Vrouw stoft Odyssee af in nieuwe Engelse vertaling

Grote opwinding: voor het eerst vertaalde een vrouw de Odyssee van Homerus in het Engels. Na zo’n 60 veelal blanke mannen kreeg classicus Emily Wilson, van de Universiteit van Pennsylvania, de primeur. In Nederland gebeurde dat al eerder. Onze eigen Imme Dros leverde in 1991 een succesvolle vertaling in het Nederlands van de Odyssee. Ze zorgde in 2015 ook voor een nieuwe vertaling van de Ilias.

Mannen vallen Penelope lastig terwijl ze wacht op de terugkeer van haar echtgenoot.

Vrouwen mochten eeuwenlang niet studeren aan universiteiten. De enige vrouwen die soms de kans kregen om Grieks en Latijns te leren, waren nonnen of vrouwen uit zeer rijke families, die een privé leraar kregen. Sporadisch duikt zodoende tóch een officiële, door vrouwen vertaalde Odyssee of Ilias op.  Zo schreef Anne Dacier in 1699 een vertaling in het Frans van de Ilias. Maar zij was de uitzondering die de regel bevestigde.

Ook in Engeland waagden een paar vrouwen uit de rijkste milieu’s zich aan vertalingen, maar zij deden dat voor eigen gebruik. Hun versies kwamen niet verder dan een kring van naaste familieleden. Dat veranderde volgens Wilson pas de laatste tien, twintig jaar. In een essay voor dagblad The Guardian somt ze een rits vrouwen op die voor uitgeverijen recente vertalingen afleverden van klassieken uit de Oud Griekse -en Romeinse wereld. Deze voorgangsters maakten de weg vrij voor haar vertaling van De Odyssee.

Wilson is er van overtuigd dat zij als vrouw een werk zoals de Odyssee anders benadert dan haar mannelijke voorgangers. Omdat zij los staat van de door mannen gedomineerde traditie vallen haar andere aspecten op in een tekst, en interpreteert ze bepaalde situaties anders. Ze noemt dat effect vervreemding (alienation):

female translators often stand at a critical distance when approaching authors who are not only male, but also deeply embedded in a canon that has for many centuries been imagined as belonging to men. The inability to take classical texts for granted is a great gift […] the position of being a woman translating one of these dead, white men creates a strange and potentially productive sense of intimate alienation.

Die blik van de buitenstaander stelde Wilson onder andere in staat om aandacht te geven aan de vrouwelijke personages in de Odyssee. In The New Yorker schrijft ze dat voorgangers bijvoorbeeld de neiging hadden Penelope enigszins te idealiseren, als het toonbeeld van de ideale, afwachtende, passieve echtgenote.

De originele tekst spreekt echter duidelijke taal over haar positie. Die is nogal dubbel. Aan de ene kant kan Odysseus doen wat hij wil, terwijl Penelope geen keuzes heeft. Haar leven wordt volledig bepaald door haar status van echtgenote, en zijzelf, als individueel persoon, verdwijnt. Tot twee keer toe verbiedt haar zoon Penelope het spreken. Aan de andere kant maakt ze deel uit van een elite die zwakkeren onderdrukt. Als Odysseus thuis komt, vermoordt hij alle slavinnen. Penelope ontsnapt aan dat geweld, zij leeft en houdt Odysseus niet tegen als hij de lager geplaatste vrouwen uitmoordt.

Wilson merkt ook op dat  haar mannelijke voorgangers dat deel van de tekst, de moord op de dienstmaagden, nogal seksistisch vertaalden. Ze beschreven hen bijvoorbeeld in termen van hoer en slet, terwijl het origineel totaal geen aanleiding geeft om dat soort minachtende termen te gebruiken. Wilson houdt het in de vertaling op termen zoals ‘deze meisjes’, een neutralere woordkeuze die beter recht doet aan de inhoud van de brontekst.

Op die manier doorbreekt Wilson een koers die mannelijke vertalers uitzetten en van elkaar overnamen. Hard nodig, want net zoals mensen op zoek gaan naar Wilson’s ”vrouwelijke” kijk op de tekst, zouden we naar haar mening ook veel meer aandacht moeten besteden aan de ”mannelijke” kijk op de tekst van de vorige vertalers:

…hardly anyone (except me, so far!) seems to ask male classical translators how their gender affects their work. As I show in that piece on Hesiod, unexamined biases can lead to some seriously problematic and questionable choices (such as, in that instance, translating rape as if it were the same as consensual sex). Translators get away with that kind of thing all the time, because there’s an assumption that male translators don’t need to worry about gender, and that a clunky English style guarantees an “authentic,” “accurate” or “unbiased” translation. It’s not OK and it’s not true.

Goed dat vrouwen de kans krijgen aan de slag te gaan met dezelfde originele teksten. De kritieken zijn in ieder geval lovend: lezers zullen voortaan altijd anders tegen De Odyssee aankijken, belooft dagblad The Guardian.

Advertenties

Traditionele verhalenvertellers zorgen voor gelijkwaardigheid

Verhalen vertellen heeft zichtbare effecten, ontdekten wetenschappers Daniel Smith, Andrea Migliano en een team van de University College London (UCL). Ze leefden een tijdje bij de Agta, jagers en verzamelaars in de Fillipijnen. De verhalen die mensen elkaar vertellen, promoten waarden en normen zoals samenwerking en gelijkwaardigheid. Groepen met meerdere traditionele verhalenvertellers bleken hechter en werkten beter samen dan groepen zonder of met maar een enkele verhalenvertellers, bleek uit hun onderzoek.

 

Smith, Migliano en hun mede-onderzoekers woonden verhalen-vertel-sessies bij, noteerden de inhoud van de verhalen en keken daarna naar het functioneren van verschillende groepen Agta. Veel verhalen gaan over samenwerking en gelijkwaardigheid. Een typisch voorbeeld betreft een oorsprongsmythe over de zon en de maan. De als mannelijk gedefinieerde zon en als vrouwelijk gedefinieerde maan maken ruzie over wie de hemel mag verlichten. De ruzie escaleert tot een gevecht, waarbij beiden even sterk blijken te zijn. Het gevecht lost niets op. Uiteindelijk besluiten ze in overleg het werk te verdelen. Ieder neemt de helft van de tijd voor zijn/haar rekening. De zon verlicht de aarde nu overdag, de maan ’s nachts.

Kinderen krijgen zulke verhalen van jongs af aan mee. Migliano:

“A magic moment was when we listened to the stories told by the elders, with all of the children around us laughing and really paying attention,” Migliano told Seeker, still beaming at the recollection.

De verhalenvertellers krijgen indirect een beloning voor hun inspanning om samenwerking en collectiviteit te versterken in de groep waar ze deel van uitmaken. Ze bleken populair en anderen betrekken hen graag bij het verzamelen van voedsel. Die iets hogere bestaanszekerheid leidde er (ook) toe dat verhalenvertellers gemiddeld iets meer kinderen kregen en dat die kinderen ook iets vaker overleefden tot hun volwassenheid. In die zin heeft goed verhalen vertellen een evolutionair voordeel – een grotere kans dat je je genen door kunt geven, aldus Daniel Smith.

Enfin, vandaar dat ik in dit weblog regelmatig aandacht besteed aan de moderne verhalenvertellers – schrijvers, filmmakers, enzovoorts. De verhalen die we vertellen, hebben effecten op ons wereldbeeld en ons groepsgedrag. Het maakt verschil of verhalen het podium aan één beperkte groep geven, ten koste van alle anderen, óf gelijkwaardigheid en samenwerking tonen.

Val McDermid eert voorgangster Susan Ferrier

”Susan Ferrier verdient beter”, aldus de Schotse schrijfster Val McDermid. Susan wie? Inderdaad. Bijna niemand kent deze 19e eeuwse auteur meer. McDermid eert haar nu met een speciaal artistiek project ter gelegenheid van een cultureel festival in Edinburgh. Aan de hand van aanwijzingen die ze ontvangen via een app kunnen deelnemers door de stad wandelen. Op verschillende locaties beleven ze vervolgens iets theatraal en spannends, met de verhalen en het leven van Ferrier als leidraad.

Susan Ferrier publiceerde haar romans anoniem. Lezers schreven de boeken in eerste instantie toe aan bekende mannelijke tijdgenoten zoals Walter Scott, totdat haar echte identiteit bekend werd. Zelf bleef ze tot haar dood haar auteurschap ontkennen.

Ferrier had veel succes in haar tijd. Haar debuut, Het Huwelijk (1818), raakte in zes maanden tijd uitverkocht en beleefde herdrukken. Ook de boeken die ze daarna schreef, De Erfenis (1824) en Het Lot (1832) verkochten prima. Ferrier verwekte de Schotse taal en dialecten in haar verhalen en nam het klassensysteem op de hak. Lezers smulden ervan.

Ondanks dat succes raakte ze na haar overlijden in 1854 echter snel in vergetelheid. McDermid heeft het vieze vermoeden dat haar sekse daarbij een veel grotere rol speelde dan we zouden willen erkennen:

”…I do think there was a feeling around then that if we already have one famous female author in Jane Austen, we don’t need any more,” said McDermid. “That, after all, is why the Brontës and George Eliot had to write as men. Yet she earned significantly more substantial publisher advances than Jane Austen. And now almost nobody knows her name. Susan Ferrier deserves better than this.”

McDermid haalt hier een bekend patroon aan. Feministen noemen dat het fenomeen van ‘er kan er maar een zijn’, naar de Highlander films met als slogan There Can be Only One. De term slaat op de neiging van onze seksistische cultuur om één vrouw op een belangrijke positie tandenknarsend te accepteren, maar meerdere vrouwen stuit op weerstand. Eentje is genoeg.

Je komt dat ‘eentje is genoeg’ fenomeen op allerlei plekken tegen. Zo ontdekten wetenschappers dat Canadese partijen terughoudend zijn om meerdere vrouwen te nomineren als hoofdkandidaat voor een politieke positie. Zodoende blijven mannen domineren en zie je wel mannen die met een andere man een verkiezingscampagne voeren, maar nooit twee vrouwen. Dit patroon treedt ook op in de populaire cultuur – er kan bijvoorbeeld maar één vrouwelijke superster zijn, dus als er een andere zangeres komt die aan dat criterium dreigt te voldoen is het CATFIGHT!!! Totdat er eentje ‘wint’.

McDermid wil met haar artistieke project die vergetelheid doorbreken. Als vrouw promoot ze het werk van een andere vrouw en wil ze de belangstelling voor Ferrier en haar werk nieuw leven inblazen. Haar culturele project in Edinburgh heeft wat dat betreft al resultaat. Uitgeverij Virago brengt een nieuwe editie uit van Ferrier’s debuut Het Huwelijk. McDermid raadt iedereen aan die roman eens te proberen. Daarnaast beveelt ze nog meer schrijfsters aan, zoals Muriel Spark en J.K. Rowling.

VERDER LEZEN: Val McDermid is niet de enige vrouw die omziet naar andere vrouwen. Zo spande auteur Alice Walker zich in om het graf van Zora Neal Hurston terug te vinden. Hurston stierf in armoede en vergetelheid en kreeg een anoniem graf zonder steen. Walker zorgde ervoor dat er alsnog een grafsteen kwam, zodat mensen haar laatste rustplaats terug kunnen vinden, en raadde haar boeken aan bij haar lezers. Walker zorgde zodoende eigenhandig voor de herontdekking van het werk van Hurston. Een andere actieveling op dit gebied is Margaret Busby. Zij redigeerde een bundel gewijd aan het werk van bekende én vergeten schrijfsters met een Afrikaanse achtergrond. Of neem Shelley DeWees. Ze dook de archieven in om het werk af te stoffen van zeven schrijfsters die actief waren in de tijd van Jane Austen.

