Taal maakt gedrag mannen steeds vaker zichtbaar

Feministe Mary Daly kon in de jaren zeventig nog schrijven dat vrouwen beroofd waren van hun vermogen om de wereld te benoemen. Inmiddels zijn we veertig jaar verder. Vrouwen lanceren steeds vaker termen om duidelijk te maken hoe zij de wereld ervaren. Een aantal nieuwe termen richt zich daarbij specifiek op het (bekritiseren van) gedrag van mannen. Mansplaining kende je waarschijnlijk al. Maar manslamming? Of manspreading? En wat doet Nederland met taalgebruik om duidelijk te maken wat mannen doen?

Tot een jaar of vijftig geleden beschikten vrouwen over weinig mogelijkheden om openlijk kritiek te uiten op het gedrag van mannen. Alleen al financieel en juridisch waren vrouwen te afhankelijk om een kritische houding aan te nemen. In Nederland trouwden de meeste vrouwen, en die waren tot 1956 handelingsonbekwaam. Hun man moest akkoord gaan met vakanties, grotere aankopen, verhuizingen enzovoorts.

Tegenwoordig beschikken vrouwen echter meestal over de juridische status van zelfstandig mens. Ze hebben vaker een eigen inkomen, en gebruiken computers en de sociale media. Dat hebben mannen geweten. Vrouwen beginnen mannen aan te spreken op hun gedrag. En verzinnen de woorden die ze nodig hebben om duidelijk te maken wat er aan de hand is.

Die trend heeft sterk te maken met de opkomst van het feminisme. Onder andere wetenschapster Maaike Meijer maakte duidelijk dat feminisme ook te maken heeft met taalgebruik. Waarom domineert bijvoorbeeld overal ‘hij’ in onze taal? Waarom is zij standaard ‘zijn’ XYZ? Nog steeds een actuele kwestie:

Mannen worden in kranten, talkshows en voxpops bijna standaard met hun achternaam genoemd. Vrouwen heten bij hun voornaam, zijn bovendien ‘vrouw van’. En als een wetenschapper/ filosoof/schrijver een vrouw is, dient dat apart te worden vermeld. Zonder die kwalificatie gaat men blind uit van een man. […] Sinds 1949 zijn we wat dit betreft geen bal opgeschoten, want ook in onze tijd is het masculiene in de taal nog altijd de norm.

Als het gaat om losse woorden zie ik vooral als trend dat we eufemismen afschaffen. Dankzij de ijver van een groep academici en journalisten is het woord ‘straatintimidatie’ bijvoorbeeld in zwang gekomen, als korte, duidelijke term voor gedrag van mannen, waar eerst vooral omschrijvingen voor gebruikt werden (‘vrouwen naroepen op straat’ en varianten daarvan).

Hetzelfde gebeurde met het woord ‘loverboy’. De aanduiding staat voor jongemannen die kwetsbare meisjes inpalmen en daarna de prostitutie indrijven. Loverboy klinkt veel te vriendelijk. Alsof liefde een rol speelt in het geheel. Mensen gaan er steeds vaker toe over om in plaats daarvan te spreken van ‘pooierboys’. Dan weet iedereen meteen dat het hier gaat om een vorm van criminaliteit en uitbuiting.

Ook Engelstalige feministen zijn zeer actief op taalgebied. Vaak zetten ze ‘man’ voor een werkwoord, om er zo een kritische lading aan te geven. Zo kennen vrouwen de lange geschiedenis van mannelijke ‘experts’ die hen wel eens even zullen uitleggen hoe de wereld in elkaar zit. Tot de uitvinding, in 2008, van de term mansplaining. Geen enkele man kan nu nog neerbuigend zeggen ‘ik weet beter dan jij hoe het zit’. Dan kunnen vrouwen onmiddellijk terugslaan met ‘mansplainer!’. In Nederland gebruiken mensen dit woord inmiddels ook gretig.

Mannen kunnen ook niet langer wijdbeens in het openbaar vervoer zitten terwijl de rest zwijgt en tandenknarst. Behalve dat het onbeleefd is om dit te doen, zien vrouwen haarscherp in dat het om meer gaat dan ‘alleen maar’ teveel ruimte innemen:

Maar de waarden die aan onze lichaamstaal kleven staan wel degelijk ongezien geschreven: ruimte innemen, laten zien dat je er bent, dat vinden we sterk en machtig. Wie haar benen moet sluiten en plaatsmaakt voor haar onverschrokken medepassagier, wordt ook geestelijk bescheiden.

Dankzij Amerikaanse feministen hebben we nu een woord om dit probleem te benoemen en bespreekbaar te maken: ‘manspreading’. De eerste vervoersmaatschappij heeft ‘te breed zitten door mannen’ al opgenomen in de huisregels – man, doe dit aub niet.

En nu is daar manslamming. De observatie dat mannen op straat gewoon doorlopen, in de automatische veronderstelling dat anderen wel voor ze opzij gaan. Vrouwen begonnen te experimenteren met manieren om dit patroon te doorbreken. Bijvoorbeeld door het mannengedrag te kopiëren en op hun beurt ook door te lopen.  Vele, vele botsingen volgden. Want mannen maken in de regel geen ruimte voor anderen. Zij doen aan manslamming.

Dit soort woorden zijn niet alleen nuttig om ervaringen van vrouwen te omschrijven. Ze definiëren en problematiseren situaties die te lang onzichtbaar en daardoor vanzelfsprekend waren. Vrouwen kunnen taal vervolgens gebruiken om verandering te eisen:

change begins by pointing out what needs changing. All of these stories happened because women started speaking up about these things, started saying, you need to make room for us here. Whether we’re talking about the subway or the sidewalk or sex, guys, you need to not have selfishness as the default. And the easy cure for manspreading is simple manners.

Vooruitgang!

Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: