Huwelijk voordeel voor geleerde mannen, nadeel voor geleerde vrouwen

Academici hebben baat bij het huwelijk als ze man zijn. Voor vrouwen vormt een huwelijk juist een remmende factor in haar loopbaan. Als ze al een baan aan een universiteit weten te behouden, blijven ze vaker halverwege steken of duurt het langer dan mannen voordat ze op het niveau van full professor komen. Dat blijkt uit onderzoek naar de loopbanen van ruim tweeduizend historici m/v aan faculteiten Geschiedenis van Amerikaanse universiteiten.

De Zesde Clan houdt van onderzoek als basis voor artikelen. Want als je de cijfers in kaart brengt komen onbewuste vooroordelen opeens pijnlijk duidelijk naar voren. Zo konden onderzoekers vijf jaar lang de loopbanen volgen van ruim 20.000 werknemers van een Canadees bedrijf. Het bleek dat alleen blanke mannen soepel doorstroomden naar de top. Mannen met een getinte huidskleur bleven massaal steken in de middenmoot, terwijl vrouwen met een getinte huidskleur nooit verder kwamen dan de laagste trede in de bedrijfshiërarchie. Blanke vrouwen hielden hen daar gezelschap, tenzij ze zo ontzettend briljant waren dat niemand meer om hun kwaliteiten heen kon. Dan maakte de handicap van hun verkeerde sekse niet meer uit en bereikten ook zij de top.

Het is ook duidelijk dat persoonlijke keuzes, zoals trouwen of niet trouwen, verschillende effecten hebben. Voor vrouwen betekent trouwen vaak meer werk in de huishoudelijke en sociale sfeer – we verwachten met ons allen dat vrouwen het huis op orde houden, denken aan verjaardagen en familiebezoekjes regelen. Ook versterkt een huwelijk traditionele patronen. In Nederland komen vrouwen dan massaal terecht in een bestaan van huisvrouw en moeder met klein parttime baantje, het zogenaamde anderhalf verdienersmodel. Dodelijk voor je loopbaan, en een model met grote financiële risico’s. Vrouwen kampen daarnaast met een erfenis van wenselijk gedrag: zorgzaam, bescheiden en sociaal zijn, en mannen veel ruimte geven, anders ben je ‘bedreigend’.

In die context komen de bevindingen over de loopbanen van historici niet als een verrassing. Mannelijke historici klommen gemiddeld in 6,4 jaar op naar de rang van volledige professor. Trouwden ze, dan lukte dat al in 5,9 jaar tijd. Voor vrouwen zag het er heel anders uit. Ongetrouwd, dan lukte het in 6,7 jaar, maar als ze trouwden pas in 7,8 jaar. Ook kwam het voor dat vrouwen zelf afzagen van een baan omdat hun man niet mee kon komen. Omgekeerd hielden mannen weinig rekening met hun partner.

Vanwege dit soort fenomenen was het maar de vraag of vrouwen überhaupt verbonden bleven aan een faculteit Geschiedenis, en deel uit konden maken van een loopbaanonderzoek onder historici. Veel vaker gebeurde er dit:

During office hours, when advisors described the paths of female colleagues, it sounds more like the summary of a horror film than a professional trajectory: few survived. […]  “The person who ends up getting the job,” Nummedal continued, “is a man who has a woman who is willing to follow him, or is single.” That was the case for Paul Cheney, an associate professor of history at the University of Chicago. He and his wife received concurrent doctorates in their respective fields, but he was offered a position first. “That meant the area she could look in shrank quite a bit,” he said, “and by then we had kids.” At the time, she was an adjunct professor without maternity leave, and so she stayed at home to raise their children. When she eventually returned to teaching, it was at the high school level.

In dit soort scenario’s komen allerlei complexe factoren samen. Rolpatronen, wel of niet getrouwd, wel of geen voorzieningen zoals ouderschapsverlof en kinderopvang, beschikbaarheid en locatie van vacatures, psychologische drempels bij vrouwen, die hen belemmeren om ruimte in te nemen, en natuurlijk seksisme in de wetenschap. Dat begint al bij de sollicitatie, als mannen hoger ingeschat worden en de baan sneller krijgen. En eindigt met een lager salaris voor en minder investeringen in vrouwen.

Altijd lastig om over seksisme te berichten, merkt de Scientific American op:

Whenever the subject of women in science comes up, there are people fiercely committed to the idea that sexism does not exist. They will point to everything and anything else to explain differences while becoming angry and condescending if you even suggest that discrimination could be a factor.

Onderzoek na onderzoek wijst echter op dezelfde patronen. Zolang daar weinig in verandert, blijven dit soort studies broodnodig, en zal de Zesde Clan erover schrijven.

Advertenties
Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: