mannelijke voorgangers. Omdat zij los staat van de door mannen gedomineerde traditie vallen haar andere aspecten op in een tekst, en interpreteert ze bepaalde situaties anders. Ze noemt dat effect vervreemding (alienation):

female translators often stand at a critical distance when approaching authors who are not only male, but also deeply embedded in a canon that has for many centuries been imagined as belonging to men. The inability to take classical texts for granted is a great gift […] the position of being a woman translating one of these dead, white men creates a strange and potentially productive sense of intimate alienation.

Die blik van de buitenstaander stelde Wilson onder andere in staat om aandacht te geven aan de vrouwelijke personages in de Odyssee. In The New Yorker schrijft ze dat voorgangers bijvoorbeeld de neiging hadden Penelope enigszins te idealiseren, als het toonbeeld van de ideale, afwachtende, passieve echtgenote.

De originele tekst spreekt echter duidelijke taal over haar positie. Die is nogal dubbel. Aan de ene kant kan Odysseus doen wat hij wil, terwijl Penelope geen keuzes heeft. Haar leven wordt volledig bepaald door haar status van echtgenote, en zijzelf, als individueel persoon, verdwijnt. Tot twee keer toe verbiedt haar zoon Penelope het spreken. Aan de andere kant maakt ze deel uit van een elite die zwakkeren onderdrukt. Als Odysseus thuis komt, vermoordt hij alle slavinnen. Penelope ontsnapt aan dat geweld, zij leeft en houdt Odysseus niet tegen als hij de lager geplaatste vrouwen uitmoordt.

Wilson merkt ook op dat  haar mannelijke voorgangers dat deel van de tekst, de moord op de dienstmaagden, nogal seksistisch vertaalden. Ze beschreven hen bijvoorbeeld in termen van hoer en slet, terwijl het origineel totaal geen aanleiding geeft om dat soort minachtende termen te gebruiken. Wilson houdt het in de vertaling op termen zoals ‘deze meisjes’, een neutralere woordkeuze die beter recht doet aan de inhoud van de brontekst.

Op die manier doorbreekt Wilson een koers die mannelijke vertalers uitzetten en van elkaar overnamen. Hard nodig, want net zoals mensen op zoek gaan naar Wilson’s ”vrouwelijke” kijk op de tekst, zouden we naar haar mening ook veel meer aandacht moeten besteden aan de ”mannelijke” kijk op de tekst van de vorige vertalers:

…hardly anyone (except me, so far!) seems to ask male classical translators how their gender affects their work. As I show in that piece on Hesiod, unexamined biases can lead to some seriously problematic and questionable choices (such as, in that instance, translating rape as if it were the same as consensual sex). Translators get away with that kind of thing all the time, because there’s an assumption that male translators don’t need to worry about gender, and that a clunky English style guarantees an “authentic,” “accurate” or “unbiased” translation. It’s not OK and it’s not true.

Goed dat vrouwen de kans krijgen aan de slag te gaan met dezelfde originele teksten. De kritieken zijn in ieder geval lovend: lezers zullen voortaan altijd anders tegen De Odyssee aankijken, belooft dagblad The Guardian.

Traditionele verhalenvertellers zorgen voor gelijkwaardigheid

Verhalen vertellen heeft zichtbare effecten, ontdekten wetenschappers Daniel Smith, Andrea Migliano en een team van de University College London (UCL). Ze leefden een tijdje bij de Agta, jagers en verzamelaars in de Fillipijnen. De verhalen die mensen elkaar vertellen, promoten waarden en normen zoals samenwerking en gelijkwaardigheid. Groepen met meerdere traditionele verhalenvertellers bleken hechter en werkten beter samen dan groepen zonder of met maar een enkele verhalenvertellers, bleek uit hun onderzoek.

 

Smith, Migliano en hun mede-onderzoekers woonden verhalen-vertel-sessies bij, noteerden de inhoud van de verhalen en keken daarna naar het functioneren van verschillende groepen Agta. Veel verhalen gaan over samenwerking en gelijkwaardigheid. Een typisch voorbeeld betreft een oorsprongsmythe over de zon en de maan. De als mannelijk gedefinieerde zon en als vrouwelijk gedefinieerde maan maken ruzie over wie de hemel mag verlichten. De ruzie escaleert tot een gevecht, waarbij beiden even sterk blijken te zijn. Het gevecht lost niets op. Uiteindelijk besluiten ze in overleg het werk te verdelen. Ieder neemt de helft van de tijd voor zijn/haar rekening. De zon verlicht de aarde nu overdag, de maan ’s nachts.

Kinderen krijgen zulke verhalen van jongs af aan mee. Migliano:

“A magic moment was when we listened to the stories told by the elders, with all of the children around us laughing and really paying attention,” Migliano told Seeker, still beaming at the recollection.

De verhalenvertellers krijgen indirect een beloning voor hun inspanning om samenwerking en collectiviteit te versterken in de groep waar ze deel van uitmaken. Ze bleken populair en anderen betrekken hen graag bij het verzamelen van voedsel. Die iets hogere bestaanszekerheid leidde er (ook) toe dat verhalenvertellers gemiddeld iets meer kinderen kregen en dat die kinderen ook iets vaker overleefden tot hun volwassenheid. In die zin heeft goed verhalen vertellen een evolutionair voordeel – een grotere kans dat je je genen door kunt geven, aldus Daniel Smith.

Enfin, vandaar dat ik in dit weblog regelmatig aandacht besteed aan de moderne verhalenvertellers – schrijvers, filmmakers, enzovoorts. De verhalen die we vertellen, hebben effecten op ons wereldbeeld en ons groepsgedrag. Het maakt verschil of verhalen het podium aan één beperkte groep geven, ten koste van alle anderen, óf gelijkwaardigheid en samenwerking tonen.

Val McDermid eert voorgangster Susan Ferrier

”Susan Ferrier verdient beter”, aldus de Schotse schrijfster Val McDermid. Susan wie? Inderdaad. Bijna niemand kent deze 19e eeuwse auteur meer. McDermid eert haar nu met een speciaal artistiek project ter gelegenheid van een cultureel festival in Edinburgh. Aan de hand van aanwijzingen die ze ontvangen via een app kunnen deelnemers door de stad wandelen. Op verschillende locaties beleven ze vervolgens iets theatraal en spannends, met de verhalen en het leven van Ferrier als leidraad.

Susan Ferrier publiceerde haar romans anoniem. Lezers schreven de boeken in eerste instantie toe aan bekende mannelijke tijdgenoten zoals Walter Scott, totdat haar echte identiteit bekend werd. Zelf bleef ze tot haar dood haar auteurschap ontkennen.

Ferrier had veel succes in haar tijd. Haar debuut, Het Huwelijk (1818), raakte in zes maanden tijd uitverkocht en beleefde herdrukken. Ook de boeken die ze daarna schreef, De Erfenis (1824) en Het Lot (1832) verkochten prima. Ferrier verwekte de Schotse taal en dialecten in haar verhalen en nam het klassensysteem op de hak. Lezers smulden ervan.

Ondanks dat succes raakte ze na haar overlijden in 1854 echter snel in vergetelheid. McDermid heeft het vieze vermoeden dat haar sekse daarbij een veel grotere rol speelde dan we zouden willen erkennen:

”…I do think there was a feeling around then that if we already have one famous female author in Jane Austen, we don’t need any more,” said McDermid. “That, after all, is why the Brontës and George Eliot had to write as men. Yet she earned significantly more substantial publisher advances than Jane Austen. And now almost nobody knows her name. Susan Ferrier deserves better than this.”

McDermid haalt hier een bekend patroon aan. Feministen noemen dat het fenomeen van ‘er kan er maar een zijn’, naar de Highlander films met als slogan There Can be Only One. De term slaat op de neiging van onze seksistische cultuur om één vrouw op een belangrijke positie tandenknarsend te accepteren, maar meerdere vrouwen stuit op weerstand. Eentje is genoeg.

Je komt dat ‘eentje is genoeg’ fenomeen op allerlei plekken tegen. Zo ontdekten wetenschappers dat Canadese partijen terughoudend zijn om meerdere vrouwen te nomineren als hoofdkandidaat voor een politieke positie. Zodoende blijven mannen domineren en zie je wel mannen die met een andere man een verkiezingscampagne voeren, maar nooit twee vrouwen. Dit patroon treedt ook op in de populaire cultuur – er kan bijvoorbeeld maar één vrouwelijke superster zijn, dus als er een andere zangeres komt die aan dat criterium dreigt te voldoen is het CATFIGHT!!! Totdat er eentje ‘wint’.

McDermid wil met haar artistieke project die vergetelheid doorbreken. Als vrouw promoot ze het werk van een andere vrouw en wil ze de belangstelling voor Ferrier en haar werk nieuw leven inblazen. Haar culturele project in Edinburgh heeft wat dat betreft al resultaat. Uitgeverij Virago brengt een nieuwe editie uit van Ferrier’s debuut Het Huwelijk. McDermid raadt iedereen aan die roman eens te proberen. Daarnaast beveelt ze nog meer schrijfsters aan, zoals Muriel Spark en J.K. Rowling.

VERDER LEZEN: Val McDermid is niet de enige vrouw die omziet naar andere vrouwen. Zo spande auteur Alice Walker zich in om het graf van Zora Neal Hurston terug te vinden. Hurston stierf in armoede en vergetelheid en kreeg een anoniem graf zonder steen. Walker zorgde ervoor dat er alsnog een grafsteen kwam, zodat mensen haar laatste rustplaats terug kunnen vinden, en raadde haar boeken aan bij haar lezers. Walker zorgde zodoende eigenhandig voor de herontdekking van het werk van Hurston. Een andere actieveling op dit gebied is Margaret Busby. Zij redigeerde een bundel gewijd aan het werk van bekende én vergeten schrijfsters met een Afrikaanse achtergrond. Of neem Shelley DeWees. Ze dook de archieven in om het werk af te stoffen van zeven schrijfsters die actief waren in de tijd van Jane Austen.

Voor Nederland: Maarten ’t Hart gebruikte zijn status om de aandacht te vestigen op schrijfster Ida Simons en haar vergeten roman ‘Een Dwaze Maagd‘. Dat leidde tot een heruitgave van deze roman en een hernieuwde aandacht voor deze auteur. Daarnaast graven vrouwen de geschiedenis op. Zo bracht Orlanda Lie Nederlandse schrijfsters uit de middeleeuwen in kaart, deed Lia van Gemert hetzelfde voor schrijfsters uit de zeventiende en achttiende eeuw, en bogen Maaike Meijer en Lisa Kuitert zich over de negentiende eeuw, enzovoorts. Zoals de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren concludeert:

Nu de inhaalbeweging van vrouwen in de Nederlandse literatuur haar laatste stadium is ingegaan, lijken de schaarse sporen van de eerste literaire vrouwen steeds meer betekenis te krijgen. Velen hebben nog altijd de status van ‘zo goed als vergeten’. In de dbnl duiken steeds meer van deze vergeten schrijfsters op, die allemaal een eigen verhaal blijken te vertellen.[…] De veelstemmigheid van de vergeten Nederlandse schrijfsters zal de komende tijd in deze bibliotheek steeds beter hoorbaar worden.

 

Trump versterkt belangstelling voor feministische analyse

Sinds de Amerikaanse president Trump Twitter gebruikte om op te scheppen over de omvang van zijn nucleaire knop, herleeft de belangstelling voor een bijna twintig jaar oud artikel. In 1987 publiceerde wetenschapster Carol Cohn een analyse van het taalgebruik en de manier van denken van de bijna geheel mannelijke groep nucleaire specialisten. Haar analyse deed mij denken aan een analyse die nog verder teruggaat, namelijk naar de manier van spreken en denken van de Oude Grieken. Ga mee op tijdreis, en huiver.

Eerst Trump. Die twitterde in de Nederlandse vertaling:

Kan iemand van zijn uitgeputte en verhongerde regime tegen hem zeggen dat ook ik zo’n nucleaire knop heb. Maar die van mij is veel groter en veroorzaakt veel meer schade, en bovendien werkt mijn knop wel!

Critici waren er (terecht) snel bij om te wijzen op het belachelijke, macho gehalte van deze uitspraak, een variant op ‘de mijne is groter’ en ‘ik kan verder plassen dan jij’.

Carol Cohn ontdekte dit soort macho taal en de bijbehorende manier van denken ook al in 1987, toen ze een jaar lang mee liep met de exclusief mannelijke specialisten die het nucleaire arsenaal van de V.S. beheerden.  In haar fascinerende verslag – serieus, lees haar volledige artikel in feministisch magazine Signs – vertelt ze hoe ze struikelde over dit soort taalgebruik, waarbij landen hard worden, de ene raket nog dieper kan penetreren dan de andere en je met het nieuwste wapen orgastische explosies kunt bereiken.

Maar ze gaat een stapje verder. Achter die eerste laag van macho taalgebruik ontdekte ze een tweede laag. Ze ontdekte dat de betrokken mannen ook beelden van huiselijkheid en vaderschap gebruiken. Raketten liggen onder een kerstboom, je kunt ze aaien alsof het onschuldige huisdiertjes zijn, in plaats van dodelijke wapens die miljoenen mensen kunnen doden. Daarnaast krijgen bommen van hun trotse pappies namen zoals Little Boy, die met hun explosie een nieuwe wereld inluiden.

Wat Cohn ontdekte was dat de wetenschappers en specialisten het scheppen van nieuw leven en het creëren van een nieuwe wereld met zulk taalgebruik symbolisch van vrouwen afpakten en zich toe eigenden. De mannen verwekken jongetjes zoals Little Boy en samen gebruiken ze agressie en vernietigingsmacht om over een als vrouwelijk geldende natuur te heersen – zo gaven de bij de kernproeven rond het atol Bikini betrokkenen mannen iedere krater een vrouwennaam, signaleert Cohn.

Op dat niveau van vaderschap en het domineren van de natuur ontstond een derde laag. Er sluipen religieuze beelden in het taalgebruik, merkte Cohn. De eerste kernproef kreeg bijvoorbeeld de naam van de Drie Eenheid, de mannelijke scheppende trits van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (NB mensen doen moeite om de heilige geest vrouwelijk te maken, maar de katholieke dogma’s moeten hier niets van hebben. Het is allemaal God en God is mannelijk dus de heilige geest is ook mannelijk.) Daarnaast spraken de mannen over zichzelf als priesters, The Priesthood. Zo krijgt de mannelijke kracht om te baren en die gevaarlijke vrouwen en Moeder Aarde te bedwingen religieuze ondersteuning.

Deze manier van denken – dat mannen mannelijk nageslacht voortbrengen en over het inferieure vrouwelijke heersen, desnoods met geweld – kent een zeer lange geschiedenis. Precies diezelfde gedachtengang en die manier van denken vind je bijvoorbeeld terug bij de Oude Grieken, ontdekte wetenschapster Vigdis Songe-Møller in haar klassieker Filosofie Zonder Vrouwen.

Dat boek verscheen in 1999, dus Cohn kon hier onmogelijk aan refereren toen ze haar wetenschappelijke artikel publiceerde. Maar toen ik haar originele artikel las, moest ik meteen aan de bevindingen van Songe-Møller denken.

Zij analyseerde gedichten en verhandelingen van Griekse denkers zoals Plato, Parmenides, Hesiod en Socrates, en ontdekte twee scholen die een tijdje naast elkaar bestonden. De ene betreft de hier boven beschreven macho gedachtengang. Maar er bleek ook een andere denkrichting, Eentje die er van uit gaat dat je tegengestelden hebt. Dag en nacht, nat en droog, mannelijk en vrouwelijk. Het ene is niet beter dan het andere, beiden zijn nodig en moeten in balans blijven.

Die manier van denken verdween echter uit het zicht toen mensen zoals Plato dominant werden. Plato en zijn medestanders onderschreven een ideaal wereldbeeld waarin vrouwen gemankeerde mannen zijn, mannen creatief en leven-gevend zijn en de geestelijk vader worden van allerlei zonen, die het goede werk van de mannen voortzetten en heersen over de chaotische natuur en al die passieve, enge vrouwen.

Deze denkers grepen daarbij terug op botanische metaforen. Ze zagen mannen als perfecte mensen die, net als planten, een scheut vormen. Die plantenscheut groeit uit tot een nieuwe man, een evenbeeld, uniform, heel, perfect. De ene perfecte man brengt de andere voort zonder dat er een vrouw aan te pas komt die de boel kan verzieken met haar lekkende, inferieure, dood-brengende lijf.

Die gedachtengang tref je later ook aan bij de auteurs van de Bijbel, waar God de Vader is en Sem Arpaksad verwekte, en Arpaksad verwekte Selach, en Selach verwekte Eber, man na man die mannen verwekt zonder dat er een vrouw in beeld komt. De oude kerkvaders gingen met hun hand op de Bijbel vrolijk door met het claimen van leven scheppende vermogens voor superieure mannen en het neersabelen van vrouwen.

Anno nu hebben we de nucleaire specialisten en kerngeleerden, die alles wat macho mannelijk is de hemel inprijzen en Little Boys verwekken. In dit wereldbeeld handelen en scheppen de macho mannen met goddelijke goedkeuring. Ze kunnen penetreren en de grootste hebben en andere, zwakkere mensen of landen hun wil opleggen met hun machtige fallus..eh.. raketten. Ze kunnen, zoals Trump, opscheppen dat zij de grootste (knop) hebben, eentje die wél werkt, lekker puh.

