Verkrachtingsmythen en de status van het slachtoffer

Onderzoekster Helen Bendict schreef het boek Maagd of Hoer , een studie over de manieren waarop de media seksuele misdaden verslaan. Het boek verscheen in 1992. De verkrachtingscultuur is echter zo stabiel en duidelijk dat wat Benedict destijds schreef, nu nog steeds akelig actueel is. Ze zette op een rij welke factoren steeds weer een rol spelen als de media verslag doen van verkrachtingszaken.

Of een slachtoffer wel of niet publiekelijk door de mangel wordt gehaald, hangt volgens Benedict af van de volgende factoren:

  1. Kende de dader het slachtoffer, ja of nee. Hoe onbekender de dader, hoe groter de kans dat een vrouw op sympathie kan rekenen. Onderliggende mythe: we ‘weten’ allemaal dat verkrachters enge mannen zijn die uit de bosjes springen. Feit: vaak kennen dader en slachtoffer elkaar, al is het soms maar kort van tevoren. Zodra ze elkaar kennen wordt het meteen dubieus: zij zal het wel gewild hebben, hij is onschuldig.
  2. Gebruikte de dader een wapen ja of nee. Hoe meer geweld, hoe groter de kans dat het publiek het slachtoffer zal geloven.
  3. Zijn dader en slachtoffer van hetzelfde ras, of niet. Een blanke die een zwarte verkracht genereert de meeste pers. Als allochtonen onderling elkaar verkrachten besteden de media daar de minste aandacht aan.
  4. Zijn ze van dezelfde sociale klasse, ja of nee. Een slachtoffer kan op iets meer sympathie rekenen als zij welvarender is dan de dader.
  5. Hebben ze dezelfde nationaliteit ja of nee. Het helpt een blank slachtoffer als je over de dader racistische stereotypen kunt gebruiken om hem zwart te maken.
  6. Is ze jong? Hoe jonger, hoe meer sympathie voor het slachtoffer. Oudere vrouwen zouden minder snel lust opwekken bij een dader en zijn dus verdachter.
  7. Zijn ze knap? Als het slachtoffer een schoonheid is zal ze wel hebben geflirt met de dader. En een knappe man hoeft niet te verkrachten want hij kan de vrouwtjes zo ook wel om zijn vinger winden.
  8. Week het slachtoffer af van traditioneel vrouwelijk gedrag? Zat ze thuis met de kinderen dan vinden mensen het erg dat ze verkracht werd. Bevond ze zich echter in een kroeg, was ze aan het liften, of bevond ze zich buiten op straat, dan wordt het een heel ander verhaal. Goede meisjes doen dat soort dingen niet en vragen erom dat ze verkracht worden.

Leuk om te analyseren hoe al deze factoren een rol hebben gespeeld in de zaak Strauss-Kahn. Hij: blanke man, machtig, welvarend, bevindt zich aan de top van de sociale piramide. Zij: Afrikaanse vrouw, laag inkomen, levend aan de onderkant van de samenleving. En wat blijkt? Aan het einde van de rit gaat het vooral om die arme Strauss-Kahn, wat hij allemaal verloren heeft en of het voor hem toch niet beter zou zijn geweest als een rechtszaak definitief zijn onschuld kon aantonen. Toch? Onschuld? Terwijl het slachtoffer wordt weggezet als een seksslet die uit was op geld. Terwijl zulke beschuldigingen nergens op gebaseerd waren.

De cultus van beroemdheid en glamour heeft de situatie, zoals Benedict die analyseerde, alleen maar versterkt. Zelfs als je uit dezelfde sociale klasse komt en dezelfde huidskleur hebt, kun je het als vrouw wel vergeten. Zodra een beroemdheid je verkracht, heb je het nakijken. De media blijven positief over de mannelijke ster schrijven en schilderen het slachtoffer af als een wraakzuchtige trut die zijn loopbaan wil vernietigen met valse beschuldigingen. Dat patroon herhaalt zich zo vaak dat het echt op begint te vallen.

Wat je in het echte leven steeds opnieuw ziet is dat vrouwen die verkracht zijn, daar vaak niets over durven te zeggen. Na iedere mislukte rechtszaak zie je ook dat steeds minder vrouwen aangifte durven te doen. Hoe dat komt is ook duidelijk. Feministisch auteur Ray Filar vat het als volgt samen:

I have lost count of the amount of conversations I have had about rape which have not been about how thousands of people get raped and don’t bring convictions, but that instead centre around the tiny minority of cases where a false allegation is brought. Conversations about rape should not start with me having to reassure your fragile ego that in general, *women don’t lie about rape*. Any woman (and I’m focusing on woman because men do not face the same kinds of prejudices) who makes a false rape accusation, and who has half a brain cell, knows what she is getting into. She will be disbelieved, mocked, denigrated, shamed and shamed and shamed. People will simply not believe her. People will sympathise with her rapist, not with her. There is nothing so stigmatising as being a rape survivor; except maybe talking about it.

Filar citeert tot slot feministe Andrea Dworking. Ook zij schreef deze woorden jaren geleden. Maar ook in haar geval is de boodschap nog steeds ijzingwekkend actueel:

…we are inside a system of humiliation from which there is no escape for us. We use statistics not to try to quantify the injuries, but to convince the world that those injuries even exist. Those statistics are not abstractions. It is easy to say, Ah, the statistics, somebody writes them up one way and somebody writes them up another way. That’s true. But I hear about the rapes one by one by one by one by one, which is also how they happen. Those statistics are not abstract to me. Every three minutes a woman is being raped. Every eighteen seconds a woman is being beaten. There is nothing abstract about it. It is happening right now as I am speaking.

Post a comment or leave a trackback: Trackback URL.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 49 andere volgers

%d bloggers like this: