De aanleiding is een stuk in magazine The Atlantic, maar het had net zo goed een van de vele verhalen uit de Nederlandse pers kunnen zijn. Want er wordt veel geschreven over vrouwen, de combinatie werk en gezin, of je als vrouw wel beiden, ‘alles’, kunt hebben, problemen, problemen. Salon.com pleit ervoor dat we ophouden met die genadeloze focus op de betaald werkende vrouw. Want het komt voort uit een conservatieve houding en angst voor verandering, en heeft als uiteindelijke effect dat vrouwen te horen krijgen dat ze genoegen moeten nemen met minder.

Geef het maar op. GEEF HET MAAR OP! Je kunt beter opnieuw thuis gaan zitten, waar je natuurlijke plaats is.
Het verhaal gaat als volgt. Vrouwenemancipatie maakt vrouwen ongelukkig. Ze moeten vanwege het feminisme betaald werk buitenshuis verrichten (sterker nog, er waren ‘powerfeministes’ rond voor wie de enige goede vrouw een bitch met een topfunctie is, iehiehiek, ze willen vrouwen eigenlijk in mannen veranderen, ramp!!!!).Maar helaas komen die arme vrouwen daardoor hopeloos in de knel. Iedereen wordt er uiteindelijk ongelukkig van. Vrouwen zelf nog het meest, omdat ze terecht komen in een situatie waarbij ze op twee fronten falen – niet perfect op het werk, en niet perfect thuis. Kijk, ze zeggen het zelf:
It’s time to stop fooling ourselves, says a woman who left a position of power: the women who have managed to be both mothers and top professionals are superhuman, rich, or self-employed.
Sorry, het gaat gewoon niet. Alleen een superheldin kan alles combineren. En ben jij een superheldin? Nee. Dus, meisje, geef het maar op. Dit gaat vaak gepaard met het soort beeldvorming wat feministe Jessica Valenti samenvat onder de noemer ‘verdrietige blanke baby met een gemene feministische moeder’, een fotografisch genre op zich.
Salon auteur Rebecca Traister begint met te benadrukken dat er, zoals gewoonlijk, met twee maten wordt gemeten als je het hebt over ‘alles willen hebben’-verhaal:
We don’t lay the same booby traps for men. We don’t constantly quiz and evaluate and poke and prod and take their emotional temperature, asking if they feel fulfilled and happy, if they have everything they want, if their every youthful aspiration has been met sufficiently, if they feel that they’re measuring up at the office, in the kitchen, in bed.
Zou je dat wel doen, dan is de kans namelijk groot dat je erachter komt dat mannen ook kampen met twijfels, frustraties, dingen die ze eigenlijk anders willen doen, maar niet durven.
Het ontevreden geneuzel doet bovendien de vrouwenbeweging onrecht aan:
Here is what is wrong, what has always been wrong, with equating feminist success with “having it all”: It’s a misrepresentation of a revolutionary social movement. The notion that female achievement should be measured by women’s ability to “have it all” recasts a righteous struggle for greater political, economic, social, sexual and political parity as a piggy and acquisitive project.
Op die manier plaatst dit verhaal het feminisme in het beklaagdenbankje. Alles zou ok zijn als vrouwen tevreden thuis bleven bij de kinderen en er hooguit een klein baantje naast deden, voor de extraatjes. Maar nee, ze willen alles hebben. En dat gaat niet, vrouwen. Dit ‘alles kunnen hebben’ verhaal lijdt daarmee niet alleen aan een conservatieve kop-in-het-zand houding, maar vertoont ook een groot gebrek aan historisch besef. Want het feminisme is niet het echte probleem, het is juist het gebrek aan feminisme wat vrouwen (en mannen) de das om kan doen:
The movement she actually needs more of – to advocate for universal daycare, better schools, a higher minimum wage, paid family leave, a workplace culture that doesn’t continue to treat all employees as if they were “men” in a historic sense, with wives at home taking care of their lives – takes the blame because thousands of years of sexual inequity have not been reversed fully in the past 50 years.

Het feit dat we in een overgangssituatie zitten, wordt op die manier tegen het feminisme gebruikt. Ook schoffelt deze visie onder tafel hoeveel er al wél is bereikt. Laten we eens een paar jaartallen voor Nederland op een rijtje zetten. Tot 1956 waren vrouwen handelingsonbekwaam. Dat lag vast in de wetgeving. Christenen en de overheid vonden namelijk dat de eigenlijke taak van de vrouw thuis lag.
Tussen 1917 en 1940 deed de regering maar liefst negen pogingen om betaalde arbeid buitenshuis te verbieden, zeker voor getrouwde vrouwen. In de tussentijd konden vrouwen alvast geen bankrekening openen, geen verzekeringen afsluiten, geen aankopen doen zoals kleding of huishoudelijke apparatuur. Ze moesten toestemming vragen aan hun man om te reizen. Tot 1956, mensen. Tot de jaren zeventig was het nog heel gebruikelijk dat vrouwen ontslag kregen, of onder grote sociale druk zelf ontslag namen, als zij trouwden. Met name overheidsdiensten hielden lang vast aan die gewoonte.
Zeggenschap over het eigen lichaam kwam nóg later. Vrouwen die seksueel actief werden kregen eeuwenlang straf als ze zwanger raakten buiten het huwelijk. Maar je kon ook niet alleenstaand en kuis blijven. De samenleving ervoer vrijgezelle vrouwen als een enorm probleem. Het levert tot op de dag van vandaag een sociaal stigma en nadelige belastingwetten op. Gelukkig kwam de pil een halve eeuw geleden op de markt, ook al wilden Nederlandse apotheken voorbehoedsmiddelen lange tijd alleen onder de toonbank verkopen. Een fatsoenlijke abortuswetgeving volgde pas in 1984.

Van zover komen we dus. Het is ronduit revolutionair, hoe de overheid tegenwoordig omgaat met de combinatie werk en gezin, soms mede dankzij druk vanuit de Europese Unie. Het is ronduit revolutionair hoe organisaties als de Commissie Gelijke Behandeling discriminatie van zwangere vrouwen aan de kaak stellen en maatregelen eisen. En het is goed dat er steeds meer aandacht komt voor de economische zelfstandigheid van vrouwen. Zodat ze zichzelf kunnen redden, iets wat ongeveer de helft nog steeds niet kan.
Dat we in vijftig jaar tijd zover zijn gekomen, is iets waar vrouwen en mannen blij mee kunnen zijn. We hebben veel meer vrijheden en keuzemogelijkheden kunnen bevechten. Die vooruitgang geeft moed om door te gaan. Zoals Salon schrijft:
We are still very much in the midst of reversing eons of gendered injustice, overheated headlines (from the, uh, Atlantic) about contemporary female dominance to the contrary. Brains are still getting rewired, systems are still being reworked to accommodate evolving roles. Backlash politics (like the packaging of this article, if not the article itself) pushes back against every female stride, every achievement [...] And that sucks. It sucks for all of us, who are so very busy – not aiming for complete satisfaction or amassing everything our hearts might desire – but busy working and living and getting by and fighting to pry open more doors so that more women might enjoy more kinds of opportunities than have been available to those who came before.