Zo’n Tweet van Trump lijkt onschuldig, maar is bij nader inzien het topje van een smerige ijsberg. En los even van die hele vrouwenhatende geschiedenis gaat het bij dit incident met Trump niet om twee jongetjes en een wedstrijdje ver-plassen, maar om mannen met macht, een president die een andere heerser wil  tonen hoe macho mannelijk hij wel niet is. Eentje die daarbij de optie heeft om de wereld in de as te leggen en miljarden mensen de dood in te jagen, op basis van zijn seksisme en zijn ‘ik als stoere macho man kan alles maken’ wereldbeeld. Laat dat even op je inwerken.

De Gereedschapskist: ”infrastructuur van onaantastbaarheid”

Handige term om bij de hand te houden in tijden van agressie tegen vrouwen, #metoo en personen zoals casting-poortwachter Job Gosschalk: infrastructuur van onaantastbaarheid. De term slaat op het stelsel van normen, waarden, machtsverhoudingen en praktijken binnen bedrijven en organisaties, die ervoor zorgen dat rotte appels jarenlang wegkomen met wangedrag jegens vrouwen.

Die infrastructuur bevat een aantal elementen: een cultuur waarin iedereen wéét dat er iets mis is, maar waar iedereen wegkijkt als mensen vrouwen behandelen als dingen. Een cultuur waarin bazen weten dat ze kunnen doen wat ze willen en omstanders vrouwen niet serieus nemen als die bezwaar maken tegen wangedrag. Een context waarbij afdelingen HR niet in staat zijn adequaat bij te sturen, of verkeerd reageren als een vrouw stappen wil ondernemen. Waar organisaties hun rotte appel de hand boven het hoofd houden omdat hij het geld binnen brengt, té belangrijk is, zorgt voor hoge kijkcijfers. Waarin anderen zijn loopbaan en reputatie belangrijker vinden dan dan de loopbanen en reputaties van zijn slachtoffers. Een cultuur van zwijgen.

Die infrastructuur hebben we ook in Nederland. Zo deed een assistent van Gosschalk een boekje open over de omstandigheden waarin deze man jarenlang acteurs seksueel kon belagen onder het mom van ‘auditie doen’. Ook in Nederland hebben we een cultuur van slachtoffers niet geloven. Zo gaf 43 procent van de mannelijke deelnemers aan een opinieonderzoek van EenVandaag te kennen dat vrouwen overdrijven als het gaat om de schandalen rond #metoo. Handige overtuiging, als je als man een groot maatschappelijk probleem weg wil wuiven en op geen enkele manier kritisch naar jezelf wil kijken. Zo houd je de problematiek in stand.

Daders krijgen in zo’n infrastructuur kans na kans om slachtoffers te maken of, als ze tegen de lamp liepen, opnieuw ergens aan de slag te komen (of te blijven). Mel Gibson kon zijn vrouw mishandelen en antisemitische taal uitslaan, maag mag nu gewoon weer prijzen ophalen in Hollywood alsof er niks is gebeurd. En de leiding van de New York Times besloot journalist Glenn Thrush aan te houden als medewerker, na gefundeerde beschuldigingen van seksuele intimidatie door meerdere vrouwen. Dit tot groot verdriet van journalistes, die de boodschap van wat zij dachten dat ook hun krant was, luid en duidelijk ontvingen: voor de krant is Thrush belangrijker dan zij.

Zo’n term als ‘infrastructuur van onaantastbaarheid’ is handig om nieuwe voorbeelden direct te herkennen. Je ziet de werking van die infrastructuur bijvoorbeeld in de manier waarop iemand als CDA-er Camiel Eurlings jarenlang aan kan blijven bij sportorganisatie NOC*NSF. Zoals dagblad AD uitlegt, was de organisatie bereid de mishandeling van zijn toenmalige partner te bestempelen tot een privékwestie en niet van invloed te laten zijn op zijn lidmaatschap. Vervolgens zit Eurlings daar als lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en automatisch ook als bestuurslid van de  NOC*NSF. Lekker ingenesteld. Hoe kun je hem nog weg krijgen? Het AD:

NOC*NSF kan alleen in een ‘goed gesprek’ vragen of Eurlings in vredesnaam wil vertrekken, als dat de eindconclusie is. Het oud-IOC-lid, dat niet met naam genoemd wil worden: ,,Op juridische gronden kun je niets doen, in zo’n geval moet je met elkaar om tafel gaan.’’

Maar dat is dan een aan tafel gaan in de wetenschap dat Eurlings kan blijven zitten, als hij besluit zich niks aan te trekken van alle kritiek en hij zijn status als paria voor lief neemt. Lijkt me super onverstandig als hij dat doet, maar het kan en het NOC*NSF staat erbij en kijkt er noodgedwongen naar.

Wat uiteindelijk zal helpen om deze infrastructuur te doorbreken is schaamte. Zoals Kwame Appiah uitlegt in zijn boek de Erecode kunnen sociale praktijken zeer snel veranderen, zodra mensen op het gebied van status en aanzien sociale schade oplopen door hun acties. Als voorbeeld noemt Appiah duelleren. Eerst was het voor mannen uit de elite normaal om geschillen uit te vechten in een duel. Maar opeens deed niemand dat meer. De reden? De samenleving begon duellerende edelen te zien als dwaze losers, idioten. Een duel was niet eervol meer. Binnen een paar jaar was het hele fenomeen verdwenen.

Dat kan ook gebeuren met de mannen die vrouwen behandelen als dingen die moeten doen wat ze willen. Wees niet ‘die vent’. ”Echte mannen” behandelen vrouwen als mensen. Wil je je mannelijkheid bewijzen? Dan doe je dat door je maten aan te spreken als ze vrouwen op straat naroepen, vrouwen in een kroeg in hun billen knijpen, vrouwen oneerbare voorstellen doen in het kopieerhok enzovoorts. Dat doe je door vrouwen te geloven als ze vertellen over hun ervaringen met seksuele agressie en intimidatie en te doen wat je kunt om het tij te keren.

We hebben nog een lange tijd te gaan. Eurlings krijgt na zijn ”excuses” vol eufemistische kronkels weliswaar bakken kritiek maar of hij zich daardoor aangemoedigd voelt ”vrijwillig” op te stappen? De druk op hem neemt toe, maar of dat genoeg is… Of neem de situatie rond rapper Boef/Sofiane Boussaadia. Die laat zich regelmatig laatdunkend uit over vrouwen. Rond oud en nieuw ging hij weer op die toer. Hij kreeg hulp van enkele vrouwen toen hij met zijn auto strandde en maakte hen daarna als dank in een openbare video tot twee keer toe uit voor hoeren. Hij is nog steeds van harte welkom bij festivals zoals Noorderslag en Paaspop, alleen een paar DJ’s boycotten zijn platen nu. Boef kan in principe lekker door, vrouwen moeten niet zeuren.

Kortom, de infrastructuur van onaantastbaarheid. Maar zoals gezegd: niets is onmogelijk en onder grote druk kunnen veranderingen opeens heel snel gaan. (UPDATE: Eurlings, in 2013 nog door koning Willem Alexander voorgedragen, vertrok inmiddels onder zeer grote sociale druk bij het NOC*NSF. Hoera! En rapper Boef is alsnog niet meer welkom bij Paaspop). Dat de sociale omwenteling rond zich misdragende mannen maar snel moge komen.

Tot die tijd, TOEGIFT:

Roy voert lezer mee in betoverend labyrint

De nieuwste roman van Arundhati Roy, The Ministry of Utmost Happiness (vertaald door uitgeverij Prometheus en inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar als Het Ministerie van Opperst Geluk) is een Roman met hoofdletter R. Met trefzekere passen en aan de hand van een prachtige, beeldende taal voert Roy haar lezers mee in een betoverend labyrint. ZO MIN MOGELIJK SPOILERS dus ga gerust verder….

Literaire critici, zoals Kerryn Goldsworthy van de Australian Book Review, waarschuwen terecht dat Roy’s keuzes als auteur niet bij iedereen in de smaak zullen vallen. Wie op zoek is naar een strak verhaal met een eenduidig plot en een duidelijke Held kan beter een ander boek uitzoeken. Als je het wél aandurft, maakt de losse wijdlopige structuur van The Ministry niets meer uit. Sterker nog, je zou kunnen begrijpen dat breuklijnen, mensen als geïsoleerde eilandjes en het algemene gebrek aan verbinding juist een van Roy’s hoofdthema’s vormen.

Aan de hand van de levensverhalen van Anjum, een hermafrodiet (Hijra), en Tilo, een vrouw die een relatie begint met een strijder uit Kasjmir, schetst Roy een caleidoscopisch beeld van India en de voortdurende strijd tussen Moslims en Hindu’s, tussen de staat India en gebieden zoals Kasjmir, tussen inheemse volkeren en multinationals, tussen sociale normen en waarden en mensen die daar buiten vallen, en nog veel meer. Het gaat over vergeten en herinneren, manieren hoe je kunt leven en overleven, de aard van een grote stad zoals Delhi, enz….