Voor Nederland: Maarten ’t Hart gebruikte zijn status om de aandacht te vestigen op schrijfster Ida Simons en haar vergeten roman ‘Een Dwaze Maagd‘. Dat leidde tot een heruitgave van deze roman en een hernieuwde aandacht voor deze auteur. Daarnaast graven vrouwen de geschiedenis op. Zo bracht Orlanda Lie Nederlandse schrijfsters uit de middeleeuwen in kaart, deed Lia van Gemert hetzelfde voor schrijfsters uit de zeventiende en achttiende eeuw, en bogen Maaike Meijer en Lisa Kuitert zich over de negentiende eeuw, enzovoorts. Zoals de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren concludeert:

Nu de inhaalbeweging van vrouwen in de Nederlandse literatuur haar laatste stadium is ingegaan, lijken de schaarse sporen van de eerste literaire vrouwen steeds meer betekenis te krijgen. Velen hebben nog altijd de status van ‘zo goed als vergeten’. In de dbnl duiken steeds meer van deze vergeten schrijfsters op, die allemaal een eigen verhaal blijken te vertellen.[…] De veelstemmigheid van de vergeten Nederlandse schrijfsters zal de komende tijd in deze bibliotheek steeds beter hoorbaar worden.

 

Trump versterkt belangstelling voor feministische analyse

Sinds de Amerikaanse president Trump Twitter gebruikte om op te scheppen over de omvang van zijn nucleaire knop, herleeft de belangstelling voor een bijna twintig jaar oud artikel. In 1987 publiceerde wetenschapster Carol Cohn een analyse van het taalgebruik en de manier van denken van de bijna geheel mannelijke groep nucleaire specialisten. Haar analyse deed mij denken aan een analyse die nog verder teruggaat, namelijk naar de manier van spreken en denken van de Oude Grieken. Ga mee op tijdreis, en huiver.

Eerst Trump. Die twitterde in de Nederlandse vertaling:

Kan iemand van zijn uitgeputte en verhongerde regime tegen hem zeggen dat ook ik zo’n nucleaire knop heb. Maar die van mij is veel groter en veroorzaakt veel meer schade, en bovendien werkt mijn knop wel!

Critici waren er (terecht) snel bij om te wijzen op het belachelijke, macho gehalte van deze uitspraak, een variant op ‘de mijne is groter’ en ‘ik kan verder plassen dan jij’.

Carol Cohn ontdekte dit soort macho taal en de bijbehorende manier van denken ook al in 1987, toen ze een jaar lang mee liep met de exclusief mannelijke specialisten die het nucleaire arsenaal van de V.S. beheerden.  In haar fascinerende verslag – serieus, lees haar volledige artikel in feministisch magazine Signs – vertelt ze hoe ze struikelde over dit soort taalgebruik, waarbij landen hard worden, de ene raket nog dieper kan penetreren dan de andere en je met het nieuwste wapen orgastische explosies kunt bereiken.

Maar ze gaat een stapje verder. Achter die eerste laag van macho taalgebruik ontdekte ze een tweede laag. Ze ontdekte dat de betrokken mannen ook beelden van huiselijkheid en vaderschap gebruiken. Raketten liggen onder een kerstboom, je kunt ze aaien alsof het onschuldige huisdiertjes zijn, in plaats van dodelijke wapens die miljoenen mensen kunnen doden. Daarnaast krijgen bommen van hun trotse pappies namen zoals Little Boy, die met hun explosie een nieuwe wereld inluiden.

Wat Cohn ontdekte was dat de wetenschappers en specialisten het scheppen van nieuw leven en het creëren van een nieuwe wereld met zulk taalgebruik symbolisch van vrouwen afpakten en zich toe eigenden. De mannen verwekken jongetjes zoals Little Boy en samen gebruiken ze agressie en vernietigingsmacht om over een als vrouwelijk geldende natuur te heersen – zo gaven de bij de kernproeven rond het atol Bikini betrokkenen mannen iedere krater een vrouwennaam, signaleert Cohn.

Op dat niveau van vaderschap en het domineren van de natuur ontstond een derde laag. Er sluipen religieuze beelden in het taalgebruik, merkte Cohn. De eerste kernproef kreeg bijvoorbeeld de naam van de Drie Eenheid, de mannelijke scheppende trits van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (NB mensen doen moeite om de heilige geest vrouwelijk te maken, maar de katholieke dogma’s moeten hier niets van hebben. Het is allemaal God en God is mannelijk dus de heilige geest is ook mannelijk.) Daarnaast spraken de mannen over zichzelf als priesters, The Priesthood. Zo krijgt de mannelijke kracht om te baren en die gevaarlijke vrouwen en Moeder Aarde te bedwingen religieuze ondersteuning.

Deze manier van denken – dat mannen mannelijk nageslacht voortbrengen en over het inferieure vrouwelijke heersen, desnoods met geweld – kent een zeer lange geschiedenis. Precies diezelfde gedachtengang en die manier van denken vind je bijvoorbeeld terug bij de Oude Grieken, ontdekte wetenschapster Vigdis Songe-Møller in haar klassieker Filosofie Zonder Vrouwen.

Dat boek verscheen in 1999, dus Cohn kon hier onmogelijk aan refereren toen ze haar wetenschappelijke artikel publiceerde. Maar toen ik haar originele artikel las, moest ik meteen aan de bevindingen van Songe-Møller denken.

Zij analyseerde gedichten en verhandelingen van Griekse denkers zoals Plato, Parmenides, Hesiod en Socrates, en ontdekte twee scholen die een tijdje naast elkaar bestonden. De ene betreft de hier boven beschreven macho gedachtengang. Maar er bleek ook een andere denkrichting, Eentje die er van uit gaat dat je tegengestelden hebt. Dag en nacht, nat en droog, mannelijk en vrouwelijk. Het ene is niet beter dan het andere, beiden zijn nodig en moeten in balans blijven.

Die manier van denken verdween echter uit het zicht toen mensen zoals Plato dominant werden. Plato en zijn medestanders onderschreven een ideaal wereldbeeld waarin vrouwen gemankeerde mannen zijn, mannen creatief en leven-gevend zijn en de geestelijk vader worden van allerlei zonen, die het goede werk van de mannen voortzetten en heersen over de chaotische natuur en al die passieve, enge vrouwen.

Deze denkers grepen daarbij terug op botanische metaforen. Ze zagen mannen als perfecte mensen die, net als planten, een scheut vormen. Die plantenscheut groeit uit tot een nieuwe man, een evenbeeld, uniform, heel, perfect. De ene perfecte man brengt de andere voort zonder dat er een vrouw aan te pas komt die de boel kan verzieken met haar lekkende, inferieure, dood-brengende lijf.

Die gedachtengang tref je later ook aan bij de auteurs van de Bijbel, waar God de Vader is en Sem Arpaksad verwekte, en Arpaksad verwekte Selach, en Selach verwekte Eber, man na man die mannen verwekt zonder dat er een vrouw in beeld komt. De oude kerkvaders gingen met hun hand op de Bijbel vrolijk door met het claimen van leven scheppende vermogens voor superieure mannen en het neersabelen van vrouwen.

Anno nu hebben we de nucleaire specialisten en kerngeleerden, die alles wat macho mannelijk is de hemel inprijzen en Little Boys verwekken. In dit wereldbeeld handelen en scheppen de macho mannen met goddelijke goedkeuring. Ze kunnen penetreren en de grootste hebben en andere, zwakkere mensen of landen hun wil opleggen met hun machtige fallus..eh.. raketten. Ze kunnen, zoals Trump, opscheppen dat zij de grootste (knop) hebben, eentje die wél werkt, lekker puh.

Zo’n Tweet van Trump lijkt onschuldig, maar is bij nader inzien het topje van een smerige ijsberg. En los even van die hele vrouwenhatende geschiedenis gaat het bij dit incident met Trump niet om twee jongetjes en een wedstrijdje ver-plassen, maar om mannen met macht, een president die een andere heerser wil  tonen hoe macho mannelijk hij wel niet is. Eentje die daarbij de optie heeft om de wereld in de as te leggen en miljarden mensen de dood in te jagen, op basis van zijn seksisme en zijn ‘ik als stoere macho man kan alles maken’ wereldbeeld. Laat dat even op je inwerken.

De Gereedschapskist: ”infrastructuur van onaantastbaarheid”

Handige term om bij de hand te houden in tijden van agressie tegen vrouwen, #metoo en personen zoals casting-poortwachter Job Gosschalk: infrastructuur van onaantastbaarheid. De term slaat op het stelsel van normen, waarden, machtsverhoudingen en praktijken binnen bedrijven en organisaties, die ervoor zorgen dat rotte appels jarenlang wegkomen met wangedrag jegens vrouwen.

Die infrastructuur bevat een aantal elementen: een cultuur waarin iedereen wéét dat er iets mis is, maar waar iedereen wegkijkt als mensen vrouwen behandelen als dingen. Een cultuur waarin bazen weten dat ze kunnen doen wat ze willen en omstanders vrouwen niet serieus nemen als die bezwaar maken tegen wangedrag. Een context waarbij afdelingen HR niet in staat zijn adequaat bij te sturen, of verkeerd reageren als een vrouw stappen wil ondernemen. Waar organisaties hun rotte appel de hand boven het hoofd houden omdat hij het geld binnen brengt, té belangrijk is, zorgt voor hoge kijkcijfers. Waarin anderen zijn loopbaan en reputatie belangrijker vinden dan dan de loopbanen en reputaties van zijn slachtoffers. Een cultuur van zwijgen.

Die infrastructuur hebben we ook in Nederland. Zo deed een assistent van Gosschalk een boekje open over de omstandigheden waarin deze man jarenlang acteurs seksueel kon belagen onder het mom van ‘auditie doen’. Ook in Nederland hebben we een cultuur van slachtoffers niet geloven. Zo gaf 43 procent van de mannelijke deelnemers aan een opinieonderzoek van EenVandaag te kennen dat vrouwen overdrijven als het gaat om de schandalen rond #metoo. Handige overtuiging, als je als man een groot maatschappelijk probleem weg wil wuiven en op geen enkele manier kritisch naar jezelf wil kijken. Zo houd je de problematiek in stand.

Daders krijgen in zo’n infrastructuur kans na kans om slachtoffers te maken of, als ze tegen de lamp liepen, opnieuw ergens aan de slag te komen (of te blijven). Mel Gibson kon zijn vrouw mishandelen en antisemitische taal uitslaan, maag mag nu gewoon weer prijzen ophalen in Hollywood alsof er niks is gebeurd. En de leiding van de New York Times besloot journalist Glenn Thrush aan te houden als medewerker, na gefundeerde beschuldigingen van seksuele intimidatie door meerdere vrouwen. Dit tot groot verdriet van journalistes, die de boodschap van wat zij dachten dat ook hun krant was, luid en duidelijk ontvingen: voor de krant is Thrush belangrijker dan zij.

Zo’n term als ‘infrastructuur van onaantastbaarheid’ is handig om nieuwe voorbeelden direct te herkennen. Je ziet de werking van die infrastructuur bijvoorbeeld in de manier waarop iemand als CDA-er Camiel Eurlings jarenlang aan kan blijven bij sportorganisatie NOC*NSF. Zoals dagblad AD uitlegt, was de organisatie bereid de mishandeling van zijn toenmalige partner te bestempelen tot een privékwestie en niet van invloed te laten zijn op zijn lidmaatschap. Vervolgens zit Eurlings daar als lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en automatisch ook als bestuurslid van de  NOC*NSF. Lekker ingenesteld. Hoe kun je hem nog weg krijgen? Het AD:

NOC*NSF kan alleen in een ‘goed gesprek’ vragen of Eurlings in vredesnaam wil vertrekken, als dat de eindconclusie is. Het oud-IOC-lid, dat niet met naam genoemd wil worden: ,,Op juridische gronden kun je niets doen, in zo’n geval moet je met elkaar om tafel gaan.’’

Maar dat is dan een aan tafel gaan in de wetenschap dat Eurlings kan blijven zitten, als hij besluit zich niks aan te trekken van alle kritiek en hij zijn status als paria voor lief neemt. Lijkt me super onverstandig als hij dat doet, maar het kan en het NOC*NSF staat erbij en kijkt er noodgedwongen naar.

Wat uiteindelijk zal helpen om deze infrastructuur te doorbreken is schaamte. Zoals Kwame Appiah uitlegt in zijn boek de Erecode kunnen sociale praktijken zeer snel veranderen, zodra mensen op het gebied van status en aanzien sociale schade oplopen door hun acties. Als voorbeeld noemt Appiah duelleren. Eerst was het voor mannen uit de elite normaal om geschillen uit te vechten in een duel. Maar opeens deed niemand dat meer. De reden? De samenleving begon duellerende edelen te zien als dwaze losers, idioten. Een duel was niet eervol meer. Binnen een paar jaar was het hele fenomeen verdwenen.

Dat kan ook gebeuren met de mannen die vrouwen behandelen als dingen die moeten doen wat ze willen. Wees niet ‘die vent’. ”Echte mannen” behandelen vrouwen als mensen. Wil je je mannelijkheid bewijzen? Dan doe je dat door je maten aan te spreken als ze vrouwen op straat naroepen, vrouwen in een kroeg in hun billen knijpen, vrouwen oneerbare voorstellen doen in het kopieerhok enzovoorts. Dat doe je door vrouwen te geloven als ze vertellen over hun ervaringen met seksuele agressie en intimidatie en te doen wat je kunt om het tij te keren.

We hebben nog een lange tijd te gaan. Eurlings krijgt na zijn ”excuses” vol eufemistische kronkels weliswaar bakken kritiek maar of hij zich daardoor aangemoedigd voelt ”vrijwillig” op te stappen? De druk op hem neemt toe, maar of dat genoeg is… Of neem de situatie rond rapper Boef/Sofiane Boussaadia. Die laat zich regelmatig laatdunkend uit over vrouwen. Rond oud en nieuw ging hij weer op die toer. Hij kreeg hulp van enkele vrouwen toen hij met zijn auto strandde en maakte hen daarna als dank in een openbare video tot twee keer toe uit voor hoeren. Hij is nog steeds van harte welkom bij festivals zoals Noorderslag en Paaspop, alleen een paar DJ’s boycotten zijn platen nu. Boef kan in principe lekker door, vrouwen moeten niet zeuren.

Kortom, de infrastructuur van onaantastbaarheid. Maar zoals gezegd: niets is onmogelijk en onder grote druk kunnen veranderingen opeens heel snel gaan. (UPDATE: Eurlings, in 2013 nog door koning Willem Alexander voorgedragen, vertrok inmiddels onder zeer grote sociale druk bij het NOC*NSF. Hoera! En rapper Boef is alsnog niet meer welkom bij Paaspop). Dat de sociale omwenteling rond zich misdragende mannen maar snel moge komen.

Tot die tijd, TOEGIFT:

Roy voert lezer mee in betoverend labyrint

De nieuwste roman van Arundhati Roy, The Ministry of Utmost Happiness (vertaald door uitgeverij Prometheus en inmiddels ook in het Nederlands verkrijgbaar als Het Ministerie van Opperst Geluk) is een Roman met hoofdletter R. Met trefzekere passen en aan de hand van een prachtige, beeldende taal voert Roy haar lezers mee in een betoverend labyrint. ZO MIN MOGELIJK SPOILERS dus ga gerust verder….

Literaire critici, zoals Kerryn Goldsworthy van de Australian Book Review, waarschuwen terecht dat Roy’s keuzes als auteur niet bij iedereen in de smaak zullen vallen. Wie op zoek is naar een strak verhaal met een eenduidig plot en een duidelijke Held kan beter een ander boek uitzoeken. Als je het wél aandurft, maakt de losse wijdlopige structuur van The Ministry niets meer uit. Sterker nog, je zou kunnen begrijpen dat breuklijnen, mensen als geïsoleerde eilandjes en het algemene gebrek aan verbinding juist een van Roy’s hoofdthema’s vormen.

Aan de hand van de levensverhalen van Anjum, een hermafrodiet (Hijra), en Tilo, een vrouw die een relatie begint met een strijder uit Kasjmir, schetst Roy een caleidoscopisch beeld van India en de voortdurende strijd tussen Moslims en Hindu’s, tussen de staat India en gebieden zoals Kasjmir, tussen inheemse volkeren en multinationals, tussen sociale normen en waarden en mensen die daar buiten vallen, en nog veel meer. Het gaat over vergeten en herinneren, manieren hoe je kunt leven en overleven, de aard van een grote stad zoals Delhi, enz….

Roy is daarbij een auteur die iets laat gebeuren op (bij wijze van spreken) pagina 50, en dat terug laat komen op pagina 350, met andere personages en in een geheel andere situatie. Ik vind dat prachtig. Voor mij is dat een teken dat de auteur precies weet wat ze doet en dat ze de lezer vertrouwt. Ze gaat er vanuit dat je onthoudt wat je leest, zodat je honderden pagina’s later de waarde en de betekenis van eenzelfde gebeurtenis begrijpt, ook als de personages in het verhaal dat op dat moment niet begrijpen. Daarnaast heeft deze aanpak een functie. Bij alle versplintering vorm je als lezer zelf de verbinding tussen schijnbaar losstaande voorvallen.

Een tweede wapen in de strijd tegen versplintering is taal, inclusief gedichten, songteksten en religieuze mantra’s. Die poëzie helpt om tegenstellingen en ongelijkheden samen te laten gaan, zonder dat ze elkaar uitvlakken. Zo ontstaat er op een gegeven moment een conflict tussen Anjum en een mannelijke autoriteitspersoon. Voordat de situatie uit de hand kan lopen grijpt een andere Hijra in. Met een dans en een passende liedtekst weet ze tegelijkertijd een oorlogsverklaring én een vredesaanbod af te geven, een grens te stellen én een oplossing te bieden.

Diezelfde rijkdom en gelaagdheid komen inhoudelijk terug in de politieke thema’s die door het boek heen lopen. Roy is zich scherp bewust van de aard van conflicten, van de manieren waarop mensen proberen te overleven. Niemand is zwart-wit de slechterik, (ook al heeft de auteur terecht weinig op met sadistische moordenaars die in oorlogssituaties een vrijbrief zien om gevangenen te martelen), en niemand is zwart-wit het slachtoffer.

Zelfs de kleinste slachtoffertjes schitteren heel even. Zo voeren soldaten een gevangene af in een boot. Onderweg, midden op een meer, treft een van hen in de borstzak van het hemd van de gevangene een kitten aan. De soldaat pleurt het katje zonder pardon overboord en ze verdwijnt onherroepelijk in de diepte. Maar voordat ze kopje onder gaat, zeilt ze een ogenblik door de lucht, nagels uit, snijtandjes ontbloot, luid miauwend, klaar om het hele Indiase leger in haar eentje te lijf te gaan. Het is dat moment van strijdbaarheid waar Roy de nadruk op legt – dat ene moment van al dan niet gedoemde glorie, van léven. Je ziet het, of je ziet het niet. Je onthoudt het, of je onthoudt het niet. Maar het is er.

VERDER LEZEN: NRC Handelsblad interviewde Roy over haar nieuwe roman, evenals dagblad Trouw. Gender en de positie van vrouwen staan centraal in dit interview met Roy van Outlook India. Aan de Huffington Post vertelde Roy dat ze zichzelf als een feministe identificeert. Ze vindt het dan ook behoorlijk jammer dat bekende Indiase Bollywoodactrices hun platform gebruiken om zich te distantieren van deze beweging – India heeft meer feminisme nodig, niet minder, zoals ze ook schreef in haar bijdrage aan de bundel Beyond Burkas and Botox.

Toegift – lees het boek en je weet waarom:

Choucair, de vrouw die op haar 97ste door brak in de kunst

Vrouw, Libanese, abstracte kunstenares  – Saloua Raouda Choucair moest aardig wat hindernissen overwinnen om door te breken in de ”officiële” Westerse kunstwereld. Maar het lukte. Ze kreeg haar allereerste individuele, grote overzichtsexpositie in het Tate museum voor moderne kunst in Londen, toen ze al dik in de negentig was. Toen ze begin 2017 overleed had ze inmiddels genoeg bekendheid gekregen om een necrologie in landelijke dagbladen los te peuteren.

Zoals wel vaker het geval is, denken mensen bij ‘grote abstracte kunstenaars’ vaak aan mannen. Zo praten mensen elkaar na dat Kandinsky de eerste abstracte schilder zou zijn. Maar nee. Ten eerste grossieren talloze oude culturen in abstractie. Maar als je je per se tot de Westerse culturele canon wil beperken, waren vrouwen het eerst. De eerste kunstenaar die bewust abstract schilderde was een Zweedse, Hilma af Kint. Ze maakte haar eerste abstracte werk in 1906, vijf jaar eerder dan Kandinsky, die pas in 1911 met zijn eerste abstracte werk op de proppen kwam.

Vrouwen hadden moeite om door te breken als kunstenares, onder andere vanwege institutionele barrières. Ze konden zich bijvoorbeeld eeuwenlang niet inschrijven bij academies of naakten schilderen aan de hand van een levend model – dat zou onfatsoenlijk zijn. Zweden liep voorop in het slechten van dat soort hindernissen. Zodoende kon Af Kimt zich in 1882 al inschrijven bij de Royal Academy of Fine Arts in Stockholm. Haar seksegenoten in Frankrijk, Duitsland en Nederland moesten langer wachten. De formele opleiding die Af Kimt kon volgen, gaf haar de kennis, kunde en status om zich te vestigen als kunstenares en haar eigen stijl te ontwikkelen. Eentje die van figuratief steeds meer de kant van abstractie op ging.

Choucair viel niet alleen buiten de officiële Westerse canon die talenten zoals Af Kimt opleverde, maar had ook haar afkomst tegen. Libanon gold niet als een centrum voor kunst en de decennia durende oorlogen gooiden ook regelmatig roet in het eten. Dat het haar toch lukte om zich te ontwikkelen tot een belangrijke kunstenares, kwam onder andere door haar ouders. Die vonden dat meisjes net zo goed een gedegen opleiding moesten krijgen als jongens, en investeerden in hun dochter. Choucair studeerde aan universiteiten en vertrok in 1948 naar Parijs en de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts.

Het was in die tijd dat ze twee artistieke ontwikkelingen met elkaar combineerde. Ze groeide uit tot een abstracte kunstenares, en koppelde dat aan haar Arabische achtergrond. In 1951 publiceerde ze een manifest over de manier waarop Arabische mensen omgaan met visuele kunsten, los van allerlei oriëntaalse theorieën met vaak een racistische achtergrond. Dit vormde de basis voor haar kunst, waarbij ze abstract geometrisch werk maakte met duidelijke invloeden van traditionele Arabische motieven en technieken. Ze botste daarmee met verwachtingen van anderen, signaleert dagblad The Guardian:

Her Paris show had been visited by the Lebanese ambassador to France. “Your work is curious, Miss Raouda,” he had purred. “Have you not got any Lebanese paintings for us?” By this he meant paintings that looked as a European might imagine Lebanese art should. Most Lebanese people felt the same way. Undeterred, Choucair went on making work that was both modern and Arabic, her particular interest lying in interlocking forms.

Terug in eigen land werkte ze decennia lang in een flatje in Beirut. Vaak onder zeer gevaarlijke omstandigheden. De stad verkeerde vanaf 1975 in staat van oorlog. Eén van de schilderijen die bezoekers van het Tate een paar jaar geleden konden zien, was geraakt door glasscherven van een explosie. Galerieën waar ze haar werk had kunnen exposeren, sloten door het geweld. Ook verkocht ze geen enkel werk.

Ze ging echter door, anoniem, alleen, zonder mogelijkheden haar werken aan een breder publiek te tonen. Choucair begon naast schilderen ook te beeldhouwen. Een deel van die sculpturen kon ze zelf uitvoeren, maar van andere, grotere ontwerpen kon ze alleen een prototype maken. Dat betrof sculpturen voor buiten op straat, maar de oorlog zorgde ervoor dat niemand een biet gaf om kunst in de openbare ruimte. Het bleef dus bij voorstudies.

Pas op zeer late leeftijd ontdekten curatoren het bestaan van Choucair en haalden ze haar kunst naar ‘het Westen’. Op 97-jarige leeftijd kreeg ze een podium van het Tate, zodat Europeanen kennis konden maken met haar werk. Het betekende haar doorbraak in de Westerse kunst-canon. Drie jaar later overleed ze.

VERDER LEZEN: dit mooie artikel over vijf vrouwelijke kunstenaressen (sorry, eigenlijk vier en een groep, de textielkunstenaressen die het tapijt van Bayeaux vervaardigden) die een plekje in de kunstgeschiedenis verdienen. Dit artikel over Arab Women Artists Now, oftewel AWAN, een kunstfestival met Libanese vrouwelijke artiesten. Magazine Aquila zette vijf kunstenaressen op een rijtje, wiens werk zeer in de smaak viel bij de redactie. Kunstenaressen timmeren ook aan de weg in Saudie Arabië. En vanuit Amman reist er sinds juli 2017 tot eind 2018 reist een expositie rond, met werken van 31 kunstenaressen, waaronder Ahaad Al-Amoudi, Sheikha Lulwa Al-Khalifa en Shereen Audi. Na Engeland is tot eind 2018 Noord-Amerika aan de beurt.

Michelin eert straatverkoopster met ster

Prachtig verhaal, echt gebeurt: Jay Fai kookt sinds mensenheugenis Thaise krabgerechten op straat in Bangkok en kreeg van Michelin een ster. De 72-jarige had in eerste instantie geen idee wat dat betekende. Michelin, dat bedrijf verkoopt toch autobanden? Nu ze doorheeft wat een ster inhoudt in de culinaire wereld, is ze er alsnog blij mee. Volgens een reportage in dagblad The Guardian ziet ze het als een soort oeuvre prijs.

Michelin geeft één ster als het restaurant blijk geeft van hoogstaande kookkunst en een stop waard is. Inspecteurs bezochten haar eenvoudige eetgelegenheid voor Fai’s krabcurries en omeletten met krab. Ze konden de vakjes voor hoogstaande kookkunst zonder aarzelen aanvinken en deelden die ster uit.

Sindsdien loopt het storm. Volgens diverse media staan mensen inmiddels in de rij en moeten ze twee tot vier uur wachten voordat er een plekje vrij komt. Fai heeft extra plastic stoelen neer laten zetten om het wachten wat comfortabeler te maken. Ook heeft ze te maken met mensen die haar fotograferen of een selfie met haar willen maken. Wat dat betreft dus iets genuanceerder: ze is blij met de erkenning maar minder blij met de heisa die zo’n ster veroorzaakt.

Het is pas de derde keer dat Michelin een ster geeft aan simpele eetgelegenheden die streetfood serveren. Het bedrijf neemt alleen koks op met een vast adres. Dat betekent dat veel ambulante stalletjes buiten de boot vallen. Fai werkt half op straat, half binnen, haar restaurantje heeft een adres. Zodoende kwam zij wel in aanmerking voor een bezoek van de proevers en een vermelding in de beroemde Michelingids.

VERDER LEZEN: The Handbook sprak met 17 vrouwelijke chefs over hun werk en hun kookkunsten. Dagblad The Independent schreef een reportage over de positie van vrouwen in de Engelse culinaire wereld. Met als lichtpuntje de rol van chef Gordon Ramsey, die vrouwelijk talent herkent en ondersteunt. Munchies deed hetzelfde, maar dan voor vrouwen in de Nederlandse keukens. Verder deze reportage over de keuken-cultuur, helaas eentje waarin vrouwelijk talent vaak niet kan gedijen – en het zijn niet alleen mannelijke chefs met macht die zich misdragen, het zijn ook de ”gewone” collega’s.

Terug naar het positieve: Marie Claire sprak met twee topkoks die ieder drie Michelinsterren op hun naam schreven: Elena Arzak en Clare Smyth. En vergeet onze eigen Nederlandse Margot Reuten niet, met twee Michelin sterren. Ze won de Woman of the Year prijs in 2017, een onderscheiding voor beste vrouwelijke chef. Volgens interviews is haar volgende doel het winnen van de derde ster. Nederland heeft meer talent: neem bijvoorbeeld Angelique Schmeinck, die onder andere werkte in sterrenrestaurant De Kromme Dissel in Heelsum. Of Estèe Strooker, de eerste winnares van Masterchef Nederland. Zij heeft inmiddels haar eigen restaurant en timmert daar aardig aan de weg.

#Me too: aanbevolen artikelen uit buitenlandse media

Nederlandse kranten en andere media schrijven op dit moment mooie artikelen over seksuele intimidatie en de #meetoo beweging. Met dit weblog vestig ik daarnaast ook graag je aandacht op mooie analyses, essays en verhalen uit buitenlandse media. Voornamelijk Engelstalig. Warm aanbevolen!

Onder andere auteur Jim C. Hines hoort de kreet heksenjacht te vaak, nu #metoo hoog op de agenda blijft staan. Hij heeft een prachtige uitleg waarom het gebruik van die term van de pot gerukt is:

We as a society have spent decades silencing victims of sexual harassment. What the hell did you expect it to look like when the dam finally began to crumble? […] by calling it a witch hunt, they’re undermining everyone who’s been speaking out about their harassment. They’re suggesting all of these victims are lying, caught up in hysteria and publicity. If you want to say you don’t believe a particular allegation, that’s one thing. If you say it’s all a witch hunt, then intentionally or not, you’re joining everyone else who’s silenced victims and helped to perpetuate this harassment and abuse for so many decades.

SF auteur John Scalzi voert een denkbeeldig gesprek met een geschrokken man, die zich, als hij bekomen is van de fictieve heksenjacht, afvraagt wat hij moet doen nu vrouwen en enkele mannen massaal naar buiten treden met hun traumatische verhalen over machtsmisbruik en seksuele intimidatie. Maar ik herinner het me niet! Ja maar de jaren zeventig/tachtig/negentig waren een hele andere tijd! Ja maar ze liegen! Scalzi dient de denkbeeldige verwarde man op deskundige wijze van repliek. Met als uitsmijter een verwijzing naar het werk van vrouwen: ”I want to note that some of the ground I’m covering here has also been covered by women (like here and here and here), so if it sounds familiar, that’s why. And if it’s all new to you, maybe you should read and listen to more women.”

Daarbij komt dat veel mannen donders goed doorhebben wat wel en niet kan op het werk. Daders hebben geen preventieve training nodig om seksuele intimidatie terug te dringen. Ze doen wat ze willen omdat ze van de samenleving al een training gehad hebben. Namelijk eentje die hen leerde dat ze wegkomen met wangedrag. Tot voor kort dan.

Behalve daders weten ook mannelijke getuigen precies wat wel en niet gepast gedrag is. Magazine The Cut interviewde mannen die getuige waren van andere mannen die wangedrag ten opzichte van vrouwelijke collega’s vertoonden. Allemaal zaten ze met de situatie in hun maag – het was hen duidelijk dat die andere man grenzen overschreed. Alleen hadden ze moeite op te treden: de man in kwestie had de macht binnen het bedrijf en de getuige had geen zin zijn eigen loopbaan te riskeren. Dus hij zweeg en keek de andere kant op. Of de getuige was bevriend met de dader en deinsde terug voor een moeilijk gesprek met hem. Weer een andere man vond dat hij alleen op hoefde te treden als er sprake was van direct fysiek geweld, en hij wilde geen misverstand krijgen met de vrouw in kwestie (haar redden om daarna zelf een relatie met haar aan te gaan, of zoiets. Ja ja.).

Dan heb je nog de mannen die in een bubbel van privileges leven en de signalen die er waren, destijds niet oppikten. Zo steekt journalist Dana Milbank de hand in eigen boezem. Pas veel later hoorde hij dat journalistes op een van zijn oude werkplekken last hadden van wangedrag van enkele mannelijke collega’s. Milibank daarentegen genoot bescherming:

we all knew that Wieseltier was a flirt and a bit of a playboy and that he had a strong if vague reputation for being lecherous. Like many, I figured he was a harmless scamp. But here’s what I did know: I knew that Wieseltier could be a bully. At editorial meetings, he would harshly cut down those he didn’t like. I was advised before I took the job that if I wanted to get ahead at the New Republic, I needed to be on his good side. He would protect those he held in favor and sink those he didn’t. I was one of those he protected. I think he liked me. I liked, and greatly admired, him.

Als maatje van de pestkop van dienst had Milibank nergens last van en degenen die wél problemen ervoeren, hielden hun mond. Zo kon Milibank jarenlang op de redactie rondlopen in de volle overtuiging dat de wereld een en al rozengeur en maneschijn was. Fijn als je zo kunt werken, maar vrouwen en de niet-uitverkoren mannen hebben die luxe niet.

Komt er nu echt een kantelpunt, zoals diverse opiniemakers hoopvol aankondigen? Dat valt te bezien. In een mooi essay steekt feministe Rebecca Traister de hand in eigen boezem. Net zoals in Nederland auteur Sarah Sluimer deed, signaleert ze dat vrouwen een automatische neiging hebben om mannen te verontschuldigen en te beschermen met een empathie die ze niet op kunnen brengen voor seksegenoten. Mannen komen op die manier weg met wangedrag.

Daarnaast staan vrouwen onder grote druk om hun mond te houden – agressie dreigt aan alle kanten als ze #metoo willen roepen. Sociologe in opleiding Fauzia Husain signaleert dat internet / sociale media een belangrijke rol spelen in het laten zwijgen van vrouwen die over seksuele intimidatie beginnen. En dat het gedrag van zulke internettrollen opmerkelijke overeenkomsten vertoont, of het nou in de V.S. gebeurt, of in Pakistan. In beide landen slaan trollen terug met termen zoals ‘feminazi’, en krijgen vrouwen dezelfde verwijten naar hun hoofd geslingerd: ze zouden overdrijven, liegen of uit zijn op aandacht.

Daarnaast signaleert Traister in haar eerder genoemde essay dat de dominante cultuur talent in (blanke) mannen blijft herkennen, wat vrouwen ook zeggen. Dat betekent dat daders opvallend vaak nieuwe kansen krijgen als het rumoer een beetje geluwd is. Zo blijven roofdieren floreren terwijl vrouwen massaal hun beroep vaarwel zeggen, dromen en ambities opgeven, en een veilig heenkomen zoeken.

Tenslotte blijft een vrouwenhatende structuur in stand. Weblog Women&Hollywood gaf bijvoorbeeld een podium aan Mary Celeste Kearney. Zij onderzocht het curriculum en het studieklimaat in Amerikaanse filmopleidingen en concludeert dat die instituten nieuwe generaties Weinsteins opleiden. De veelal mannelijke docenten en op mannen georiënteerde studiematerialen zorgen ervoor dat studentes aan alle kanten het signaal krijgen dat zij niet welkom zijn en dat hun visie niet geldt. Daarnaast vallen mannelijke studenten vrouwen lastig, zodat zo’n beetje alle studentes óf zelf ervaring hebben met seksuele intimidatie, of nauw bevriend zijn met iemand die wangedrag ervoer. Mannen die uit zulke opleidingen rollen, hebben zodoende te vaak het idee dat ze met vrouwen kunnen doen wat ze willen, zonder dat het (ernstige) gevolgen heeft.

Kortom vele aspecten spelen een rol bij het instandhouden van een cultuur waarin rotte appels de sfeer blijven verzieken en veel vrouwen het onderspit delven. 2018 zal vrees ik weer veel van hetzelfde opleveren – net zolang tot de machtsverhoudingen en de cultuur écht kantelen en vrouwen ruimte en eerlijke kansen krijgen.

TOEGIFT: een strijdlied

Mannen seksualiseren Wonder Woman

De film Justice Legue draait in de bioscopen en zowel fans als recensenten valt iets op: vergeleken met Wonder Woman, geregisseerd door Patty Jenkins, is de Wonder Woman van Justice Legue hopeloos geseksualiseerd. De male gaze uit zich onder andere in sexy leren bikinipakjes voor de Amazones, en een cameravoering die wellustig om Gal Gadot’s lijf heen cirkelt. Twee stappen vooruit, drie stappen terug, zo vat criticus Bart de Put het samen in Het Parool.

Wat betreft de kleding van de Amazones: regisseuse Patty Jenkins gaf haar collega Lindy Hemming een duidelijke leidraad toen ze Wonder Woman regisseerde. De vrouwen moesten kunnen bewegen, kunnen vechten, en enigszins beschermd blijven tijdens dat gevecht. Hemming deed onderzoek naar kleding uit oude beschavingen, waarvan bekend is dat vrouwen op het slagveld vochten. Ze keek naar moderne sportkleding en liet zich inspireren door superheldenkostuums uit andere series, zoals Batman. Het eindresultaat moest praktisch, krachtig en mooi zijn:

“Patty and all of us were trying to tread a line where you didn’t over-sexualize people, but you still were proud of their bodies and proud of how fit they were,” Hemming says.

Nee, dan Zack Snyder. Deze regisseur besloot het roer om te gooien en zijn vervanger Joss Whedon deed niets om bij te sturen. Snyder weigerde de door Hemming ontworpen kostuums over te nemen. Hij koos voor nieuwe outfits. In plaats van praktische gevechtskleding zadelde hij de Amazones van Justice Legue op met leren bikini’s, met totaal onbeschermde polsen en buiken.

Talloze mensen wendden zich tot internet en sociale media om hun woede te uiten over de seksualisering van de Amazones. Deze keuze van een mannelijke regisseur en een mannelijke kostuumontwerper maakt duidelijk dat we meer vrouwelijke regisseurs nodig hebben, kopte magazine Bustle bijvoorbeeld.

Het blijft echter niet bij de leren bikini’s van de Amazones. Het valt recensenten op dat Snyder en Whedon in hun cameravoering een sekspop van Wonder Woman maken:

Almost every time Gadot appears on screen in Justice League, she’s introduced butt or chest first, and often filmed at low angles from behind. The camera doesn’t love her; it leers at her, and it invites the audience to do the same. […] Snyder presents a version of Diana that is rooted in unrealistic standards. It is the embodiment of an archaic masculine perspective that sees the full form of a woman not as the summation of her experiences and thoughts, but as a suggestion.

Die behandeling van vrouwen, met een camera die geil inzoomt op borsten en billen, zou je kort samen kunnen vatten als ‘the male gaze’. De mannelijke blik. Een blik die vanuit een heteroseksueel mannelijk perspectief verlekkerd naar het sexy vrouwtje kijkt, maakt verder niet uit wat ze zelf denkt, doet of wil. Lees vooral Laura Mulvey’s  klassieke essay over de mannelijke blik voor alle details. Het is een manier van kijken die homoseksuele mannen en alle vrouwen buiten sluit en die de getoonde vrouw op het witte doek reduceert tot een seksobject en een gebruiksartikel.

Behalve de geile cameravoering doet Snyder nog iets anders met Wonder Woman. Hij reduceert haar tot een zorgende moeder:

Beyond the physical objectification, Snyder reduces Diana to a motherly figure. She becomes the indulgence of the outmoded desire for a woman to be both madonna and whore. A typical scene might begin with the camera leering at her rear and end with her proudly beaming at Cyborg for being such a good robot boy; a sequence that starts by lingering on her breastplate concludes with her tsk-tsking her super-pals for behaving like a bunch of children.

In dit seksistische scenario zijn jongens jongens die kunnen doen wat ze willen, en wordt Wonder Woman de poortwachter en degene die altijd de wijste moet zijn, want van de kinderachtige mannen in haar omgeving moeten we het niet hebben. Wat is er gebeurt met de strijdende godin die een min of meer volwaardige samenwerking aan ging met een piloot en diens vrienden? Wat is er gebeurt met Diana, die tegen Engelse kledingconventies aanschopte en dorpen van de ondergang redde?

Kortom, sla Justice Legue gerust over. Jenkins heeft een contract ondertekent om Wonder Woman 2 te regisseren, en als dat vervolg uit komt kunnen we weer met een gerust hart van Wonder Woman genieten.

Machtsongelijkheid en verongelijkte mannen

De ontwikkelingen rond seksuele intimidatie, #metoo en bekende mannen die ten val komen blijven maar komen. De lijst groeit met de dag – nu weer de Belgische tv maker Bart de Pauw en de Nederlandse casting-poortwachter Job Gosschalk. Na jaaaaaren over grijpgrage mannen geschreven te hebben kan ik alleen maar toejuichen dat dit onderwerp eindelijk breed onderwerp van gesprek is en langzaam aan pijnlijk wordt voor foute mannen. Ik voeg er graag wat achtergrond analyses aan toe. Na de analyse van groepsdynamiek, met dit soort foute mannen als ontbrekende traptrede, deze keer: machtsverschillen.

Macht lijkt voor sommige mensen moeilijk zichtbaar te zijn als het gaat om seksuele intimidatie, aanranding en/of verkrachting. Veel mensen, waaronder mannen met boter op hun hoofd, vormen verbale rookgordijnen om de blik te vertroebelen. Ze beweren dat het gaat om seks, om onschuldig flirten, ze verschuilen zich zoals Weinstein achter veranderingen in de cultuur: arme ik was een product van de jaren zeventig, toen kon alles. Eigenlijk zijn mannen de slachtoffers van dit verhaal. Ze mogen ook niks meer. Zelfs een hand op een schouder kan nu al leiden tot ontslag, huuuuuuuuu. Hoe overleven zulke verwarde mannen andere sociale situaties?

Zodra je echter kijkt naar de patronen, vallen foute mannen genadeloos door de mand en blijkt duidelijk dat het gaat om macht. En dan vooral: gebruik maken van machtsongelijkheid. Neem Job Gosschalk: hij koos als doelwit jonge, onervaren acteurs die aan het begin van hun loopbaan stonden en wisten dat hun succes afhankelijk was van de goedkeuring van zijn castingbureau. Hetzelfde geldt voor docenten van toneelscholen die ”relaties” aanknoopten met studenten. Dezelfde studenten die voor hun diploma van hun oordeel afhankelijk waren. Het gaat, kortom, om poortwachters. Mannen die zwaarwegende besluiten kunnen nemen, mannen die bepalen of je wel of geen werk hebt of krijgt. Mannen met macht.

Een ander machtsverschil zit ‘m in geld. Hij heeft geld. Zijn slachtoffers niet of nauwelijks. Gevestigde mannen met een stabiel, hoog inkomen kiezen als doelwit mensen die financieel geen stabiliteit hebben en voor hun inkomen afhankelijk zijn van zijn welwillendheid. Denk aan de baas die een vrouw met een tijdelijk contract bepotelt. De leidinggevende die een stagiair lastig valt. De poortwachters a la Weinstein die jonge, beginnende actrices in het nauw drijven. Jezelf verweren is lastig als verzet betekent dat je je toch al schamele inkomen kwijt kunt raken. Vrouwen die seksueel geïntimideerd worden op hun werk, blijven soms toch jaren in die giftige sfeer werken, omdat ze geen financiële alternatieven hebben:

“I didn’t walk out of that job because I don’t sit on a trust fund,” she told me after detailing her harassment with pointillist specificity. “I have no rich grandmother. I put out 300 résumés and waited.”

Macht kan ook immaterieel zijn en voortvloeien uit status en aanzien. Zowel over Harvey Weinstein, als de bekende komiek Louis CK, als over Bart de Pauw deden al jaren geruchten de ronde dat zij grensoverschrijdend gedrag vertoonden. In het geval van Weinstein en Louis CK waren hun daden zelfs voer voor stand up comedians, tijdens een Oscar uitreiking bijvoorbeeld. Maar de mannen konden jarenlang ongestoord doorgaan zonder dat er iets gebeurde, omdat ze golden als de succesvolle mannen met status, met privileges, de goudhaantjes, de grootverdieners. Veel mensen houden zulke mannen de hand boven het hoofd. Hij is zó goed, de anderen moeten zich maar aanpassen.

Tegenover al die vormen van macht verliest de eenling het. Maar de dynamiek verandert als mensen zich verenigen en als groep  optreden. Bij Weinstein gaat het inmiddels om 79 vrouwen. Bij Louis C.K. betreft het tenminste vijf vrouwen. Bij Bart de Pauw betreft het diverse getuigenissen, waarbij de namen bekend zijn bij zijn voormalige omroep. Bij Gosschalk gaat het om minstens drie acteurs, maar getuigenissen van anderen beginnen ook overal op te duiken. Vrouwen geven hun ervaringen ook massaal door via #metoo, een uitvinding van  Tarana Burke. Zij wilde slachtoffers een stem geven en hun isolement verminderen.

Die massale aantijgingen kun je niet meer afdoen met ‘ze liegen’. Een persoon kan uit zijn op persoonlijk of financieel gewin, maar 79? ‘k Dacht het niet. De roep om van seksuele intimidatie een mannen probleem te maken, iets waar mannen iets mee moeten, wordt steeds luider. Dat is niet fijn voor ze. Ze moeten aan het werk. Zichzelf bijsturen. Hun aso impulsen in toom houden. Dat leidt tot gemok en gepruil, maar ze moeten iets doen. Want daders krijgen steeds vaker hun ontslag, leggen zelf hun werk neer, lopen onderscheidingen mis. Ze ondervinden eindelijk negatieve gevolgen van hun daden.

Ik besluit dit stuk graag met een oproep om het werk van feministe Andrea Dworkin te lezen of nog eens te herlezen. Als het gaat om mannen, macht en seksuele intimidatie en geweld tegen vrouwen, heeft zij zeer heldere analyses gegeven die je een op een kunt terugzien in de tientallen schandalen die nu eindelijk openbaar worden. Aanbevolen om je verder in dit thema te verdiepen!

De Gereedschapskist: de ontbrekende traptrede

Wel eens gehoord van de sociologische term “de ontbrekende traptrede”? Dit beschrijft een groepsdynamiek waarbij iedereen weet welke persoon niet deugt, maar iedereen laat hem/haar ongemoeid. Het is aan de potentiële slachtoffers om te vermijden dat ze het slachtoffer worden van de rotte appel in de groep. Als ze toch ten val komen is het ‘ja duh, je wist toch dat hij zo is, kijk dan toch beter uit, wat deed je dan ook daar, op dat tijdstip, in die kleding” enz.  Deze symbolische ontbrekende-traptrede situatie zie je ook terug in de verhalen die nu naar buiten komen over mannen die jarenlang ongestraft vrouwen lastig vielen.

Bij de groepsdynamiek met de ontbrekende traptrede horen omgevingen die rotte appels de hand boven het hoofd houden, en mensen die hun uiterste best doen om te overleven. Omdat niemand de rotte appel direct aanspreekt, laat staan maatregelen neemt, kunnen mensen zoals Harry Weinstein doorgaan.

Vanwege het ontbreken van formele kanalen om het probleem aan te pakken, nemen potentiële slachtoffers hun toevlucht tot allerlei informele manieren om pijnlijke valpartijen te vermijden. Bijvoorbeeld de  zogenaamde ”fluister netwerken”, kringen van vrouwen die elkaar waarschuwen voor nare mannen. Medewerksters in de Londense politiek gebruiken een WhatsApp groep om elkaar te waarschuwen voor bepaalde grijpgrage mannen. Medewerkers in bepaalde Engelstalige media stelden een worddocument samen, met de titel Shitty Media Men. Studentes van Amerikaanse universiteiten benutten hun contacten om mede studentes te waarschuwen voor mentoren en professoren die hen aanranden tijdens veldwerk.

Zulke fluister-netwerken helpen vrouwen echter maar gedeeltelijk. De daders gaan gewoon door en maken nieuwe slachtoffers, want niemand stopt hen. Bovendien komt de informatie niet bij alle vrouwen terecht. Jonge vrouwen die net beginnen en nog niet beschikken over een goed netwerk, missen de informatie nodig om de ellendeling te ontwijken, en kunnen alsnog het slachtoffer worden.

Zelfs als de namen van seksuele roofdieren wél bekend worden, en vrouwen de openbaarheid opzoeken, blijft het voor een groep lastig om echte veranderingen door te voeren. SF-auteur Jim C. Hines publiceerde bijvoorbeeld op zijn blog een kritisch stuk over een conventie, Odyssey Con. De organisatoren besloten een bekende vrouwenhater op te nemen in hun bestuur. Een van de mensen die deze man lastig viel, was een vrouw die de organisatoren graag als eregast in hun show wilden hebben. Zij trok zich terug omdat ze zich niet veilig voelt met deze man in de buurt. ”Maar hij is zo vriendelijk! Ik zag hem nooit iemand lastig vallen! Hij is al jaren verbonden aan deze conventie!” Dat en meer waren de smoezen om deze man de hand boven het hoof te houden, ook na de onthullingen van de vrouw.

Om dieper in te gaan op mannen die andere mannen blijven beschermen, ongeacht alle bewijzen dat het grensoverschrijdende seksisten zijn, bood Hines na zijn stuk een platform aan Brianna Wu. Zij schreef een kritische overdenking over de vele mannen die vrouwen lastig vallen en de sfeer verpesten met seksistisch, handtastelijk gedrag, in de SF wereld maar ook in de ICT-sector, en daarna vrolijk een tweede, derde en vierde kans krijgen. Maakt niet uit wat de vrouwen daar van vinden. Sterker nog, die vrouwen moeten niet zeuren want mannen verdienen een nieuwe kans. Nou nee, zegt Wu: ,,You can either have a community where the Jim Frenkels are thrown out, or you can just admit all the talk about gender equality is window dressing.”

Voor die keuze staan we nu. Laten we daders vrolijk doorgaan terwijl we de slachtoffers uitmaken voor hysterische zeurpieten die beter hadden moeten weten? Of beginnen bedrijven, organisaties en politieke instanties de groepsdynamiek daadwerkelijk bij te sturen, met maatregelen, boetes en andere acties voor de daders?. Ik opteer voor deze tweede optie. Met daarbij een serieuze discussie over machtsverhoudingen, hoe mannen denken over mannelijkheid, en wat mannen doen om hun seksegenoten een halt toe te roepen. Het is de hoogste tijd.

 

Wangedrag mannen kost vrouwen hun geld en hun vrijheid

De media staan bol van de analyses rondom het wangedrag van invloedrijke poortwachters zoals Hollywoodbaas Harvey Weinstein – niks aan toe te voegen, ga zo door. Deze discussie is van groot belang, want het wangedrag van dit soort mannen kost vrouwen hun geld en hun vrijheid. Zo zetten vrouwen minder stappen buitenshuis dan mannen, omdat ze niet zeker zijn van hun veiligheid in het openbaar. En kost seksuele intimidatie op het werk vrouwen duizenden euro’s in ongewilde breuken in hun loopbaan. Daarom wordt het hoog tijd voor mannen om zich in het gesprek te mengen. Om zich fatsoenlijk te leren gedragen – doe bijvoorbeeld bij twijfel de Rock Test – en/of seksegenoten aan te spreken als die zich niet fatsoenlijk gedragen.

Om te beginnen met dit meest recente onderzoek: de Amerikaanse universiteit van Stanford onderzocht het wandelgedrag buitenshuis van mannen en vrouwen. Ze analyseerden daarvoor de data op de smartphones van 717.527 mensen in meer dan honderd landen, van Zweden tot Qatar. Het betrof in totaal 68 miljoen dagen activiteit. Uit het onderzoek bleek dat hoe meer macht mannen in een samenleving hebben, hoe vervelender ze het voor vrouwen maken om buiten rond te lopen. In Qatar liep het verschil tussen de seksen bijvoorbeeld op tot 38%.

Vrouwen wandelen niet minder buiten omdat ze lui zijn, maar omdat ze vrezen voor hun veiligheid. Buiten rondlopen verandert in spitsroeden lopen. Ook in zogenaamd beschaafde landen zoals Nederland en België:

Zaterdag 14 oktober, middernacht. Twee jonge gasten rijden me voorbij op het voetpad. “High five? Nee? Neuken dan?” Ik steek mijn middelvinger op, maar ze fietsen zo snel voorbij dat ze de “fuck off” niet meer horen. Nog geen vijfhonderd meter verder loopt een viertal mannen. “He meisje, ben je verloren? Kom bij me, ik maak het leuk tussen ons.” Als ik vraag of er iets aan hen scheelt, hoor ik geschater. Nog twee mannen roepen me die avond ongepaste dingen toe. Ik word kwaad, maar voel mij machteloos. In een kwartier tijd slagen acht mannen erin om me denigrerende voorstellen, vulgaire verwijten en voze boodschappen na te roepen. Ik loop met gebalde vuisten naar huis.

Omdat vrouwen niet zeker zijn van hun veiligheid, vermijden ze de openbare ruimte vaker en maken ze vaker kosten om ergens te komen met het openbaar vervoer.

Mannen brengen vrouwen ook schade toe in hun loopbaan, door vrouwen te dwingen van baan te veranderen wegens seksuele intimidatie. Vrouwen wéten dat het rapporteren van wangedrag van mannen niet loont. Driekwart van de vrouwen die probeerden stelling te nemen, kregen te maken met wraakacties van collega’s en leidinggevenden. Niet de man was het probleem, maar zij, de hysterische, overgevoelige bitch waar je niet mee samen kunt werken.

Veel vrouwen zwijgen daarom en zoeken hun heil elders. Ze veranderen 6,5 keer zo vaak van baan dan vrouwen die geen seksuele intimidatie ondervinden. Dat betekent vaak dat ze financieel de klos zijn. Ze geven een bepaalde loopbaan op, zitten een periode zonder betaalde baan, moeten ergens anders weer van onderaf beginnen. Dan hebben we het nog maar niet over de stress, de verloren dromen en ambities, de moeite die het kost om te solliciteren en je te bewijzen, en nog een keer te bewijzen, en nog een keer te bewijzen.

Het goede aan de hele kwestie Weinstein en soortgelijk gedoe is, dat steeds meer mensen gaan kijken naar de veroorzaker van de problemen. Nee, niet alle mannen behandelen vrouwen als een te consumeren wegwerp-product. Maar het zijn er wel zoveel dat alle vrouwen meerdere nare ervaringen hebben. Vrouwen doen al zeer veel om het wangedrag van deze minderheid bespreekbaar te maken. Feministen hebben vanaf het allereerste begin geweld en intimidatie van mannen geproblematiseerd. Sociale media leveren een nieuw kanaal op, met hashtag acties zoals #zeghet en #metoo.

De eis dat mannen hun bijdrage gaan leveren, wordt steeds luider met ieder nieuw schandaal. Iedere zwijgende man zorgt er namelijk voor dat andere mannen hun gang kunnen blijven gaan. Zoals regisseur Quentin Tarantino, die in het openbaar opbiechtte dat hij wíst van het wangedrag van Weinstein, maar dat hij zweeg en jarenlang de andere kant op keek. Daar heeft hij nu spijt van. Hij begint in te zien dat hij een onderdeel is van het probleem – hij hield roofdieren een hand boven het hoofd, waarschijnlijk op basis van de mythe van de Aardige Man en/of een of andere ons kent ons mannelijke groepscultuur

Het gaat erom dat mannen hun groepscultuur doorbreken, vrouwen als mens zien en haar met menselijk fatsoen behandelen. Er is moed voor nodig om seksegenoten aan te spreken op vervelend gedrag, maar dat is wél precies wat er moet gebeuren:

Things didn’t get this bad overnight. They’ve been bad for a long, long time, and we as men haven’t done anywhere near enough to police our own gender and make this kind of behavior wholly unacceptable. I know many men reading this will recoil to a defensive posture. I know the excuses that will pop into their heads. Knock it off. Every one of us needs to take a deep look at how we treat and have treated women, and how we react to the ways other men treat women. […] …we need to do everything we can to make it stop. Now.

Handige woorden voor vergadersituaties – hemhalen

Als vrouw zichtbaar en hoorbaar zijn in vergaderingen is hard werken. Woorden helpen om in beeld te krijgen wat er zoal gebeurt als mannen en vrouwen overleg voeren. Zoals een nieuwe term: he-peaten. Jij zegt iets, iedereen negeert je idee. Een man herhaalt jouw idee – in het engels: to repeat – en nu vindt iedereen het opeens geniaal, briljant, doen! Jij, vrouw, werd ge he-peat…. Voor de Nederlandse versie zou ik zeggen: hemhalen. Hij herhaalt jouw idee en opeens horen mensen wél wat er wordt gezegd. Je werd ge hemhaald.

Mannen geloven het vaak niet als vrouwen proberen te vertellen wat ze zoal meemaken in vergaderingen. Maar iedere vrouw die ik ken heeft de ervaring dat mannen je uitvoerig uitleg geven over een onderwerp waar je nota bene zelf deskundig in bent – het zogenaamde  ‘mansplainen‘. Ook maakt iedere vrouw die ik ken mee dat mannen je op een hele vervelende manier onderbreken en zelf weer het hoogste woord voeren. Daar hebben vrouwen een andere term voor bedacht: manterrupting. Van interrupting, onderbreken.

Het maakt niet uit wie je bent, en welke achtergrond je hebt. Zelfs de meest ambitieuze vrouwen met de hoogste opleidingen moeten hard werken om volwaardig deel te kunnen nemen aan vergaderingen. Zo ontwikkelden vrouwen in de staf van de Amerikaanse ex-president Obama de techniek van amplificatie. Om gehoord te worden ontwikkelden ze een strategie waarbij ze elkaar het woord teruggaven (goed punt Henk, maar wat zei Janet ook al weer?), elkaars ideeën herhaalden totdat ze hun punt hadden gemaakt, en in het algemeen elkaar steunden door passende, welgemeende complimenten te geven.

Ondertussen valt er genoeg te lachen rond ellende met mannelijke vergadertijgers en seksisten algemeen. Zoals deze, over de goed gedocumenteerde situatie waarbij man en vrouw hetzelfde zeggen, maar mensen vinden de man assertief, een goede leider,  en de vrouw een enge bitch:

Bonus:

Vrouwen worden zichtbaar als je goed kijkt

Women Inc lanceerde onlangs de campagne ‘Beperkt Zicht’. Kern van het verhaal: als je uitgaat van stereotiepe beelden over mannen en vrouwen, sla je vaak de plank mis. Je ziet niet wat er is. Voorbeelden te over. Zo classificeerden archeologen een Vikinggraf bij de Zweedse plaats Birka als de laatste rustplaats van een mannelijke krijger, gezien de zwaarden, paarden en andere ”mannelijke” grafgiften. Onderzoek wijst nu echter uit dat die stoere Vikingman een stoere Vikingvrouw is.

Het graf bij Birka was al bekend sinds 1880. De mensen die destijds betrokken waren bij de vondst, concludeerden dat de aanwezigheid van een zwaard duidde op een man. Niet zomaar een man, maar een groot militair leider. Het graf bevatte namelijk ook andere rijke giften, en de skeletten van twee paarden.

De botten van het lichaam verdwenen in een archief en niemand keek er meer naar. Totdat moderne wetenschappers de ontdekking opnieuw onderzochten en iets vreemds opmerkten aan de botten. Ze waren iets te verfijnd en te dun om toe te behoren aan een man. Na verder onderzoek bleek de belangrijke militaire leider inderdaad het vrouwelijke geslacht te hebben.

Deze her-identificatie past in een breder patroon. Er lopen al langer onderzoeken naar de resten van lichamen in Vikinggraven. In 2014 werd bijvoorbeeld bekend dat het bij graven, waarvan wetenschappers eerst zeiden ‘allemaal mannen’, in de helft van de gevallen ging om een vrouw. Ook in deze gevallen zorgden grafgiften voor verkeerde identificaties. Zwaard = man, luidde de regel. Alleen begroeven de Vikingen vrouwen ook met hun zwaarden.

Zelfs als echter duidelijk is of het graf een vrouw of een man bevat, kan het mis gaan. Zo vonden archeologen twee graven met een identieke opzet. De ene, in Gokstad (Noorwegen) bestond uit een schip met daarin allerlei grafgiften en het lichaam van een man. Dat moest een Vikingleider van ongekende statuur zijn, nam men aan. Twintig jaar later vonden mensen in Osburg een ander scheepsgraf, met daarin de lichamen van twee vrouwen. Nu spraken wetenschappers echter niet van een groot leider. Nee, het zou gaan om een koningin die haar status dankte aan haar huwelijk, en die waarschijnlijk met een slavin begraven was.

Oeps, wetenschap, your bias is showing….

Mooi dat wetenschappers vaker terug naar de tekentafel gaan. Botten opnieuw onderzoeken, feiten achterhalen, en minder snel een aanname doen. Want die schoten uit de heup raken meestal kant noch wal.

Person of Interest neemt seksueel geweld tegen vrouwen serieus

Televisieserie Person of Interest (POI), bedacht door Jonathan Nolan en geproduceerd door SF grootheid J.J. Abrams,  sloot een tijdje geleden af op Net 5. Nu de finale van het laatste seizoen erop zit, wordt het tijd voor een terugblik – bezien door een genderlens, natuurlijk. Wat dan onder andere opvalt is dat de serie seksueel geweld tegen vrouwen bijzonder serieus neemt. In een cultuur waarin we dit meestal doodzwijgenweghonen of het slachtoffer de schuld geven, vind ik dat zeer verfrissend.

Marta Fernández-Morales van de University of the Balearic Islands, en María Isabel Menéndez-Menéndez, van de universiteit van Burgos (Spanje), onderzochten de manier waarop POI geweld tegen vrouwen terug liet komen in het eerste seizoen. Wat hen opviel is dat de makers geweld tegen vrouwen dezelfde relevantie toekennen als ”officiële” terroristische daden.

Om hun stelling te verhelderen kort iets over de opzet van de serie. POI speelt zich af na de aanslag op de Twin Towers van New York. De overheid van de V.S. is erop gebrand om herhaling te voorkomen en geeft opdracht om een systeem te ontwikkelen dat aanslagen kan voorspellen. Harold Finch, gespeeld door acteur Michael Emerson, krijgt dat voor elkaar. Hij ontwikkelt The Machine, een kunstmatige intelligentie (A.I.). Dankzij The Machine krijgt de overheid een ‘relevant’ sofinummer van een potentiële terrorist, en kan mensen oppakken nog voordat ze daadwerkelijk bommen laten ontploffen.

De machine ziet echter álle misdaden waarbij sprake is van voorbedachte rade. Finch ontvangt zodoende ook zogenaamde ‘irrelevante’ nummers, van mensen die slachtoffer of dader worden van gewone misdrijven.  In eerste instantie wil Finch daar niks mee. Hij stopt zelfs een goede vriend die wél met de irrelevante nummers aan de slag wil. Uiteindelijk drukken de slachtoffers te zwaar op zijn gemoed. Hij besluit op eigen houtje een operatie op te zetten om deze gewone burgers te helpen. Voor het zwaardere werk contracteert hij John Reese (acteur Jim Caviezel), een aan lager wal geraakte ex-CIA-er.

Al snel blijkt dat beide mannen iets hebben met geweld tegen vrouwen. Finch werd bijvoorbeeld achtervolgd door irrelevante nummers die bij herhaling terugkwamen en dan stopten. Opeens viel het kwartje bij hem: deze nummers behoorden bijna altijd toe aan een vrouw. Die vrouwen leefden samen met de dader, de man die hen uiteindelijk zou vermoorden. Het waren slachtoffers van huiselijk geweld. Op zijn beurt blijkt Reese achtervolgd te worden door herinneringen aan zijn ex. Hij verliet haar voor zijn werk, waarna zij met een andere man trouwde. Deze man mishandelde haar en beroofde haar uiteindelijk van het leven. Sindsdien functioneren mannen die vrouwen belagen als zijn Berserk Button .

Beide mannen nemen huiselijk geweld en breder, seksueel geweld tegen vrouwen, zeer serieus. Ze beschouwen het stoppen van mannen die agressief zijn jegens vrouwen als een topprioriteit, even relevant als politieke terreur. Fernández-Morales en Menéndez-Menéndez hierover:

Within a show that portrays the post-9/11 mood of inevitability, seemingly defending the idea that the common good should always comes first and that political terrorism against the U.S. must be the number one priority, the hyper-masculine maverick John Reese thinks otherwise. In a world where gender violence is dismissed as “irrelevant” by the government and its intelligence agencies, he becomes a vigilante that exposes their priorities as unfair for the regular citizen and vindicates abuse against women as yet another form of terror. […] we argue that Nolan transplants ideas related to the War on Terror onto everyday threats including gender terrorism.

Vaak zijn het Finch en Reese die een dame in nood redden uit handen van een agressieve man. Zo pakt Reese een US Marshal aan die zijn beroep misbruikt om zijn ex op te sporen, nadat ze wegens huiselijk geweld probeerde te vluchten. In een andere aflevering draait alles om een stalker. Stalking is een moeilijk te bewijzen misdrijf, waarbij de politie niet of pas veel te laat in actie komt. De aflevering maakt voelbaar hoe stalkers het leven van een vrouw tot een hel maken. Daarna maakt POI op zijn beurt korte metten met de dader: Reese gooit de stalker een raam uit, BAM! Afgelopen met die terreur.

Regelmatig toont de serie echter ook vrouwen die het heft in eigen handen nemen. Een aflevering draait bijvoorbeeld om een arts, dokter Tillman. Ze is op zoek naar de verkrachter van haar zusje. Tevens de indirecte moordenaar, want na de verkrachting belandde haar zusje in een uitzichtloze depressie en pleegde zelfmoord. Als ze de man vindt, bedenkt ze een minutieus plan om hem te vermoorden. Reese grijpt in op het moment dat ze de dader al heeft ontvoerd en op weg is naar een geïsoleerde plek, om de moord te plegen en het lijk te laten verdwijnen.

Een ander voorbeeld is het personage Root. Deze hacker moest als meisje toezien hoe een jeugdvriendinnetje ’s avonds in de auto stapte van een dorpsgenoot. Deze man misbruikte het meisje en liet daarna haar lichaam verdwijnen. Root slaagt er later in een drugskartel op te zetten tegen de dader, zodat de mafiosi hem doodschieten.

Tot slot detective Carter (actrice Taraji P. Henson). Ze begon als vijand van hoofdpersonen Finch en Reese, maar kiest uiteindelijk hun kant en ontwikkelt zich tot een mede-hoofdpersoon. In seizoen drie blijkt dat zij ook zo haar ervaringen heeft met mannen die vrouwen belagen. Haar ex is een militair met een posttraumatische stressstoornis en losse handjes. Dat verklaart waarom ze in aflevering negen van seizoen 1 zo fel wordt als het gaat om huiselijk geweld. Ze praat in op een slachtoffer om aangifte te doen, confronteert de agressieve echtgenoot in een kroeg, en geeft de vrouw haar directe nummer om te bellen als ze in gevaar komt. Als de vrouw inderdaad belt, laat Carter letterlijk alles uit haar handen vallen om haar te redden.

Kortom, zoals de beide onderzoeksters constateren: ook al zijn het vaak de mannen (met name Reese) die de vrouwen redden, de vrouwen weten zelf wel degelijk ook van wanten:

we approach agency in the show, which fluctuates between the convention of presenting the male action (super)hero – Reese – as the savior of the damsel in distress, and portraying women as agents who can protect themselves and their peers. Although the former is more frequent, we conclude, the weight given to gender violence as a narrative and characterization device makes Person of Interest different from other post-9/11 shows; the clearest one so far in the vindication of this problem that affects millions of women as “relevant” within a media discourse dominated by the allegedly more important, macro-level fears of our time.

Toegift: Fernández-Morales en Menéndez-Menéndez benoemen dit niet in hun studie, maar uit onderzoek blijkt dat veel daders van politieke terreur begonnen met terreur tegen vrouwen, voordat ze door-evolueerden naar het plegen van aanslagen in de publieke ruimte. Nog een reden om geweld tegen vrouwen niet af te doen als een irrelevante privé aangelegenheid, maar dit geweld de status te geven van een zaak van nationale veiligheid.

Jemisin wint tweede Hugo met apocalyptische trilogie

SF auteur N.K. Jemisin begint een fenomeen te worden. Het lukte haar om twee jaar achtereen een Hugo Award te winnen voor haar romans. De vorige keer dat iemand dat voor elkaar kreeg, was 25 jaar geleden. Dat betrof Lois McMaster Bujold. Jemisin won de onderscheidingen voor beste SF roman voor The Fifth Season en het vervolg, The Obelisk Gate. (Het slot van de trilogie, The Stone Sky, kwam net uit.) Nederlandse uitgeverijen, noteren jullie deze prijzen? Zet de vertalers maar aan het werk!

Schrijfsters deden het dit jaar geweldig bij de Hugo Awards, dé onderscheidingen voor publicaties op het gebied van Science Fiction. Vrouwen wonnen in bijna alle categorieën, van korte verhalen en grafische romans tot aan de beste redacteur – Liz Gorinsky – en de beste secundaire literatuur – Ursula Le Guin met essays over haar schrijverschap en de diepere lagen in haar romans. Maar Jemisin spande de kroon met haar tweede Hugo in twee jaar.

Ze maakt op lezers en jury’s grote indruk met haar meest recente trilogie. Die speelt zich af op een planeet waar vulkaanuitbarstingen, aardbevingen en andere natuurkrachten voor grote problemen zorgen. Om de zoveel tijd ontploft de boel en krijgen winter, lente, zomer en herfst er een Vijfde Seizoen bij. Eentje met aswolken die jarenlange winters veroorzaken, zure regens die landbouw onmogelijk maken, tsunami’s, enzovoorts.

Alleen mensen met een bepaalde aanleg kunnen dit soort geologische krachten beheersen en bijvoorbeeld voorkomen dat een vulkaan uitbarst. Geweldig, zou je zeggen, want dat redt levens. Maar mensen zijn doodsbang voor deze zogenaamde Orogenes. Iedereen die dit talent heeft geldt als een niet-mens, een gevaarlijk monster, en loopt het risico om gelyncht te worden.

In die setting volgt Jemisin de levens van een Orogene vrouw, haar partners en kinderen. Ze moeten zien te overleven op het moment dat een nieuw Vijfde Seizoen uitbreekt – door toedoen van een mannelijke Orogene, die om zijn moverende redenen besluit een continentale plaat in tweeën te breken.

Meer vertellen zou zonde zijn. Ik wil geen plotwendingen verraden of verrassingen verpesten. Laat ik het hier op houden. Ik schreef al eerder een lovend stuk over haar werk en blijf bij mijn advies: lees haar romans. Ze zijn geweldig. En hopelijk binnenkort ook eindelijk beschikbaar in een Nederlandse vertaling. Tot die tijd moet je het doen met het originele Engels, of de Spaanse vertaling. Of wachten op de televisieserie op basis van The Fifth Season.

Emma Watson en Margaret Atwood praten over boeken, macht en feminisme

Geweldig! Actrice Emma Watson en schrijfster Margaret Atwood spreken elkaar voor vakblad Entertainment Weekly. De twee heldinnen wisselen onder andere van gedachten over ‘het’ feminisme en Atwood’s boek Het Verhaal van de Dienstmaagd. Watson koos die roman uit om in mei en juni gezamenlijk te lezen bij haar feministische boekclub, Our Shared Shelf. Het hele interview is de moeite waard, dus gebruik de link en ga je gang.

Mooie quotes:

Watson: Misogyny has no gender.

Atwood: If voting rights were determined on all men behaving well, they wouldn’t have any. Rights as citizens are quite apart from individual behavior.

Atwood: I usually say, “Tell me what you mean by that word [feminism] and then we can talk.” If people can’t tell me what they mean, then they don’t really have an idea in their heads of what they’re talking about. So do we mean equal legal rights? Do we mean women are better than men? Do we mean all men should be pushed off a cliff? What do we mean? Because that word has meant all of those different things.

Ondertussen blijft de roman mensen bezig houden. Het Verhaal van de Dienstmaagd speelt zich af in een gedeelte van de V.S. waar fundamentalistische Christelijke mannen de macht grepen en vrouwen reduceerden tot brave echtgenotes, onderdanige werkbijen of gedwongen draagmoeders van hun kinderen. Vrouwen verloren de macht over hun lichaam.

Met de opkomst van Trump, inclusief de vrouwenhaat van zijn regeringsploeg en zijn pogingen de reproductieve rechten van vrouwen te ondermijnen, krijgt dat verhaal een nieuwe urgentie. Het personage van de dienstmaagd, die kinderen van haar verkrachter moet baren zodat hij een gezinnetje kan vormen met zijn ‘echte’ echtgenote, leidt bijvoorbeeld tot een nieuwe vorm van politieke protesten. Vrouwen verkleden zich als dienstmaagden en zitten zwijgend in zalen waar mannen het nieuwe abortusbeleid van de V.S. bespreken. Beveiligers kunnen hen niet de zaal uit smijten, want ze doen niks, maar iedereen begrijpt de boodschap – deze politici reduceren vrouwen tot fokvee. Schande! Trump kwam als dienstmaagd verklede vrouwen ook tegen toen hij een staatsbezoek bracht aan Polen, nog zo’n land waar vrouwenrechten onder zware druk staan.

Mannen trappen elkaar niet tegen de ballen om mythe van sterke man intact te houden

Waarom zie je maar zo zelden dat mannen elkaar tegen de ballen trappen? Sociologe Lisa Wade lanceerde in een essay de hypothese dat mannen dit vermijden, om samen de mythe van de sterke, stoere man intact te laten. Wat er daarna gebeurde was fascinerend. In het openbaar ontkenden mannen deze theorie in alle toonaarden. Ze trappen elkaar niet in de ballen omdat dat een moeilijke manoeuvre is. Privé stuurden ze echter berichten naar Wade om te bevestigen dat ze helemaal gelijk heeft.

Wade vond die kloof tussen openbaar en privé fascinerend. Ze schrijft:

I expected a reaction, but I was genuinely surprised at what transpired. In public — in the comments — men debated strategy, arguing that men don’t kick each other in the balls because it’s actually a difficult blow to land or would escalate the fight. But in private — in my email inbox — men sent me hushed messages of you-are-so-right-though. This is interesting because people rarely bother to go to the trouble of googling me, finding my email address, and writing me a note. […] Moreover, the emails have never stopped coming.

Belangrijk om te weten: Wade’s wetenschappelijke website heeft een commentaar functie, dus mensen hoeven haar geen mails te sturen. Ze kunnen gewoon onder aan een artikel hun mening ventileren. Maar dat deden mannen niet. Ze zochten gericht naar haar mail-adres om aan haar persoonlijk toe te geven dat ze de spijker op z’n kop sloeg. Mannen houden elkaar een hand boven het hoofd en ontzien elkaars ballen.

Uit die berichten van mannen blijkt dat jongens tijdens hun opvoeding massaal de boodschap meekrijgen dat ze beter zijn dan meisjes. Sterker, stoerder, weerbaarder. De wereld ligt voor hen open. In die kijk op de werkelijkheid heb je als jongen en als man een groot probleem als die stoere kracht met één gerichte trap tegen hun ballen uit elkaar kan spatten. Die zwakke plek bedreigt niet alleen het beeld van sterke man, maar kan ook de angst opwekken dat mensen je gaan zien als een fraudeur. Je bent geen Echte Man. Je faalt. De horror!!!

Wade concludeert:

This is telling us something profound about what it feels like to be a man in America today. Told to live up to an impossible standard of invulnerability; they inevitably feel like failures. Told specifically to be more invulnerable than (and not vulnerable to) women, by biological accident, they’re not. What a cruel twist of the testicles. It hurts. And I wonder how much of what men do in their lives is a response to this psychic injury. How many of Donald Trump’s shenanigans, for example, have to do with the fact that he knows, and he knows that everyone knows, that someone could just drop him with a kick to the balls at any time?

Nederland neemt vrouwenvoetbal eindelijk serieuzer

Normaal gesproken schrijf ik op dit weblog zelden over nieuws waar Nederlanders sowieso al makkelijk toegang toe hebben. Maar de ontwikkelingen rond het vrouwenvoetbal zijn gewoon té leuk. De leeuwinnen haalden de finale van het EK. Het zal me worst wezen of ze morgen winnen of niet …. ehm.. of toch, om eerlijk te zijn…. ZE MOETEN WINNEN!!! Maar toch, dat ze in de finale staan is geweldig. Zelfs verzuurde mannelijke poortwachters stelden hun mening bij en praten tegenwoordig lovend over het vrouwenvoetbal. Nederland lijkt de sport eindelijk serieuzer te nemen. Geweldig!

Laten we om te beginnen hier naar kijken:

Superleuk, wat een enthousiasme van zoveel mensen! Dat ze zo enthousiast zijn is niet voor niets. Het oranje elftal trakteerde toeschouwers op prachtige staaltjes voetbal en hard bevochten overwinningen:

Met deze serie successen verandert ook het discourse over vrouwenvoetbal langzaam maar zeker. Mannelijke poortwachters zoals Johan Derksen sabelden de sport jarenlang neer. Maar Derksen veranderde radicaal van mening. Na het zien van een geweldig potje vrouwenvoetbal in de V.S. begon hij het vrouwenvoetbal in Europa te volgen en ging hij alsnog om. Hij is niet de enige. Ook fossielen zoals Leo Beenhakker gaven toe dat ze in eerste instantie de sport niet volgden (en dus, voeg ik er expliciet aan toe, niet gehinderd door kennis vooral vooroordelen spuiden) maar dat inmiddels wel doen. En verroest, dan blijkt dat de dames een plezier zijn om naar te kijken. Wie had dat ooit gedacht?????

Het succes van de leeuwinnen zorgt voor meer mijlpalen. Eindelijk vrouwelijke sporters op de cover van Voetbal International. Een primeur, want ”’Er waren al eens eerder vrouwen te zien op de voorpagina, maar die waren meestal schaars gekleed of getrouwd met David Beckham”.  Vrouwenvoetbal vormt het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Met bijbehorende publicaties. Voor het eerst ligt er een boek over de sport in de winkels, Vrouwenvoetbal in Nederland. De huidige EK wedstrijden trekken bovendien record aantallen kijkers. Nog nooit verkochten stadions zoveel kaartjes, en daar moet je dan nog de ruim drie miljoen kijkers voor de buis bij optellen.

Niet zo vreemd dat mensen aarzelend beginnen te speculeren over een doorbraak. Zal dit EK succes dan eindelijk de verlossing bieden en van vrouwenvoetbal een geaccepteerde, gerespecteerde sport maken? Kenners zoals Mayke Wijnen van Voetbal International hopen er het beste van, maar kunnen niet om de harde werkelijkheid heen:

Als de Oranje mannen zich met afgrijselijk voetbal alsnog voor het WK in Rusland weten te plaatsen, sta ik vooraan te springen. Maar zo ver zijn de vrouwen nog niet. In een blijvende acceptatie ligt voor onze Oranje Leeuwinnen een loodzware opdracht: flitsend spelen én winnen. Want zelfs een halve finale-plek in 2009 heeft alsnog geen écht fundament gelegd voor het vrouwenvoetbal […] Ga er maar aanstaan.

De Belgische Hugo Camps is optimistischer en verwacht dat de wal het schip uiteindelijk zal keren:

De reacties op het coververhaal van VI waren vernietigend. Hoe bestaat het dat een mannenblad vrouwenvoetbal propageert? Ga dan bij Libelle weken! Voetbal hoort een mannensport te blijven. Dat soort braakteksten, aangevuld met badinerende en seksistische grappen. Het is een stuitend anachronisme, maar zo zijn er wel meer in de machocultuur van het voetbal. Het achterhoedegevecht zal trouwens niet helpen. Damesvoetbal zit in de lift. De Nederlandse stadions zullen vollopen voor de EK-wedstrijden. Het enthousiasme zal niet onderdoen voor wedstrijden van de Rode Duivels en Oranje.

 Enfin. Op naar morgenmiddag en duimen dat de leeuwinnen zegevieren!