Tag archief: wetenschap

Tsja, da’s ook een manier om het probleem op te lossen

Weet u het nog? In 2010 bleek dat een nieuwe wervingscampagne om studenten uit te nodigen voor een prestigieuze studiebeurs, een afschrikwekkend effect had op studentes. Zij voelden zich niet uitgedaagd, maar geïntimideerd door de vraag van de Huygens beurs of zij wel slim genoeg waren. Dat probleem is nu opgelost. Wegens bezuinigingen van de Nederlandse regering verdween deze beurs per 1 januari. Dat was nou ook weer niet de bedoeling van de kritiek ;)

Code: niet voor meisjes.

Studenten die door de selectie heen kwamen, konden dankzij de Huygensbeurs naar een buitenlandse universiteit. Ze kregen zodoende de kans hun netwerk uit te breiden, kennis te maken met andere talen en culturen, andere studieprogramma’s te volgen, en les te krijgen van internationale wetenschappers. Een buitenkansje. En gezien het steeds toenemende aantal studentes, gekoppeld aan hun goede resultaten, zou je verwachten dat vrouwen de selectie prima door zouden komen.

In 2008 veranderde de marketing van de beurs echter. Studenten werden geconfronteerd met een indringend kijkende Einstein, uitgevoerd in zwart en oranje, en de vraag ‘are you smart enough’? Drie jaar later bleek het aantal mannelijke aanvragers te zijn toegenomen, terwijl steeds minder studentes een poging deden in aanmerking te komen voor deze beurs. Wetenschappers vonden een verklaring in de gebruikte slogan:

Uit onderzoek is gebleken dat jongens doorgaans meer zelfvertrouwen hebben dan meisjes. Ook als volwassenen schatten ze hun competenties veel hoger in. “Meisjes daarentegen zijn geneigd zichzelf te onderschatten; ze denken al gauw dat ze niet goed genoeg zijn” (Dolle-Willemsen & Verbiest, Taal in de klas). Vrouwen zullen daardoor minder snel bedenken dat ze “slim genoeg” zijn voor een internationaal talentenprogramma.

De iets vriendelijkere variant met minder zwart in het kleurenschema, maar met nog steeds dezelfde vraag die meiden flink aan het twijfelen maakt.

Ze beantwoordden de vraag dus met ‘nee’, daarbij geholpen door een lange geschiedenis van uitsluiting en een klassieke koppeling van het mannelijke met zaken als ratio en intellect. Maar goed, het hele punt is academisch geworden, want de beurs is niet meer. Bedankt, Rutte!

Klootzakkerig gedrag schaadt vrouwen maar helpt mannen

Klootzakkerig gedrag op het werk vertonen? Management wetenschapper Thimothy Judge bewees in onderzoeken dat dit gedrag vaak een pluspunt is voor mannen. Ze zijn sterk, een krachtige leider! Promoties en een hoger inkomen volgen. Maar vrouwen? Die kunnen zich maar beter netjes gedragen, anders kotst hun hele omgeving hen uit. Maar als ze zich te vriendelijk opstellen is het ook schadelijk, want dan walsen mensen over hen heen. Het is een dubbele moraal van heb ik jou daar. Mooie reactie op de hele situatie, opgetekend door Jezebel:

I don’t know about you, but I’ve worked with plenty of mediocre borderline assholish dudes who somehow would just rise to the top of their department, leaving perfectly smart, nice women behind in entry level. (Once I talked to an associate about a mutual colleague’s surprise promotion, and he put it succinctly: “Sometimes shit floats.”)

Over naar professor Judge van de University of Notre Dame’s Mendoza College of Business:

De site CEO ME merkt op dat dit de zoveelste keer is dat onderzoeksresultaten voor vrouwen tegenstrijdige adviezen oplevert. Mannen voldoen aan de verwachtingen, dus hun optreden levert succes op. Vrouwen bevinden zich echter op een plek waar ze volgens de omgeving niet thuis horen. Op de werkvloer doorbreken ze patronen zodra ze iets anders gaan doen dan bedienen en schoonmaken. Daar raken mensen van in de war. Voordat je het weet beperkt dat je speelruimte en beoordelen mensen je aan de hand van hun frustraties en vooroordelen in plaats van op basis van je prestaties. Jammer dat dit anno nu nog steeds zo gaat: de mentaliteit van mensen is lastig te veranderen…

Structuur academische wereld houdt vrouwen tegen in de wetenschap

Persoonlijk tegen vrouwen gerichte vooroordelen kunnen een rol spelen bij de achterstand van vrouwen in de wetenschap, maar waarschijnlijk is de manier waarop het werk is ingericht veel belangrijker. Dat concluderen twee wetenschappers van de Cornell Universiteit in een studie over studies naar de situatie van wetenschapsters. Belangrijkste obstakels vormen de lange werkdagen, in het buitenland ‘moeten’ werken om vooruit te komen, informele benoemingsprocedures en de druk om veel artikelen te publiceren in de jaren waarin vrouwen meestal kinderen krijgen.

Onderzoekers Stephen Ceci en Wendy Williams roepen universiteiten dan ook op om meer te investeren in het veranderen van organisaties. Zo zouden veel vrouwen ermee geholpen zijn als ze hun werk flexibeler in kunnen delen, duo banen kunnen vervullen in samenwerking met een directe collega, en wie weet zelfs parttime werken. Die maatregelen zouden ook gunstig uit kunnen pakken voor mannen. Zoals de Engelse krant de Guardian constateert:

Science is an incredibly competitive career. If you want to nab one of the scarce long-term posts, not only will you need to keep an eye on promotion procedures, you will need to put a huge number of hours in, and may well have to be prepared to work abroad. This is sometimes seen as a positive test: only the most devoted make it through. But human lives are more complex than that, and there is nothing wrong with a scientific work force made up of people with passions outside their labs. Indeed, one might even see it as a healthy state of affairs for any profession, and one most likely to foster the sort of culture of imagination and innovation that draws people into the field in the first place.

Amerikaanse universiteit lanceert nieuw tijdschrift voor feministische wetenschap

Internet maakt het mogelijk om op een goedkope manier wetenschappelijk onderzoek beschikbaar en bereikbaar te maken voor iedereen met een verbinding naar het wereldwijde web. Daarom besloten drie wetenschappers van de Universiteit van Massachussets Dartmouth om een nieuw tijdschrift te lanceren: de Journal of Feminist Scholarship.  Het blad wil zich met name richten op studies over het feminisme in de 21ste eeuw, lokaal versus mondiaal, vormen van activisme en onderwijs/pedagogiek.

Het blad is peer reviewed. Dit betekent dat alle inzendingen voor publicatie beoordeeld worden door academici. Wie geen goede wetenschappelijke methoden heeft gebruikt, of onlogisch materiaal levert, krijgt de kans om een nieuwe poging te wagen. Als het wetenschappelijk in orde is publiceren ze je stukken met alle liefde.

De oprichters van het blad, drie professoren van de faculteit Vrouwenstudies, willen iedereen die zich aan de regels houdt uitnodigen om papers, essays en studies in te zenden. Via internet krijgen je bijdrage dan een veel bredere verspreiding dan vroeger. Leve de vooruitgang!

Omdat het blad digitaal is kunnen mensen de resultaten van hun onderzoek veel sneller publiceren en zodoende inspelen op de actualiteit. Ook worden de nieuwste wetenschappelijke inzichten beter bereikbaar voor een groter publiek.

Nieuw jaar biedt nieuwe kansen voor vrouwelijk talent

De Vrije Universiteit Amsterdam maakt op de nieuwjaarsbijeenkomst bekend welke talentvolle wetenschapster in aanmerking komt voor een Jenny Gierveld Fellowship. Een plaats in dit programma geeft een universitair docente twee jaar lang de kans als hoofddocente haar vaardigheden en kennis uit te breiden en zich te profileren in de wetenschap. Het is de eerste keer dat iemand aanspraak kan maken op een plaats als Fellow. De Vrije Universiteit heeft zeven kandidaten genomineerd voor het programma.

De Fellowship is genoemd naar Jenny Gierveld, hoogleraar sociologie. Ze is inmiddels met emiraat. Gierveld heeft een indrukwekkende staat van dienst. Ze deed onder andere veel onderzoek naar eenzaamheid onder ouderen en publiceerde talloze boeken en artikelen. Daarnaast was ze zich zeer bewust van de positie van vrouwen in de wetenschap. Haar hele loopbaan lang bleef ze zich inzetten voor een grotere rol voor vrouwen en een verbetering van hun situatie. Die voorvechtersrol was voor de Vrije Universiteit de reden om het speciale programma voor vrouwelijk talent naar haar te vernoemen.

Onder de genomineerde kandidaten bevinden zich onder andere Sonja Cutz, cum laude afgestudeerd en inmiddels helemaal thuis in onderzoek naar nieuwe media, Barbara Vis, gepromoveerd in de politicologie, en Karin Lasthuizen van de afdeling Bestuurswetenschappen. In januari wordt duidelijk wie van hen als eerste een plek onder de zon krijgt met een Jenny Gierveld Fellowship.

Popband wil meer vrouwen zien op conferenties

De Zesde Clan wist niet dat het bestond! Een band met een filosofische inslag, genaamd The 21th century Monads, die liedjes maakt over het gebrek aan vrouwen op wetenschappelijke conferenties. Of over mensen die een paper moeten beoordelen en er automatisch van uit gaan dat de auteur wel weer een man zal zijn. Wauw. Lees de teksten en luister hier naar de liedjes.

Een voorproefje van de teksten:

When I flip the page
I feel something close to rage
If not a single name of a lady can be found
Or one lady for 50 dudes
So don’t tell me that I’m being rude
‘cause I’ll be quickly telling you
Do a little bit better than that
I like to see the ladies
I like to see the ladies
At the conferences giving papers

Vergeten Engelse wetenschapsters krijgen eerherstel

Je als Engelse wetenschapper specialiseren in dinosaurussen, en de botten van een tot nu toe onbekende soort opgraven. Acht nieuwe kometen ontdekken in een tijd dat er maar dertig bekend waren. Je zou denken dat je met zulke prestaties de schoolboekjes zou halen. Maar helaas. De mensen die deze ontdekkingen deden, waren vrouwen. Pas nu, in 2010, komt de erkenning.

Mary Somerville, natuurkundige.

Waarom moesten die Engelse wetenschapsters wachten tot 2010? Omdat dit jaar de Royal Society 350 jaar bestaat. Deze vakorganisatie gaf toonaangevende wetenschappers een platform, steunde hun onderzoeken en hielp bij het publiceren van hun ontdekkingen. Ter gelegenheid van dit jubileum dook auteur Richard Holmes in de archieven van de vakorganisatie, en ontdekte dat de rol van vrouwen tot nu toe stelselmatig genegeerd en ondergewaardeerd werd. Binnenkort komt zijn boek uit, The Lost Women of Victorian Science. Vooruitlopend daarop kun je de eerste resultaten van zijn speurtocht al lezen in een lange reportage in de Guardian.

De hele reportage is zeer de moeite waard, maar de Zesde Clan pikt er even wat elementen uit. Waarom verdwenen de wetenschapsters in de vergetelheid? Het onderzoek van Holmes brengt een aantal mechanismen aan het licht, die we graag op een rijtje zetten. Omdat ze wel vaker voorkomen en een patroon aangeven.

  1. Geen officiële positie. De Royal Society werd opgericht in 1660, maar vrouwen kregen pas toegang tot de Society in 1945. De Society was dus 285 jaar lang een mannenclub, met mannen in het bestuur, mannen die de koers bepaalden, de notulen bevolkten en bepaalden wat belangrijk was en wat niet.
  2. De tijdgeest. Holmes maakt prachtig duidelijk dat mensen het in de Victioriaanse tijd ondenkbaar vonden dat vrouwen iets anders zouden doen of kunnen doen dan kinderen baren en de vloer boenen. Hun hersenen zouden dan exploderen, of ze zouden hysterisch worden. Liet je toch zien dat je kometen kon ontdekken, dan leverde dat hoon en afkeuring op. Een fatsoenlijke vrouw liet zich niet in met dit soort idiote dingen. Die massale afkeuring werkte ontmoedigend en belemmerend voor vrouwen.
  3. Vrouw als wormvormig aanhangsel. Omdat vrouwen geen zelfstandige positie konden innemen in de Victoriaanse tijd, en niet zelf lid konden worden, verliepen hun werkzaamheden vaak via familieleden. Dit had tot gevolg dat de buitenwereld hen al snel zag als het hulpje of de assistente van een mannelijke wetenschapper. Hoe briljant de vrouw ook was, wat ze ook ontdekte, ze werd niet voor vol aangezien.
  4. Praktische obstakels. Je wil als astronome naar de sterren kijken, maar voor vrouwen is het observatorium na het donker gesloten. Geen eigen werkruimte hebben. Niet zelfstandig op reis kunnen gaan. Enzovoorts.

Deze situatie is schadelijk voor vrouwen, want vrouwen zijn mensen en net als andere mensen willen ze zich ontplooien en in vrijheid hun hersenen gebruiken. Het is wetenschapster Maria Mitchell die dit verlangen rond 1850 op een ontroerende manier verwoordde toen ze schreef:

The great gain would be freedom of thought. Women, more than men, are bound by tradition and authority. What the father, the brother, the doctor and the minister have said has been received undoubtingly. Until women throw off this reverence for authority they will not develop. When they do this, when they come to the truth through their investigations, when doubt leads them to discover, the truth which they get will be theirs and their minds will work on and on, unfettered.”

Vrouwen leiden verzet tegen ‘Mars en Venus’ denkbeelden

Túúrlijk zijn mannen en vrouwen anders, en dat begint al voor de geboorte, want dan zorgen allerlei hormonen etc ervoor dat het meisjesbrein anders is dan het jongensbrein. Dat is wetenschapelijk bewezen. Toch? Nou nee, ontdekte sociaal medisch wetenschapster Rebecca Jordan-Young. Jarenlang analyseeerde ze de onderzoeken die dit beweren, sprak met de wetenschappers die aan die studies deelnamen, en kwam erachter dat al die conclusies over aangeboren verschillen zijn gebaseerd op drijfzand.

Veel onderzoeken leden onder automatische aannames,  vooroordelen over wat mannelijk en vrouwelijk is, definities die veranderden zodra een studie een resultaat opleverde wat niet paste bij het wereldbeeld van de onderzoeker en ga zo maar door. Het leverde het boek op: Brainstorm: the flaws in the science of sex differences’. Het is de nieuwste loot van de stam, want eerder toonde Cordelia Fine al aan dat de wetenschappelijke denkbeelden over mannen en vrouwen een hele bijzondere geschiedenis hebben, en schreef wetenschapsjournaliste Ascha ten Broeke hier in Nederland een toegankelijke verhandeling over de vele manieren waarop de wetenschap blind is voor mensen.

Het is niet zo vreemd dat vrouwen een leidende rol spelen in het verzet tegen vastgeroeste Mars en Venus denkbeelden. Want wat die theoriën doen is de huidige situatie van mannen en vrouwen goedpraten, zonder te kijken naar zaken als geschiedenis, de menselijke evolutie, machtsverhoudingen tussen mensen en sociale groepsdruk. Zie voor een mooi voorbeeldje het eerdere artikel van de Zesde Clan over de zogenaamd natuurlijke drang van vrouwen om schoon te willen maken, zoals ‘bewezen’ in een onvindbaar onderzoek van een fabrikant van schoonmaakmiddelen.

Omdat vrouwen meer dan mannen geassocieerd worden met negatieve eigenschappen, vaker dan mannen afgestraft worden als ze ruimte in willen nemen in het publieke domein, en minder erkenning en loon krijgen voor dezelfde prestaties, zijn de geijkte ideeen over mannelijkheid en vrouwelijkheid het meest nadelig voor vrouwen. Vrouwen hebben iets te winnen: meer ruimte, meer zelfexpressie, een hoger inkomen.

Maar ook mannen zitten ernstig vast in denkbeelden over wat mannelijk gedrag is. In Oost-Europese landen gaan mannen veel eerder dood dan vrouwen, onder andere vanwege een macho levensstijl met veel roken en wodka drinken. Als man moet je je verre houden van emoties en altijd de strijd aan willen gaan. En je mag niet minder uren betaald werk verrichten, ook al wil je dat misschien best omdat je het vaderschap serieus neemt. Héééél erg vermoeiend allemaal. Voor een hilarisch overzicht van de diverse stereotypen verwijst de Zesde Clan graag naar het weblog van Ms Magazine en een genderanalyse van de film Iron Man 2.

Kortom, het leven is niet makkelijk als je in een keurslijf wordt geperst, en dat geldt voor mannen en vrouwen. Goed dus dat er een heel golfje is van boeken die aantonen dat mannen en vrouwen allebei van de planeet aarde komen, en dat gedrag en vaardigheden veel flexibeler zijn dan wordt beweerd. Dan kunnen we allemaal vrijer ademhalen.

Jonathan Dean neemt feministische beweging Engeland onder de loep

Okee, geeft wetenschapper Jonathan Dean toe, ‘Rethinking Contemporary Feminist Politics’ is niet de meest sexy titel die je kunt bedenken, maar het geeft wel aan wat zijn boek doet: analyseren hoe academici de afgelopen jaren zijn omgegaan met het feminisme in Engeland, en hoe het anno nu nou staat met die beweging.

Dean studeerde politicologie en vrouwenstudies bij de universiteit van Essex. Hij liep al langer rond met het idee fatsoenlijk aandacht te besteden aan het feminisme in zijn land. Want hij zag dat de wetenschap in Engeland zich geen raad weet met het feminisme. Het ‘echte feminisme’ hield volgens de meeste academici op in 1980, heet het dan, en wat er na 1980 gebeurt komt niet in beeld. De universiteiten negeren het onderwerp meestal.

Heel jammer, zegt Dean in een interview met The F-word, want Engeland maakt op dit moment een feministische revival door en overal ontstaan nieuwe initiatieven. En het huidige feminisme is nog net zo taboedoorbrekend als twintig jaar terug, meent hij:

All the groups I studied were in many ways becoming increasingly vibrant and radical during my research period. The F-Word, for instance, has been astonishingly successful in bringing together a plurality of different – and sometimes competing – voices from across the spectrum of UK feminism. I think there is something quite radical and challenging about that plurality of voices (rather than, as some might argue, it being a mixture of radical and ‘non-radical’ voices).

Een ander voorbeeld is de Fawcett Society. Dean merkte dat deze organisatie tot ongeveer 2005 een wat neutralere houding probeerde aan te nemen. Maar de laatste jaren uit de Fawcett Society duidelijke kritiek op de manier waarop politie en OM omgaan met verkrachting en brengt de Society rapporten uit over prostitutie, allebei onderwerpen waar veel mensen zenuwachtig van worden.

Dit soort ontwikkelingen zorgen ervoor dat Dean redelijk optimistisch is over het feminisme in Engeland:

I am cautiously optimistic! Optimistic because you hear a lot of talk – in the media and in academic circles – about how feminism has at worst completely disappeared, or at best only exists in superficial forms (for example, feminism as about representations of assertive women in popular culture). But despite this, the current upsurge of feminism shows that feminism – and indeed forms of oppositional politics more generally – can and do emerge to challenge the status quo, even in conditions where academics and media commentators consider it unlikely to happen.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 31 other followers