Roy is daarbij een auteur die iets laat gebeuren op (bij wijze van spreken) pagina 50, en dat terug laat komen op pagina 350, met andere personages en in een geheel andere situatie. Ik vind dat prachtig. Voor mij is dat een teken dat de auteur precies weet wat ze doet en dat ze de lezer vertrouwt. Ze gaat er vanuit dat je onthoudt wat je leest, zodat je honderden pagina’s later de waarde en de betekenis van eenzelfde gebeurtenis begrijpt, ook als de personages in het verhaal dat op dat moment niet begrijpen. Daarnaast heeft deze aanpak een functie. Bij alle versplintering vorm je als lezer zelf de verbinding tussen schijnbaar losstaande voorvallen.

Een tweede wapen in de strijd tegen versplintering is taal, inclusief gedichten, songteksten en religieuze mantra’s. Die poëzie helpt om tegenstellingen en ongelijkheden samen te laten gaan, zonder dat ze elkaar uitvlakken. Zo ontstaat er op een gegeven moment een conflict tussen Anjum en een mannelijke autoriteitspersoon. Voordat de situatie uit de hand kan lopen grijpt een andere Hijra in. Met een dans en een passende liedtekst weet ze tegelijkertijd een oorlogsverklaring én een vredesaanbod af te geven, een grens te stellen én een oplossing te bieden.

Diezelfde rijkdom en gelaagdheid komen inhoudelijk terug in de politieke thema’s die door het boek heen lopen. Roy is zich scherp bewust van de aard van conflicten, van de manieren waarop mensen proberen te overleven. Niemand is zwart-wit de slechterik, (ook al heeft de auteur terecht weinig op met sadistische moordenaars die in oorlogssituaties een vrijbrief zien om gevangenen te martelen), en niemand is zwart-wit het slachtoffer.

Zelfs de kleinste slachtoffertjes schitteren heel even. Zo voeren soldaten een gevangene af in een boot. Onderweg, midden op een meer, treft een van hen in de borstzak van het hemd van de gevangene een kitten aan. De soldaat pleurt het katje zonder pardon overboord en ze verdwijnt onherroepelijk in de diepte. Maar voordat ze kopje onder gaat, zeilt ze een ogenblik door de lucht, nagels uit, snijtandjes ontbloot, luid miauwend, klaar om het hele Indiase leger in haar eentje te lijf te gaan. Het is dat moment van strijdbaarheid waar Roy de nadruk op legt – dat ene moment van al dan niet gedoemde glorie, van léven. Je ziet het, of je ziet het niet. Je onthoudt het, of je onthoudt het niet. Maar het is er.

VERDER LEZEN: NRC Handelsblad interviewde Roy over haar nieuwe roman, evenals dagblad Trouw. Gender en de positie van vrouwen staan centraal in dit interview met Roy van Outlook India. Aan de Huffington Post vertelde Roy dat ze zichzelf als een feministe identificeert. Ze vindt het dan ook behoorlijk jammer dat bekende Indiase Bollywoodactrices hun platform gebruiken om zich te distantieren van deze beweging – India heeft meer feminisme nodig, niet minder, zoals ze ook schreef in haar bijdrage aan de bundel Beyond Burkas and Botox.

Toegift – lees het boek en je weet waarom:

Choucair, de vrouw die op haar 97ste door brak in de kunst

Vrouw, Libanese, abstracte kunstenares  – Saloua Raouda Choucair moest aardig wat hindernissen overwinnen om door te breken in de ”officiële” Westerse kunstwereld. Maar het lukte. Ze kreeg haar allereerste individuele, grote overzichtsexpositie in het Tate museum voor moderne kunst in Londen, toen ze al dik in de negentig was. Toen ze begin 2017 overleed had ze inmiddels genoeg bekendheid gekregen om een necrologie in landelijke dagbladen los te peuteren.

Zoals wel vaker het geval is, denken mensen bij ‘grote abstracte kunstenaars’ vaak aan mannen. Zo praten mensen elkaar na dat Kandinsky de eerste abstracte schilder zou zijn. Maar nee. Ten eerste grossieren talloze oude culturen in abstractie. Maar als je je per se tot de Westerse culturele canon wil beperken, waren vrouwen het eerst. De eerste kunstenaar die bewust abstract schilderde was een Zweedse, Hilma af Kint. Ze maakte haar eerste abstracte werk in 1906, vijf jaar eerder dan Kandinsky, die pas in 1911 met zijn eerste abstracte werk op de proppen kwam.

Vrouwen hadden moeite om door te breken als kunstenares, onder andere vanwege institutionele barrières. Ze konden zich bijvoorbeeld eeuwenlang niet inschrijven bij academies of naakten schilderen aan de hand van een levend model – dat zou onfatsoenlijk zijn. Zweden liep voorop in het slechten van dat soort hindernissen. Zodoende kon Af Kimt zich in 1882 al inschrijven bij de Royal Academy of Fine Arts in Stockholm. Haar seksegenoten in Frankrijk, Duitsland en Nederland moesten langer wachten. De formele opleiding die Af Kimt kon volgen, gaf haar de kennis, kunde en status om zich te vestigen als kunstenares en haar eigen stijl te ontwikkelen. Eentje die van figuratief steeds meer de kant van abstractie op ging.

Choucair viel niet alleen buiten de officiële Westerse canon die talenten zoals Af Kimt opleverde, maar had ook haar afkomst tegen. Libanon gold niet als een centrum voor kunst en de decennia durende oorlogen gooiden ook regelmatig roet in het eten. Dat het haar toch lukte om zich te ontwikkelen tot een belangrijke kunstenares, kwam onder andere door haar ouders. Die vonden dat meisjes net zo goed een gedegen opleiding moesten krijgen als jongens, en investeerden in hun dochter. Choucair studeerde aan universiteiten en vertrok in 1948 naar Parijs en de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts.

Het was in die tijd dat ze twee artistieke ontwikkelingen met elkaar combineerde. Ze groeide uit tot een abstracte kunstenares, en koppelde dat aan haar Arabische achtergrond. In 1951 publiceerde ze een manifest over de manier waarop Arabische mensen omgaan met visuele kunsten, los van allerlei oriëntaalse theorieën met vaak een racistische achtergrond. Dit vormde de basis voor haar kunst, waarbij ze abstract geometrisch werk maakte met duidelijke invloeden van traditionele Arabische motieven en technieken. Ze botste daarmee met verwachtingen van anderen, signaleert dagblad The Guardian:

Her Paris show had been visited by the Lebanese ambassador to France. “Your work is curious, Miss Raouda,” he had purred. “Have you not got any Lebanese paintings for us?” By this he meant paintings that looked as a European might imagine Lebanese art should. Most Lebanese people felt the same way. Undeterred, Choucair went on making work that was both modern and Arabic, her particular interest lying in interlocking forms.

Terug in eigen land werkte ze decennia lang in een flatje in Beirut. Vaak onder zeer gevaarlijke omstandigheden. De stad verkeerde vanaf 1975 in staat van oorlog. Eén van de schilderijen die bezoekers van het Tate een paar jaar geleden konden zien, was geraakt door glasscherven van een explosie. Galerieën waar ze haar werk had kunnen exposeren, sloten door het geweld. Ook verkocht ze geen enkel werk.

Ze ging echter door, anoniem, alleen, zonder mogelijkheden haar werken aan een breder publiek te tonen. Choucair begon naast schilderen ook te beeldhouwen. Een deel van die sculpturen kon ze zelf uitvoeren, maar van andere, grotere ontwerpen kon ze alleen een prototype maken. Dat betrof sculpturen voor buiten op straat, maar de oorlog zorgde ervoor dat niemand een biet gaf om kunst in de openbare ruimte. Het bleef dus bij voorstudies.

Pas op zeer late leeftijd ontdekten curatoren het bestaan van Choucair en haalden ze haar kunst naar ‘het Westen’. Op 97-jarige leeftijd kreeg ze een podium van het Tate, zodat Europeanen kennis konden maken met haar werk. Het betekende haar doorbraak in de Westerse kunst-canon. Drie jaar later overleed ze.

VERDER LEZEN: dit mooie artikel over vijf vrouwelijke kunstenaressen (sorry, eigenlijk vier en een groep, de textielkunstenaressen die het tapijt van Bayeaux vervaardigden) die een plekje in de kunstgeschiedenis verdienen. Dit artikel over Arab Women Artists Now, oftewel AWAN, een kunstfestival met Libanese vrouwelijke artiesten. Magazine Aquila zette vijf kunstenaressen op een rijtje, wiens werk zeer in de smaak viel bij de redactie. Kunstenaressen timmeren ook aan de weg in Saudie Arabië. En vanuit Amman reist er sinds juli 2017 tot eind 2018 reist een expositie rond, met werken van 31 kunstenaressen, waaronder Ahaad Al-Amoudi, Sheikha Lulwa Al-Khalifa en Shereen Audi. Na Engeland is tot eind 2018 Noord-Amerika aan de beurt.