Wat mannen en vrouwen deden in de prehistorie? Rennen!

In het boek De Onzichtbare vrouw ontmantelden wetenschappers zoals J. Adovasio de mythe van de prehistorische Man de Jager. De Amerikaanse essayiste Barbara Ehrenrech gaat een stuk verder. Mensachtigen en daarna de eerste mensen waren miljoenen jaren lang geen jager maar prooi, en die lange periode als lekker hapje van de sabeltandtijger heeft diepe sporen nagelaten, betoogt zij in ‘Blood Rites, origins and history of the passion of war‘.

Zoals de ondertitel aangeeft, gaat Ehrenreich in op het vraagstuk van oorlogen, waarom oorlogen zo’n hardnekkig verschijnsel zijn en waarom mensen daar zo opgewonden van raken. In dit artikel laat de Zesde Clan dat interessante vraagstuk even links liggen. Voor dit artikel concentreren we ons op de genderaspecten van het verhaal. Want daar zegt ze interessante dingen over, die voor een deel overeenkomen met de theorie van Adovasio en co.

Net als Adovasio toont Ehrenreich aan dat Man de Jager in de prehistorie niet bestond. Het is een mythe uit de koker van mannelijke wetenschappers die zagen wat ze wilden zien. Mensen zwierven eeuwenlang rond, verzamelden planten en noten en kwamen aan vlees door aas te eten, achtergelaten door roofdieren. Maar Ehrenreich gaat verder. Het viel haar in de vakliteratuur op dat wetenschappers collectief stil staan bij jagen, maar niet bij gejaagd worden.  Terwijl dat waarschijnlijk miljoenen jaren een zeer groot probleem was. TOEVOEGING 22 mei 2015: Ook Neanderthalers leden al onder roofdieren.

Mensen zijn relatief kwetsbaar: één flinke mep en we zijn dood. We hebben geen harnas of scherpe klauwen, en erg hard rennen kunnen we ook niet. Voor iedere leeuw of poema waren mensen een smakelijk hapje.  Ehrenreich trof in allerlei boeken verwijzingen aan naar die angstige periode. Zoals schuilplaatsen van sabeltandtijgers, waar botten van dieren en mensen door elkaar lagen: restanten van de maaltijden van het roofdier. Dus wat deden mannen en vrouwen in de prehistorie? Rennen, bij elkaar in een groep blijven, en als er eentje valt en opgegeten wordt door een leeuw blij zijn en je schuldig voelen omdat de ander werd opgegeten, en niet jijzelf.

Pas met de komst van nieuwe technieken, zoals speren, knuppels etc, konden mensen zich beter verweren tegen roofdieren en kreeg je collectieve vormen van verdediging en jacht. Bezigheden waar zowel mannen als vrouwen bij betrokken waren. Langzamerhand nam het aantal roofdieren af, meestal door een combinatie van drijfjachten en klimaatverandering. Op een gegeven moment waren er zo weinig dieren over dat het geen zin meer had om collectief op jacht te gaan. Jagen werd een bezigheid voor kleine groepjes die urenlang stilletjes door een landschap moesten trekken om een prooi te vinden.

Die bezigheid verhield zich slecht met het dagelijkse leven en de aanwezigheid van soms lawaaierige kinderen. Jagen werd een bezigheid voor selecte groepjes mannen. En het gaf status, want je kon terugkeren van je lange tocht en verhalen vertellen over je activiteiten. Totdat het aantal prooidieren uiteindelijk zoveel afnam dat de meeste mannen de jacht op moesten geven. Weg status en weg spannende verhalen vertellen.

Wat te doen? Nou, oorlog voeren dan maar. Er ontstond een krijgerscultuur, laat Ehrenreich zien. Het werd een elitair fenomeen, want wapens en overige uitrusting waren erg kostbaar. Slechts een beperkte groep mannen kon dat opbrengen en krijger worden. Zij ontleenden daar status aan en gaven die status door van vader op zoon.

De schermutselingen zorgden ervoor dat iedereen werd meegezogen in die ontwikkeling. Als anderen jou aanvallen kun je dat niet negeren, je zult dan zelf ook een legertje op moeten richten om je te verdedigen. Is dat leger er eenmaal, dan kun je uit wraak de ander weer aanvallen, die daardoor genoodzaakt is het eigen leger te versterken. Voordat je het weet beland je in een negatieve spiraal van oorlog en wraak waaruit nieuwe oorlogen en wraakexpedities voorkomen.

Er ontstonden feodale maatschappijen. Vrouwen en de gewone man werkten zich kapot om de krijgers te onderhouden. Voor ‘de gewone man’ was dit slecht nieuws.  Mannen moesten op het land van de feodale heer werken, en liepen een grote kans ingelijfd te worden in de legers van de elite. Daar stierven ze massaal, als kannonnenvoer. Ehrenreich toont aan dat de gewone man daar meestal weinig zin in had. Veel legers werkten met een draconische discipline om te voorkomen dat soldaten aan het muiten sloegen, en nog ruim in de negentiende eeuw mochten Duitse generaals geen kamp opslaan bij een woud, want dan was de kans groot dat de manschappen ’s nachts de benen namen en zich in het bos verscholen.

Ehrenreich laat zien dat vrouwen er echter nóg slechter vanaf kwamen. Mannen konden toegang krijgen tot wapens en de krijgscultuur, ook al was dat als kanonnenvoer. Ze konden profiteren van het positieve beeld van de man als de sterkere, de heer der schepping. Vrouwen echter werden gezien als zwak, zowel van lichaam als van geest. Ze werden de prooi van de man: mannen moesten hen ‘veroveren’ en daarna ‘verschalken’. De getemde vrouw was daarna voornamelijk goed voor hard werken in de huishouding en het baren van kinderen: de volgende generatie arbeiders en soldaten.

Deze dynamiek werkt door tot op de dag van vandaag. Onder andere modefotografie heeft de neiging om vrouwen af te beelden als een begeerlijke (seksuele) prooi. Vaak valt dat niet op, omdat we gewend zijn aan zulke beelden. Zet echter een man neer in zo’n zelfde pose, en de ware aard van de situatie wordt pijnlijk duidelijk:

Last year, Petter Lindqvist, co-owner of a Swedish clothing company, recreated one of American Apparel’s notoriously sexist adverts, with startling results. On all fours, naked from the waist down, head turned away from the camera, the photo suddenly looked less like an ad for a denim shirt – more like a person posed as prey.

Kortom, dit is een verhaal over macht, technologie, en als dominante groep omgaan met je trauma van mens-als-prooidier door de status van prooi af te schuiven op je mindere, de vrouw, en jezelf te verschuilen achter harnassen en de mythe van Man de Jager. Het is een verhaal over cultuur. Het zegt niks over individuele mannen en vrouwen, en het verklaart al helemaal niet waarom vrouwen anno 2010 nog steeds ‘vanwege hun biologie’ het huishouden moeten runnen terwijl mannen de wereld voor hun rekening nemen.

Advertenties
Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Reacties

  • JessieVC  On juni 18, 2014 at 2:42 pm

    Ook interessant: Distorting the Past: Gender and the Division of Labor in the European Upper Paleolithic van Linda R. Owen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: