Oude vetes werken door in debat over bevallingen

Vrouwen en waar ze op welke manier bevallen. Dat gaat altijd gepaard met opiniestukken vol zwaar beladen termen. Om te begrijpen waarom de gemoederen zo snel zo hoog oplopen, met een ondertoon van ‘help, de thuisbevalling verdwijnt’, kunnen we niet om het verleden heen. Zwangerschap en bevalling vormen zeker sinds 1700 een beladen territorium, met gender als frontlinie. Nu Nederland opnieuw in de top tien staat van beste landen om moeder te worden, lijkt angst het nieuwste wapen te worden van zij die vrouwen in hun keuzes willen belemmeren.

‘Vroeger’ was het volstrekt duidelijk. Vrouwen hielpen vrouwen met de bevalling en mannen bleven ver weg van al dat gedoe. Hoewel de moeder- en kindsterfte hoger lag dan nu, bereikten in bevallingen gespecialiseerde vrouwen een hoog niveau. Zo is het dagboek bewaard gebleven van Catharina Schrader, een Friese verloskundige die leefde van 1656 tot 1746. Van de 3060 bevallingen die ze noteerde, eindigde het in slechts 5 procent van de gevallen helaas in een miskraam of de dood van moeder en/of kind. In alle andere gevallen liep het goed af.

Langzamerhand ontstond er echter een professionele medische klasse, bestaande uit mannen (onder andere omdat vrouwen geweerd werden van diverse scholen en alle universiteiten). Deze klasse begon zich vanaf 1700 steeds meer met de bevalling te bemoeien. Dat proces vond niet overal op hetzelfde moment plaats, maar wanneer het ook gebeurde, het liep altijd uit op een strijd tussen artsen en in bevallingen gespecialiseerde vrouwen.

De uitkomsten van de strijd tussen vroedvrouw en arts, tevens veelal een conflict tussen vrouwen en mannen, verschilden van land tot land. De grote lijn was echter dat de op basis van mondelinge overlevering opgeleide vroedvrouw het onderspit dolf tegenover de veelal mannelijke, officieel opgeleide arts.

Die officiële opleiding kende echter gebreken als het ging om vrouwen en de zorg tijdens de bevalling. Zo signaleert de KNOV dat de door vroedvrouwen verzamelde kennis niet terecht kwam in de medische literatuur. Oeps….Barende vrouwen konden steeds vaker geen beroep meer doen op een lokale vroedvrouw, en kregen in plaats daarvan steeds vaker een arts aan hun bed, die vanuit een superieure positie z’n gang ging en soms flinke brokken maakte. Waar vroedvrouwen verdwenen en mannen het overnamen, volgde onmiddellijk de beruchte kraamvrouwenkoorts, ook wel ‘doktersplaag’ genoemd. De moedersterfte steeg dramatisch.

Dat hield artsen niet tegen om te ijveren voor bevallingen in een ziekenhuis onder hun leiding. Zo adviseerde een Amerikaans rapport in 1910 en 1912:

To improve obstetrics training, one report recommended hospitalization for all deliveries and the gradual abolition of midwifery. Rather than consult with midwives, the report argued, poor women should attend charity hospitals, which would serve as sites for training doctors.

Tegenwoordig vinden in de Verenigde Staten bijna alle bevallingen plaats in het ziekenhuis. Nederland wist thuis bevallen wél gedeeltelijk te behouden. Vrouwen kunnen hier nog kiezen wat ze willen. Die vrijheid staat echter onder druk. Steeds opnieuw moeten mensen in de pen klimmen om te benadrukken dat de vrouw centraal staat en vooral zelf de regie moet kunnen houden over haar bevalling.

Ondertussen kwam onder andere de Verenigde Staten erachter dat ziekenhuisbevallingen helemaal niet zo veilig zijn als vaak wordt beweerd. Dit systeem kost bovendien handen vol geld – jaarlijks vijftig miljard dollar voor circa 4 miljoen geboorten. In Nederland bleek daarentegen in 2009 dat thuis bevallen net zo veilig is als het ziekenhuis. De conclusie van dat onderzoek:

Vrouwen, concluderen de onderzoekers in de studie, moeten worden aangemoedigd te bevallen waar ze willen bevallen.

Dat gebeurt echter steeds minder. Onderzoekers constateren een tegenstrijdige beweging. Vrouwen zijn steeds vaker goed opgeleid, mondig, en geëmancipeerd. Vrouwen drongen door tot medische beroepen, zijn nu soms zelf gynaecoloog, en kunnen als ze zwanger worden een beroep doen op bergen informatie. Als het echter gaat om de bevalling, komen ze terecht in een angstcultuur. Die angstcultuur beperkt de keuzes die vrouwen maken, betoogde Raymond de Vries, hoogleraar Midwifery Science, in een oratie in 2011. Hij pleit voor het stoppen van bewust of onbewust vrouwen angst aanpraten voor de bevalling.

Beide aspecten, een strijd tussen artsen en verloskundigen die deels langs een genderlijn verloopt, en angst aangepraat krijgen, zijn volop zichtbaar in de huidige polemiek. Zo publiceerde de Volkskrant recent een stuk van een mannelijke promovendus en een mannelijke docent, vol beschuldigingen en beladen termen. De beide heren vonden dat verloskundigen met hun thuisbevallingen ‘Russische roulette met de levens van moeder en kind’ spelen. Toe maar. 

Niet alleen negeerden ze de duidelijke conclusie van het onderzoek uit 2009, maar ze noemden ook cijfers die nergens op slaan. Zo schrijven beide heren bijvoorbeeld dat bijna dertig procent van de thuis bevallende vrouwen alsnog naar het ziekenhuis moet. In werkelijkheid gebeurt dit in 3,4 procent van de gevallen.

Als er iets mis loopt komt dat meestal omdat artsen en vroedvrouwen niet goed genoeg samenwerken. Wie de historische context kent, zal dat niet verrassend vinden. Opeens wordt dan ook verklaarbaar waarom de samenleving, bij monde van de media, opvallend snel met het vingertje naar de veelal vrouwelijke verloskundige wijst. Zij zijn fout, het is hun schuld… In werkelijkheid spelen gynaecologen een minstens even grote rol in die niet optimale samenwerking.

De regering wil inmiddels dat de zorg wordt ontschot, zoals dat in Haags jargon heet, en dat beide partijen beter gaan samenwerken. Goed plan. Ondertussen benadrukt moeder en vroedvrouw Claudia van Dijk:

Het gaat erom dat de professional altijd dienstbaar blijft aan het proces en de moeder.

Daarvoor zijn nodig: wederzijds respect, correcte informatie, een goede samenwerking, en het mensenrecht van vrouwen om baas in eigen buik en baas over eigen lijf te zijn. Want de feiten zijn deze: Nederland kent zeer, zeer lage sterftecijfers. De babysterfte daalde tussen 2001 en 2012 van 3,9 naar 2 per duizend geboren kinderen per jaar. Bij de moedersterfte gaat het gemiddeld per jaar om 12 vrouwen per 100.00 geboorten. Waarbij aangetekend: ieder sterfgeval is er eentje teveel. Maar er is geen enkele reden voor ophef, laat staan voor gezwatel over Russische roulettes als vrouwen er in goed overleg voor kiezen om thuis te bevallen met behulp van een verloskundige.

 

 

Advertenties
Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: