Geen Stijl botst tegen grenzen aan

Wat een heerlijke discussie in de Nederlandse media, de afgelopen week. Website Geen Stijl biedt al jaren een podium voor iedere vrouwenhater die vrijuit met bedreigingen met verkrachting wil strooien. Bijna honderd vrouwelijke journalistes pikken dit seksisme niet meer en benaderden adverteerders met de vraag of ze hun product aan deze site willen koppelen. Hun oproep tot nadenken over normen en waarden heeft effect (zich terugtrekkende adverteerders) en zorgt voor rumoer. Censuur! Feministen willen een medium doodknuppelen! Alarm!

Bij veel commentaren over deze kwestie blijft de discussie enigszins steken in een stand van zaken verhaal en daarna een standpunt voor of tegen een boycot van Geen Stijl. Ik plaats deze kwestie graag in een bredere context: de precieze oproep die de vrouwen deden, de historische context, de aard van journalistiek en de genderdynamiek in deze kwestie.

De precieze oproep: honderd bekende media-vrouwen (journalisten, redacteuren, mediapersoonlijkheden) vragen of bedrijven, en organisaties zoals de Belastingdienst en Defensie, zich bewust zijn van de digitale locaties waar hun advertenties opduiken. Nuttig, want organisaties besteden de plaatsing van advertenties vaak uitaan gespecialiseerde bureau’s en internetveilingen. Ze weten niet precies waar hun banners staan.

Dat betekent dat je als adverterende organisatie met je product of dienst verschijnt naast oproepen tot verkrachting en aanzetten tot haat jegens vrouwen. Dat kan een dubieus effect krijgen – als Defensie roepen dat je seksuele intimidatie in het leger aan wil pakken terwijl je tegelijkertijd adverteert op Geen Stijl. Vervolgens concluderen de vrouwen:

U betaalt mee aan een site waar vrouwenvernedering en racisme de norm is, niet de uitzondering. Donderdag besloot Defensie om zich voorlopig terug te trekken als adverteerder. Wij hopen dat meer bedrijven kritisch gaan nadenken over de vraag of hun advertentiebeleid overeenkomt met de waarden van hun onderneming.

Het was dus geen directe oproep tot boycotten – al kan nadenken over normen en waarden bij adverteerders natuurlijk wel het gevolg zijn van deze oproep tot nadenken, zeker als ze slechte pr krijgen vanwege hun aanwezigheid op Geen Stijl.

Dan de historische context. Een probleem aanpakken via de portemonnee kent een lange geschiedenis. In Nederland boycotten mensen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw Chileense producten, om te protesteren tegen de dictatuur van Pinochet. Hedendaagse consumenten mijden soms de kiloknallers in de supermarkt. Zo maken ze duidelijk dat ze geen geld willen steken in een diervijandige bio-industrie. Rusland besloot Europese groentes en fruit te boycotten. NS-communicatiemanager Joost Ravoo riep adverteerders in 2006 op tot een boycot van Geen Stijl, omdat de site hem stelselmatig vergeleek met nazi-iconen Goebbels en Mussert. GeenStijl deed zelf een poging om de HEMA te boycotten en riep in 2010 op tot een boycot van NRC Handelsblad.

Maar, zult u zeggen, een platform zoals Geen Stijl kan toch niet vergeleken worden met een land, een bedrijf, dictator of een problematische landbouwsector? Het gaat om de journalistiek en de persvrijheid!

Dat valt te bezien. De intimidatie leidt tot zelfcensuur onder journalistes en andere opiniemaaksters, blijkt uit onderzoek. Vooral vrouwen worden buitensporig vaak het doelwit van seksistische trollen. Sommigen moesten zelfs onderduiken of lezingen afzeggen. ‘Laat ik uitkijken wat ik schrijf, anders krijg ik de volle laag van seksistische internettrollen’ is een logisch gevolg van zulke terreur. In die zin is het Geen Stijl zelf, die de vrijheid van meningsuiting aantast.

Sommige meningen zijn bovendien juridisch strafbaar. Zo mag je het Koningshuis niet beledigen en niet aanzetten tot haat. De oproep van de honderd mediavrouwen komt nadat Geen Stijl journaliste Loes Reijmer op de korrel nam en mensen opriep aan te geven of ze de Volkskrant-columniste zouden ‘doen’. Vervolgens benutten talloze anonieme trollen de site om openlijk te fantaseren over de verkrachting en mishandeling van Reijmers – een soort digitale aanranding. Zoals:

‘Met haar armen op haar rug gebonden en een stevig stuk grijze tape over haar mond geplakt zou ik haar zeker doen!’ Of deze: ‘Ik zou zaad in haar gezicht spuiten. Eventueel anaal erin raggen.’ Sorry, nog eentje: ‘Ik zou mijn harde klaargekomen lul weleens aan haar neus willen afkloppen.’

Dat is mogelijk strafbaar, volgens advocaat Christiaan Alberdingk Thijm. De oproep van Geen Stijl is volgens hem ”overduidelijk een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van Reijmer. Haar goede naam en eer worden moedwillig door het slijk gehaald en dat is strafbaar.”

Wat voor vrouwen geldt, geldt ook voor andere minderheden. Bestuurskundige Nourdine Tighadouini riep bijvoorbeeld in 2014 op om Geen Stijl onder de loep van Justitie te leggen vanwege de racistische inhoud van de site. Als Geert Wilders strafbaar is omdat hij minder Marokkanen wil, loopt Geen Stijl ook risico’s als de site Marokkanen en andere medelanders stelselmatig wegzet als tuig wat naar het eigen land terug moet.

Volgens Damian Trilling, van de Universiteit van Amsterdam, is het aardige aan de kwestie GeenStijl bovendien, dat de site eindelijk expliciet positie moet bepalen als het gaat om het bedrijven van journalistiek:

De lijfspreuk van GeenStijl is ‘tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend’. Dat staat allemaal haaks op wat journalistiek is. Van de andere kant miepen ze als ze worden aangepakt. Dan is opeens de persvrijheid en vrijheid van meningsuiting in het geding. Laat GeenStijl eens kiezen. Willen ze journalistiek zijn, dan horen daar spelregels bij.

Spelregels van de journalistiek betreffen onder andere de plicht tot hoor en wederhoor, alleen anonieme bronnen in uitzonderlijke gevallen en voor de rest alles met naam en toenaam, je feiten goed op een rij hebben, niet aanzetten tot haat, en een duidelijke scheiding aanbrengen tussen enerzijds zo objectief mogelijk gebracht nieuws, en anderzijds opiniestukken, analyses en columns waarbij de lezer weet dat hij of zij een mening krijgt te horen. Geen Stijl doet dit alles niet.

Waarmee we komen op de gender aspecten van deze kwestie. Ravoo’s oproep tot een adverteerdersboycot leidde destijds niet tot enorme drama’s rondom censuur en vrijheid van meningsuiting. Nu vrouwen adverteerders oproepen tot nadenken, met wellicht een boycot tot gevolg, ontstaat echter ophef. Specialistische uitgaven zoals Adformatie noemden de oproep ‘belachelijk en gevaarlijk’, zonder verder te komen dan ‘aaaargh censuur, kan niet!” Feministen doen weer eens alles fout en zouden met de Geen Stijl zaak de klok dertig jaar terugzetten. Metro publiceerde een column met de boodschap dat de boycot typisch wijvengedrag is. Vrouwen moeten de modderstroom van Geen Stijl accepteren en klaar.

Het zijn allemaal varianten van ‘niet zeuren’, ‘hou je kop’ en ‘don’t feed the trolls‘, stellingen waar feministen al jarenlang tegen ageren, omdat vriendelijke bescheidenheid, zwijgen en incasseren de vrouwenhaat in de media niet doen stoppen. Bovendien leidt het tot een dubbele moraal. Geen Stijl mag openlijk vrouwenhaat etaleren, maar als vrouw moet je vervolgens zwijgen? Geen Stijl wil het NRC boycotten, maar anderen mogen op hun beurt niet Geen Stijl aanpakken? Wie heeft dat bedacht?

Wie zich kwetsend en aanvallend opstelt, dat stoer noemt en haat wil verkopen onder het mom van verzet tegen politiek correct gedoe (zie hier), moet daarna al even stoer kritiek kunnen incasseren. Dat hoort bij persvrijheid, bij journalistiek, bij vrijheid van meningsuiting. Hoor en wederhoor op bredere schaal. Nu zijn het vrouwen die iets terug zeggen. Dat is schrikken voor Geen Stijl. De neukpoppen blijken opeens mensen met een mening en een platform om die mening kracht bij te zetten.

Vrouwen die succesvol actie voeren via de portemonnee, inderdaad, reuze bedreigend. Maar het is wel de realiteit:

Gisteren zag ik René van Leeuwen (zou u hem doen?) met overslaande stem roepen dat het ze allemaal om de lol gaat en niet om de centen. Nou schattepoppeke, dat komt dan toch prima uit? Dan ga je toch fijn door? Lekker geinen, vrij je mening uiten. Grolschje erbij… oh wacht. Niemand die je tegenhoudt, alleen niet iedereen wil het bekostigen. Marktwerking, lieverdjes. Vrouwen hebben helaas eindelijk ook de knopjes van het internet gevonden. Of je het nou wel of niet met ze eens bent, ze zijn er en ze hebben geen zin om mee te betalen aan het digitale ducttape om ze de mond te snoeren.

Wen er maar aan, Geen Stijl.

Advertenties
Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: